Regeling van de Ministers van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, M. van der Laan, van 14 april 2006, nr. DJZ2006249520, Directie Juridische Zaken, Afdeling Wetgeving, houdende nadere regels over de te geven inrichting aan de opleidingen tot architect, stedenbouwkundige, tuin- en landschapsarchitect en interieurarchitect (Nadere regeling inrichting opleidingen architect, stedenbouwkundige, tuin- en landschapsarchitect en interieurarchitect)

Nadere regeling inrichting opleidingen architect, stedenbouwkundige, tuin- en landschapsarchitect en interieurarchitect

De Ministers van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Besluiten:

Hoofdstuk

I

Begripsbepalingen

Hoofdstuk

II

Voorschriften omtrent de inrichting welke degene die inschrijving in het register als architect wenst te verkrijgen, aan zijn of haar opleiding moet hebben gegeven

Artikel

2

Voorschriften inrichting opleiding architect

Artikel

3

Opleidingen die aan voorschriften inrichting voldoen

Aan artikel 2 wordt in elk geval voldaan door degene die in het bezit is van:

  • a.

    het getuigschrift van het met goed gevolg afgelegd afsluitend examen van de Masteropleiding Architecture, variant Architecture, de Masteropleiding Architecture, Building and Planning, variant Architecture, dan wel de Masteropleiding Architecture, Urbanism and Building Sciences, variant Architecture, aan de Technische Universiteit Delft, verworven na het met goed gevolg doorlopen van de bacheloropleiding op het gebied van de bouwkunde, leidend tot de graad van Bachelor of Science, dan wel van een opleiding waarin kwaliteiten op het gebied van kennis, inzicht en vaardigheden zijn verworven die overeenkomen met die verworven bij beëindiging van genoemde bacheloropleiding;

  • b.

    het getuigschrift van het met goed gevolg afgelegd afsluitend examen van de Masteropleiding Architecture, Building and Planning, mastertrack Architecture, aan de Technische Universiteit Eindhoven, verworven na het met goed gevolg doorlopen van de bacheloropleiding op het gebied van de bouwkunde, leidend tot de graad van Bachelor of Science, dan wel van een opleiding waarin kwaliteiten op het gebied van kennis, inzicht en vaardigheden zijn verworven die overeenkomen met die verworven bij beëindiging van genoemde bacheloropleiding;

  • c.

    het getuigschrift van het met goed gevolg afgelegd afsluitend examen van de Masteropleiding Architectuur aan de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten, afgegeven door de examencommissie van de Academie van Bouwkunst Amsterdam;

  • d.

    het getuigschrift van het met goed gevolg afgelegd afsluitend examen van de Masteropleiding Architectuur aan de Hogeschool Rotterdam, afgegeven door de examencommissie van de Academie van Bouwkunst Rotterdam;

  • e.

    het getuigschrift van het met goed gevolg afgelegd afsluitend examen van de Masteropleiding Architectuur aan de Fontys Hogescholen Tilburg, afgegeven door de examencommissie van de Fontys Academie voor Architectuur en Stedenbouw te Tilburg;

  • f.

    het getuigschrift van het met goed gevolg afgelegd afsluitend examen van de Masteropleiding Architectuur aan ArtEZ hogeschool voor de kunsten, afgegeven door de examencommissie van de Academie van Bouwkunst Arnhem;

  • g.

    het getuigschrift van het met goed gevolg afgelegd afsluitend examen van de Masteropleiding Architectuur aan de Hanzehogeschool Groningen, afgegeven door de examencommissie van de Academie van Bouwkunst Groningen, of

  • h.

    het getuigschrift van het met goed gevolg afgelegd afsluitend examen van de Masteropleiding Architectuur aan de Hogeschool Zuyd, afgegeven door de examencommissie van de Academie van Bouwkunst Maastricht.

