Regeling van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 24 oktober 2006, nr. DJB/JZ-2717997, houdende vaststelling van regels ten behoeve van subsidiëring van het huisvesten, verzorgen en opvoeden van kinderen of pleegkinderen van binnenschippers, kermisexploitanten en circusartiesten (de Subsidieregeling schippersinternaten)

Subsidieregeling schippersinternaten

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

Besluit:

Artikel

1

Artikel

2

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

6

CENSIS rapporteert driejaarlijks op basis van een rapportage van een onafhankelijke derde aan de Minister over de kwaliteit en de kwaliteitsontwikkeling van de huisvesting, verzorging en opvoeding van kinderen in internaten en pleeggezinnen, of telkens wanneer dat nodig is voor een beoordeling van de kwaliteit of de kwaliteitsontwikkeling. Indien een exploitant voorziet in de huisvesting, verzorging en opvoeding van kinderen, ziet CENSIS toe op de naleving van haar kwaliteitsbeleid.

Artikel

7

Artikel

8

Artikel

9

De ontvanger van een instellingssubsidie vormt een egalisatiereserve. Bij de subsidieverlening kan de omvang van de egalisatiereserve in aanmerking worden genomen. In afwijking van artikel 4:72, tweede lid, Algemene wet bestuursrecht wordt het aan de egalisatiereserve toe te voegen dan wel te onttrekken bedrag berekend door het totaal van de met de gesubsidieerde activiteiten samenhangende baten, waaronder de vastgestelde instellingssubsidie en de gerealiseerde overige baten, te verminderen met de lasten van de gesubsidieerde activiteiten. Deze uitkomst wordt vervolgens toegerekend naar rato van de vastgestelde instellingssubsidie en de in de ingediende begroting vermelde, met de gesubsidieerde activiteiten samenhangende overige baten.

Artikel

10

Indien CENSIS het huisvesten, verzorgen en opvoeden van kinderen doet uitvoeren door een exploitant, komt CENSIS met hen overeen, dat zij op verzoek van de accountant van CENSIS of op verzoek van de departementale auditdienst van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport alle bescheiden en inlichtingen aan CENSIS verstrekken, die nodig zijn voor een juiste vervulling van hun taak. De departementale auditdienst van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport richt haar verzoek tot CENSIS.

Artikel

11

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2007.

Artikel

12

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling schippersinternaten.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport ,C.I.J.M.Ross-van Dorp

Bijlage

1

, behorend bij artikel 5, eerste lid

Formulier voor de aanvraag van subsidie voor het in internaten of pleeggezinnen huisvesten, verzorgen en opvoeden van kinderen van binnenschippers, kermisexploitanten en circusartiesten

1. Correspondentiegegevens

2a. Aantal ingeschreven en gehuisveste kinderen in internaten

Toelichting:

Regel 1: aantal kinderen dat is gehuisvest per teldatum van 15 september van het jaar, voorafgaand aan het jaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd.

Kolommen A t/m D: het aantal kinderen per internaat dient te worden gesplitst naar de verschillende panden, waarin zij worden gehuisvest. Indien een kind wordt gehuisvest in een internaat dat bestaat uit verschillende panden, waarvan enkele bijvoorbeeld worden gehuurd en anderen in eigendom worden gehouden, dan dient als uitgangspunt te worden genomen, het pand waar een kind overnacht.

Regel 2: in te vullen door het Ministerie van VWS (prijspeil 1 januari 2007 bij inwerkingtreden van de subsidieregeling schippersinternaten).

Regel 3: Subsidie ten behoeve van CENSIS.

2b. Pleeggezinnen

Aantal kinderen en hun leeftijd, dat op 15 september van het jaar, voorafgaand aan het jaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd, voor huisvesting, verzorging en opvoeding in pleeggezinnen bij CENSIS is ingeschreven.

