Regeling van De Nederlandsche Bank N.V. van 11 december 2006, nr. Juza/2006/02444/CLR, houdende regels inzake de vereiste solvabiliteit ter dekking van het operationeel risico voor banken en beleggingsondernemingen (Regeling solvabiliteitseisen voor het operationeel risico)

Regeling solvabiliteitseisen voor het operationeel risico

De Nederlandsche Bank N.V.,
Na overleg met Euronext, de Nederlandse Vereniging van Banken en de Raad van de Effectenbranche;
Gelet op de artikelen 102, eerste en tweede lid, 103 en 104 van, alsmede bijlage X bij richtlijn nr. 2006/48/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 14 juni 2006 betreffende de toegang tot en de uitoefening van de werkzaamheden van kredietinstellingen (herschikking) (PbEG L 177);
Gelet op de artikelen 20, vierde lid, en 43 van richtlijn nr. 2006/49/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie inzake de kapitaaltoereikendheid van beleggingsondernemingen en kredietinstellingen (herschikking) (PbEG L 177);

Besluit:

Hoofdstuk

1

Algemene bepalingen

Artikel

1:1

In deze regeling wordt verstaan onder:

Hoofdstuk

2

Basisindicatorbenadering

§

2.1

Rekenmethode

Artikel

2:1

Indien een financiële onderneming de basisindicatorbenadering toepast, is de vereiste solvabiliteit ter dekking van het operationeel risico gelijk aan 15% van de overeenkomstig de volgende paragraaf vastgestelde relevante indicator.

§

2.2

Relevante indicator

Artikel

2:2

Artikel

2:3

Artikel

2:4

Artikel

2:5

Indien voor een bepaalde waarneming de som van de netto rentebaten en de netto niet-rentebaten kleiner dan of gelijk is aan nul wordt, in afwijking van artikel 2:2, de relevante indicator vastgesteld door van de positieve waarnemingen de som te berekenen en deze uitkomst te delen door het aantal positieve waarnemingen over de laatste drie jaar.

Hoofdstuk

3

Standaardbenadering

§

3.1

Kwalificatiecriteria

Artikel

3:1

§

3.2

Rekenmethode

Artikel

3:2

Indien een financiële onderneming de standaardbenadering toepast, worden ter berekening van de vereiste solvabiliteit ter dekking van het operationeel risico de relevante indicatoren van de acht in tabel I bij artikel 3:4 genoemde business lines vermenigvuldigd met de bijhorende percentages en vervolgens bij elkaar opgeteld.

§

3.3

Relevante indicatoren

Artikel

3:3

Artikel

3:4

Voor de toepassing van de standaardbenadering worden de in de onderstaande tabel I genoemde business lines en bijbehorende percentages onderscheiden.

Tabel I. Business lines, activiteiten en bijbehorende percentages

1. Ondernemingsfinanciering

Het overnemen van financiële instrumenten en/of plaatsing van financiële instrumenten met plaatsingsgarantie

18%

Dienstverlening in verband met het overnemen van financiële instrumenten

Beleggingsadvies

Advisering aan ondernemingen inzake kapitaalstructuur, bedrijfsstrategie en daarmee samenhangende aangelegenheden, alsmede advisering en dienstverrichting op het gebied van fusies en overnames van ondernemingen

Onderzoek en advies op beleggingsgebied en financiële analyse of andere vormen van algemene aanbevelingen in verband met transacties in financiële instrumenten

2. Handel en verkoop

Het handelen voor eigen rekening

18%

Het ontvangen en doorgeven van orders met betrekking tot één of meer financiële instrumenten

Het uitvoeren van orders voor rekening van cliënten

Het plaatsen van financiële instrumenten zonder plaatsingsgarantie

Activiteiten in samenhang met multilaterale handelsfaciliteiten

3. Courtagediensten ten behoeve van particulieren en kleine partijen

(Activiteiten met individuele natuurlijke personen of met kleine en middelgrote ondernemingen die voldoen aan de in de Regeling kredietrisico genoemde criteria om in de categorie vorderingen op particulieren en kleine partijen te kunnen worden opgenomen.)