Artikel

4

Oude opleidingen die aan voorschriften inrichting voldoen

Voor inschrijving in het register komt eveneens in aanmerking degene die in het bezit is van:

  • a.

    het getuigschrift van het met goed gevolg afgelegd doctoraal examen in de bouwkunde, afgegeven door de afdeling bouwkunde van de Technische Hogeschool dan wel Universiteit te Delft onderscheidenlijk te Eindhoven, indien betrokkene voor of in het studiejaar 1987–1988 een aanvang heeft gemaakt met de studie voor dat getuigschrift;

  • b.

    het door de Faculteit Bouwkunde van de Technische Universiteit te Delft afgegeven getuigschrift van het met goed gevolg afgelegd doctoraal examen in de bouwkunde, omvattende de afstudeerrichting architectuur;

  • c.

    het door de Faculteit Bouwkunde van de Technische Universiteit te Eindhoven afgegeven getuigschrift van het met goed gevolg afgelegd doctoraal examen in de bouwkunde, omvattende de differentiatie architectuur en urbanistiek, indien betrokkene in de studiejaren 1988–1989 tot en met 1992–1993 een aanvang heeft gemaakt met de studie voor dat getuigschrift, of de afstudeerdifferentiatie architectuur, indien betrokkene met ingang van of na het studiejaar 1993–1994 een aanvang heeft gemaakt met de studie voor dat getuigschrift;

  • d.

    het door de Faculteit Bouwkunde van de Technische Universiteit te Eindhoven afgegeven getuigschrift van het met goed gevolg afgelegd doctoraal examen in de bouwkunde, omvattende de afstudeerrichting architectuur;

  • e.

    het op grond van artikel 29 van de Wet op het voortgezet onderwijs uitgereikte diploma van het met goed gevolg afgelegd eindexamen van de afdeling architectuur aan:

    • 1°.

      de Academie van Bouwkunst te Amsterdam;

    • 2°.

      de Academie van Bouwkunst te Rotterdam;

    • 3°.

      de Academie van Bouwkunst dan wel de Academie voor Architectuur en Stedebouw te Tilburg;

    • 4°.

      de Academie van Bouwkunst te Arnhem;

    • 5°.

      de Academie van Bouwkunst te Groningen of

    • 6°.

      de (Limburgse) Academie van Bouwkunst te Maastricht;

  • f.

    het getuigschrift van het met goed gevolg afgelegd examen, verbonden aan de opleiding van de tweede fase, opleiding voor beroepen op het terrein van architectuur, aan een in onderdeel e genoemde Academie van Bouwkunst dan wel aan een Hogeschool waarvan die Academie deel uitmaakt;

  • g.

    het getuigschrift van het met goed gevolg afgelegd afsluitend examen van de deeltijdse voortgezette opleiding op het terrein van de architectuur aan de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten, afgegeven door de desbetreffende examencommissie te Amsterdam;

  • h.

    het getuigschrift van het met goed gevolg afgelegd afsluitend examen van de deeltijdse voortgezette opleiding bouwkunst op het terrein van de architectuur aan de Hogeschool Rotterdam, afgegeven door de desbetreffende examencommissie te Rotterdam;

  • i.

    het getuigschrift van het met goed gevolg afgelegd afsluitend examen van de deeltijdse voortgezette opleiding bouwkunst op het terrein van de architectuur aan de Hanzehogeschool Groningen of de rechtsvoorgangers daarvan, afgegeven door de desbetreffende examencommissie van de Hanzehogeschool te Groningen of de rechtsvoorgangers daarvan;

  • j.

    het getuigschrift van het met goed gevolg afgelegd afsluitend examen van de deeltijdse voortgezette opleiding bouwkunst op het terrein van de architectuur aan ArtEZ, Hogeschool voor Beeldende Kunst en Vormgeving, Bouwkunst, Muziek en Theater, afgegeven door de desbetreffende examencommissie te Arnhem;

  • k.

    het getuigschrift van het met goed gevolg afgelegd afsluitend examen van de deeltijdse voortgezette opleiding bouwkunst op het terrein van de architectuur aan de Fontys Hogescholen Tilburg, afgegeven door de desbetreffende examencommissie te Tilburg, of

  • l.

    het getuigschrift van het met goed gevolg afgelegd afsluitend examen van de deeltijdse voortgezette opleiding bouwkunst op het terrein van de architectuur aan de Hogeschool Zuyd, afgegeven door de desbetreffende examencommissie te Maastricht.

