Regeling bewijzen van bevoegdheid en bevoegdverklaringen voor luchtvarenden 2001

De Minister van Verkeer en Waterstaat,

Besluit:

Hoofdstuk

1

Begripsbepalingen

Artikel

1

Hoofdstuk

2

Procedurele en bijzondere bepalingen

Artikel

2

Artikel

3

Voor zover ter voldoening van de ervaringseisen gebruik kan worden gemaakt van een FNPT als bedoeld in artikel 1 van de Regeling kwalificatie STD’s met een bewijs van kwalificatie voor FNPT(G), kan dit tot ten hoogste:

  • a.

    voor PPL(A) en CPL(A): 5 uur;

  • b.

    voor IR(A): 20 uur.

Hoofdstuk

3

Bijzondere bevoegdverklaringen

Artikel

4

De vastgestelde bijzondere type- en klassebevoegdverklaringen voor vliegers in de categorieën vliegtuigen en helikopters, voor ballonvaarders en voor boordwerktuigkundigen zijn opgenomen in bijlage 5 bij deze regeling.

Artikel

5

Aan houders van een RPL(G) kan een of meer van de volgende bijzondere bevoegdverklaringen naar werkzaamheden worden afgegeven:

  • a.

    slepen, zonder welke het niet is toegestaan op te treden als bestuurder van een zweefvliegtuig tijdens vluchten, waarbij het zweefvliegtuig door een vliegtuig wordt gesleept, en

  • b.

    lieren, zonder welke het niet is toegestaan op te treden als bestuurder van een zweefvliegtuig tijdens een lierstart.

Artikel

6

Artikel

7

De geldigheidsduur van bijzondere bevoegdverklaringen is voor:

  • a.

    MP of SP typebevoegdverklaring: 12 maanden;

  • b.

    SP-ME klassebevoegdverklaring: 12 maanden;

  • c.

    SP-SE klassebevoegdverklaring: 24 maanden;

  • d.

    de bevoegdverklaringen lieren en slepen: 24 maanden;

  • e.

    de bevoegdverklaringen heteluchtballonnen en gasballonnen: 24 maanden.

Hoofdstuk

4

Afgifte

§

1

Bewijzen van bevoegdheid

Artikel

8

ATPL

Artikel

9

CPL

De eisen voor afgifte van een CPL(A), respectievelijk CPL(H), zijn:

  • a.

    opleiding: met goed gevolg bij een gekwalificeerde opleidingsinstelling:

    • 1°.

      een ATP(A), respectievelijk ATP(H), geïntegreerde vliegopleiding binnen 12 tot 36 maanden,

    • 2°.

      een CPL/IR(A) geïntegreerde vliegopleiding binnen 9 tot 30 maanden,

    • 3°.

      een CPL(A), respectievelijk CPL(H), geïntegreerde vliegopleiding binnen 9 tot 24 maanden, of

    • 4°.

      een CPL(A), respectievelijk CPL(H), modulaire vliegopleiding waarvan het theoriegedeelte binnen 18 maanden en het praktijkgedeelte binnen 36 maanden vanaf de datum waarop de kandidaat (gedeeltelijk) is geslaagd voor het theoriegedeelte, is afgerond;

  • b.

    kennis: de eisen, bedoeld in JAR FCL 1.160(b) en (c), respectievelijk 2.160(b) en (c);

  • c.

    bedrevenheid: de eisen, bedoeld in bijlage 2 bij deze regeling;

  • d.

    ervaring: de eisen, bedoeld in JAR-FCL 1.155, respectievelijk 2.155, en

  • e.

    de eisen voor afgifte van een type- of klassebevoegdverklaring, respectievelijk een typebevoegdverklaring.

Artikel

10

PPL

Artikel

11

RPL(A) en RPL(H)

De eisen voor afgifte van een RPL(A), respectievelijk RPL(H), zijn:

  • a.

    opleiding: met goed gevolg bij een geregistreerde of gekwalificeerde opleidingsinstelling een RPL(A) vliegopleiding, respectievelijk een RPL(H) vliegopleiding, hebben doorlopen, waarbij het gehele theorie-examen binnen 12 maanden is afgerond en het praktijkexamen is afgerond binnen 36 maanden vanaf de datum waarop de aanvrager is geslaagd voor het theoriegedeelte;

  • b.

    kennis: de eisen, bedoeld in JAR-FCL 1.125(a), 1.130 en appendix 1 bij JAR-FCL 1.125, respectievelijk 2.125(a), 2.130 en appendix 1 bij JAR-FCL 2.125;