Het ontvangen en doorgeven van orders met betrekking tot één of meer financiële instrumenten

12%

Het uitvoeren van orders voor rekening van cliënten

Het plaatsen van financiële instrumenten zonder plaatsingsgarantie

4. Zakelijke bankdiensten

Inontvangstneming van deposito's of andere terugbetaalbare gelden

15%

Verstrekken van leningen

Leasing

Verlenen van garanties en stellen van borgtochten

5. Bankdiensten ten behoeve van particulieren en kleine partijen

(activiteiten met individuele natuurlijke personen of met kleine en middelgrote ondernemingen die voldoen aan de in de Regeling kredietrisico genoemde criteria om in de categorie vorderingen op particulieren en kleine partijen te kunnen worden opgenomen. )

Inontvangstneming van deposito's of andere terugbetaalbare gelden

12%

Verstrekken van leningen

Leasing

Verlenen van garanties en stellen van borgtochten

6. Betaling en afwikkeling

Betalingsverkeer en -transacties

18%

Clearing en settlement van effectentransacties

7. Bemiddelingsdiensten

Fysiek en administratief bewaarbedrijf en beheer van financiële instrumenten voor rekening van cliënten, met inbegrip van bewaarneming alsmede daarmee samenhangende diensten zoals liquiditeiten- en/of zekerhedenbeheer en securities lending

15%

8. Vermogensbeheer

Beheer van portefeuilles

12%

Beheer van instellingen voor collectieve belegging in effecten

Andere vormen van vermogensbeheer

Artikel

3:5

In afwijking van het vorige artikel, kunnen financiële ondernemingen waarvan de afzonderlijke indicator voor de business line ‘Handel en verkoop’ ten minste de helft bedraagt van de totale som van de indicatoren van de acht business lines, tot 31 december 2012 op de business line ‘Handel en verkoop’ een percentage van 15 toepassen.

§

3.4

Beginselen bij de toewijzing van activiteiten aan business lines

Artikel

3:6

Artikel

3:7

Voor de toepassing van het tweede lid, onderdeel c, van het vorige artikel, wordt een activiteit die niet direct in het in tabel I vastgestelde raamwerk van business lines kan worden ingepast en een ondersteunende of nevenactiviteit bij één van de business lines vormt, achtereenvolgens ingedeeld bij:

  • a.

    de business line waarvan de activiteit een ondersteunende of nevenactiviteit vormt;

  • b.

    de business line waaraan de activiteit, gelet op de objectieve, onderscheidende criteria van de verschillende business lines, qua ondersteuning of nevenwerkzaamheden het nauwst gelieerd is; of

  • c.

    de business line met het hoogste percentage.

Artikel

3:8

Bij de toewijzing, bedoeld in artikel 3:6, eerste lid, kunnen de kosten van activiteiten die in een bepaalde business line worden gegenereerd, worden doorberekend aan een andere business line indien deze kosten feitelijk ten behoeve van de activiteiten in die andere business line gemaakt worden. Voor deze doorberekening kunnen interne doorberekeningsmethoden worden gebruikt.

§

3.5

Alternatieve indicatoren voor bepaalde business lines

Artikel

3:9

De alternatieve relevante indicator, bedoeld in artikel 62c, eerste lid, van het Besluit, is gelijk aan het driejaarsgemiddelde van het totale nominale bedrag van de verstrekte leningen en voorschotten. Voor de berekening van de vereiste solvabiliteit ter dekking van het operationeel risico wordt de alternatieve relevante indicator vermenigvuldigd met 0,035.

Artikel

3:10

Hoofdstuk

4

Geavanceerde benadering

Afdeling

4.1

Kwalificatiecriteria

§

4.1.1

Algemeen

Artikel

4:1

De aanvraag, bedoeld in artikel 78, eerste lid, van het Besluit wordt uitsluitend ingewilligd indien de betrokken financiële onderneming beschikt over een:

  • a.

    risicobeheersingsysteem dat voldoet aan de in deze afdeling bedoelde kwalitatieve normen; en

  • b.

    risicomeetsysteem dat voldoet aan de in deze afdeling bedoelde kwalitatieve en kwantitatieve normen.