Hoofdstuk

III

Voorschriften omtrent de inrichting welke degene die inschrijving in het register als stedenbouwkundige wenst te verkrijgen, aan zijn of haar opleiding moet hebben gegeven

Artikel

5

Voorschriften inrichting opleiding stedenbouwkundige

Artikel

6

Opleidingen die aan voorschriften inrichting voldoen

Aan artikel 5 wordt in elk geval voldaan door degene die in het bezit is van:

  • a.

    het getuigschrift van het met goed gevolg afgelegd afsluitend examen van de Masteropleiding Architecture, variant Urbanism, de Masteropleiding Architecture, Building and Planning, variant Urbanism, dan wel de Masteropleiding Architecture, Urbanism and Building Sciences, variant Urbanism, aan de Technische Universiteit Delft, verworven na het met goed gevolg doorlopen van de bacheloropleiding op het gebied van de bouwkunde, leidend tot de graad van Bachelor of Science, dan wel van een opleiding waarin kwaliteiten op het gebied van kennis, inzichten en vaardigheden zijn verworven die overeenkomen met die verworven bij beëindiging van genoemde bacheloropleiding;

  • b.

    het getuigschrift van het met goed gevolg afgelegd afsluitend examen van de Masteropleiding Architecture, Building and Planning, mastertrack Urban Design and Planning, aan de Technische Universiteit Eindhoven, verworven na het met goed gevolg doorlopen van de bacheloropleiding op het gebied van de bouwkunde, leidend tot de graad van Bachelor of Science, dan wel van een opleiding waarin kwaliteiten op het gebied van kennis, inzichten en vaardigheden zijn verworven die overeenkomen met die verworven bij beëindiging van genoemde bacheloropleiding;

  • c.

    het getuigschrift van het met goed gevolg afgelegd afsluitend examen van de Masteropleiding Stedenbouw aan de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten, afgegeven door de examencommissie van de Academie van Bouwkunst Amsterdam;

  • d.

    het getuigschrift van het met goed gevolg afgelegd afsluitend examen van de Masteropleiding Stedenbouw aan de Hogeschool Rotterdam, afgegeven door de examencommissie van de Academie van Bouwkunst Rotterdam, of

  • e.

    het getuigschrift van het met goed gevolg afgelegd afsluitend examen van de Masteropleiding Stedenbouw aan de Fontys Hogescholen Tilburg, afgegeven door de examencommissie van de Academie voor Architectuur en Stedenbouw te Tilburg.

Artikel

7

Oude opleidingen die aan voorschriften inrichting voldoen

Voor inschrijving in het register komt eveneens in aanmerking degene die in het bezit is van:

  • a.

    het op grond van artikel 29 van de Nijverheidsonderwijswet uitgereikte einddiploma Stedenbouwkundig Hoger Onderricht;

  • b.

    het op grond van artikel 29 van de Wet op het voortgezet onderwijs uitgereikte einddiploma Stedenbouwkundig Hoger Onderricht;

  • c.

    het getuigschrift van het met goed gevolg afgelegd doctoraal examen in de bouwkunde, met specialisatie in de stedenbouwkunde, aan de Technische Hogeschool dan wel Universiteit te Delft, indien betrokkene voor of in het studiejaar 1981–1982 een aanvang gemaakt heeft met de studie voor dat getuigschrift;

  • d.

    het door de Faculteit Bouwkunde van de Technische Universiteit te Delft afgegeven getuigschrift van het met goed gevolg afgelegd doctoraal examen in de bouwkunde, omvattende de afstudeerrichting stedenbouwkunde;

  • e.

    het getuigschrift van het met goed gevolg afgelegd doctoraal examen in de bouwkunde, afstudeerrichting urbanistiek en ruimtelijke organisatie dan wel differentiatie stedenbouwkundig ontwerpen aan de Technische Hogeschool dan wel Universiteit te Eindhoven, indien betrokkene voor of in het studiejaar 1985–1986 een aanvang gemaakt heeft met de studie voor dat getuigschrift;

  • f.

    het getuigschrift van het met goed gevolg afgelegd doctoraal examen in de bouwkunde, afstudeerdifferentiatie stedenbouw, aan de Technische Universiteit te Eindhoven, indien betrokkene met ingang van of na het studiejaar 1993–1994 een aanvang gemaakt heeft met de studie voor dat getuigschrift;

  • g.