3. Opbouw normbedragen per kind ex artikel 4, eerste lid (Subsidieregeling schippersinternaten)

3a. Artikel 4, eerste lid

Normbedrag voor de uitvoeringskosten CENSIS: € 386,–

Toelichting:

Het normbedrag voor de uitvoeringskosten kan jaarlijks in aanmerking komen voor bijstelling in kader van de Overheidsbijdrage Arbeidskostenontwikkeling (OVA).

In bovenstaande bedragen zijn nog niet de zogenaamde Arbeidsmarktimpulsgelden verdisconteerd. Dat gebeurt op basis van het aantal per 15 september 2006 ingeschreven en gehuisveste kinderen in internaten en pleeggezinnen.

3b. Artikel 4, eerste lid, onder a

Normbedragen per kindplaats per 1 januari 2007

Toelichting:

De component personeelskosten kan jaarlijks in aanmerking komen voor bijstelling in kader van de Overheidsbijdrage Arbeidskostenontwikkeling (OVA).

In bovenstaande bedragen zijn nog niet de zogenaamde Van Rijnmiddelen verdisconteerd. Dat gebeurt op basis van het aantal per 15 september 2006 ingeschreven en gehuisveste kinderen in internaten.

3c. Artikel 4, eerste lid, onder b

Pleeggezin: € 2.819,–

Toelichting:

Het normbedrag wordt ieder jaar vooraf verhoogd met het procentuele verschil tussen de consumentenprijsindex ‘Alle huishoudens’ over de julimaanden van de twee direct aan het betreffende jaar voorafgaande jaren, zoals deze gepubliceerd zijn in het Statistisch bulletin van het Centraal Bureau van de Statistiek.

Het normbedrag komt niet in aanmerking voor bijstelling in kader van de Overheidsbijdrage Arbeidskostenontwikkeling (OVA).

4a. Gegevens met betrekking tot de capaciteit sector Schippersinternaten

Toelichting:

Kolom A: aantal kinderen dat is gehuisvest, verzorgd en opgevoed in het betreffende pand op de teldatum van 15 september van het jaar, voorafgaand aan het jaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd (zie tevens tabel 2. Aantal ingeschreven en gehuisveste kinderen in internaten).

Kolom B: Benodigde capaciteit in m2 op grond van het aantal kinderen dat is gehuisvest, verzorgd en opgevoed in het betreffende pand op de teldatum van 15 september van het jaar, voorafgaand aan het jaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd (zie tevens tabel 2. Aantal ingeschreven en gehuisveste kinderen in internaten)

Kolom C: aantal m2 op basis van het rapport van het Bureau Organisatie Bouwwezen B.V. ‘Bouwkundig/functioneel onderzoek gebouwen Schippersinternaten’, Utrecht 8 november 1999, voor zover hierin opgenomen.

Kolom D: het gaat hier in beginsel om het verschil tussen kolom B en kolom C. Als er redenen zijn om hier correcties op aan te brengen dient te worden aangegeven voor hoeveel m2 de exploitatiekosten werkelijk worden betaald. Vastgesteld moet kunnen worden voor welk deel van de overcapaciteit in het pand, de eigenaar de exploitatiekosten betaalt. Indien een deel van het pand feitelijk of juridisch is gesplitst (b.v. in appartementen) en de gebruiker van het van het internaat afgezonderde deel geheel zorgdraagt voor de exploitatie en de daaruit voortkomende accommodatiekosten betaalt, moet dit deel in mindering worden gebracht op kolom D.

* Bruto vloeroppervlakte

4b. Beleidsmatige toelichting bij tabel 4a

Toelichting:

Hier dient CENSIS het capaciteitsbeleid weer te geven, waaruit blijkt op welke wijze de beschikbare capaciteit wordt aangepast aan de benodigde capaciteit.

5. Betalingsschema

Januari: 15%

Februari: 7%

Maart: 7%

April: 7%

Mei: 15%

Juni: 7%

Juli: 7%

Augustus: 7%

September: 3%

Oktober: 11%

November: 14%

6. Bestuursverklaring

Objectnummer: 0170198

Het bestuur verklaart kennis te hebben genomen van het Subsidieregeling VWS-subsidies en de Subsidieregeling Schippersinternaten en dienovereenkomstig de begroting 20.... te hebben opgesteld.

