De Minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties,
Besluit:
Artikel
1
In dit besluit wordt verstaan onder:
a.
commissie: de commissie rechtsbescherming non-discriminatiegronden artikel 1 Grondwet;
b.
minister: de Minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties.
Artikel
2
Er is een commissie rechtsbescherming non-discriminatiegronden artikel 1 Grondwet.
Artikel
3
De commissie heeft tot taak:
a.
onderzoek te doen naar de vraag, of er in de juridische praktijk meer materiële rechtsbescherming wordt geboden door non-discriminatiegronden die wel in artikel 1 van de Grondwet worden genoemd dan door gronden die daarin niet worden genoemd;
b.
het uitbrengen van een rapport waarin gemotiveerd wordt beschreven wat het antwoord op deze vraag naar het oordeel van de commissie is.
Artikel
4
1
De commissie bestaat uit drie leden: de heer E.A. Alkema, de heer J.L.R.A. Huydecoper en de heer M.F. Vermaat.
2
De commissie wordt bijgestaan door een ambtelijk secretaris.
Artikel
5
1
De commissie brengt uiterlijk op 15 maart 2006 haar rapport uit aan de minister.
2
Na het uitbrengen van het rapport door de commissie wordt zij opgeheven.
De leden van de commissie ontvangen voor hun werkzaamheden een vergoeding van € 200,– per vergadering.
Artikel
7
De archiefbescheiden van de commissie worden na opheffing, of zo de omstandigheden daartoe eerder aanleiding geven, zoveel eerder, overgebracht naar het archief van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
Artikel
8
Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 2 november 2005.
De Minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties, A.Pechtold