Regeling van de Staatssecretaris van Economische Zaken van 10 juli 2006, nr. WJZ 6050505, houdende regels inzake de verstrekking van subsidies in het kader van gebiedsgerichte projecten (Subsidieregeling pieken in de delta aanloopjaar 2006)

Subsidieregeling pieken in de delta aanloopjaar 2006

De Staatssecretaris van Economische Zaken,

Besluit:

§

1

Algemene bepalingen

Artikel

1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    minister: de Minister van Economische Zaken;

  • b.

    gebied: het gebied Oost-Nederland, Noordvleugel Randstad, Zuidvleugel Randstad, Zuidwest-Nederland en Zuidoost-Nederland, zoals die zijn omschreven in de bij deze regeling behorende bijlage 1;

  • c.

    gebiedsgericht programma: een bij ministeriële regeling aangewezen programma dat voor een gebied de meerjarige economische doelstellingen aangeeft, die een bijdrage kunnen leveren aan een duurzame economische groei in Nederland;

  • d.

    gebiedsgericht project: een samenhangend geheel van activiteiten, dat bijdraagt aan de verwezenlijking van een programmalijn opgenomen in een gebiedsgericht programma;

  • e.

    gebiedsgericht innovatieproject: een gebiedsgericht project, dat gericht is op innovatie en een bijdrage kan leveren aan duurzame economische groei in Nederland;

  • f.

    programmacommissie: een per gebied bij besluit van de minister ingestelde commissie;

  • g.

    fundamenteel onderzoek: de uitbreiding van de algemene wetenschappelijke en technische kennis, zonder industriële of commerciële doelstellingen;

  • h.

    industrieel onderzoek: onderzoek dat is gericht op het opdoen van nieuwe kennis met het doel deze te gebruiken bij de ontwikkeling van nieuwe producten, processen of diensten of om bestaande producten, processen of diensten aanmerkelijk te verbeteren;

  • i.

    preconcurrentiële ontwikkeling: het omzetten van de resultaten van industrieel onderzoek in plannen, schema’s of ontwerpen voor nieuwe, gewijzigde of verbeterde producten, processen over diensten;

  • j.

    ondernemer: natuurlijke persoon of rechtspersoon, niet zijnde een rechtspersoon die krachtens publiekrecht is ingesteld, die een onderneming in stand houdt;

  • k.

    MKB-ondernemer: een ondernemer die een onderneming in stand houdt in de zin van verordening (EG) nr. 364/2004 van de Commissie van 25 februari 2004 (PbEG L 63) tot wijziging van verordening (EG) nr. 70/2001 van de Commissie betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het EG-verdrag op staatssteun voor kleine en middelgrote ondernemingen;

  • l.

    samenwerkingsverband: een geen rechtspersoonlijkheid bezittend verband, bestaande uit tenminste twee partijen;

  • m.

    kennisinstelling:

  • n.

    openbaar lichaam: lichaam als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen;

  • o.

    publieke cofinancier: een gemeente, provincie of openbaar lichaam;

  • p.

    groep: een economische eenheid, waarin organisatorisch zijn verbonden:

    • 1°.

      een natuurlijke persoon of privaatrechtelijke rechtspersoon, die direct of indirect:

      • meer dan de helft van het geplaatste kapitaal verschaft aan,

      • volledig aansprakelijk vennoot is van of

      • overwegende zeggenschap heeft over een of meer rechtspersonen of vennootschappen, en

    • 2°.

      laatstbedoelde rechtspersonen of vennootschappen.

Artikel

2

Een gebiedsgericht programma bevat ten minste programmalijnen en actielijnen.

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

6

Artikel

7

Bij ministeriële regeling wordt een subsidieplafond per gebiedsgericht programma vastgesteld voor het verlenen van subsidies op in een periode als bedoeld in artikel 8, eerste lid, ontvangen aanvragen op grond van deze regeling. Daarbij kunnen afzonderlijke subsidieplafonds worden vastgesteld per actielijn of programmalijn en voor bepaalde categorieën gebiedsgerichte projecten.