  • c.

    bedrevenheid: de eisen, bedoeld in bijlage 2 bij deze regeling, aangetoond in een luchtvaartuig van de gewenste klasse, respectievelijk het gewenste type;

  • d.

    ervaring: ten minste 30 vlieguren tijdens de opleiding, waarbij voor de houder van een bewijs van bevoegdheid de totale vliegtijd in de hoedanigheid van gezagvoerder van een willekeurig ander luchtvaartuig mag worden meegeteld, met uitzondering van de solouren in het opleidingsprogramma, en

  • e.

    de eisen voor afgifte van een type- of klassebevoegdverklaring, respectievelijk een typebevoegdverklaring.

Artikel

12

RPL(G)

De eisen voor afgifte van een RPL(G) zijn:

  • a.

    kennis en bedrevenheid algemeen: met goed gevolg ten overstaan van een door de Minister ingestelde examencommissie, bedoeld in het Besluit bewijzen van bevoegdheid voor de luchtvaart, de theorie- en praktijkexamens voor een RPL(G) hebben behaald, waarbij alle benodigde theorie- en praktijkcertificaten binnen een periode van 48 maanden zijn behaald;

  • b.

    kennis: de theoretische vakken, bedoeld in bijlage 7a bij deze regeling;

  • c.

    bedrevenheid: de kandidaat moet voldoende bedrevenheid bezitten in het zelfstandig besturen van een zweefvliegtuig in alle normale vliegtoestanden, aan te tonen tijdens het examen, bedoeld in bijlage 7a bij deze regeling, dat mag worden afgenomen wanneer de kandidaat voldoet aan de betreffende eisen inzake kennis en ervaring;

  • d.

    ervaring: de eisen, bedoeld in bijlage 7a bij deze regeling, en

  • e.

    de eisen voor afgifte van een bijzondere bevoegdverklaring lieren of slepen.

Artikel

13

RPL(FB)

De eisen voor afgifte van een RPL(FB) zijn:

  • a.

    kennis en bedrevenheid algemeen: met goed gevolg de theorie- en praktijkexamens voor een RPL(FB) hebben behaald, waarbij het gehele theorie-examen binnen 18 maanden is afgerond en het praktijkexamen is afgerond binnen 36 maanden vanaf de datum waarop de aanvrager is geslaagd voor het theoriegedeelte;

  • b.

    kennis: de theoretische vakken, bedoeld in bijlage 7b bij deze regeling;

  • c.

    bedrevenheid: de kandidaat moet voldoende bedrevenheid bezitten op de onderdelen, bedoeld in bijlage 7b bij deze regeling, aan te tonen tijdens een examen, dat mag worden afgenomen wanneer de kandidaat voldoet aan de betreffende eisen inzake kennis en ervaring;

  • d.

    ervaring: de eisen, bedoeld in bijlage 7b bij deze regeling, en

  • e.

    de eisen voor afgifte van een bijzondere klassebevoegdverklaring heteluchtballonnen of gasballonnen.

Artikel

14

CFEL

De eisen voor afgifte van een CFEL(A) zijn:

  • a.

    opleiding: met goed gevolg bij een gekwalificeerde opleidingsinstelling de opleiding voor de typebevoegdverklaring hebben doorlopen;

  • b.

    kennis: de eisen, bedoeld in JAR-FCL 4.160;

  • c.

    bedrevenheid: de eisen, bedoeld in bijlage 2 bij deze regeling, met betrekking tot een MP type bevoegdverklaring, en

  • d.

    ervaring: de eisen, bedoeld in JAR-FCL 4.165.

§

2

Algemene bevoegdverklaringen

Artikel

15

IR opleidingseisen

Artikel

16

IR overige eisen

De eisen voor afgifte van een IR(A), respectievelijk IR(H), zijn:

  • a.

    kennis: de eisen, bedoeld in JAR-FCL 1.195(b), respectievelijk 2.195(b);

  • b.

    bedrevenheid: de ter zake van IR(A), respectievelijk IR(H), gestelde eisen in bijlage 2 bij deze regeling; en

  • c.

    ervaring: de eisen, bedoeld in JAR-FCL 1.190, respectievelijk 2.190.

