Besluit van het bestuur van het Productschap Pluimvee en Eieren van 15 juni 2006 houdende nadere regels terzake van het onderzoek van bloedmonsters van pluimvee op de aanwezigheid van antistoffen tegen Newcastle Disease (Besluit bloedonderzoek Newcastle Disease (PPE) 2006)
Ter uitvoering van het in artikel 2, tweede lid, van de verordening bedoelde onderzoek van bloedmonsters, zorgt de ondernemer ervoor dat indien hij vermeerderingsdieren of leghennen houdt, bloed wordt afgenomen van tenminste 30 willekeurig gekozen vermeerderingsdieren of leghennen per koppel.
2
Bij een koppel vermeerderingsdieren moet het bloedonderzoek worden uitgevoerd:
a.
maximaal zes weken nadat de vaccinatie met geïnactiveerde entstof is uitgevoerd;
b.
op een leeftijd van 70 dagen, tenzij het betreffende koppel sinds de geboorte steeds met tussenpozen van ten hoogste 6 weken door een dierenarts is gevaccineerd met een levende entstof en die vaccinaties door middel van een spray of aërosol zijn uitgevoerd;
c.
op een leeftijd van 40 – 48 weken voor zover het vermeerderingsdieren kip (niet zijnde kalkoenvermeerderingsdieren) betreft;
d.
op een leeftijd van 50 – 58 weken voor zover het kalkoenvermeerderingsdieren betreft;
e.
op een leeftijd van 70 – 75 weken;
f.
10 – 20 dagen voorafgaand aan een verplaatsing van een koppel van het ene pluimveebedrijf naar het andere pluimveebedrijf, voor zover het te verplaatsen koppel op de dag van de verplaatsing een leeftijd heeft van 28 dagen of ouder.
3
Bij een koppel leghennen worden de in het eerste lid bedoelde bloedmonsters genomen:
a.
maximaal zes weken nadat de vaccinatie met een geïnactiveerd vaccin is uitgevoerd;
b.
op een leeftijd van 70 dagen, tenzij het betreffende koppel sinds de geboorte steeds met tussenpozen van ten hoogste 6 weken door een dierenarts is gevaccineerd met een levende entstof en die vaccinaties door middel van een spray of aërosol zijn uitgevoerd;
c.
maximaal negen weken voor de datum dat het koppel zal worden geslacht;
d.
10 – 20 dagen voorafgaand aan een verplaatsing van een koppel van het ene pluimveebedrijf naar het andere pluimveebedrijf, voor zover het te verplaatsen koppel op de dag van de verplaatsing een leeftijd heeft van 28 dagen of ouder;
De te onderzoeken monsters worden, vergezeld van een ingevuld en ondertekend formulier overeenkomstig het in de bijlage bij dit besluit opgenomen model, voor onderzoek gezonden naar een door het bestuur aangewezen laboratorium.
Artikel
3
1
Ter uitvoering van het in artikel 2, tweede lid, van de verordening bedoelde onderzoek van bloedmonsters, zorgt de ondernemer ervoor dat indien hij vleeskuikens of vleeskalkoenen houdt, bloed wordt afgenomen van ten minste 30 willekeurig gekozen dieren per koppel en van ten minste 5 dieren per stal.
2
Bij vleeskuikens dient het bloedonderzoek plaats te vinden op een leeftijd van vier tot zes weken.
3
Bij vleeskuikens van 70 dagen en ouder vindt bloedonderzoek plaats in de leeftijd van 10 weken, tenzij het betreffende koppel sinds de geboorte steeds met tussenpozen van ten hoogste 6 weken door een dierenarts is gevaccineerd met een levende entstof en die vaccinaties door middel van een spray of aërosol zijn uitgevoerd.
4
Bij vleeskalkoenen dient het bloedonderzoek plaats te vinden:
a.
vanaf een leeftijd van dertien weken en
b.
10 – 20 dagen voorafgaand aan een verplaatsing van een koppel van het ene pluimveebedrijf naar het andere pluimveebedrijf, voor zover het te verplaatsen koppel een leeftijd heeft van 28 dagen of ouder en het onder a. bedoelde onderzoek nog niet heeft plaatsgevonden.
5
De te onderzoeken monsters dienen, vergezeld van een ingevuld en ondertekend formulier overeenkomstig het in de bijlage bij dit besluit gevoegde model, voor onderzoek te worden gezonden naar aan een door het bestuur aangewezen laboratorium.
De voor het bloedonderzoek vereiste bloedmonsters worden op het pluimveebedrijf afgenomen door een dierenarts. Bij te onderzoeken koppels die een leeftijd hebben van 70 dagen of ouder is het ook toegestaan dat de bloedmonsters op het pluimveebedrijf worden afgenomen door een paraveterinair, als bedoeld in artikel 9 van het Besluit paraveterinairen.
Artikel
6
Ondernemers zijn verplicht de voorzitter te informeren welke dierenarts de bloedmonsters zal nemen.
Artikel
7
Laboratoria die door het bestuur zijn aangewezen voor het uitvoeren van bloedonderzoek zijn gehouden de resultaten van het uitgevoerde onderzoek binnen veertien dagen, op een door de voorzitter vastgestelde wijze, ter kennis te brengen van de Gezondheidsdienst voor Dieren B.V. gevestigd te Deventer.
Artikel
8
Indien uit bloedonderzoek is gebleken dat een koppel pluimvee niet heeft voldaan aan de in artikel 3 van de Verordening vaccinatie Newcastle Disease 2006 voor dat koppel pluimvee gestelde minimumwaarde wordt de betrokken ondernemer hiervan schriftelijk in kennis gesteld door de Gezondheidsdienst voor Dieren B.V., gevestigd te Deventer.
Artikel
9
Het onderzoek van de bloedmonsters dient te worden uitgevoerd overeenkomstig de in bijlage III, hoofdstuk 5, van richtlijn 92/66/EEG beschreven methode.
Artikel
10
1
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit bloedonderzoek Newcastle Disease (PPE) 2006.