De Minister kan aan een aanvrager subsidie verstrekken in de kosten van een project ter bevordering van internationale milieusamenwerking met in het bijzonder als doel:
-
a.
beïnvloeding van de Europese instellingen en het bevorderen van maatschappelijke betrokkenheid bij de prioritaire onderwerpen uit de Internationale VROM-agenda (kamerstukken II, 2006–2007, 30 800 XI, nr. 17), te weten het beleid inzake klimaat en energie, luchtkwaliteitsbeleid, duurzaam gebruik van natuurlijke hulpbronnen, de evaluatie van het zesde Milieuactieprogramma van de Europese Commissie en de ruimtelijke impact van Europees beleid en regelgeving;
-
b.
het concreet invulling geven aan duurzame ruimtelijke en stedelijke ontwikkeling in relatie tot Europees en internationaal milieubeleid;
-
c.
het concretiseren van duurzame ontwikkeling, in lijn met internationale afspraken in Agenda 21, de WSSD 2002, de VN Millennium Review Summit 2005 en de Europese Duurzame Ontwikkelingsstrategie; dit in het bijzonder voor de beleidsvelden klimaat en energie, luchtkwaliteit en bescherming en duurzaam gebruik van natuurlijke hulpbronnen;
-
d.
het bevorderen van vergroening van het internationaal financieel instrumentarium, het ontwikkelen van innovatieve internationale financieringswijzen, anders dan alleen gericht op de inzet van ODA (Official Development Assistance), alsmede de daadwerkelijke implementatie, respectievelijk benutting hiervan door de Europese instellingen, de internationale financiële instellingen en de private sector;
-
e.
het geven van concrete invulling aan en uitwerking van de werkprogramma’s welke ressorteren onder de samenwerkingsovereenkomsten die door de Minister van VROM op milieubeleidsterrein zijn afgesloten;
-
f.
uitvoering geven aan de afspraken van de 5e Ministeriële Conferentie ‘Environment for Europe’ (Kiev, 21–23 mei 2003), in het bijzonder de Milieustrategie voor de landen van Oost-Europa, de Kaukasus en Centraal-Azië (EECCA Environment Strategy), waarbij de nadruk ligt op capaciteitsopbouw van NGO’s en overheidsinstellingen op het terrein van publieke participatie, vergunningverlening en handhaving, milieu-effectrapportage en strategische milieubeoordeling, dit alles mede in het licht van de voorbereiding en follow up van de 6e Ministeriële Conferentie te Belgrado (10–12 oktober 2007);
-
g.
voorkomen van situaties, waar milieu-aantasting oorzaak kan worden van grensoverschrijdende conflicten;
-
h.
het versterken van de positie en van de mondiale aansturing van het internationale milieubeleid, het vergroten van coherentie tussen de activiteiten van de verschillende multilaterale milieuverdragen en het vergroten van maatschappelijk draagvlak voor internationaal en Europees milieubeleid;
-
i.
het versterken van de uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid van Europese en internationale afspraken op milieugebied, alsmede de daadwerkelijke structurele uitvoering en handhaving daarvan.