Artikel

4:2

§

4.1.2

Kwalitatieve normen

Artikel

4:3

Het risicomeetsysteem:

  • a.

    is verregaand geïntegreerd in het dagelijkse risicobeheersingsproces van de financiële onderneming; en

  • b.

    werkt met transparante en toegankelijke datastromen en -processen.

Artikel

4:4

Het interne rapportagestelsel van de financiële onderneming omvat minimaal:

  • a.

    de mate van blootstelling van de financiële onderneming aan operationele risico’s;

  • b.

    de uit de in onderdeel a bedoelde operationele risico’s voortvloeiende verliezen; en

  • c.

    de eventuele corrigerende maatregelen die zijn getroffen naar aanleiding van de in onderdeel a bedoelde operationele risico’s.

§

4.1.3

Algemene kwalitatieve normen

Artikel

4:5

Artikel

4:6

Een financiële onderneming kan in haar schattingen van het operationeel risico rekening houden met correlaties tussen de uit haar operationeel risico voortvloeiende verliezen, doch uitsluitend indien zij kan aantonen dat de systemen waarmee zij de correlaties schat:

  • a.

    deugdelijk zijn;

  • b.

    op integere wijze zijn toegepast; en

  • c.

    rekening houden met de onzekerheid die inherent is aan het schatten van dergelijke correlaties, in het bijzonder in perioden van stress.

Artikel

4:7

Artikel

4:8

Het risicomeetsysteem is consistent en vermijdt in ieder geval dubbeltellingen met betrekking tot schattingen van kwalitatieve factoren en van risicoverminderende technieken.

§

4.1.4

Interne operationele verliesgegevens

Artikel

4:9

Artikel

4:10

De financiële onderneming beschikt over specifieke criteria die waarborgen dat en aangeven hoe zij in de database, bedoeld in het vorige artikel, gegevens vastlegt inzake interne operationele verliezen, die, onder meer, het gevolg zijn van:

  • a.

    een gebeurtenis in een centrale of ondersteunende afdeling;

  • b.

    een activiteit die zich uitstrekt over meer dan één business line; of

  • c.

    aan elkaar gerelateerde gebeurtenissen, die op verschillende tijdstippen plaatsvinden.

Artikel

4:11

Artikel

4:12

Artikel

4:13

§

4.1.5

Externe operationele gegevens

Artikel

4:14

§

4.1.6

Scenario-analyses

Artikel

4:15

Een financiële onderneming maakt in haar risicomeetsysteem gebruik van scenario-analyses om te beoordelen in hoeverre zij blootstaat aan het risico van extreme operationele verliezen. De scenario-analyses zijn gebaseerd op het oordeel van deskundigen alsmede op externe operationele verliesgegevens.

§

4.1.7

Bedrijfsomgeving en interne risicobeheersing

Artikel

4:16

Afdeling

4.2

Het risicoverminderende effect van verzekering en van andere mechanismen van risico-overdracht

Artikel

4:17

Artikel

4:18

Artikel

4:19

Artikel

4:20

Afdeling

4.3

Gebruik van een geavanceerde benadering op groepsniveau

Artikel

4:21

De aanvraag om gebruik te mogen maken van een geavanceerde benadering op groepsniveau bevat in ieder geval:

  • a.

    een beschrijving van de methodiek die wordt toegepast om de vereiste solvabiliteit ter dekking van het operationeel risico aan de verschillende entiteiten van de groep toe te rekenen; en

  • b.

    een beschrijving van de wijze waarop diversificatie-effecten in het risicomeetsysteem zullen worden verwerkt.

Hoofdstuk

5

Overgangs- en slotbepalingen

Artikel

5:1

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2007.

Artikel

5:2

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling solvabiliteitseisen voor het operationeel risico.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Amsterdam
De directeur, A.Schilder
De directeur, D.E.Witteveen