Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Voedselvoorziening en agrarisch markt- en prijsbeleid (1934) 1945-2000 (Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap)
Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap is belast met de uitvoering van dit besluit dat met de daarbij behorende selectielijst en toelichting in de Staatscourant zal worden geplaatst.
Den Haag
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
namens deze:
de algemene rijksarchivaris, M.W. vanBoven
Basisselectiedocument
voor het beleidsterrein Voedselvoorziening en Agrarisch Markt- en prijsbeleid (1934) (1945–2000)
Dit document is geldig voor de zorgdragers:
Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
Minister van Justitie
Minister van Economische Zaken
Minister van Financiën,
Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Productschap voor Vee, Vlees en Eieren (PVE)
Versie september 2007
Inhoudsopgave
Lijst van Afkortingen
Verantwoording
Doel en de werking van het BSD
Afbakening van het beleidsterrein
Doelstelling en beleidsinstrumenten
De actoren op het beleidsdsterrein die in dit BSD worden meegenomen
Selectiedoelstelling
Selectiecriteria
Verslag vaststellingsprocedure
Leeswijzer
Actorenoverzicht
Markt en prijsbeleid
Deel 1: Handelingen van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV)
Deel 2. Handelingen van actoren onder het zorgdragersschap van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
Aan- en Verkoopbureaus
Algemene Inspectie Dienst (AID)
Centrale Commissie voor de Voedselvoorziening
College van Overleg voor de Voedselvoorziening
College van Overleg voor de Voedselvoorziening en de Buitenlandse Agrarische Aangelegenheden
College van Regeringscommissarissen voor de Voedselvoorziening
College voor de Voedselvoorziening
Commissie beoordeling besteding toeslag kleine zandbedrijven
Commissie Officiële Nederlandse Zuivelnoteringen
Commissie van beheer Voedselvoorziening Importbureau (VIB)
Voor u ligt het Basis Selectie Document (BSD) Agrarisch Markt- en Prijsbeleid en Voedselvoorziening. Een onderzoek naar het overheidshandelen van het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij op het gebied van het Markt- en prijsbeleid (1934) (1945-2000).
Een deel van de handelingen die vallen onder het zorgdragerschap van het ministerie van defensie
Doel en de werking van het BSD
De voorliggende selectielijst geldt voor alle actoren onder de archiefzorg van de minister van LNV. Elke actor selecteert de neerslag van zijn handelen binnen het beleidsterrein Pachtbeleid voortaan met deze lijst. Voor handelingen op andere beleidsterreinen gelden andere selectielijsten.
Enkele in het oog springende kenmerken van een selectielijst zijn de volgende.
–
De selectielijst vervangt de tot nu toe gebruikte vernietigingslijsten en blijft in de huidige vorm maximaal twintig jaar geldig.
–
De lijst geldt voor alle directies en diensten die bij dit beleidsterrein betrokken zijn.
–
De lijst beschrijft geen documenten, maar handelingen.
–
De lijst geldt voor alle vormen van neerslag die resulteren uit de beschreven handelingen: papieren documenten, elektronische bestanden, audiovisuele producten enz.
–
De lijst noemt niet alleen de handelingen waarvan de neerslag vernietigd kan worden, maar ook de handelingen waarvan de neerslag bewaard moet blijven.
Afbakening van het beleidsterrein
Het beleidsterrein Agrarisch markt- en prijsbeleid en Voedselvoorziening heeft raakvlakken met veel andere beleidsterreinen.
Agrarische exportbevordering
Het stimuleren van de agrarische export kent twee niveaus: autonoom door de Nederlandse overheid en binnen de regels van de Europese Unie.
De uitvoer van agrarische producten naar markten buiten de EU, waar de prijzen lager liggen dan in Europa, kan in het kader van het gemeenschappelijke markt- en prijsbeleid worden ondersteund door exportrestituties. Sinds het begin van de jaren ’60 bepaalt de EU hoeveel subsidie de lidstaten mogen verstrekken ten behoeve van agrarische exporten naar derde landen. De regelgeving die van toepassing is op deze vorm van markt- en prijsbeleid kan niet los worden gezien van het stelsel van invoerheffingen en invoer- en uitvoercertificaten, en wordt behandeld in het voorliggende rapport.
