Verordening van het Hoofdbedrijfschap voor de Agrarische Groothandel van 21 december 2006, houdende regels ter zake van de aan de groothandelaar, de commissionair en de tussenpersoon in groenten en fruit op te leggen heffing voor het jaar 2007 (Verordening heffing groenten en fruit 2007)
Verordening heffing groenten en fruit 2007
Het bestuur van het Hoofdbedrijfschap voor de Agrarische Groothandel,
Deze verordening is van toepassing op de ondernemer die een onderneming drijft waarin de groothandel, het bedrijf van commissionair, het bedrijf van tussenpersoon of het bedrijf van handelskweker in groenten en fruit, wordt uitgeoefend en waarvoor de HBAG Commissie groenten en fruit is ingesteld.
§
2
De heffing
Artikel
3
1
Aan de ondernemer die op of na de dag van inwerkingtreding van deze verordening een onderneming drijft waarin de groothandel in groenten en fruit wordt uitgeoefend, wordt voor het jaar 2007 ten behoeve van de huishoudelijke uitgaven van de HBAG Commissie groenten en fruit een heffing opgelegd.
2
De heffing bedraagt:
€
65
bij een omzet van
minder dan
€
50.000
€
100
bij een omzet van
€
50.000
tot
€
125.000
€
150
bij een omzet van
€
125.000
tot
€
250.000
€
200
bij een omzet van
€
250.000
tot
€
375.000
€
250
bij een omzet van
€
375.000
tot
€
500.000
€
300
bij een omzet van
€
500.000
tot
€
750.000
€
350
bij een omzet van
€
750.000
tot
€
1.000.000
€
400
bij een omzet van
€
1.000.000
tot
€
1.500.000
€
450
bij een omzet van
€
1.500.000
tot
€
2.000.000
€
500
bij een omzet van
€
2.000.000
tot
€
2.500.000
€
600
bij een omzet van
€
2.500.000
tot
€
3.250.000
€
700
bij een omzet van
€
3.250.000
tot
€
4.000.000
€
750
bij een omzet van
€
4.000.000
tot
€
5.000.000
€
850
bij een omzet van
€
5.000.000
tot
€
6.250.000
€
950
bij een omzet van
€
6.250.000
tot
€
7.500.000
€
1000
bij een omzet van
€
7.500.000
tot
€
8.750.000
€
1100
bij een omzet van
€
8.750.000
tot
€
10.000.000
€
1250
bij een omzet van
€
10.000.000
tot
€
15.000.000
€
1350
bij een omzet van
€
15.000.000
tot
€
25.000.000
€
1550
bij een omzet van
€
25.000.000
tot
€
37.500.000
€
1800
bij een omzet van
€
37.500.000
tot
€
50.000.000
€
2000
bij een omzet van
€
50.000.000
tot
€
75.000.000
€
2250
bij een omzet van
€
75.000.000
en meer.
Artikel
4
1
Aan de ondernemer die op of na de dag van inwerkingtreding van deze verordening een onderneming drijft waarin het bedrijf van commissionair of het bedrijf van tussenpersoon in groenten en fruit wordt uitgeoefend, wordt voor het jaar 2006 ten behoeve van de huishoudelijke uitgaven van de HBAG Commissie groenten en fruit een heffing opgelegd.
