Besluit van 19 december 2005, houdende regels inzake een vrijwillige verzekering op grond van de Algemene Ouderdomswet en de Algemene nabestaandenwet voor in de Europese Unie wonende uitkeringsgerechtigden over een periode gelegen voor 1 januari 2006 (Besluit vrijwillige verzekering AOW en ANW voor in de Europese Unie wonende uitkeringsgerechtigden)

Besluit vrijwillige verzekering AOW en ANW voor in de Europese Unie wonende uitkeringsgerechtigden

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, van 24 november 2005, nr. SV/V&V/05/96011;
De Raad van State gehoord (advies van 8 december 2005, No. W12.05.0525/IV);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, van 15 december 2005, nr. SV/V&V/05/102207;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel

1

Begripsbepalingen

Artikel

2

Vrijwillige verzekering AOW

Artikel

3

Vrijwillige verzekering ANW

Artikel

4

Aanvraag

De gewezen verzekerde die van de vrijwillige verzekering, bedoeld in de artikelen 2 of 3, gebruik wil maken, dient daartoe binnen twee jaar na de datum van inwerkingtreding van dit besluit een aanvraag in bij de SVB.

Artikel

5

Eindigingsgronden vrijwillige verzekering AOW

De vrijwillige verzekering, bedoeld in artikel 2, eindigt met ingang van 1 januari 2006, dan wel indien dit tijdstip eerder ligt met ingang van;

  • a.

    de dag, waarop de gewezen verzekerde 65 jaar is geworden;

  • b.

    de dag, waarop de gewezen verzekerde AOW weer verplicht verzekerd is geworden op grond van de AOW;

  • c.

    de laatste dag van de periode waarover vanaf de dag na beëindiging van de verplichte verzekering geacht wordt premie te zijn betaald, voorzover na een door de SVB gestelde termijn waarbinnen de verschuldigde premie dient te worden betaald, de betaling niet of niet geheel heeft plaatsgevonden; of

  • d.

    de dag volgend op de laatste dag van een door de SVB gestelde termijn waarbinnen de gewezen verzekerde AOW de van hem, in verband met de toepassing van dit besluit, verlangde inlichtingen dient te verstrekken, indien de gewezen verzekerde AOW die gegevens niet heeft verstrekt, tenzij de gewezen verzekerde AOW aannemelijk maakt dat dat hem niet in overwegende mate kan worden verweten.

Artikel

6

Eindigingsgronden vrijwillige verzekering ANW

De vrijwillige verzekering, bedoeld in artikel 3, eindigt met ingang van 1 januari 2006, dan wel indien dit tijdstip eerder ligt, met ingang van

  • a.

    de dag, waarop de gewezen verzekerde is overleden;

  • b.

    de dag, waarop de gewezen verzekerde ANW verplicht verzekerd is geworden op grond van de ANW;

  • c.

    de laatste dag van de periode waarover vanaf de dag na beëindiging van de verplichte verzekering geacht wordt premie te zijn betaald, voorzover na een door de SVB gestelde termijn waarbinnen de verschuldigde premie dient te worden betaald, de betaling niet of niet geheel heeft plaatsgevonden; of

  • d.

    de dag volgend op de laatste dag van een door de SVB gestelde termijn waarbinnen de gewezen verzekerde ANW de van hem, in verband met de toepassing van dit besluit, verlangde inlichtingen dient te verstrekken, indien de gewezen verzekerde ANW die gegevens niet heeft verstrekt, tenzij de gewezen verzekerde ANW aannemelijk maakt dat dat hem niet in overwegende mate kan worden verweten.

Artikel

7

Mededeling SVB inzake premie

Vervallen

Artikel

8

Vaststelling premietarief, premie-inkomen en premiebetaling

Artikel

9

Premierestitutie

Artikel

10

Evenredige vermindering

Voorzover de premiebetaling slechts betrekking heeft op een gedeelte van een kalenderjaar ondergaat de premie een naar tijdsruimte evenredige vermindering.

Artikel

13

Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2006.

Artikel

14

Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit vrijwillige verzekering AOW en ANW voor in de Europese Unie wonende uitkeringsgerechtigden.

Lasten en bevelen dat dit besluit met daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

’s-Gravenhage
Beatrix
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid , H. A. L. van Hoof
De Minister van Justitie , J. P. H. Donner