§

2

Aanvraag en beslissing op de aanvraag

Artikel

8

Artikel

9

Binnen 26 weken na de laatste dag van de in artikel 8, eerste lid, genoemde periode geeft de minister een beschikking tot subsidieverlening omtrent in die periode ontvangen aanvragen om subsidie.

Artikel

10

Artikel

11

De minister beslist in ieder geval afwijzend op een aanvraag indien de aanvraag niet voldoet aan deze regeling. Bij deze beslissing wordt niet de vraag betrokken of een gebiedsgericht project past binnen een actielijn.

Artikel

12

§

3

Voorschotten

Artikel

13

Op een subsidie ter zake waarvan een beschikking tot subsidieverlening geldt, kunnen op aanvraag van de subsidieontvanger door de minister voorschotten worden verstrekt.

Artikel

14

Artikel

15

Indien de subsidieontvanger geen ondernemer is, kan in afwijking van artikel 14 een voorschot worden berekend naar rato van de gemaakte en betaalde projectkosten, vermeerderd met het totaal aan ten behoeve van het gebiedsgerichte project naar verwachting te verrichten betalingsverplichtingen tot een half jaar na de aanvraag als bedoeld in artikel 13, voor zover deze nog niet eerder bij de verstrekking van een voorschot in aanmerking zijn genomen. In totaal zal het bedrag aan voorschotten niet groter zijn dan 90 procent van het bij de subsidieverlening vermelde maximale subsidiebedrag.

Artikel

16

Artikel

17

Artikel

18

De minister beschikt afwijzend op een aanvraag om een voorschot, indien de subsidieontvanger niet heeft voldaan aan ingevolge de subsidieverlening voor hem geldende verplichtingen, dan wel indien hij failliet is verklaard of aan hem surséance van betaling is verleend of ten aanzien van hem de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is verklaard, dan wel een verzoek daartoe bij de rechtbank is ingediend.

§

4

Verplichtingen voor de subsidieontvanger algemeen

Artikel

19

Artikel

20

Artikel

21

Artikel

22

Artikel

23

Artikel

24

Artikel

25

De minister kan bij de beschikking tot subsidieverlening nadere verplichtingen opleggen.

§

5

Verplichtingen van de subsidieontvanger bij subsidie in de vorm van krediet

Artikel

26

Artikel

27

Artikel

28

Bij de subsidieverlening wordt de verplichting opgelegd tot indiening van één of meer tussenrapportages over de uitvoering van het project, met inbegrip van een vergelijking van die uitvoering met het projectplan en de gerealiseerde kosten ten opzichte van de bij de subsidieverlening vermelde begroting.

Artikel

29

§

6

Subsidievaststelling

Artikel

30

Artikel

31

De minister geeft de beschikking tot subsidievaststelling binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag daartoe dan wel nadat de voor het indienen ervan geldende termijn is verstreken.

§

7

Overgangs- en slotbepalingen

Artikel

32

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. Deze regeling vervalt op 1 januari 2007, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op aanvragen om subsidie die voor die datum zijn ingediend.

Artikel

33

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling pieken in de delta aanloopjaar 2006.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen, die ter inzage worden gelegd bij het secretariaat van de directie Ruimtelijk Economisch Beleid van het Directoraat-Generaal voor Ondernemen en Innovatie, Bezuidenhoutseweg 20 in Den Haag.

Den Haag
De Staatssecretaris van Economische Zaken, C.E.G. vanGennip

Bijlage

1

Ligt ter inzage bij het Directoraat-Generaal voor Ondernemen en Innovatie te Den Haag.

Bijlage

2

Ligt ter inzage bij het Directoraat-Generaal voor Ondernemen en Innovatie te Den Haag.

Bijlage

3

Ligt ter inzage bij het Directoraat-Generaal voor Ondernemen en Innovatie te Den Haag.

Bijlage

4

Ligt ter inzage bij het Directoraat-Generaal voor Ondernemen en Innovatie te Den Haag.