Artikel
1
Begripsbepalingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
-
a.
besluit: Besluit Rijksgebouwendienst 1999;
-
b.
object: een of meer gebouwen, werken of terreinen, of gedeelten daarvan, waarover de zorg van de dienst zich uitstrekt;
-
c.
Rijksbouwmeester: Rijksbouwmeester, genoemd in artikel 13 van het besluit;
-
d.
monument: gebouw of werk of een gedeelte daarvan, dat op grond van door de Rijksbouwmeester gestelde criteria als zodanig wordt aangemerkt;
-
e.
gebouwinstallatie: tot de standaarduitrusting van een gebouw behorende klimaattechnische, elektrotechnische, transporttechnische of bouwtechnische installatie;
-
f.
bedrijfsinstallatie: klimaattechnische, elektrotechnische, transporttechnische of bouwtechnische installatie die bestemd is voor het functioneren van het bedrijf van de afnemer en niet wordt aangemerkt als gebouwinstallatie;
-
g.
onvoorziene gebeurtenis: gebeurtenis of een reeks van gebeurtenissen waarvan het moment van plaatsvinden niet kon worden voorzien of waarvan de toedracht zich aan de voorspelbaarheid heeft onttrokken;
-
h.
serviceverlening: overname door de dienst van taken, waarop deze regeling betrekking heeft, die indien daarover geen nadere afspraken zouden zijn gemaakt op grond van de basistaakverdeling worden geacht tot de verantwoordelijkheid van de afnemer te behoren.