Regeling van de Minister van Buitenlandse Zaken van 8 april 2006, nr. DJZ/BR/0386-06, houdende bepaalde restrictieve maatregelen ten aanzien van Oezbekistan
Sanctieregeling Oezbekistan 2006
De Minister van Buitenlandse Zaken,
Handelende in overeenstemming met de Staatssecretaris van Economische Zaken;
Gelet op Verordening (EG) nr. 1859/2005 van de Raad van de Europese Unie van 14 november 2005 tot vaststelling van bepaalde specifieke beperkende maatregelen met betrekking tot Oezbekistan (Pb EG L 299);
Gelet op Gemeenschappelijk Standpunt nr. 2005/792/CFSP van de Raad van de Europese Unie van 14 november 2005 met betrekking tot restrictieve maatregelen tegen Oezbekistan (Pb EG L 299);
Het is verboden te handelen in strijd met de artikelen 2 en 3 van Verordening (EG) nr. 1859/2005 van de Raad van de Europese Unie van 14 november 2005 tot vaststelling van bepaalde specifieke beperkende maatregelen met betrekking tot Oezbekistan.
2
Het verbod, bedoeld in het eerste lid, geldt niet in gevallen waarin de artikelen 4 of 5 van Verordening (EG) nr. 1859/2005 van toepassing zijn.
Artikel
2
1
Het is verboden om paramilitaire uitrusting en wapens, munitie, militaire voertuigen, militaire uitrusting en goederen, alsmede militaire technologie, aangewezen in de bijlage bij het In- en uitvoerbesluit strategische goederen, dan wel onderdelen daarvan, te verkopen, te leveren, over te dragen of uit te voeren aan personen, entiteiten of lichamen in Oezbekistan of voor gebruik in Oezbekistan.
2
Het eerste lid is niet van toepassing op de verkoop, levering, overdracht, uitvoer of verstrekking, met vooraf verleende ontheffing van de bevoegde autoriteit, genoemd in bijlage II bij Gemeenschappelijk Standpunt nr. 2005/792/CFSP, van:
a.
niet-letale militaire uitrusting uitsluitend bestemd voor humanitair gebruik of beschermingsdoeleinden of voor programma’s voor institutionele versterking van de Verenigde Naties, de Europese Unie en de Gemeenschap en materieel bedoeld voor crisisbeheersingsoperaties van de Verenigde Naties en de Europese Unie;
b.
wapens en uitrusting, genoemd in bijlage I bij Gemeenschappelijk Standpunt nr. 2005/792/CFSP, voor de troepen in Oezbekistan die medewerking verlenen aan de ‘International Security Assistance Force’ (ISAF) en ‘Operation Enduring Freedom’ (OEF);
c.
uitrusting, genoemd in bijlage I bij Gemeenschappelijk Standpunt nr. 2005/792/CFSP, die voor binnenlandse repressie zou kunnen worden gebruikt, uitsluitend bestemd voor humanitaire en beschermende doeleinden; en
d.
financieringsmiddelen, financiële bijstand of technische bijstand in verband met de uitrusting, bedoeld in de onderdelen a, b en c.
3
Het eerste lid is niet van toepassing op de tijdelijke uitvoer van beschermende kleding voor persoonlijk gebruik, met inbegrip van scherfwerende vesten en militaire helmen, door personeel van de Verenigde Naties, de Europese Unie, de Gemeenschap of haar lidstaten, vertegenwoordigers van de media, of medewerkers van humanitaire organisaties en ontwikkelingswerkers en aanverwant personeel.
Artikel
3
Deze regeling wordt aangehaald als: Sanctieregeling Oezbekistan 2006.
Artikel
4
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.