Artikel

17

CSR

De eisen voor afgifte van een CSR(A), respectievelijk CSR(H), zijn:

  • a.

    kennis: de stabiliteit van het vliegtuig, respectievelijk de helikopter, het vliegen in turbulente lucht en in de nabijheid van de grond, de namen van de voornaamste in de landbouw gebruikte bestrijdingsmiddelen, de aan het werken met deze middelen verbonden gevaren en de voor de veiligheid van de bestuurder toe te passen maatregelen;

  • b.

    bedrevenheid: afhankelijk van de categorie vliegtuigen, respectievelijk helikopters, het besturen van een vliegtuig, respectievelijk helikopter, zowel met volle als met lege spuitstoftank, in de nabijheid van de grond tijdens één of meer vluchten volgens een door de examinator aangegeven grondtraject, en

  • c.

    ervaring: ten minste 300 vlieguren als eerste bestuurder van vliegtuigen, respectievelijk helikopters, met dien verstande dat, indien de aanvrager als houder van een PPL vluchten heeft uitgevoerd, de uren als enige bestuurder zijn gevlogen.

Artikel

18

RT

De eisen voor afgifte van een RT zijn:

  • a.

    met goed gevolg doorlopen van een opleiding voor RT bij een daartoe geregistreerde of gekwalificeerde opleidingsinstelling;

  • b.

    kennis: de eisen gesteld in bijlage 3 bij deze regeling, en

  • c.

    bedrevenheid:

    • 1°.

      voor RT met de beperking VFR-only, de eisen in bijlage 3 bij deze regeling;

    • 2°.

      voor RT zonder beperking, de eisen in bijlage 3 bij deze regeling.

Artikel

19

Instructeursbevoegdverklaringen (A)/(H)/(E) opleidingseisen

Artikel

20

Instructeursbevoegdverklaringen (A)/(H)/(E) overige eisen

Artikel

21

RFI (G)

De eisen voor afgifte van de bevoegdverklaring RFI(G)A, RFI(G)B of RFI(G)C in een RPL(G) zijn:

  • a.

    kennis en bedrevenheid algemeen: met goed gevolg ten overstaan van een door de Minister ingestelde exa-mencommissie de theorie- en prak-tijkexamens voor een bevoegdverkla-ring RFI(G) in een RPL(G) hebben behaald, waarbij het praktijkexamen is afgerond binnen 36 maanden vanaf de datum waarop de aanvrager is geslaagd voor het theoriegedeelte;

  • b.

    kennis: de theoretische vakken, bedoeld in bijlage 8 bij deze regeling;

  • c.

    bedrevenheid: de kandidaat moet voldoende bedrevenheid bezitten op de onderdelen, bedoeld in bijlage 8 bij deze regeling, aan te tonen tijdens een examenvlucht, en

  • d.

    ervaring: de eisen, bedoeld in bijlage 8 bij deze regeling.

Artikel

22

Night qualification

De eisen voor afgifte van een night qualification zijn:

  • a.

    voor PPL(A), respectievelijk PPL(H): de eisen, bedoeld in JAR-FCL 1.125(c), respectievelijk 2.125(c);

  • b.

    voor CPL(A), respectievelijk CPL(H): de eisen, bedoeld in JAR-FCL 1.165(b), respectievelijk 2.165(b).

§

3

Bijzondere bevoegdverklaringen onder te verdelen naar type, klasse en werkzaamheden

Artikel

23

Bijzondere bevoegdverklaringen (A)/(H)/(E) toelatingseisen opleiding

De aanvrager van een MP typebevoegdverklaring in een bewijs van bevoegdheid voor vliegtuigen, voor helikopters, respectievelijk in een CFEL, heeft voldaan aan de toelatingseisen voor de opleiding, bedoeld in JAR-FCL 1.250, 2.250, respectievelijk 4.250.

Artikel

24

Bijzondere bevoegdverklaringen (A)/(H)/(E) opleidingseisen

Artikel

25

Bijzondere bevoegdverklaringen (A)/(H)/(E) overige eisen

Artikel

26

Bijzondere bevoegdverklaringen in RPL(A)/(H)

De eisen voor afgifte van een klassebevoegdverklaring in een RPL(A), respectievelijk typebevoegdverklaring in een RPL(H), zijn:

  • a.

    de opleiding voor de betreffende klasse, respectievelijk het betreffende type, met dien verstande dat degene die al in het bezit is van een klassebevoegdverklaring, respectievelijk type-bevoegdverklaring, ten minste de in het opleidingsprogramma beschreven solo-ervaring moet opdoen, en

  • b.

    bedrevenheidseisen voor SP(A) klassebevoegdverklaring, respectievelijk SP(H) typebevoegdverklaring, bedoeld in bijlage 2 bij deze regeling, waarbij het examen wordt afgelegd op een luchtvaartuig van de klasse, respectievelijk het type, waarvoor de bevoegdverklaring wordt aangevraagd.

