Artikel
1
In deze regeling wordt verstaan onder:
-
a.
Minister: Minister van Justitie;
- b.
-
c.
proeve van bekwaamheid: proeve van bekwaamheid, bedoeld in artikel 10, derde lid, van de wet;
-
d.
rechterlijk beroep:
-
1°.
rechterlijk ambtenaar met rechtspraak belast, werkzaam bij de Hoge Raad, een gerechtshof of een rechtbank;
-
2°.
rechterlijk ambtenaar, werkzaam bij het parket bij de Hoge Raad;
-
3°.
rechterlijk ambtenaar, werkzaam bij het openbaar ministerie;
-
4°.
lid met rechtspraak belast, werkzaam bij de Centrale Raad van Beroep of het College van Beroep voor het bedrijfsleven;
-
5°.
gerechtsauditeur bij een van de bovengenoemde gerechten;
-
6°.
lid van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, bedoeld in artikel 29, tweede lid, van de Wet op de Raad van State;
-
7°.
griffier of substituut-griffier van de Hoge Raad;
-
8°.
rechterlijk ambtenaar in opleiding.
-
1°.