Artikel
1
1
Het op grond van artikel 44 van de Toeslagenwet bij ministeriële regeling te bepalen tijdstip wordt vastgesteld op:
-
a.
31 december 2008 voor personen die op de dag voorafgaand aan inwerkingtreding van artikel 1.10, onderdeel C, van de Wet Invoering en financiering Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen recht hadden op een uitkering op grond van de Ziektewet of recht op loon, bedoeld in artikel 629 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek;
-
b.
1 januari 2006 voor personen die op de dag voorafgaand aan inwerkingtreding van artikel 1.10, onderdeel C, van de Wet Invoering en financiering Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen recht hadden op een uitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten of de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen;
-
c.
29 december 2005 voor personen die op de dag voorafgaand aan inwerkingtreding van artikel 1.10, onderdeel C, van de Wet Invoering en financiering Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen recht hadden op een uitkering op grond van de Werkloosheidswet of op grond van hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1, van de Wet arbeid en zorg.
2
In afwijking van het eerste lid, onderdeel c, wordt het op grond van artikel 44 van de Toeslagenwet bij ministeriële regeling te bepalen tijdstip vastgesteld op 3 april 2006 voor personen die op de dag voorafgaand aan inwerkingtreding van artikel 1.10. onderdeel C, van de Wet Invoering en financiering Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen recht hadden op een uitkering op grond van de Werkloosheidswet en voor wie artikel 8, zesde lid, van de Toeslagenwet, zoals dat luidt na inwerkingtreding van de Wet Invoering en financiering Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, van toepassing is.