2
De heffing bedraagt:
€
65
bij een omzet van
minder dan
€
2.500
€
100
bij een omzet van
€
2.500
tot
€
6.250
€
150
bij een omzet van
€
6.250
tot
€
12.500
€
200
bij een omzet van
€
12.500
tot
€
18.750
€
250
bij een omzet van
€
18.750
tot
€
25.000
€
300
bij een omzet van
€
25.000
tot
€
37.500
€
350
bij een omzet van
€
37.500
tot
€
50.000
€
400
bij een omzet van
€
50.000
tot
€
75.000
€
450
bij een omzet van
€
75.000
tot
€
100.000
€
500
bij een omzet van
€
100.000
tot
€
125.000
€
600
bij een omzet van
€
125.000
tot
€
162.500
€
700
bij een omzet van
€
162.500
tot
€
200.000
€
750
bij een omzet van
€
200.000
tot
€
250.000
€
850
bij een omzet van
€
250.000
tot
€
312.500
€
950
bij een omzet van
€
312.500
tot
€
375.000
€
1000
bij een omzet van
€
375.000
tot
€
437.500
€
1100
bij een omzet van
€
437.500
tot
€
500.000
€
1250
bij een omzet van
€
500.000
tot
€
750.000
€
1350
bij een omzet van
€
750.000
tot
€
1.250.000
€
1550
bij een omzet van
€
1.250.000
tot
€
1.875.000
€
1800
bij een omzet van
€
1.875.000
tot
€
2.500.000
€
2000
bij een omzet van
€
2.500.000
tot
€
3.750.000
€
2250
bij een omzet van
€
3.750.000
en meer.
Artikel
5
1
Onder omzet in artikel 3 lid 2 wordt verstaan de omzet als bedoeld in artikel 3, lid 4 van de HBAG-Registratie-, enquête- en controleverordening 2003 gemiddeld, hetzij over de kalenderjaren 2004 en 2005, hetzij over de boekjaren afgesloten in kalenderjaren 2004 en 2005.
2
Het eerste lid is niet van toepassing voor de ondernemer die in 2004 of 2005 niet onder de werkingssfeer van het hoofdbedrijfschap viel. In dat geval wordt de omzet van het jaar dat de onderneming onder de werkingssfeer van het hoofdbedrijfsschap is komen te vallen voor de berekening als uitgangspunt genomen.
Artikel
6
1
Indien een opgave als bedoeld in artikel 3 lid 4 en artikel 6 van de HBAG-Registratie-, enquête- en controleverordening 2003 niet tijdig is gedaan, stelt de voorzitter op basis van een schatting de omzet vast.
2
De voorzitter geeft de ondernemer kennis van het bedrag van de geschatte omzet omzet en de daarop gebaseerde heffing.
3
De voorzitter stelt de ondernemer gedurende een termijn van 2 weken na verzending van de kennisgeving zoals bedoeld in het tweede lid, in de gelegenheid alsnog de vereiste opgave te doen.
4
Indien de ondernemer de in het derde lid bedoelde opgave binnen de termijn doet en de opgegeven omzet geeft aanleiding de heffing te corrigeren, trekt de voorzitter de aanvankelijk opgelegde heffing in en neemt een nieuw besluit omtrent de heffing.
5
Indien de ondernemer de in het derde lid bedoelde opgave niet binnen de termijn doet, of de binnen de termijn opgegeven omzet niet leidt tot correctie van de opgelegde heffing, wordt de op grond van het tweede lid opgelegde heffing definitief. De opgelegde heffing wordt schriftelijk bevestigd aan de ondernemer.
Artikel
7
1
Indien een ondernemer zowel de in artikel 2 als de in artikel 3 genoemde activiteiten heeft uitgeoefend wordt de omzet zoals bedoeld in artikel 4 als volgt bijeengevoegd:
a.
zijn omzet als groothandelaar; en
b.
20-maal zijn omzet als commissionair of tussenpersoon.
2
De op grond van het eerste lid gevonden totaalbedrag wordt gedeeld door de factor 2, voor zover de omzet over twee kalenderjaren dan wel boekjaren is bepaald.
3
De door de ondernemer verschuldigde heffing wordt vervolgens bepaald door oveeenkomstige toepassing van artikel 3.
Artikel
8
Indien de door de ondernemer vertrekte gegevens over zijn omzet naar het oordeel van de voorzitter onjuist zijn, legt de voorzitter een aanslag op op basis van de door de voorzitter juist geachte omzet.
Artikel
9
1
Indien naar het oordeel van de voorzitter vast komt te staan dat de door de ondernemer verstrekte gegevens dan wel de schatting van de voorzitter onjuist zijn geweest, herziet de voorzitter de opgelegde heffing.
