Artikel
1
In dit besluit wordt verstaan onder buitengewoon opsporingsambtenaar: de buitengewoon opsporingsambtenaar bedoeld in artikel 2.
Besluit:
In dit besluit wordt verstaan onder buitengewoon opsporingsambtenaar: de buitengewoon opsporingsambtenaar bedoeld in artikel 2.
De personen, werkzaam in de functie van handhaver in dienst van Veiligheidszorg Groningen, zijn aangewezen als buitengewoon opsporingsambtenaar.
De in artikel 2 bedoelde ambtenaren zijn bevoegd tot het opsporen van de strafbare feiten genoemd in domein I Openbare Ruimte, van bijlage A-I van de Circulaire Buitengewoon opsporingsambtenaar, voor zover noodzakelijk voor een goede vervulling van de aan de functie gerelateerde taken.
Voorafgaand aan de daadwerkelijke handhaving door Veiligheidszorg Groningen in een gemeente dient Veiligheidszorg Groningen het Openbaar Ministerie Groningen hiervan op de hoogte houden en dient het Openbaar Ministerie Groningen hieraan toestemming te verlenen.
Afspraken tussen Veiligheidszorg Groningen, Openbaar Ministerie Groningen en Regiopolitie Groningen en de werkzaamheden van Veiligheidszorg Groningen dienen te worden vastgelegd in het Jaarwerkplan. Dit Jaarwerkplan dient jaarlijks, voor 1 oktober, over het jaar daaraan voorafgaand, aan de toezichthouders te worden aangeboden.
De buitengewoon opsporingsambtenaren in dienst van Veiligheidszorg Groningen dienen hun werkzaamheden uit te voeren onder operationele aansturing van de politie, waarbij afstemming plaatsvindt tussen Veiligheidszorg Groningen en de betreffende unitchef van de Basiseenheid van de regiopolitie Groningen.
Op grond van dit besluit kunnen maximaal 40 personen als buitengewoon opsporingsambtenaar worden beëdigd.
De directeur van Veiligheidszorg Groningen brengt jaarlijks, voor 1 april, over het jaar daaraan voorafgaand aan de Minister van Justitie verslag uit over:
het aantal buitengewoon opsporingsambtenaren dat op 31 december werkzaam was binnen de dienst;
de door die buitengewoon opsporingsambtenaren verrichte activiteiten;
de stand van zaken met betrekking tot de opleiding van die buitengewoon opsporingsambtenaren, waarbij in ieder geval wordt aangegeven hoeveel personen in het verslagjaar zijn aangemeld voor het door de Minister van Justitie goedgekeurde examen en hoeveel personen in dat jaar voor dat examen zijn geslaagd.
Dit verslag dient te worden toegezonden aan de toezichthouder en de direct toezichthouder, als bedoeld in artikel 6 van dit besluit, alsmede aan het Ministerie van Justitie, dienst Justis, afd. BTR/BOA, Postbus 20300, 2500 EH Den Haag.
De op naam gestelde akten van opsporingsbevoegdheid en beëdiging en de overige benoemingsbescheiden, afgegeven mede op basis van het besluit van 8 augustus 2007, nr. 5491058/Justis/07, worden geacht mede te zijn afgegeven op basis van het onderhavige besluit.
Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en vervalt 5 jaar na de datum van inwerkingtreding.
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Veiligheidszorg Groningen 2007.
Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.