Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 19 december 2006, nr. AV/PB/2006/102511a, tot Vaststelling van regels met betrekking tot de verplichtstelling op grond van de Wet verplichte beroepspensioenregeling (Regeling verplichtstelling beroepspensioenregeling)

Regeling verplichtstelling beroepspensioenregeling

Paragraaf

1

Verplichtstelling

Artikel

a1

Elektronische aanvraag en communicatie

Tenzij naar het oordeel van de minister sprake is van omstandigheden die zich daartegen verzetten, geschieden uitsluitend langs elektronische weg de aanvragen en de daaropvolgende communicatie:

Artikel

1

Aanvraag van de verplichtstelling

De aanvraag van de verplichtstelling, bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, bevat:

  • a.

    een vermelding van de beroepspensioenvereniging die om de verplichtstelling vraagt;

  • b.

    een toelichting op de aanvraag tot verplichtstelling;

  • c.

    een digitale tekst van de integrale omschrijving van de gewenste werkingssfeer van de verplichtstelling, waarbij gebruik is gemaakt van algemeen gebruikte programmatuur;

  • d.

    een digitale tekst van de integrale beroepspensioenregeling, waarbij gebruik is gemaakt van algemeen gebruikte programmatuur;

  • e.

    een opgave van representativiteitgegevens in de vorm van:

    • 1°.

      het aantal beroepsgenoten, dat lid is van de bij de aanvraag van de verplichtstelling betrokken beroepspensioenvereniging onderscheidenlijk het aantal beroepsgenoten in de beroepsgroep waarop de aanvraag van de verplichtstelling betrekking heeft, alsmede, indien de aanvraag ook betrekking heeft op beroepsgenoten in loondienst;

    • 2°.

      het aantal beroepsgenoten in loondienst dat lid is van de bij de aanvraag van de verplichtstelling betrokken beroepspensioenvereniging onderscheidenlijk het aantal beroepsgenoten in loondienst in de beroepsgroep waarop de aanvraag van de verplichtstelling betrekking heeft; en

  • f.

    een toelichting op de wijze van verzameling van de representativiteitgegevens, bedoeld in onderdeel e, die in ieder geval het volgende bevat:

    • 1°.

      een opgave van de gebruikte bronnen voor de aantallen beroepsgenoten en beroepsgenoten in loondienst als bedoeld in onderdeel e, onder 1° en 2°;

    • 2°.

      een opgave van de gehanteerde onderzoeksmethode;

    • 3°.

      een opgave van de wijze van meting;

    • 4°.

      een opgave van de peildatum of de periode waarop de cijfers betrekking hebben;

    • 5°.

      een toelichting waaruit blijkt dat de grenzen van het domein waarover de gegevens zijn verzameld gerelateerd zijn aan de werkingssfeer van het beroepspensioenfonds of dat deel van het beroepspensioenfonds waarop de aanvraag van de verplichtstelling betrekking heeft. Daarbij is duidelijk dat in de werkingssfeer van het beroepspensioenfonds uitgesloten categorieën beroepsgenoten en beroepsgenoten in loondienst in de tellingen buiten beschouwing zijn gelaten.

Artikel

2

Assurancerapport

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid kan naar aanleiding van de opgave, bedoeld in artikel 1, onderdeel e, verlangen dat een assurancerapport over de juistheid van die opgave van een registeraccountant of een accountant-administratieconsulent die daartoe gecertificeerd is, wordt overgelegd.

Artikel

3

Aanvraag tot wijziging van de verplichtstelling

De aanvraag tot wijziging van de verplichtstelling, bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, bevat:

  • a.

    een vermelding van de beroepspensioenvereniging die om wijziging van de verplichtstelling vraagt;

  • b.

    een toelichting op de aanvraag tot wijziging van de verplichtstelling;

  • c.

    een digitale tekst van de integrale omschrijving van de werkingssfeer van de verplichtstelling zoals deze zou komen te luiden na de gewenste wijziging, waarbij gebruik is gemaakt van algemeen gebruikte programmatuur;

  • d.

    een opgave van representativiteitgegevens in de vorm van:

    • 1°.

