Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 16 december 2005, Directie Arbeidsverhoudingen, nr. AV/PB/2005/103027, houdende vaststelling van regels op grond van de Wet verplichte beroepspensioenregeling (Regeling verplichte beroepspensioenregeling)

Regeling verplichte beroepspensioenregeling

Artikel

1

Definities

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    Onze Minister: de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

  • b.

    het besluit: het Besluit verplichte beroepspensioenregeling;

  • c.

    heffingsgrondslag: de som van premies en directe beleggingsopbrengsten, beide zoals omschreven in staat 3.200, 3.201 en 3.211 van bijlage B behorende bij artikel 3, vierde lid, van het Besluit staten pensioenfondsen, met dien verstande dat de directe beleggingsopbrengsten worden bepaald op het bedrag voor aftrek van de afschrijving van de geactiveerde overrente;

  • d.

    kosten: de kosten die verband houden met de uitvoering van de taken en bevoegdheden van De Nederlandsche Bank N.V. op grond van de wet, daaronder begrepen hetgeen redelijkerwijs nodig is voor het vormen van een werkkapitaal;

  • e.

    het u-rendement: het op 1 januari van het jaar waarin de overdrachtsdatum valt geldende u-rendement, zoals gepubliceerd door het Centrum voor Verzekeringsstatistiek van het verbond van verzekeraars.

Paragraaf

1

Aanvragen op grond van de wet

Artikel

2

Aanvraag van de verplichtstelling

De aanvraag van de verplichtstelling, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de wet, bevat:

  • a.

    een vermelding van de beroepspensioenvereniging die om de verplichtstelling vraagt;

  • b.

    een toelichting op de aanvraag tot verplichtstelling;

  • c.

    een digitale tekst van de integrale omschrijving van de gewenste werkingssfeer van de verplichtstelling op diskette, waarbij gebruik is gemaakt van algemeen gebruikte programmatuur;

  • d.

    een op papier geprinte versie van de digitale tekst, bedoeld in onderdeel c, in viervoud;

  • e.

    een digitale tekst van de integrale beroepspensioenregeling op diskette, waarbij gebruik is gemaakt van algemeen gebruikte programmatuur; en

  • f.

    een op papier geprinte versie van de digitale tekst, bedoeld in onderdeel e, in viervoud;

  • g.

    een opgave van representativiteitgegevens in de vorm van:

    • 1º.

      het aantal beroepsgenoten, dat lid is van de bij de aanvraag van de verplichtstelling betrokken beroepspensioenvereniging onderscheidenlijk het aantal beroepsgenoten in de beroepsgroep waarop de aanvraag van de verplichtstelling betrekking heeft, als mede, indien de aanvraag ook betrekking heeft op beroepsgenoten in loondienst;

    • 2º.

      het aantal beroepsgenoten in loondienst dat lid is van de bij de aanvraag van de verplichtstelling betrokken beroepspensioenvereniging onderscheidenlijk het aantal beroepsgenoten in loondienst in de beroepsgroep waarop de aanvraag van de verplichtstelling betrekking heeft;

  • h.

    een toelichting op de wijze van verzameling van de representativiteitgegevens, bedoeld in onderdeel g, die in ieder geval het volgende bevat:

    • 1º.

      een opgave van de gebruikte bronnen voor de aantallen beroepsgenoten en beroepsgenoten in loondienst als bedoeld in onderdeel g, onder 1º en 2º;

    • 2º.

      een opgave van de gehanteerde onderzoeksmethode;

    • 3º.

      een opgave van de wijze van meting;

    • 4º.

      een opgave van de peildatum of de periode waarop de cijfers betrekking hebben;

    • 5º.

      een toelichting waaruit blijkt dat de grenzen van het domein waarover de gegevens zijn verzameld gerelateerd zijn aan de werkingssfeer van het beroepspensioenfonds of dat deel van het beroepspensioenfonds waarop de aanvraag van de verplichtstelling betrekking heeft. Daarbij is duidelijk dat in de werkingssfeer van het beroepspensioenfonds uitgesloten categorieën beroepsgenoten en beroepsgenoten in loondienst in de tellingen buiten beschouwing zijn gelaten.

Artikel

2a

Meerderheid van minder dan 60%

Indien op grond van de opgave, bedoeld in artikel 2, onderdeel g, het aantal beroepsgenoten of beroepsgenoten in loondienst dat lid is van de beroepspensioenvereniging een meerderheid vertegenwoordigt van minder dan 60% van het totale aantal beroepsgenoten of beroepsgenoten in loondienst als bedoeld in dat artikelonderdeel dan wel, indien tegen verplichtstelling ingediende zienswijzen daartoe aanleiding geven, wordt van de aanvrager een door een registeraccountant of een accountant-administratieconsulent met certificerende bevoegdheid geverifieerde opgave verlangd van de verstrekte aantallen beroepsgenoten of beroepsgenoten in loondienst en de betrouwbaarheid van de daartoe gekozen bronnen, bedoeld in artikel 2, onderdeel h.

