Regeling van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 31 augustus 2006, nr. TRCJZ/2006/2731, houdende vrijstelling van de artikelen 4, eerste lid en 4b, eerste lid van het Besluit gebruik meststoffen

Vrijstellingsregeling Besluit gebruik meststoffen extreme weersomstandigheden 2006

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,
Handelende in overeenstemming met de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu;
Gelezen het advies van de Technische commissie bodembescherming d.d. 30 augustus 2006, TCB S50(2006);

Besluit:

Artikel

3

Aan de in artikel 2 bedoelde vrijstelling zijn de volgende voorschriften verbonden:

  • a.

    op grasland wordt in de periode van 1 tot en met 15 september 2006 geen stikstofkunstmest gebruikt en worden de dierlijke meststoffen op een verantwoorde wijze over het tot het bedrijf behorende grasland verdeeld; en

  • b.

    op bouwland, als bedoeld in artikel 2, wordt de grond uiterlijk acht dagen na het gebruik van de dierlijke meststoffen gelijkmatig ingezaaid of beplant met een gewas.

Artikel

4

Het verbod, gesteld in artikel 4b, eerste lid, van het Besluit gebruik meststoffen is in de periode van 1 oktober tot en met 15 oktober 2006 niet van toepassing op grasland gelegen op zand- en lössgronden indien het grasland als gevolg van verdroging met minder dan 5% van het oorspronkelijk geteelde gras is bedekt, danwel voor meer dan 30% uit kweek bestaat.

Artikel

5

Artikel

6

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 september 2006 en vervalt met ingang van 16 oktober 2006.

Artikel

7

Deze regeling wordt aangehaald als: Vrijstellingsregeling Besluit gebruik meststoffen extreme weersomstandigheden 2006.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag
De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, C.P.Veerman