      het aantal beroepsgenoten dat lid is van de bij de aanvraag tot wijziging van de verplichtstelling betrokken beroepspensioenvereniging onderscheidenlijk het aantal beroepsgenoten in de beroepsgroep waarop de aanvraag tot wijziging van de verplichtstelling betrekking heeft, alsmede, indien de aanvraag ook betrekking heeft op beroepsgenoten in loondienst;

    • 2°.

      het aantal beroepsgenoten in loondienst dat lid is van de bij de aanvraag tot wijziging van de verplichtstelling betrokken beroepspensioenvereniging onderscheidenlijk het aantal beroepsgenoten in loondienst in de beroepsgroep waarop de aanvraag tot wijziging van de verplichtstelling betrekking heeft; en

  • e.

    een toelichting op de wijze van verzameling van de representativiteitgegevens, bedoeld in onderdeel d, die in ieder geval het volgende bevat:

    • 1°.

      een opgave van de gebruikte bronnen voor de aantallen beroepsgenoten en beroepsgenoten in loondienst als bedoeld in onderdeel d, onder 1° en 2°;

    • 2°.

      een opgave van de gehanteerde onderzoeksmethode;

    • 3°.

      een opgave van de wijze van meting;

    • 4°.

      een opgave van de peildatum of de periode waarop de cijfers betrekking hebben;

    • 5°.

      een toelichting waaruit blijkt dat de grenzen van het domein waarover de gegevens zijn verzameld gerelateerd zijn aan de werkingssfeer van het beroepspensioenfonds of dat deel van het beroepspensioenfonds waarop de aanvraag tot wijziging van de verplichtstelling betrekking heeft. Daarbij is duidelijk dat in de werkingssfeer van het beroepspensioenfonds uitgesloten categorieën beroepsgenoten en beroepsgenoten in loondienst in de tellingen buiten beschouwing zijn gelaten.

Artikel

4

Assurancerapport

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid kan naar aanleiding van de opgave, bedoeld in artikel 3, onderdeel d, verlangen dat een assurancerapport over de juistheid van die opgave van een registeraccountant of een accountant-administratieconsulent die daartoe gecertificeerd is, wordt overgelegd.

Artikel

5

Aanvraag tot intrekking van de verplichtstelling

Artikel

6

Assurancerapport

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid kan naar aanleiding van de opgave, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel c, verlangen dat een assurancerapport over de juistheid van die opgave van een registeraccountant of een accountant-administratieconsulent die daartoe gecertificeerd is, wordt overgelegd.

Artikel

7

Aanvraag tot ontheffing

Artikel

8

Behandeling aanvragen

De aanvragen, bedoeld in de artikelen 1, 3, 5 en 7 worden eerst in behandeling genomen wanneer alle van belang zijnde gegevens en bescheiden, genoemd in die artikelen, bij de aanvragen zijn gevoegd.

Artikel

9

Termijnen

Artikel

9a

Elektronische communicatie

De minister draagt zorg voor de noodzakelijke elektronische infrastructuur waarmee de aanvragen, bedoeld in artikel a1, betrouwbaar en vertrouwelijk kunnen worden verzonden. Bij de verzending van de aanvragen, bedoeld in artikel a1, wordt gebruik gemaakt van de door de minister ter beschikking gestelde elektronische formulieren en de door hem erkende methode van authenticatie.

Paragraaf

2

Gemoedsbezwaren

Artikel

10

De aanvraag

Artikel

11

Indienen van de aanvraag

Artikel

12

Verlenen van de ontheffing

Artikel

13

Spaarbijdragen

De persoon die een ontheffing heeft, betaalt dezelfde bedragen welke hij verschuldigd zou zijn in de vorm van premies indien hij geen ontheffing had, aan de pensioenuitvoerder in de vorm van spaarbijdragen. In de beroepspensioenregeling wordt geregeld waarop deze spaarbijdragen recht geven.

Artikel

14

Spaarrekening

Artikel

15

Intrekken van de ontheffing

Artikel

16

Overgangsrecht

Vervallen

Artikel

18

Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2007.

Artikel

19

Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als Regeling verplichtstelling beroepspensioenregeling.

Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,A.J. deGeus

Bijlage

Vervallen