Regeling van de Minister van Economische Zaken van 20 december 2005, nr. WJZ 5725140, houdende de vaststelling van de Uitvoeringsregeling S&O-afdrachtvermindering 2006

Uitvoeringsregeling S&O-afdrachtvermindering 2006

Artikel

1

Artikel

2

Artikel

4

Vervallen

Artikel

5

Vervallen

Artikel

6

Vervallen

Artikel

7

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst of, indien dat later is, bij de inwerkingtreding van het Belastingplan 2006, met uitzondering van artikel 5, dat in werking treedt met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin deze regeling wordt geplaatst en terug werkt tot en met 4 december 2005.

Artikel

8

Deze regeling wordt aangehaald als: Uitvoeringsregeling S&O-afdrachtvermindering 2006.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlage 1 die ter inzage wordt gelegd bij SenterNovem, agentschap van het Ministerie van Economische Zaken, Dokter van Deenweg 108, Zwolle.

Den Haag
De Minister van Economische Zaken, L.J.Brinkhorst

Bijlage

2

  • 1.

    Het gemiddelde uurloon bedoeld in artikel 23, vierde lid, eerste volzin, van de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen, wordt berekend als A gedeeld door B, waarbij de uitkomst vervolgens naar boven wordt afgerond op een veelvoud van € 5.

    A = het loon genoten over de uren waarin speur- en ontwikkelingswerk is gerealiseerd waarvan blijkt uit de S&O-administratie over 2004.

    B = het aantal uren waarop het loon bedoeld onder A betrekking heeft.

  • 2.

    Het gemiddelde uurloon, bedoeld in artikel 23, vierde lid, tweede volzin, van de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen, wordt berekend als A gedeeld door B.

    A = het loon dat naar verwachting zal worden genoten over de uren waarin het blijkens de aanvraag voorgenomen speur- en ontwikkelingswerk zal worden verricht, verhoogd met

    • a.

      de tantièmes, gratificaties en andere beloningen die in de regel slechts eenmaal of eenmaal per jaar worden toegekend;

    • b.

      overwerkloon;

    • c.

      loon in de vorm van krachtens een publiekrechtelijke regeling of collectieve arbeidsovereenkomst regelmatig bij de betaling van het loon verstrekte vakantiebonnen, vakantietoeslagbonnen of van daarmee overeenkomende aanspraken, en

    • d.

      loon ter zake waarvan de belasting ingevolge artikel 31 van de Wet op de loonbelasting 1964 wordt geheven van de inhoudingsplichtige, voorzover sprake is van loon dat in geblokkeerde vorm wordt gespaard ingevolge een spaarloonregeling.

    B = het aantal uren waarop het loon bedoeld onder A betrekking heeft.