Besluit van 17 januari 2007, houdende nieuwe eisen inzake de veiligheid en kwaliteit van lichaamsmateriaal (Eisenbesluit lichaamsmateriaal 2006)

Eisenbesluit lichaamsmateriaal 2006

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 16 augustus 2006, kenmerk GMT/MVG 2698800;
Gelet op richtlijn 2004/23/EG van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 tot vaststelling van kwaliteits- en veiligheidsnormen voor het doneren, verkrijgen, testen, bewerken, bewaren en distribueren van menselijke weefsels en cellen (PbEU L 102), alsmede op artikel 8 van de Wet veiligheid en kwaliteit lichaamsmateriaal en artikel 18, derde lid, van de Wet op de orgaandonatie;
De Raad van State gehoord (advies van 22 september 2006, nummer W13.06.0351/III);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 11 januari 2007, kenmerk GMT/MVG 2727986;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Hoofdstuk

1

Algemeen

Artikel

1.1

Artikel

1.2

Hoofdstuk

2

Orgaancentrum

Artikel

2.1

Artikel

2.2

Artikel

2.3

Artikel

2.4

Het orgaancentrum kan slechts werkzaamheden aan derden uitbesteden door middel van een schriftelijke overeenkomst.

Artikel

2.5

Hoofdstuk

3

Verkrijgen en testen

Artikel

3.1

Dit hoofdstuk is niet van toepassing op organen.

Artikel

3.2

Artikel

3.3

Hoofdstuk

4

Ontvangen en bewaren

Artikel

4.1

Artikel

4.2

Artikel

4.3

Artikel

4.4

Artikel

4.5

Artikel

4.6

Artikel

4.7

Hoofdstuk

5

Bewerken

Artikel

5.1

Artikel

5.2

Hoofdstuk

6

Distributie

Artikel

6.1

Artikel

6.2

Hoofdstuk

7

Gebruiken

Artikel

7.1

Het voorhanden houden van lichaamsmateriaal in afwachting van gebruik geschiedt op zodanige wijze dat de veiligheid en de kwaliteit van het materiaal behouden blijven.

Artikel

7.2

De instelling kan lichaamsmateriaal dat aan haar is afgeleverd met het oog op het toepassen op de mens maar daarvoor niet wordt gebruikt, vernietigen onder kennisgeving aan de instantie die het aan haar heeft afgeleverd, dan wel aan die instantie teruggeven.

Artikel

7.3

Artikel

7.4

Een ieder die gebruik maakt van lichaamsmateriaal, geeft alle relevante informatie door aan het orgaancentrum of de weefselinstelling, waarvan het materiaal afkomstig is, teneinde de traceerbaarheid te vergemakkelijken en de kwaliteitsbewaking en de veiligheid te waarborgen.

Hoofdstuk

8

Ernstige ongewenste voorvallen en bijwerkingen

Artikel

8.1

Hoofdstuk

9

Gegevensbescherming en vertrouwelijkheid

Artikel

9.1

Hoofdstuk

10

Normen

Artikel

10.1

Onze Minister kan normen aanwijzen, bij het voldoen waaraan de orgaancentra, de weefselinstellingen of de in de hoofdstukken 7 bedoelde instellingen worden vermoed te voldoen aan de in dit besluit gestelde eisen.

Hoofdstuk

11

Slotbepalingen

Artikel

11.2

Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Artikel

11.3

Dit besluit wordt aangehaald als: Eisenbesluit lichaamsmateriaal 2006.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

’s-Gravenhage
Beatrix
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, J. F.Hoogervorst
De Minister van Justitie, E. M. H.Hirsch Ballin