Artikel
1
1
In deze regeling wordt verstaan onder:
-
a.
Minister: de Minister van Economische Zaken;
-
b.
gebied: het gebied Oost-Nederland, Noordvleugel Randstad, Zuidvleugel Randstad, Zuidwest-Nederland en Zuidoost-Nederland, zoals die zijn omschreven in de bij deze regeling behorende bijlage 1;
-
c.
gebiedsgericht programma: een bij Ministeriële regeling aangewezen programma dat door middel van programmalijnen en actielijnen voor een gebied de meerjarige economische doelstellingen aangeeft, die een bijdrage kunnen leveren aan een duurzame economische groei in Nederland;
-
d.
programmalijn: een in een gebiedsgericht programma opgenomen programmalijn;
-
e.
actielijn: een in een gebiedsgericht programma opgenomen actielijn;
-
f.
gebiedsgericht project: een samenhangend geheel van activiteiten, dat bijdraagt aan de verwezenlijking van een programmalijn opgenomen in een gebiedsgericht programma;
-
g.
gebiedsgericht innovatieproject: een gebiedsgericht project, dat gericht is op innovatie en een bijdrage kan leveren aan duurzame economische groei in Nederland;
-
h.
programmacommissie: een per gebied bij besluit van de Minister ingestelde commissie;
-
i.
ondernemer: natuurlijke persoon of rechtspersoon, niet zijnde een rechtspersoon die krachtens publiekrecht is ingesteld, die een onderneming in stand houdt;
-
j.
MKB-ondernemer: een ondernemer die een onderneming in stand houdt in de zin van verordening (EG) nr. 364/2004 van de Commissie van 25 februari 2004 (PbEG L 63) tot wijziging van verordening (EG) nr. 70/2001 van de Commissie betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het EG-verdrag op staatssteun voor kleine en middelgrote ondernemingen;
-
k.
samenwerkingsverband: een geen rechtspersoonlijkheid bezittend verband, bestaande uit tenminste twee partijen, dat is opgericht ten behoeve van de uitvoering van een gebiedsgericht project;
-
l.
openbaar lichaam: lichaam als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen;
-
m.
publieke cofinancier: een gemeente, provincie of openbaar lichaam;
-
n.
groep: een economische eenheid, waarin organisatorisch zijn verbonden:
-
1°.
een natuurlijke persoon of privaatrechtelijke rechtspersoon, die direct of indirect:
-
–
meer dan de helft van het geplaatste kapitaal verschaft aan,
-
–
volledig aansprakelijk vennoot is van of
-
–
overwegende zeggenschap heeft over een of meer rechtspersonen of vennootschappen, en
-
–
-
2°.
laatstbedoelde rechtspersonen of vennootschappen.
-
1°.
2
Voor de definities van fundamenteel onderzoek, industrieel onderzoek, experimentele ontwikkeling en onderzoeksorganisatie zijn de definities gegeven in de communautaire kaderregeling inzake staatssteun voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie ( PbEU 2006, C 323) van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van toepassing.