Artikel
1
In dit besluit wordt verstaan onder buitengewoon opsporingsambtenaar: de buitengewoon opsporingsambtenaar bedoeld in artikel 2.
Besluit:
In dit besluit wordt verstaan onder buitengewoon opsporingsambtenaar: de buitengewoon opsporingsambtenaar bedoeld in artikel 2.
De personen, werkzaam in de functie van handhaver in dienst van Veiligheidszorg Groningen, zijn aangewezen als buitengewoon opsporingsambtenaar.
De buitengewoon opsporingsambtenaar is bevoegd tot het opsporen van feiten, strafbaar gesteld bij of krachtens:
De in artikel 1a van de Wet op de economische delicten (WED) genoemde wetten en alsmede de artikelen 26, 33 en 34 van de WED; de Wegenverkeerswet 1994 (de toepassing van deze bevoegdheid dient zich te beperken tot stilstaand verkeer met uitzondering van de artikelen 5, 6, 10, 60, 62 en 82 RVV 1990); de Wet op de Ruimtelijke Ordening; de Woningwet; de Wet hygiëne en veiligheid badinrichtingen en zwemgelegenheden;
de artikelen 157, 173, 173a, 173b, 174, 175, 177, 177a, 179,180, 181, 182, 184,185, 198, 199, 225, 266, 267, 427, 435, onder ten vierde, 447e en artikel 461 van het Wetboek van Strafrecht.
verordeningen en/of Keuren voor zover betrokkene daarvoor door het bevoegde bestuursorgaan is aangewezen.
Voorafgaand aan de daadwerkelijke handhaving door Veiligheidszorg Groningen in een gemeente dient Veiligheidszorg Groningen het Openbaar Ministerie Groningen hiervan op de hoogte houden en dient het Openbaar Ministerie Groningen hieraan toestemming te verlenen.
Afspraken tussen Veiligheidszorg Groningen, Openbaar Ministerie Groningen en Regiopolitie Groningen en de werkzaamheden van Veiligheidszorg Groningen dienen te worden vastgelegd in het Jaarwerkplan. Dit Jaarwerkplan dient jaarlijks, voor 1 oktober, over het jaar daaraan voorafgaand, aan de toezichthouders te worden aangeboden.
De buitengewoon opsporingsambtenaren in dienst van Veiligheidszorg Groningen dienen hun werkzaamheden uit te voeren onder operationele aansturing van de politie, waarbij afstemming plaatsvindt tussen Veiligheidszorg Groningen en de betreffende unitchef van de Basiseenheid van de regiopolitie Groningen.
Op grond van dit besluit kunnen maximaal 40 personen als buitengewoon opsporingsambtenaar worden beëdigd.
De directeur van Veiligheidszorg Groningen brengt jaarlijks, voor 1 april, over het jaar daaraan voorafgaand aan de Minister van Justitie verslag uit over:
het aantal buitengewoon opsporingsambtenaren dat op 31 december werkzaam was binnen de dienst;
de door die buitengewoon opsporingsambtenaren verrichte activiteiten;
de stand van zaken met betrekking tot de opleiding van die buitengewoon opsporingsambtenaren, waarbij in ieder geval wordt aangegeven hoeveel personen in het verslagjaar zijn aangemeld voor het door de Minister van Justitie goedgekeurde examen en hoeveel personen in dat jaar voor dat examen zijn geslaagd.
Dit verslag dient te worden toegezonden aan de toezichthouder en de direct toezichthouder, als bedoeld in artikel 6 van dit besluit, alsmede aan het Ministerie van Justitie, dienst Justis, afd. BTR/BOA, Postbus 20300, 2500 EH Den Haag.
De op naam gestelde akten van opsporingsbevoegdheid en beëdiging en de overige benoemingsbescheiden van de buitengewoon opsporingsambtenaren, in de functie van parkeercontroleur, die in dienst zijn van Veiligheidszorg Groningen of in een van de gemeenten waarmee Veiligheidszorg Groningen een samenwerkingsverband mee heeft afgesloten, worden voor de duur van hun geldigheid of tot daarover nader zal zijn beslist, geacht te zijn akten en overige benoemingsbescheiden mede op basis van het onderhavige besluit.
Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en vervalt 5 jaar na de datum van inwerkingtreding.
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Veiligheidszorg Groningen 2007.
Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.