Bijlage

2

, behorende bij artikel 5, vijfde lid

Controleprotocol aanvraag instellingssubsidie CENSIS

In dit controleprotocol is een model voor een goedkeurende accountantsverklaring opgenomen. Een goedkeurende accountantsverklaring houdt in dat de accountant met een redelijke mate van zekerheid (95%) heeft vastgesteld dat (voor) de door CENSIS opgegeven kinderaantallen:

  • zijn gehuisvest door CENSIS op 15 september van het tweede jaar, voorafgaand aan het jaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd (artikel 5 lid 5);

  • voldoen aan de definitie van artikel 1 lid 1e of lid 2;

  • juist zijn gecategoriseerd volgens de criteria van artikel 4;

  • de in artikel 7 lid 1 genoemde contracten zijn afgesloten.

Model accountantsverklaring aantal kinderen in schippersinternaten

Accountantsverklaring

Afgegeven t.b.v. het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Opdracht

Wij hebben de bijgevoegde opgave van het aantal door de Centrale Stichting van Internaten voor Schippers- en kermisjeugd te Barendrecht per 15 september van het jaar, voorafgaand aan het jaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd, ingeschreven en gehuisveste kinderen gecontroleerd. Deze opgave is opgesteld onder verantwoordelijkheid van de leiding van de huishouding. Het is onze verantwoordelijkheid een accountantsverklaring inzake deze opgave te verstrekken.

Werkzaamheden

Onze controle is verricht overeenkomstig in Nederland algemeen aanvaarde richtlijnen met betrekking tot controleopdrachten. Volgens deze richtlijnen dient onze controle zodanig te worden gepland en uitgevoerd, dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat de opgave van het aantal kinderen geen onjuistheden van materieel belang bevat. Verder hebben wij in onze controle de aanwijzingen in acht genomen die de Minister in bijlage 2 bij de Subsidieregeling schippersinternaten heeft opgegeven. Wij zijn van mening dat onze controle een deugdelijke grondslag vormt voor ons oordeel.

Oordeel

Wij zijn van oordeel dat de opgave de gegevens over het aantal per 15 september 20.. ingeschreven en gehuisveste kinderen in internaten en pleeggezinnen juist weergeeft.

Plaats en datum:

Handtekening:

Naam accountant:

Naam accountantskantoor:

Adres:

Postcode en woonplaats:

Bijlage

3

, behorend bij artikel 7, eerste lid

Berekening ouderbijdrage:

  • voor het eerste kind uit een gezin is bij plaatsing van het kind in een internaat een bijdrage verschuldigd van € 1.426,28, vermeerderd met 3% van dat deel van het belastbare inkomen van de ouders of wettelijk vertegenwoordiger(s) in het jaar (t – 2), dat het bedrag van € 16.779,88 te boven gaat, tot een maximum van € 2.586,46;

  • voor elk tweede en volgende kind uit een gezin is bij plaatsing van het kind in een internaat een bijdrage verschuldigd van € 950,69, vermeerderd met 1,5% van dat deel van het belastbare inkomen van de ouders of wettelijk vertegenwoordiger(s) (t – 2), dat het bedrag van € 16.779,88 te boven gaat, tot een maximum van € 1.530,76;

  • voor het eerste kind uit een gezin is bij plaatsing van het kind in een pleeggezin een bijdrage verschuldigd van € 1.426,28, vermeerderd met 1% van dat deel van het belastbare inkomen van de ouders of wettelijk vertegenwoordiger(s) (t – 2), dat het bedrag van € 16.779,88 te boven gaat, tot een maximum van € 1.813,02;

  • voor elk tweede en volgende kind uit een gezin is bij plaatsing van het kind in een pleeggezin een bijdrage verschuldigd van € 950,69, vermeerderd met 0,5% van dat deel van het belastbare inkomen van de ouders of wettelijk vertegenwoordiger(s) (t – 2), dat het bedrag van € 16.779,88 te boven gaat, tot een maximum van € 1.144,04.

t = het kalenderjaar waarin CENSIS zorgdraagt voor de huisvesting, verzorging en opvoeding van kinderen en voor welke periode de hoogte van de ouderbijdrage moet worden vastgesteld.