Artikel

27

Bijzondere bevoegdverklaringen in RPL(G)

De eisen voor afgifte van een bijzondere bevoegdverklaring in een RPL(G) zijn:

  • a.

    bedrevenheid:

    • 1°.

      voor lieren: het praktijkexamen, bedoeld in bijlage 7a van deze regeling, uitgevoerd met behulp van lierstarts. Indien de kandidaat de bevoegdverklaring slepen in het bewijs van bevoegdheid RPL(G) heeft staan, kan worden volstaan met drie lierstarts, waarbij zich een examinator aan boord bevindt. Een kabelbreukoefening maakt deel uit van een van deze lierstarts;

    • 2°.

      voor slepen: het praktijkexamen, bedoeld in bijlage 7a van deze regeling, uitgevoerd met behulp van sleepvluchten. Tijdens één van de sleepvluchten wordt een daalvlucht achter het sleepvliegtuig uitgevoerd vanaf een hoogte van tenminste 150 m. Daarbij wordt de gehele sleep tot vlak boven de grond gebracht zonder deze te raken. Daarna wordt de sleep voortgezet tot een hoogte van tenminste 500 m. Indien de kandidaat de bevoegdheid lieren in het bewijs van bevoegdheid RPL(G) heeft staan, kan worden volstaan met één vlucht als hierboven omschreven, en

  • b.

    ervaring:

    • 1°.

      voor lieren: binnen 48 maanden voordat aan de bedrevenheidseisen is voldaan ten minste tien solo lierstarts hebben gemaakt onder toezicht van een RFI(G), waarbij ten minste de normale circuithoogte is bereikt;

    • 2°.

      voor slepen: binnen 48 maanden voordat aan de bedrevenheidseisen is voldaan ten minste vijf solo vliegtuigsleepstarts hebben gemaakt onder toezicht van een RFI(G), waarbij de gezamenlijke sleeptijd ten minste 30 minuten bedraagt.

Artikel

28

Bijzondere bevoegdverklaringen in RPL(FB)

De eisen voor afgifte van een bijzondere klassebevoegdverklaring in een RPL(FB) zijn:

  • a.

    bedrevenheid: het met goed gevolg afleggen van het examen, bedoeld in artikel 13, onder c, van deze regeling op een vrije ballon van de klasse waarvoor een bevoegdverklaring wordt aangevraagd, en

  • b.

    ervaring: de eisen, bedoeld in bijlage 7b, onder c, bij deze regeling, waarbij gebruik is gemaakt van een vrije ballon in de klasse waarvoor een bevoegdverklaring wordt aangevraagd.

Hoofdstuk

5

Verlenging en hernieuwde afgifte na verlopen van bevoegdverklaringen

§

1

Algemene bevoegdverklaringen

Artikel

29

IR verlenging

Artikel

30

IR hernieuwde afgifte

De eisen voor hernieuwde afgifte na verlopen van een IR(A), respectievelijk IR(H), zijn:

  • a.

    indien de geldigheid van de bevoegdverklaring ten hoogste 84 maanden is verlopen, de eisen, bedoeld in JAR-FCL 1.185(d), respectievelijk 2.185(d); of

  • b.

    indien de geldigheid langer dan 84 maanden is verlopen, de eisen, bedoeld onder a, alsmede de eisen bedoeld in JAR-FCL 1.185 (e) respectievelijk 2.185 (d).

Artikel

31

CSR verlenging

De eisen voor verlenging van een CSR zijn:

  • a.

    ervaring: in de 24 maanden voorafgaande aan de verlenging gedurende ten minste 12 uren de bevoegdheden van CSR hebben uitgeoefend, en

  • b.

    bedrevenheid: hebben voldaan aan de eisen, bedoeld in artikel 17, onderdeel b.