    het door de Faculteit Bouwkunde van de Technische Universiteit te Eindhoven afgegeven getuigschrift van het met goed gevolg afgelegd doctoraal examen in de bouwkunde, omvattende de afstudeerrichting stedenbouw;

  • h.

    het op grond van artikel 29 van de Wet op het voortgezet onderwijs uitgereikte diploma van het met goed gevolg afgelegd eindexamen van de afdeling stedenbouwkunde aan:

    • 1°.

      de Academie van Bouwkunst te Amsterdam;

    • 2°.

      de Academie van Bouwkunst te Rotterdam;

    • 3°.

      de Academie van Bouwkunst dan wel de Academie voor Architectuur en Stedebouw te Tilburg;

  • i.

    het getuigschrift van het met goed gevolg afgelegd examen, verbonden aan de opleiding van de tweede fase, opleiding voor beroepen op het terrein van stedenbouw, aan een in onderdeel h genoemde Academie van Bouwkunst dan wel aan een Hogeschool waarvan de Academie deel uitmaakt.

  • j.

    het getuigschrift van het met goed gevolg afgelegd afsluitend examen van de deeltijdse voortgezette opleiding bouwkunst op het terrein van de stedenbouwkunde aan de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten, afgegeven door de desbetreffende examencommissie te Amsterdam;

  • k.

    het getuigschrift van het met goed gevolg afgelegd afsluitend examen van de deeltijdse voortgezette opleiding bouwkunst op het terrein van de stedenbouwkunde aan de Hogeschool Rotterdam, afgegeven door de desbetreffende examencommissie te Rotterdam, of

  • l.

    het getuigschrift van het met goed gevolg afgelegd afsluitend examen van de deeltijdse voortgezette opleiding bouwkunst op het terrein van de stedenbouwkunde aan de Fontys Hogescholen Tilburg, afgegeven door de desbetreffende examencommissie te Tilburg.

Hoofdstuk

IV

Voorschriften omtrent de inrichting welke degene die inschrijving in het register als tuin- en landschapsarchitect wenst te verkrijgen, aan zijn of haar opleiding moet hebben gegeven

Artikel

8

Voorschriften inrichting opleiding tuin- en landschapsarchitect

Artikel

9

Opleidingen die aan voorschriften inrichting voldoen

Aan artikel 8 wordt in elk geval voldaan door degene die in het bezit is van:

  • a.

    het getuigschrift van het met goed gevolg afgelegd afsluitend examen van de Masteropleiding Landscape, Planning and Design, mits in de bijlage bij het getuigschrift is vermeld dat is voldaan aan artikel 8, dan wel het getuigschrift van de Masteropleiding Landscape Architecture and Planning, specialisatie landscape architecture, aan de Wageningen Universiteit, verworven na het met goed gevolg doorlopen van de bacheloropleiding op het gebied van de Landschapsarchitectuur, leidend tot de graad van Bachelor of Science, dan wel van een opleiding waarin kwaliteiten op het gebied van kennis, inzichten en vaardigheden zijn verworven die overeenkomen met die verworven bij beëindiging van genoemde bacheloropleiding, of

  • b.

    het getuigschrift van het met goed gevolg afgelegd afsluitend examen van de Masteropleiding Landschapsarchitectuur aan de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten, afgegeven door de examencommissie van de Academie voor Bouwkunst Amsterdam.

Artikel

10

Oude opleidingen die aan voorschriften inrichting voldoen

Voor inschrijving in het register komt eveneens in aanmerking degene die in het bezit is van:

  • a.

    het getuigschrift van het met goed gevolg afgelegd examen in de tuin- en landschapsarchitectuur T 11, X, XIII of NM 20 aan de Landbouwhogeschool te Wageningen;

  • b.

    het getuigschrift van het met goed gevolg afgelegd examen in de landschapsarchitectuur L 11, omvattende de oriëntatie urbaan, ruraal of landschapsarchitectuur in de niet gematigde klimaten, aan de Landbouwuniversiteit te Wageningen;

  • c.

    het getuigschrift van het met goed gevolg afgelegd doctoraal examen Landinrichtingswetenschappen L 30 met specialisatie in de landschapsarchitectuur aan de Wageningen Universiteit;

  • d.

    het getuigschrift van het met goed gevolg afgelegd doctoraal examen Landinrichting L I met specialisatie in de landschapsarchitectuur aan de Wageningen Universiteit;

  • e.

    het getuigschrift van het met goed gevolg afgelegd examen, verbonden aan de opleiding van de tweede fase, opleiding voor beroepen op het terrein van landschapsarchitectuur, aan de Academie van Bouwkunst te Amsterdam, of

  • f.

    het getuigschrift van het met goed gevolg afgelegd doctoraal examen van de deeltijdse voortgezette opleiding op het terrein van de landschapsarchitectuur aan de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten, afgegeven door de desbetreffende examencommissie te Amsterdam.