Het belastbaar inkomen van de ouder(s) of de wettelijk vertegenwoordiger(s) van een kind wordt vastgesteld op basis van een kopie van de aanslag van de belastingdienst over het jaar t – 2.

De bedragen voor de berekening van de ouderbijdrage voor de opvang van een kind in een internaat of een pleeggezin worden jaarlijks vooraf verhoogd met het procentuele verschil tussen de consumentenprijsindex ‘Alle huishoudens’ over de julimaanden van de twee direct aan het betreffende jaar voorafgaande jaren, zoals deze gepubliceerd zijn in het Statistisch bulletin van het Centraal Bureau van de Statistiek.

Bijlage

4

, behorend bij artikel 8, eerste lid

Model accountantsverklaring instellingssubsidie

Accountantsverklaring

Afgegeven t.b.v. het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Opdracht

Wij hebben de jaarrekening 20.. (verder aangeduid als de verantwoording) van de Centrale Stichting van Internaten voor Schippers- en kermisjeugd te Barendrecht gecontroleerd. De verantwoording is opgesteld onder verantwoordelijkheid van de leiding van de huishouding. Het is onze verantwoordelijkheid een accountantsverklaring inzake de verantwoording te verstrekken.

Werkzaamheden

Onze controle is verricht overeenkomstig algemeen aanvaarde richtlijnen met betrekking tot controle-opdrachten en de aanwijzingen die de Minister in bijlage 5 bij de Subsidieregeling schippersinternaten heeft opgegeven met betrekking tot de controle op en de rapportage over de van de subsidiebepalingen.

Volgens de algemeen aanvaarde richtlijnen met betrekking tot controle-opdrachten dient onze controle zodanig te worden gepland en uitgevoerd, dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat de verantwoording geen onjuistheden van materieel belang bevat. Een controle omvat onder meer een onderzoek door middel van deelwaarnemingen van informatie ter onderbouwing van de bedragen en de toelichtingen in de verantwoording. Tevens omvat een controle een beoordeling van de grondslagen voor financiële verslaggeving die bij het opmaken van de verantwoording zijn toegepast en van belangrijke schattingen die de leiding van de huishouding daarbij heeft gemaakt, alsmede een evaluatie van het algehele beeld van de verantwoording. Wij zijn van mening dat onze controle een deugdelijke grondslag vormt voor ons oordeel.

Oordeel

– goedkeurende verklaring:

Wij zijn van oordeel dat de verantwoording een getrouw beeld geeft van de grootte en de samenstelling van het vermogen op 31 december 20.. en van het resultaat over 20.., in overeenstemming is met algemeen aanvaarde grondslagen voor financiële verslaggeving en dat de verantwoording voldoet aan de bepalingen van de Subsidieregeling schippersinternaten inzake de verantwoording.

Wij hebben vastgesteld dat de subsidiebepalingen van de Subsidieregeling schippersinternaten alsmede de nader gestelde subsidieverplichtingen in brief, kenmerk…., d,d. …. zijn nageleefd.

– andere verklaringen (als geen goedkeurende verklaring wordt afgegeven):

Wij zijn van oordeel dat…..

Plaats en datum:

Handtekening:

Naam accountant:

Naam accountantskantoor:

Adres:

Postcode en woonplaats:

Bijlage

5

, behorend bij artikel 8, tweede lid

Controleprotocol jaarrekening

De bij een aanvraag tot vaststelling van een instellingssubsidie ingediende jaarrekening is voorzien van een accountantsverklaring. Bij de controle uit hoofde van een assurance-opdracht op basis waarvan de rapportage over de naleving van de subsidiebepalingen, bedoeld in artikel 8, tweede lid, Subsidieregeling schippersinternaten plaatsvindt, besteedt de accountant aan de naleving van de hierna genoemde artikelen van deze regeling de daarbij aangegeven aandacht. Indien de subsidievoorwaarden zijn nageleefd kan de rapportage beperkt blijven tot de positieve bevestiging zoals voorgeschreven in de accountantsverklaring.