Artikel

3

Aanvraag tot wijziging van de verplichtstelling

De aanvraag tot wijziging van de verplichtstelling, bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de wet, bevat:

  • a.

    een vermelding van de beroepspensioenvereniging die om wijziging van de verplichtstelling vraagt;

  • b.

    een toelichting op de aanvraag tot wijziging van de verplichtstelling;

  • c.

    een digitale tekst van de integrale omschrijving van de werkingssfeer van de verplichtstelling zoals deze zou komen te luiden na de gewenste wijziging, op diskette, waarbij gebruik is gemaakt van algemeen gebruikte programmatuur; en

  • d.

    een op papier geprinte versie van de digitale tekst, bedoeld in onderdeel c, in viervoud;

  • e.

    een opgave van representativiteitgegevens in de vorm van:

    • 1º.

      het aantal beroepsgenoten dat lid is van de bij de aanvraag tot wijziging van de verplichtstelling betrokken beroepspensioenvereniging onderscheidenlijk het aantal beroepsgenoten in de beroepsgroep waarop de aanvraag tot wijziging van de verplichtstelling betrekking heeft, als mede, indien de aanvraag ook betrekking heeft op beroepsgenoten in loondienst;

    • 2º.

      het aantal beroepsgenoten in loondienst dat lid is van de bij de aanvraag tot wijziging van de verplichtstelling betrokken beroepspensioenvereniging onderscheidenlijk het aantal beroepsgenoten in loondienst in de beroepsgroep waarop de aanvraag tot wijziging van de verplichtstelling betrekking heeft;

  • f.

    een toelichting op de wijze van verzameling van de representativiteitgegevens, bedoeld in onderdeel e, die in ieder geval het volgende bevat:

    • 1º.

      een opgave van de gebruikte bronnen voor de aantallen beroepsgenoten en beroepsgenoten in loondienst als bedoeld in onderdeel e, onder 1º en 2º;

    • 2º.

      een opgave van de gehanteerde onderzoeksmethode;

    • 3º.

      een opgave van de wijze van meting;

    • 4º.

      een opgave van de peildatum of de periode waarop de cijfers betrekking hebben;

    • 5º.

      een toelichting waaruit blijkt dat de grenzen van het domein waarover de gegevens zijn verzameld gerelateerd zijn aan de werkingssfeer van het beroepspensioenfonds of dat deel van het beroepspensioenfonds waarop de aanvraag tot wijziging van de verplichtstelling betrekking heeft. Daarbij is duidelijk dat in de werkingssfeer van het beroepspensioenfonds uitgesloten categorieën beroepsgenoten en beroepsgenoten in loondienst in de tellingen buiten beschouwing zijn gelaten.

Artikel

3a

Meerderheid van minder dan 60%

Indien op grond van de opgave, bedoeld in artikel 3, onderdeel e, het aantal beroepsgenoten of beroepsgenoten in loondienst dat lid is van de beroepspensioenvereniging een meerderheid vertegenwoordigd van minder dan 60% van het totale aantal beroepsgenoten of beroepsgenoten in loondienst als bedoeld in dat artikelonderdeel dan wel indien tegen wijziging van de verplichtstelling ingediende zienswijzen daartoe aanleiding geven, zal een door een registeraccountant of een accountant-administratieconsulent met certificerende bevoegdheid geverifieerde opgave worden verlangd van de verstrekte aantallen beroepsgenoten of beroepsgenoten in loondienst en de betrouwbaarheid van de daartoe gekozen bronnen als bedoeld in artikel 3, onderdeel f.

Artikel

4

Aanvraag tot intrekking van de verplichtstelling

Artikel

4a

Meerderheid van minder dan 60%

Indien op grond van de opgave, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel c, het aantal beroepsgenoten of beroepsgenoten in loondienst dat lid is van de beroepspensioenvereniging een meerderheid vertegenwoordigt van minder dan 60% van het totale aantal beroepsgenoten of beroepsgenoten in loondienst als bedoeld in dat artikelonderdeel dan wel indien tegen intrekking van de verplichtstelling ingediende zienswijzen daartoe aanleiding geven, zal een door een registeraccountant of een accountant-administratieconsulent met certificerende bevoegdheid geverifieerde opgave worden verlangd van de verstrekte aantallen beroepsgenoten of beroepsgenoten in loondienst en de betrouwbaarheid van de daartoe gekozen bronnen, genoemd in artikel 4, eerste lid, onderdeel d.

