Besluit van 19 december 2005, houdende regels inzake een vrijwillige verzekering op grond van de Algemene Ouderdomswet en de Algemene nabestaandenwet voor in de Europese Unie wonende uitkeringsgerechtigden over een periode gelegen voor 1 januari 2006 (Besluit vrijwillige verzekering AOW en ANW voor in de Europese Unie wonende uitkeringsgerechtigden)
Besluit vrijwillige verzekering AOW en ANW voor in de Europese Unie wonende uitkeringsgerechtigden
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, van 24 november 2005, nr. SV/V&V/05/96011;
De gewezen verzekerde AOW, van 15 jaar of ouder kan zich, zolang hij de leeftijd van 65 jaar nog niet heeft bereikt, overeenkomstig de artikelen 2 tot en met 10 van dit besluit vrijwillig verzekeren over een tijdvak ingaande op de dag waarop de verplichte verzekering is geëindigd en eindigend uiterlijk op 31 december 2005.
2
Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de gewezen verzekerde AOW die op de dag van inwerkingtreding van dit besluit de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt en op grond daarvan recht heeft dan wel aanspraak maakt op een ouderdomspensioen als bedoeld in artikel 7 van de AOW, met dien verstande dat de vrijwillige verzekering alleen betrekking heeft op tijdvakken gelegen voorafgaand aan de dag waarop betrokkene 65 jaar is geworden.
De gewezen verzekerde ANW, kan zich overeenkomstig de artikelen 2 tot en met 10 van dit besluit vrijwillig verzekeren over een periode ingaande op de dag na de dag waarop de verplichte verzekering is geëindigd en eindigend uiterlijk op 31 december 2005.
2
Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de nabestaande of een ouderloos kind van de gewezen verzekerde ANW, indien die gewezen verzekerde ANW op een dag gelegen voor 1 januari 2006 is overleden. Het tijdvak dat in aanmerking komt voor vrijwillige verzekering, bedoeld in de vorige zin, behelst dan de periode vanaf de eerste dag waarop de verplichte verzekering van de gewezen verzekerde ANW is geëindigd, tot en met de dag van het overlijden van de gewezen verzekerde ANW.
Artikel
4
Aanvraag
De gewezen verzekerde die van de vrijwillige verzekering, bedoeld in de artikelen 2 of 3, gebruik wil maken, dient daartoe binnen twee jaar na de datum van inwerkingtreding van dit besluit een aanvraag in bij de SVB.
De vrijwillige verzekering, bedoeld in artikel 2, eindigt met ingang van 1 januari 2006, dan wel indien dit tijdstip eerder ligt met ingang van;
a.
de dag, waarop de gewezen verzekerde 65 jaar is geworden;
b.
de dag, waarop de gewezen verzekerde AOW weer verplicht verzekerd is geworden op grond van de AOW;
c.
de laatste dag van de periode waarover vanaf de dag na beëindiging van de verplichte verzekering geacht wordt premie te zijn betaald, voorzover na een door de SVB gestelde termijn waarbinnen de verschuldigde premie dient te worden betaald, de betaling niet of niet geheel heeft plaatsgevonden; of
d.
de dag volgend op de laatste dag van een door de SVB gestelde termijn waarbinnen de gewezen verzekerde AOW de van hem, in verband met de toepassing van dit besluit, verlangde inlichtingen dient te verstrekken, indien de gewezen verzekerde AOW die gegevens niet heeft verstrekt, tenzij de gewezen verzekerde AOW aannemelijk maakt dat dat hem niet in overwegende mate kan worden verweten.
De vrijwillige verzekering, bedoeld in artikel 3, eindigt met ingang van 1 januari 2006, dan wel indien dit tijdstip eerder ligt, met ingang van
a.
de dag, waarop de gewezen verzekerde is overleden;
b.
de dag, waarop de gewezen verzekerde ANW verplicht verzekerd is geworden op grond van de ANW;
c.
de laatste dag van de periode waarover vanaf de dag na beëindiging van de verplichte verzekering geacht wordt premie te zijn betaald, voorzover na een door de SVB gestelde termijn waarbinnen de verschuldigde premie dient te worden betaald, de betaling niet of niet geheel heeft plaatsgevonden; of
d.
de dag volgend op de laatste dag van een door de SVB gestelde termijn waarbinnen de gewezen verzekerde ANW de van hem, in verband met de toepassing van dit besluit, verlangde inlichtingen dient te verstrekken, indien de gewezen verzekerde ANW die gegevens niet heeft verstrekt, tenzij de gewezen verzekerde ANW aannemelijk maakt dat dat hem niet in overwegende mate kan worden verweten.
Artikel
7
Mededeling SVB inzake premie
Vervallen
Artikel
8
Vaststelling premietarief, premie-inkomen en premiebetaling
1
De gewezen verzekerde AOW en de gewezen verzekerde ANW, die door de SVB is toegelaten tot de vrijwillige verzekering, bedoeld in artikel 2 of artikel 3, is voor die verzekering AOW-premie respectievelijk ANW-premie verschuldigd.
De verschuldigde AOW-premie van de gewezen verzekerde AOW, bedoeld in artikel 2, tweede lid, kan in mindering worden gebracht op het bruto-ouderdomspensioen, bedoeld in artikel 9 van de AOW.
5
De verschuldigde ANW-premie van de gewezen verzekerde ANW, bedoeld in artikel 3, tweede lid, kan in mindering worden gebracht op de bruto-nabestaandenuitkering, bedoeld in artikel 17 van de ANW, dan wel op de bruto-wezenuitkering, bedoeld in artikel 29 van de ANW.
Artikel
9
Premierestitutie
1
Indien de gewezen verzekerde op de datum van inwerkingtreding van dit besluit vrijwillig verzekerd is of vrijwillig verzekerd is geweest op grond van het Besluit vrijwillige verzekering AOW en ANW of het Besluit vrijwillige verzekering AOW en ANW 2001, zijn de artikelen 5, 6, 8 en 12 op die verzekering van toepassing.
2
Indien bij toepassing van het eerste lid blijkt, dat de premie lager wordt vastgesteld dan de premie die is betaald en verschuldigd op grond van die besluiten, wordt het verschil door de SVB terugbetaald.
Voorzover de premiebetaling slechts betrekking heeft op een gedeelte van een kalenderjaar ondergaat de premie een naar tijdsruimte evenredige vermindering.
Artikel
11
Voortzetting vrijwillige verzekering vanaf 1 januari 2006