Artikel

33

Instructeursbevoegdverklaringen (A)/(H)/(E) verlenging

De eisen voor verlenging van een instructeursbevoegdverklaring in de categorie vliegtuigen, respectievelijk helikopters, zijn:

  • a.

    voor FI(A), respectievelijk FI(H): de eisen, bedoeld in JAR-FCL 1.355(a), respectievelijk 2.355(a);

  • b.

    voor TRI(A), TRI(H), respectievelijk TRI(E): de eisen bedoeld in JAR-FCL 1.370(a), 2.370(a), respectievelijk 4.370(a);

  • c.

    voor CRI(A): de eisen, bedoeld in JAR-FCL 1.385(a);

  • d.

    voor IRI(A), respectievelijk IRI(H): de eisen, bedoeld in JAR-FCL 1.400(a), respectievelijk 2.400(a);

  • e.

    voor SFI(A), SFI(H), respectievelijk SFI(E): de eisen, bedoeld in JAR-FCL 1.415(a), 2.415(a), respectievelijk 4.415(a);

  • f.

    voor RFI(A) en RFI(H): de aanvrager voldoet aan ten minste twee van de volgende drie eisen:

    • 1°.

      binnen drie jaar voorafgaande aan de verlenging heeft de houder ten minste 75 uur vlieginstructie gegeven op luchtvaartuigen in de betreffende categorie, waarvan ten minste 25 uur per type of klasse luchtvaartuig binnen de categorie en ten minste 25 uur in de 12 maanden voor afloop van de geldigheidsduur van de bevoegdverklaring;

    • 2°.

      deelname aan een opfriscursus voor RFI voor de betreffende categorie in de 12 maanden voor afloop van de geldigheidsduur van de bevoegdverklaring; of

    • 3°.

      met goed resultaat een proeve van bekwaamheid afleggen op een luchtvaartuig van de betreffende klasse of type, afgenomen door een RFIE, in de 12 maanden voor afloop van de geldigheidsduur van de bevoegdverklaring.

Artikel

34

Instructeursbevoegdverklaringen (A)/(H)/(E) hernieuwde afgifte

De eisen voor hernieuwde afgifte na verlopen van een instructeursbe-voegdverklaring in de categorie vlieg-tuigen, respectievelijk helikopters, zijn:

  • a.

    voor FI(A), respectievelijk FI(H): de eisen, bedoeld in JAR-FCL 1.355(b), respectievelijk 2.355(b);

  • b.

    voor TRI(A), TRI(H), respectievelijk TRI(E): de eisen, bedoeld in JAR-FCL 1.370(b), 2.370(b), respectievelijk 4.370(b);

  • c.

    voor CRI(A): de eisen, bedoeld in JAR-FCL 1.385(b), met dien verstande dat de herhalingstraining, bedoeld in dat artikel, instemming van de minister behoeft;

  • d.

    voor IRI(A), respectievelijk IRI(H): de eisen, bedoeld in JAR-FCL 1.400(b), respectievelijk 2.400(b);

  • e.

    voor SFI(A), SFI(H), respectievelijk SFI(E): de eisen, bedoeld in JAR-FCL 1.415(b), 2.415(b), respectievelijk 4.415(b);

  • f.

    voor RFI(A) en RFI(H): de eisen, bedoeld in artikel 33, onderdeel f, onder 2 en 3, met dien verstande dat aan deze eisen is voldaan in de 12 maanden voorafgaand aan hernieuwde afgifte na verlopen van de bevoegdverklaring.

Artikel

35

RFI(G) verlenging

Om in aanmerking te komen voor verlenging van de bevoegdverklaring RFI(G)A, RFI(G)B of RFI(G)C in een RPL(G) heeft men binnen de geldigheidsduur van de betreffende bevoegdverklaring minimaal drie dagen per jaar dienst gedaan als RFI(G)A, RFI(G)B, respectievelijk RFI(G)C.

Artikel

36

RFI(G) hernieuwde afgifte

De eisen voor hernieuwde afgifte na verlopen van een bevoegdverklaring RFI(G)A, RFI(G)B of RFI(G)C in een RPL(G) zijn:

  • a.

    tot 12 maanden na de vervaldatum, indien men binnen deze 12 maanden minimaal drie dagen dienst heeft gedaan als RFI(G)A, RFI(G)B, respectievelijk RFI(G)C, terwijl de betreffende bevoegdverklaring nog geldig was: de eisen, bedoeld in artikel 35 van deze regeling, of

  • b.

    tot 36 maanden na de vervaldatum als onderdeel a niet van toepassing is: de eisen, bedoeld in artikel 21, onderdeel c, van deze regeling.