Artikel

5

Aanvraag tot ontheffing

Artikel

6

Behandeling aanvragen

De aanvragen, bedoeld in de artikelen 2, 3, 4 en 5 worden eerst in behandeling genomen wanneer alle van belang zijnde gegevens en bescheiden, genoemd in die artikelen, bij de aanvragen zijn gevoegd.

Artikel

6a

Termijnen

Paragraaf

2

Gemoedsbezwaren

Artikel

7

De aanvraag

Artikel

8

Indienen van de aanvraag

Artikel

9

Verlenen van de ontheffing

Artikel

10

Spaarbijdragen

De persoon die een ontheffing heeft, betaalt dezelfde bedragen welke hij verschuldigd zou zijn in de vorm van premies indien hij geen ontheffing had, aan de pensioenuitvoerder in de vorm van spaarbijdragen. In de beroepspensioenregeling wordt geregeld waarop deze spaarbijdragen recht geven.

Artikel

11

Spaarrekening

Artikel

12

Intrekken van de ontheffing

Paragraaf

3

Afkoop

Artikel

13

Afkoop bij echtscheiding en scheiding van tafel en bed

Mits de pensioenuitvoerder daarmee instemt kan, in het kader van een verrekening van pensioenrechten bij echtscheiding respectievelijk scheiding van tafel en bed pensioen of aanspraak op pensioen op verzoek van de rechthebbende met instemming van diens gewezen echtgenoot respectievelijk diens echtgenoot worden afgekocht indien de afkoopsom bij dezelfde instelling wordt aangewend ter verwerving van eenzelfde of een ander soort pensioen ten behoeve van diens gewezen echtgenoot respectievelijk diens echtgenoot.

Artikel

14

Afkoop deelneming korter dan een jaar

Artikel

16

Afkoop nabestaandenpensioen bij afkoop kleine bedragen

Bij afkoop van het ouderdomspensioen op grond van artikel 40, eerste lid, van de wet, heeft zowel de pensioenuitvoerder zonder toestemming van de rechthebbende als de rechthebbende zonder toestemming van de pensioenuitvoerder, het recht op afkoop van de bij het ouderdomspensioen behorende aanspraak op nabestaandenpensioen onder terhandstelling van de afkoopsom aan de rechthebbende.

Artikel

18

Afkoop in verband met fiscaal bovenmatig pensioen bij einde binnenlandse belastingplicht

Een pensioenuitvoerder is bevoegd het deel van de aanspraak op pensioen dat op het tijdstip onmiddellijk voorafgaande aan het tijdstip waarop de deelnemer ophoudt binnenlands belastingplichtige te zijn, uitgaat boven de begrenzingen bedoeld in de artikelen 18a, zevende lid, 18b, zevende lid, 18c, vijfde lid, 18d, 18e, 18f en 38a van de Wet op de loonbelasting 1964, af te kopen en de afkoopsom aan de rechthebbende ter hand te stellen.

Paragraaf

4

Gewezen deelnemer

Artikel

19

Gewezen deelnemer in de artikelen 44 en 45 van de wet

Voor de toepassing van de artikelen 44 en 45 van de wet wordt verstaan onder gewezen deelnemer: de persoon, die heeft deelgenomen aan de beroepspensioenregeling, voor zover hij na de beëindiging van de deelneming anders dan door overlijden of het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd een premievrije aanspraak op pensioen op grond van artikel 29 of 30 van de wet heeft verkregen en behouden jegens de pensioenuitvoerder of, ingeval artikel 57 van de wet toepassing heeft gevonden in die zin dat het beroepspensioenfonds het uit de aangegane pensioenverplichtingen voortspruitende risico heeft overgedragen aan een verzekeraar, jegens die verzekeraar.

Artikel

20

Gewezen deelnemer in artikel 45, derde lid, van de wet

Voor de toepassing van artikel 45, derde lid, van de wet wordt met gewezen deelnemer gelijk gesteld de gewezen echtgenoot bedoeld in artikel 34, eerste lid, van de wet vanaf het tijdstip waarop de deelnemer gewezen deelnemer is geworden of bedoeld in artikel 34, tweede lid, van de wet, voor zover die gewezen echtgenoot na de echtscheiding of de ontbinding van het huwelijk na scheiding van tafel en bed een premievrije aanspraak op weduwen- of weduwnaarspensioen heeft verkregen en behouden jegens de pensioenuitvoerder of, ingeval artikel 57 van de wet toepassing heeft gevonden in die zin dat het beroepspensioenfonds het uit de aangegane pensioenverplichtingen voortspruitende risico heeft overgedragen aan een verzekeraar, jegens die verzekeraar.