Hoofdstuk

V

Voorschriften omtrent de inrichting welke degene die inschrijving in het register als interieurarchitect wenst te verkrijgen, aan zijn of haar opleiding moet hebben gegeven

Artikel

11

Voorschriften inrichting opleiding interieurarchitect

Artikel

12

Opleidingen die aan voorschriften inrichting voldoen

Aan artikel 11 wordt in elk geval voldaan door degene die in het bezit is van een getuigschrift van het met goed gevolg afgelegd examen, verbonden aan de bacheloropleiding Vormgeving, uitstroomprofiel Ruimtelijk Ontwerp, met in de bijlage van het getuigschrift de vermelding dat is voldaan aan artikel 11, afgegeven door:

  • a.

    de Gerrit Rietveld Academie;

  • b.

    ArtEZ hogeschool voor de kunsten;

  • c.

    de Avans Hogeschool;

  • d.

    de Hogeschool van Beeldende Kunsten, Muziek en Dans;

  • e.

    de Hanzehogeschool Groningen;

  • f.

    de Hogeschool Zuyd;

  • g.

    de Hogeschool Rotterdam of

  • h.

    de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht.

Artikel

13

Oude opleidingen die aan voorschriften inrichting voldoen

Voor de inschrijving in het register komt eveneens in aanmerking degene die in het bezit is van:

  • a.

    het getuigschrift van het met goed gevolg afgelegd examen op het gebied van de interieurarchitectuur, afgegeven door:

    • 1°.

      de Gerrit Rietveld Academie;

    • 2°.

      de Hogeschool voor de Kunsten Arnhem;

    • 3°.

      de Chr. Hogeschool voor de Kunsten ‘Constantijn Huygens’;

    • 4°.

      het Instituut voor Hoger Beeldend Kunstonderwijs Oost-Nederland;

    • 5°.

      de Hogeschool Brabant;

    • 6°.

      de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten;

    • 7°.

      de Rijkshogeschool Groningen;

    • 8°.

      de Rijkshogeschool Maastricht;

    • 9°.

      de Hogeschool Rotterdam en Omstreken of

    • 10°.

      de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht,

    dan wel een van de instellingen waaruit de genoemde instellingen ontstaan zijn, of

  • b.

    het op grond van artikel 29 van de Nijverheidsonderwijswet, artikel 29 van de Wet op het voortgezet onderwijs of artikel 34, derde lid, van de Wet op het hoger beroepsonderwijs uitgereikte einddiploma van een Academie voor Beeldende kunsten, afdeling architectonische vormgeving, waarop is aangeduid dat het examen betrekking had op de interieurvormgeving.

Hoofdstuk

VI

Slotbepalingen

Artikel

15

Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking op het tijdstip waarop de wet van 9 maart 2006 tot wijziging van de Wet op de architectentitel in verband met de invoering van de bachelor-masterstructuur in het hoger onderwijs in werking treedt en werkt terug tot en met 1 september 2002. Indien de dagtekening van de Staatscourant waarin deze regeling wordt geplaatst samenvalt met of een latere datum is dan de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin de in de eerste zin bedoelde wijzigingswet wordt geplaatst, treedt deze regeling in werking met ingang van de tweede dag na die dagtekening en werkt zij terug tot en met 1 september 2002.

Artikel

16

Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Nadere regeling inrichting opleidingen architect, stedenbouwkundige, tuin- en landschapsarchitect en interieurarchitect.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst en tevens worden bekendgemaakt in ‘Uitleg OCW-Regelingen’.

Den Haag
De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, S.M.Dekker
De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, C.P.Veerman
De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, M.C. van derLaan