Besluit mandaat en machtiging Stadsgewest Haaglanden en Stadsregio Rotterdam inzake RandstadRail

Besluit mandaat en machtiging Stadsgewest Haaglanden en Stadsregio Rotterdam inzake RandstadRail

De Minister van Verkeer en Waterstaat,
Gezien de schriftelijke instemming van de voorzitter van het dagelijks bestuur van het Stadsgewest Haaglanden en de voorzitter van het dagelijks bestuur van de Stadsregio Rotterdam, als bedoeld in artikel 10:4, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, bij brief van SR/2006/1597/pv en sh06.968;

Besluit:

Artikel

2

Artikel

3

Artikel

4

Bij elke beslissing op bezwaar wordt vermeld dat belanghebbenden binnen zes weken na de dag waarop de beslissing op bezwaar bekend gemaakt is, beroep kunnen instellen bij de sector Bestuursrecht van de rechtbank die op grond van artikel 8:7, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht ter zake bevoegd is.

Artikel

5

Een besluit als bedoeld in de artikelen 2 en 3 vermeldt aan het slot:

‘De Minister van Verkeer en Waterstaat,

namens deze:’

gevolgd door de functieaanduiding, de handtekening en de naam van de betrokken functionaris.

Artikel

6

Dit besluit treedt in werking met ingang van 5 juni 2006 met uitzondering van het gedeelte Den Haag Centraal–Den Haag Laan van NOI dat in werking treedt op 15 juli 2006.

Artikel

7

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit mandaat en machtiging Stadsgewest Haaglanden en Stadsregio Rotterdam inzake RandstadRail.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst en in afschrift worden verzonden aan de voorzitter van het dagelijks bestuur van het Stadsgewest Haaglanden en aan de voorzitter van het dagelijks bestuur van de Stadsregio Rotterdam.

De Minister van Verkeer en Waterstaat, K.M.H.Peijs