Tijdelijke regeling van de Minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties van 13 juli 2006, nr. 2006-0000230442, CZW/WVOB, houdende regels met betrekking tot het verstrekken van subsidies aan experimenten, gericht op een betere kwaliteit van dienstverlening aan burgers of op hogere arbeidsproductiviteit van medewerkers (Tijdelijke subsidieregeling innovatie openbaar bestuur 2006)

Tijdelijke subsidieregeling innovatie openbaar bestuur 2006

De Minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties,

Besluit:

§

1

Algemene bepalingen

Artikel

1

Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    de Minister: de Minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties;

  • b.

    zelfstandig bestuursorgaan: bestuursorgaan van de centrale overheid dat bij de wet, krachtens de wet bij algemene maatregel van bestuur of krachtens de wet bij ministeriële regeling met openbaar gezag is bekleed en dat niet hiërarchisch ondergeschikt is aan een minister;

  • c.

    de Commissie: de Commissie Innovatie Openbaar Bestuur;

  • d.

    een experiment: een te starten innovatief project van één subsidie-ontvanger dan wel meerdere subsidie-ontvangers gezamenlijk, gericht op een betere kwaliteit van dienstverlening aan burgers of op hogere arbeidsproductiviteit van medewerkers en dat voldoet aan de eisen, gesteld in artikel 4.

§

2

Eenmalige subsidie aan experimenten

Artikel

2

Rechthebbenden, subsidieplafond en maximale subsidie

Artikel

3

Aanvraag subsidie

Artikel

4

Toetsingscriteria Commissie

Een experiment komt slechts in aanmerking voor een subsidie als het voldoet aan de volgende kenmerken:

  • a.

    het leidt tot een aantoonbaar betere kwaliteit van dienstverlening aan burgers of het leidt tot een aantoonbare verhoging van de arbeidsproductiviteit van medewerkers;

  • b.

    het heeft als aandachtsgebied vernieuwing van management en sturing, HRM-beleid, inrichting en werkwijze of processen en technieken, waaronder de inzet van ICT en het is praktijkgericht;

  • c.

    het valt binnen de doelstellingen en prioriteiten van het meerjarenprogramma van de Commissie;

  • d.

    het is uitvoerbaar binnen twee jaar na de verlening van de subsidie, tenzij anders is overeengekomen met de Commissie;

  • e.

    het levert een reproduceerbaar voorbeeld op voor andere overheidsorganisaties;

  • f.

    het kan binnen 2 maanden na verlening van de subsidie starten;

  • g.

    het levert binnen 1 jaar bruikbare (tussen)resultaten op;

  • h.

    het is evalueerbaar door een onafhankelijke derde partij.

Artikel

5

Algemene verplichtingen

§

3

Bevoorschotting, verantwoording en vaststelling

Artikel

6

Bevoorschotting

De subsidie voor een experiment wordt als voorschot verstrekt tot een maximum van 80% van de verleende subsidie.

Artikel

7

Verantwoording

Artikel

8

Vaststelling

§

4

Overgangs- en slotbepalingen

Artikel

9

Wijzigt de Instellingsregeling Commissie Innovatie Openbaar Bestuur.

Artikel

10

Artikel

11

Artikel

12

Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke subsidieregeling innovatie openbaar bestuur 2006.

Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties, A.Nicolaï