Artikel
1
De Levensloopregeling rijkspersoneel is, met uitzondering van de artikelen 2.1.5, eerste lid, onder d, 7.1.1 en 7.2.1, van overeenkomstige toepassing op de rechterlijk ambtenaar, die is aangesteld of aangewezen voor het vervullen van een volledige of gedeeltelijke taak, en de rechterlijk ambtenaar in opleiding, met dien verstande dat:
-
a.
onder ambtenaar wordt verstaan: de rechterlijk ambtenaar of rechterlijk ambtenaar in opleiding;
-
b.
onder bevoegd gezag wordt verstaan: de functionele autoriteit;
-
c.
onder bezoldiging, salaris, salaris per uur en vakantie-uitkering wordt verstaan: hetgeen daaronder wordt verstaan in het bij en krachtens de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren bepaalde;
-
d.
onder vakantie wordt verstaan: hetgeen daaronder wordt verstaan in de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren; en
-
e.
onder de vergoeding op grond van artikel 22, vijftiende lid, van het ARAR wordt verstaan: de vergoeding op grond van artikel 27a, zesde lid, van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren;