Besluit van de Minister voor Jeugd en Gezin van 20 september 2007, nr. DWJZ/BWJP-2787256, houdende regeling van mandaat, volmacht en machtiging

Regeling mandaat, volmacht en machtiging Jeugd en Gezin

De Minister voor Jeugd en Gezin,
Handelende in overeenstemming met de Ministers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, van Justitie, van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

Besluit:

Artikel

1

Definities

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    Minister: de Minister voor Jeugd en Gezin;

  • b.

    mandaat: de bevoegdheid om in naam van de Minister besluiten te nemen;

  • c.

    volmacht: de bevoegdheid om in naam van de Minister privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten;

  • d.

    machtiging: de bevoegdheid om in naam van de Minister handelingen te verrichten die noch een besluit noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn;

  • e.

    secretaris-generaal: de secretaris-generaal van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;

  • f.

    directeur-generaal: de directeur-generaal voor Jeugd en Maatschappelijke Zorg van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

Artikel

2

Personeelsaangelegenheden

Deze regeling is niet van toepassing op mandaat met betrekking tot personeelsaangelegenheden.

Artikel

3

Machtiging en volmacht

Hetgeen in deze regeling is bepaald met betrekking tot mandaat, is van overeenkomstige toepassing op volmacht en machtiging.

Artikel

4

Vervanging

Bij afwezigheid of verhindering van een gemandateerde wordt, voor de duur van de afwezigheid of verhindering, diens bevoegdheid uitgeoefend door de plaatsvervanger, behoudens de bevoegdheid tot het verlenen, wijzigen of intrekken van een ondermandaat.

Artikel

5

De secretaris-generaal

De secretaris-generaal heeft mandaat ten aanzien van alle stukken die liggen op het gebied van Jeugd en Gezin, met uitsluiting van de stukken die op grond van artikel 8 door de Minister worden ondertekend.

Artikel

6

De directeur-generaal

De directeur-generaal heeft mandaat ten aanzien van alle stukken die liggen op het gebied van Jeugd en Gezin en die tot zijn werkterrein behoren.

Artikel

7

Andere functionarissen

De volgende functionarissen hebben mandaat ten aanzien van stukken die liggen op het gebied van Jeugd en Gezin en die tot hun werkterrein behoren:

  • a.

    van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport:

    • het hoofd van de Uitvoeringseenheid voor gesloten jeugdzorg;

    • de directeur Jeugdzorg;

    • de directeur Jeugd en Gezin;

    • de hoofdinspecteur Jeugdzorg;

    • de directeur Sport;

    • de directeur Maatschappelijke Ontwikkeling;

    • de directeur Langdurige Zorg;

    • de directeur Curatieve Zorg;

    • de directeur Voeding, Gezondheidsbescherming en Preventie;

    • de directeur Internationale Zaken;

    • de directeur Publieke Gezondheid;

    • de directeur Zorgverzekeringen;

    • de directeur Markt en Consument;

    • de directeuren van de stafdirecties of facilitaire eenheden;

  • b.

    van het Ministerie van Veiligheid en Justitie:

    • de directeur Justitieel Jeugdbeleid;

    • de directeur Control, Bedrijfsvoering en Juridische Zaken;

    • de algemeen directeur van de Raad van de Kinderbescherming;

    • de directeur Wetgeving;

    • de directeuren van de ondersteuning departementsleiding en bedrijfsvoering;

  • c.

    van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap:

    • de directeur Kinderopvang;

    • de directeur Jeugd, Onderwijs en Zorg;

    • de directeur Primair Onderwijs;

    • de directeur Voortgezet Onderwijs;

    • de directeur Beroepsonderwijs en Volwasseneneducatie;

    • de directeur Emancipatie;

    • de directeur Voortijdig Schoolverlaten;

    • de directeur Media, Letteren en Bibliotheken;

    • de hoofddirecteur Centrale Financiën Instellingen;

    • de directeuren van de ondersteunende directies;

  • d.

    van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid:

    • de directeur Re-integratie en Participatie;

    • de directeur Inkomensverzekeringen en -voorzieningen;

    • de directeur Wetgeving, Bestuurlijke en Juridische Aangelegenheden;

    • de directeur Relatiebeheer, Aansturing en Uitvoeringsontwikkeling;

    • de directeuren van de ondersteunende directies;

  • e.

    de hoofden van direct onder de functionarissen, genoemd onder a, c en d, ressorterende organisatie-eenheden.

Artikel

8

De Minister

Artikel

9

De secretaris-generaal

Artikel

10

Beleidsregels

In afwijking van artikel 7 hebben uitsluitend de secretaris-generaal en de directeur-generaal mandaat ten aanzien van beleidsregels.

Artikel

11

Wet openbaarheid van bestuur

Artikel

12

Bezwaar en beroep

Artikel

13

Ondermandaat

Artikel

14

Volmacht

Artikel

15

Ondertekening

De gemandateerde is gehouden in de ondertekening van stukken zijn vertegenwoordigingsbevoegdheid tot uitdrukking te brengen door de formule:

De Minister voor Jeugd en Gezin,

namens deze,

functie van de gemandateerde,

handtekening van de gemandateerde,

naam van de gemandateerde.

Artikel

16

Register

Artikel

17

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 22 februari 2007.

Artikel

18

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling mandaat, volmacht en machtiging Jeugd en Gezin.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister voor Jeugd en Gezin, A.Rouvoet