Paragraaf

5

Kostenregeling

Artikel

21

Begroting De Nederlandsche Bank N.V.

Artikel

22

Vaststellen van de heffingsgrondslag

Artikel

23

Afwijkende regels vaststellen van de heffingsgrondslag

In afwijking van artikel 22, tweede lid:

  • a.

    kan De Nederlandsche Bank N.V. voor een door haar te bepalen tijdstip van een rechtspersoon een schriftelijke opgave van de heffingsgrondslag verlangen;

  • b.

    schat De Nederlandsche Bank N.V. ambtshalve de heffingsgrondslag, indien zij niet aan de staten of aan een opgave als bedoeld in onderdeel a, de benodigde gegevens kan ontlenen.

Artikel

24

In rekening brengen van kosten

Artikel

25

De aanslag

Paragraaf

6

Reken- en procedureregels recht op waardeoverdracht

Artikel

26

Rente, bedoeld in artikel 10, vierde lid, van het besluit

De rente, bedoeld in artikel 10, vierde lid, van het besluit wordt berekend aan de hand van het u-rendement, waarbij de periode wordt vastgesteld in volle maanden. Het aantal volle maanden wordt bepaald op het verschil in maanden en dagen tussen de overdrachtsdatum en de datum van betaling van de overdrachtswaarde, waarbij alle kalendermaanden op 30 dagen worden gesteld.

Artikel

27

Rente, bij waardeoverdracht van niet-reguliere naar reguliere regeling

Wanneer waardeoverdracht van een niet-reguliere naar een reguliere regeling plaatsvindt, rekent het overnemende uitvoeringsorgaan, met toepassing van artikel 26, terug welk deel van de afkoopsom als verschuldigde rente wordt aangemerkt over de periode tussen de betaaldatum en de overdrachtsdatum.

Artikel

28

Standaardtarief, bedoeld in artikel 12, eerste lid, van het besluit

Artikel

29

Berekening van pensioenaanspraken

Artikel

29a

Pensioenregeling in euro pensioenkapitaal

Artikel

30

Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2006.

Artikel

31

Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als Regeling verplichte beroepspensioenregeling.

Deze regeling zal met de toelichting en de bijlage in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, A.J. deGeus

Bijlage

bij de Regeling verplichte beroepspensioenregeling, bedoeld in de artikelen 28, eerste, tweede en vierde lid, en 29, eerste lid.

Artikel 1

Vervallen.

Artikel 2

  • 1.

    De formules voor de berekening van de pensioenaanspraken, bedoeld in artikel 29, eerste lid, luiden als volgt:

  • 2.

    De in het eerste lid gebruikte symbolen en afkortingen hebben de volgende betekenis:

    a: de verhouding nabestaandenpensioen/ouderdomspensioen in de regeling ondergebracht bij het overnemende uitvoeringsorgaan, zoals deze voor de rechthebbende geldt op de overdrachtsdatum;

    β: de verhouding tussen een eventuele andere pensioenvorm en het ouderdomspensioen, zonodig berekend uit de totale aanspraken (zonder overdracht) volgens de regeling ondergebracht bij het overnemende uitvoeringsorgaan, zoals deze voor de rechthebbende geldt op de overdrachtsdatum;

    OP: ouderdomspensioen;

    NP: nabestaandenpensioen;

    OV: overige pensioenvormen;

    OW: overdrachtswaarde;

    kps-OP: de contantewaardefactor voor ouderdomspensioen volgens het standaardtarief;

    kps-NP: de contantewaardefactor voor nabestaandenpensioen volgens het standaardtarief;

    kps-OV: de contantewaardefactor voor overige pensioenvormen volgens het standaardtarief.

  • 3.

    Wanneer in het eerste lid aan OP, NP en OV de letters nw zijn toegevoegd, betekent dit dat het pensioenaanspraken in de regeling bij het overnemende uitvoeringsorgaan ondergebracht uit hoofde van de waardeoverdracht betreft.

Artikel 3

Vervallen.

Artikel 4

  • 1.

    De gehuwdheidsfrequenties, bedoeld in artikel 28, zesde lid, luiden als volgt:

    x < 18

    0

    0

    18 ≤ x < 25

    0,01 + 0,07 (x–18)

    0,05 + 0,10 (x–18)

    25 ≤ x < 30

    0,50 + 0,04 (x–25)

    0,75 + 0,02 (x–25)

    30 ≤ x < 35

    0,50 + 0,04 (x–25)

    0,85

    35 ≤ x < 50

    0,90

    0,85

    50 ≤ x < 65

    0,90

    0,85 – 0,01 (x–50)

  • 2.

    In het eerste lid betekent de aanduiding ‘x’: de leeftijd van de deelnemer.