Subsidieregeling VWS

35

normale aandacht

37

normale aandacht

40

normale aandacht

45, eerste lid

speciale aandacht

Awb afdeling 4.2.8

4:69, eerste lid

normale aandacht

4:70

normale aandacht

4:76

normale aandacht

Subsidieregeling schippersinternaten

Art.7, lid 1

Speciale aandacht

Van de accountant wordt verwacht dat hij de volledigheid van de ouderbijdragen in de controle betrekt. Bij zijn oordeelsvorming maakt hij gebruik van de door CENSIS met de ouders afgesloten contracten.

9

Speciale aandacht

Onder normale aandacht wordt verstaan: controle met dezelfde diepgang, waaronder begrepen toleranties, die de accountant in acht neemt bij de controle van een jaarrekening.

Onder speciale aandacht wordt verstaan: controle waarbij de accountant nadrukkelijk beziet of de desbetreffende subsidiebepalingen zijn nageleefd.

In dit geval moet dus verder worden gegaan dan bij de controle die normaal op een jaarrekening wordt uitgeoefend.

Onder procedurele aandacht wordt verstaan: controle waarbij erop wordt toegezien of procedures in het leven zijn geroepen om te waarborgen dat aan de desbetreffende voorschriften wordt voldaan, of het volgen van die procedures leidt tot naleving van die voorschriften en of die procedures in feite zijn gevolgd.

Aan de niet genoemde artikelen behoeft bij de controle geen aandacht te worden besteed, met dien verstande dat teneinde de controle op de hierboven genoemde artikelen goed te kunnen verrichten kennisneming van de Kaderwet VWS-subsidies, afdeling 4.2.8 van de Algemene wet bestuursrecht en de niet genoemde artikelen van de Subsidieregeling VWS-subsdies en de Subsidieregeling schippersinternaten noodzakelijk is.

In de beschikking waarbij de instellingssubsidie is verleend, kunnen afwijkende en aanvullende subsidiebepalingen zijn opgenomen. De accountant neemt van de inhoud van deze beschikking kennis en betrekt de naleving van de eventueel opgenomen nadere subsidiebepalingen in de controle. Hij geeft aan de beoordeling van de nadere subsidiebepalingen speciale aandacht.

Met betrekking tot de aandacht die de accountant aan artikel 35 van de Subsidieregeling VWS-subsidies moet besteden, is het geenszins de bedoeling dat de accountant op grond van dit protocol een doelmatigheidsonderzoek verricht. Bij zijn oordeelsvorming laat de accountant zich leiden door binnen het maatschappelijk verkeer algemeen aanvaardbare uitgangspunten met betrekking tot het financieel beheer, met ander woorden hij beoordeelt of de instelling zich als ‘een goed huisvader’ over de toegewezen gelden heeft ontfermd.

Van de accountant wordt verwacht dat hij zijn controle zodanig inricht dat bij de beoordeling van de administratieve organisatie en interne controle ook voldoende aandacht wordt gegeven aan de specifieke kenmerken van CENSIS zoals neergelegd in de Subsidieregeling schippersinternaten.

De accountant stelt zijn verklaring op in overeenstemming met het in bijlage 4 opgenomen model.

In de verklaring noemt de accountant de beschikking(en) waarbij de subsidie is verleend. Als in de jaarrekening als melding wordt gemaakt van deze beschikkingen, mag de accountant daarnaar verwijzen met behulp van paragraaf-, paginanummers of dergelijke.

Voor zover de instelling de subsidiebepalingen niet heeft nageleefd maakt de accountant daarvan melding in zijn verklaring. Als de leiding van de instelling in de jaarrekening al melding maakt van de subsidiebepalingen die niet zijn nageleefd, mag de accountant daarnaar verwijzen met behulp van paragraaf-, paginanummers of dergelijke.