2
De in het eerste lid geregelde herziening kan tot uiterlijk binnen drie jaar na afloop van het boekjaar waarop de heffing betrekking heeft worden toegepast.
§
3
Vermindering
Artikel
10
1
Aan de ondernemer die, al dan niet rechtstreeks, lid is van een organisatie van ondernemers die een of meer leden in het bestuur van het hoofdbedrijfschap heeft benoemd en over het jaar 2006 aan een van deze of aan beide organisaties contributie heeft betaald, wordt op de heffing (nader aangegeven) een aftrek toegestaan van 50% van de totaal betaalde contributie over 2006, met een maximum van 50% van de verschuldigde heffing.
2
De aftrek wordt slechts toegestaan als aangetoond is dat de ondernemer de in het eerste lid bedoelde contributie heeft voldaan, alsmede dat door hem tenminste het dubbele van de verlangde aftrek aan heffing is voldaan.
3
Indien in 2006 geen contributie was verschuldigd, wordt voor de berekening van de aftrek de in het kalenderjaar 2007 betaalde contributie als uitgangspunt genomen.
4
Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de ondernemers die, lid zijn van een organisatie van ondernemers die een vereniging met volledige rechtsbevoegdheid is en die:
a.
krachtens haar statutaire doelstelling haar werkzaamheid kan uitstrekken tot ten minste een belangrijk gedeelte van het terrein waarop het bedrijfslichaam een taak heeft te vervullen;
tot de werkingssfeer van het bedrijfslichaam behorende leden heeft, waarvan het gewogen aantal niet-onbetekenend is;
d.
met betrekking tot de behartiging van sociaal-economische belangen van ondernemers een positie van enige betekenis inneemt binnen de groep van ondernemers die zij beoogt te organiseren, hetgeen onder meer kan blijken uit de mate van representativiteit binnen die groep, de deelname aan het arbeidsvoorwaardenoverleg, het verrichten van studies of diensten die ook buiten die groep van belang worden geacht en de deelname aan regelmatig overleg met de overheid; en
e.
haar activiteiten, al dan niet door middel van een federatie van gelijksoortige organisaties, landelijk ontplooit.
5
De in het vorige lid bedoelde aftrek wordt slechts toegestaan indien daartoe door de desbetreffende organisatie een verzoek is gedaan.
6
Op een verzoek als in het vierde lid van dit artikel bedoeld, wordt door het dagelijks bestuur van het Hoofdbedrijfschap voor de Agrarische Groothandel beslist.
§
4
De betaling van de opgelegde heffing
Artikel
11
1
De ondernemer is verplicht de vastgestelde heffing binnen een maand na dagtekening van de heffinsbeschikking te betalen.
2
Indien de ondernemer na het verstrijken van de in het eerste lid genoemde termijn de heffing niet of niet voleldig heeft betaald, zendt de voorzitter de ondernemer een herinnering.
3
Indien de ondernemer de heffing binnen twee weken na de dagtekening van de herinnering niet of niet volledig heeft betaald, maant de voorzitter de ondernemer schriftelijk aan om alsnog binnen tien dagen te betalen.
4
Indien het derde lid wordt toegepast,, brengt de voorzitter de ondernemer administratiekosten in rekening.
§
5
Overige bepalingen en slotbepalingen
Artikel
12
De voorzitter neemt de krachtens deze verordening te nemen besluiten, met uitzondering van het besluit voortvloeiende uit artikel 9, eerste lid.
Artikel
13
Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na die van afkondiging in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie.
Artikel
14
Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening heffing groenten en fruit 2007.
Aalsmeer
R.H.Kamstravoorzitter
P.M.M. vanOstaijensecretaris
Goedgekeurd door de Bestuurskamer van de Sociaal-Economische Raad bij besluit van 16 augustus 2007 en door de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit bij beschikking van 22 augustus 2007, nr. TRCJZ/2007/61.