Subsidieregeling SOR-activiteiten Stichting CAOP

Subsidieregeling SOR-activiteiten Stichting CAOP

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

Besluit:

§

1

Algemene bepalingen

Artikel

1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    de Minister: de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;

  • b.

    de Stichting CAOP: de Stichting Centrum voor Arbeidsverhoudingen Overheidspersoneel;

  • c.

    de Sectorcommissie overleg rijkspersoneel: de Sectorcommissie overleg rijkspersoneel, afgekort SOR, zoals bedoeld in artikel 105 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement.

Artikel

2

§

2

Gesubsidieerde taken

Artikel

3

§

3

Aanvraag van de subsidie en subsidieverlening

Artikel

4

Artikel

5

De Minister geeft een beschikking tot subsidieverlening binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag. Indien de beschikking niet binnen acht weken kan worden gegeven, stelt de Minister de Stichting CAOP daarvan in kennis en noemt hij een redelijke termijn waarbinnen de beschikking tegemoet kan worden gezien.

§

4

Voorschotverlening

Artikel

6

§

5

Aan de subsidie verbonden verplichtingen

Artikel

8

Artikel

10

Artikel

11

§

6

Vaststelling van de subsidie

Artikel

12

Artikel

13

§

7

Evaluatie-, overgangs- en slotbepalingen

Artikel

14

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties stelt in 2008 een evaluatie op die inzicht biedt in de ontwikkeling en de kwaliteit van de gesubsidieerde activiteiten.

Artikel

15

Artikel

16

Voor het boekjaar 2006 wordt in afwijking van artikel 4, eerste lid, de aanvraag voor subsidie ingediend binnen tien weken na inwerkingtreding van deze regeling.

Artikel

17

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2006 en vervalt met ingang van 1 januari 2011.

Artikel

18

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling SOR-activiteiten Stichting CAOP.

De regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, J.W.Remkes

Controleprotocol Subsidieregeling SOR-activiteiten Stichting CAOP

1. Algemeen

In artikel 10, tweede lid, van de Subsidieregeling SOR-activiteiten Stichting CAOP is geregeld dat voor de verantwoording van de bestede subsidiegelden een controleprotocol wordt gehanteerd.

Op basis van artikel 12, eerste lid, van de regeling dient de Stichting CAOP zes maanden na afloop van het boekjaar een aanvraag tot vaststelling van de subsidie in. Deze aanvraag gaat ondermeer vergezeld van een financieel verslag over de bestede subsidiegelden, de jaarrekening en accountantsverklaringen bij beide documenten. Tevens maakt een schriftelijke verklaring van de accountant over de naleving van de aan de subsidie verbonden verplichtingen onderdeel uit van de aanvraag.

1.1. Reikwijdte accountantscontrole

Dit controleprotocol dient om de reikwijdte en het object van de accountantscontrole van het financiële verslag van de Stichting CAOP nader aan te geven. Er wordt niet beoogd een aanpak van de accountantscontrole voor te schrijven. Veelal zal de accountant zich immers bij zijn controle baseren op een (risico)analyse van de administratieve organisatie en interne controle bij de stichting en op basis daarvan komen tot een optimale afweging van de in te zetten controlemiddelen.

De accountantscontrole strekt zich uit tot de deugdelijkheid van het financiële verslag en de rechtmatigheid van het daarin verantwoorde beheer. Onder de controle op de rechtmatigheid van het verantwoorde beheer wordt verstaan de controle of de verantwoorde bestedingen (lasten) tot stand zijn gekomen in overeenstemming met de relevante regelgeving. Het doel van deze controle is te komen tot het afgeven van een accountantsverklaring bij het financiële verslag van de Stichting CAOP.

1.2. Regelgeving

De van toepassing zijnde regelgeving betreft de Subsidieregeling SOR-activiteiten Stichting CAOP. Van belang zijn daarbij met name de volgende artikelen:

  • Artikel 3. Hierin wordt aangegeven waaraan de reguliere subsidie mag worden besteed.

  • Artikel 7. Hierin wordt geregeld dat Titel 9 van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek van overeenkomstige toepassing is.

  • Artikel 8. Hierin is de vorming van een egalisatiereserve voorzien ten laste van de reguliere subsidie.

  • Artikel 9. Hierin wordt voor bepaalde rechtshandelingen toestemming van de Minister vereist.

  • Artikel 12. Hierin worden de vereiste verantwoordingsdocumenten genoemd alsook geregeld waar deze documenten in elk geval inzicht in moeten verschaffen.

  • Artikel 15. Hierin zijn de omvang en de voorwaarden verbonden aan de overgangssubsidie opgenomen.

2. Aandachtspunten

De accountant stelt vast dat:

  • de bestedingen ten laste van de reguliere subsidie zoals verantwoord in het financiële verslag voldoen aan de eisen zoals ze opgenomen zijn in artikel 3, eerste en tweede lid, van de Subsidieregeling SOR-activiteiten Stichting CAOP en juist en volledig zijn weergegeven;

  • de opgenomen bestedingen inzake de infrastructurele kosten volgens de normen die in het maatschappelijk verkeer als aanvaardbaar worden beschouwd, aan de activiteiten, bedoeld in artikel 3, eerste lid, zijn toegerekend;

  • de jaarlijkse toevoeging aan de egalisatiereserve het verschil is tussen de jaarlijks vastgestelde reguliere subsidie en de jaarlijkse werkelijke kosten van de activiteiten die met de reguliere subsidie zijn bekostigd, en

  • de bestedingen ten laste van de overgangssubsidie zoals verantwoord in het financiële verslag voldoen aan de eisen zoals ze zijn opgenomen in artikel 15 van de Subsidieregeling SOR-activiteiten Stichting CAOP en juist en volledig zijn weergegeven.

3. De accountantsverklaring en -⁠rapportage

Voor geconstateerde onjuistheden en onzekerheden gaat de accountant na wat hiervan de consequenties zijn voor de af te geven accountantsverklaring.

In de accountantsverklaring bij het financiële verslag dient het punt dat het controleprotocol is nageleefd tot uitdrukking te worden gebracht. Een dergelijke vermelding impliceert mede dat de controle is uitgevoerd met inachtname van de hieronder gestelde eisen.

De accountant heeft bij zijn oordeelsvorming gestreefd naar een ‘hoge mate van zekerheid’. Indien dit begrip ten behoeve van het gebruik van statistische technieken moet worden gekwantificeerd dan is een betrouwbaarheid van 95% gehanteerd.

De accountant heeft geconcludeerd dat de meest waarschijnlijke fout (goedkeuringstolerantie) met betrekking tot de deugdelijkheid van het financiële verslag en de rechtmatigheid van het daarin verantwoorde beheer, niet groter is dan aangegeven in onderstaande tabel.

Overzicht van toleranties

>1% en <3%

≥3%

>3% en <10%

≥10%