Besluit van het bestuur van het Productschap Pluimvee en Eieren van 15 juni 2006 houdende nadere regels terzake van het onderzoek van bloedmonsters van pluimvee op de aanwezigheid van antistoffen tegen Newcastle Disease (Besluit bloedonderzoek Newcastle Disease (PPE) 2006)

Besluit bloedonderzoek Newcastle Disease (PPE) 2006

Het bestuur van het Productschap Pluimvee en Eieren,

Besluit:

Artikel

2

Artikel

3

Artikel

5

De voor het bloedonderzoek vereiste bloedmonsters worden op het pluimveebedrijf afgenomen door een dierenarts. Bij te onderzoeken koppels die een leeftijd hebben van 70 dagen of ouder is het ook toegestaan dat de bloedmonsters op het pluimveebedrijf worden afgenomen door een paraveterinair, als bedoeld in artikel 9 van het Besluit paraveterinairen.

Artikel

6

Ondernemers zijn verplicht de voorzitter te informeren welke dierenarts de bloedmonsters zal nemen.

Artikel

7

Laboratoria die door het bestuur zijn aangewezen voor het uitvoeren van bloedonderzoek zijn gehouden de resultaten van het uitgevoerde onderzoek binnen veertien dagen, op een door de voorzitter vastgestelde wijze, ter kennis te brengen van de Gezondheidsdienst voor Dieren B.V. gevestigd te Deventer.

Artikel

8

Indien uit bloedonderzoek is gebleken dat een koppel pluimvee niet heeft voldaan aan de in artikel 3 van de Verordening vaccinatie Newcastle Disease 2006 voor dat koppel pluimvee gestelde minimumwaarde wordt de betrokken ondernemer hiervan schriftelijk in kennis gesteld door de Gezondheidsdienst voor Dieren B.V., gevestigd te Deventer.

Artikel

9

Het onderzoek van de bloedmonsters dient te worden uitgevoerd overeenkomstig de in bijlage III, hoofdstuk 5, van richtlijn 92/66/EEG beschreven methode.

Artikel

10

Zoetermeer
J.J. Ramekers voorzitter
S.B.M. Jongerius secretaris

Bijlage

bij Besluit bloedonderzoek Newcastle Disease (PPE) 2006