§

2

Bijzondere bevoegdverklaringen

Artikel

37

Bijzondere bevoegdverklaringen (A)/(H)/(E) verlenging

Artikel

38

Bijzondere bevoegdverklaringen (A)/(H)/(E) hernieuwde afgifte

Artikel

39

Bijzondere bevoegdverklaringen in RPL(A)/(H) verlenging

De eisen voor verlenging van een klassebevoegdverklaring in een RPL(A), respectievelijk een typebevoegdverklaring in een RPL(H), zijn:

  • a.

    binnen drie maanden voor afloop van de geldigheidsduur met goed resultaat een proeve van bekwaamheid afleggen op een luchtvaartuig van de betreffende klasse, respectievelijk van het betreffende type; of

  • b.

    binnen 12 maanden voor afloop van de geldigheidsduur van de bevoegdverklaring:

    • 1°.

      per klasse, respectievelijk type, luchtvaartuig 12 vlieguren, waarvan ten minste 6 uur als gezagvoerder en waarbij ten minste 12 starts en 12 landingen zijn uitgevoerd, en

    • 2°.

      een trainingsvlucht van ten minste 1 uur met een RFI dan wel een proeve van bekwaamheid of een praktijkexamen voor een klasse-, respectievelijk typebevoegdverklaring.

Artikel

40

Bijzondere bevoegdverklaringen in RPL(A)/(H) hernieuwde afgifte

Een type of klassebevoegdverklaring in een RPL(A) of RPL(H) wordt slechts hernieuwd afgegeven na verlopen indien de aanvrager voldoet aan de eisen bedoeld in artikel 26.

Artikel

41

Bijzondere bevoegdverklaringen in RPL(G)/(FB) verlenging

Artikel

42

Bijzondere bevoegdverkla-ringen in RPL(G)/(FB) hernieuwde afgifte

Hoofdstuk

6

Overgangs- en slotbepalingen

Artikel

43

Houders van een bewijs van bevoegdheid en bevoegdverklaringen voor helikopters en de houders van een bewijs van bevoegdheid voor boordwerktuigkundige, afgegeven op grond van artikel 38 van het Besluit bewijzen van bevoegdheid voor de luchtvaart, kunnen tot en met 3 maanden na inwerkingtreding van deze regeling bevoegdverklaringen verlengen op de wijze omschreven in de Regeling van de Minister van Verkeer en Waterstaat, houdende vaststelling van de wijze van verlenging van de geldigheidsduur vliegbewijzen en bewijzen van bevoegdheid.

Artikel

44

Degene die voor 1 oktober 1999 aan een opleiding is begonnen voor een bewijs van bevoegdheid voor vliegtuigen of voor 1 oktober 2001 is begonnen aan een opleiding voor een bewijs van bevoegdheid voor helikopters of aan een opleiding voor een bewijs van bevoegdheid voor boordwerktuigkundige en deze afrondt overeenkomstig artikel 40 van het Besluit bewijzen van bevoegdheid voor de luchtvaart, komt in aanmerking voor afgifte van een bewijs van bevoegdheid of bevoegdverklaring op grond van artikel 38 van het Besluit bewijzen van bevoegdheid voor de luchtvaart indien hij voldoet aan:

Artikel

45

De door de Minister krachtens de Regeling bewijzen van bevoegdheid en bevoegdverklaringen voor luchtvarenden afgegeven bewijzen van bevoegdheid en de daarop aangetekende bevoegdverklaringen, die op het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling geldig zijn, worden gelijkgesteld met bewijzen van bevoegdheid of bevoegdverklaringen, afgegeven op grond van deze regeling.

Artikel

46

De Regeling bewijzen van bevoegdheid en bevoegdverklaringen voor luchtvarenden wordt ingetrokken.

Artikel

47

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 november 2001 en werkt terug tot en met 1 oktober 2001.

Artikel

48

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling bewijzen van bevoegdheid en bevoegdverklaringen voor luchtvarenden 2001.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen, die ter inzage worden gelegd bij het Ministerie van Verkeer en Waterstaat.

De Minister van Verkeer en Waterstaat,T.Netelenbos

Bijlage

1

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Verkeer en Waterstaat.

Bijlage

2

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Verkeer en Waterstaat.

Bijlage

3

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Verkeer en Waterstaat.

Bijlage

4a

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Verkeer en Waterstaat.

Bijlage

4b

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Verkeer en Waterstaat.

Bijlage

5

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Verkeer en Waterstaat.

Bijlage

6

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Verkeer en Waterstaat.

Bijlage

7a

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Verkeer en Waterstaat.

Bijlage

7b

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Verkeer en Waterstaat.

Bijlage

8

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Verkeer en Waterstaat.