De agrarische exportbevordering die bestaat uit het Nederlandse stimuleringsbeleid dat niet onder de noemer van markt- en prijsbeleid valt, wordt behandeld in het beleidsfacet Agrarische exportbevordering. Dit beleidsterrein, beschreven in Pivot-rapport nr. 80 (Agrarische handelspolitiek en exportbevordering), heeft als spits de zuivere bevordering van de agrarische export middels onder meer promotie en marktonderzoek, sinds 1998 geformuleerd als: stimulering van de internationalisering en internationale markttoegang van de agribusiness. In het voorliggende rapport wordt echter de generieke promotie van landbouwproducten in derde landen, die naadloos aansluit op die op de interne markt, behandeld (zie Deel 7).
Agrarische handelspolitiek
Het doel van de overheid ten aanzien van de agrarische handelspolitiek kan worden samengevat als: het bevorderen van de verruiming van de internationale agrarische handel en de vermindering van handelsbelemmeringen. Er kan onderscheid gemaakt worden tussen het beleid op de lange en op de korte termijn. Op de lange termijn is het doel gericht op zo gezond mogelijke internationale concurrentieverhoudingen en op de korte termijn staat het oplossen van plotselinge marktverstoringen voorop.
In de zin als hierboven geschetst heeft de agrarische handelspolitiek een ruimere, meer overstijgende strekking dan het specifiekere, op de Europese landbouwmarkt gerichte agrarisch markt- en prijsbeleid.
In het contextrapport betreffende de agrarische handelspolitiek zijn overigens ook handelingen betreffende vergunningen en invoerheffingen opgenomen, en wel voor de producten cacao en koffie.
Bedrijfsorganisatie
De bedrijfsorganisatie (bedrijfschappen en vakorganisaties), ontstaan tijdens de bezetting, was gericht op de agrarische en voedselverwerkende sectoren en ressorteerde dan ook onder het departement van Landbouw, Visserij en Voedselvoorziening. Pas in de jaren ’50 werden de bedrijfslichamen-oude stijl vervangen door product- en bedrijfschappen op grond van de Wet op de bedrijfsorganisatie, een wet die tevens de instelling van de SER regelde en het stelsel van de bedrijfslichamen uitbreidde tot de niet-agrarische sectoren van productie en handel. Deze bedrijfsorganisatie-nieuwe stijl heeft een ruimere economische strekking en wordt daarom niet beschreven in het onderhavige rapport, maar in een afzonderlijk Pivot-contextrapport (nr. 58, Sociaal-Economische Raad).
Buitenlandse Zaken
In het onderwerp voedselhulp aan derde landen raakt het beleidsterrein Agrarisch markt- en prijsbeleid dat van Buitenlandse Zaken. Binnen dit laatste ministerie is de minister van Ontwikkelingssamenwerking verantwoordelijk voor de voedselhulp, soms afkomstig uit interventievoorraden, vaker uit specifieke voedselaankopen. In Pivot-rapport nr. 103, Gedane buitenlandse zaken, zijn enkele handelingen terzake (maar niet van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit) opgenomen. (Zie verder onder kopje Ontwikkelingssamenwerking.)
Gezondheid en welzijn van dieren
De Europese dierpremieregelingen zijn nauw gerelateerd aan het I&R-systeem voor dieren, dat valt onder de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren. Deze wet neemt een belangrijke plaats in in Pivot-rapport nr. 107, Gezondheid en welzijn van dieren.
Invoerrechten en accijnzen
Het agrarisch markt- en prijsbeleid raakt aan het beleid op het gebied van invoerrechten en accijnzen. De invoer is immers gebonden aan heffingen, terwijl in 1996 de landbouwheffingen onder het regime van de douanerechten werden gebracht. Pivot-rapport nr. 38, De grens geslecht, gaat over de invoerrechten en accijnzen in algemenere zin. In het voorliggende rapport wordt onder meer naar rapport nr. 38 verwezen in het kader van vrijstelling van belastingen bij invoer (actief veredelingsverkeer).
Landbouwstructuurbeleid
Landbouwstructuurbeleid is een van de pijlers van landbouwbeleid, samen met markt- en prijsbeleid. Door ondersteuning van en ingrijpen in de structuur van de agrarische productie, verwerking en afzet poogt de overheid middels een complex van technische overheidsmaatregelen met betrekking tot de landbouw sturing te geven aan de productiefactoren of productiemiddelen in de landbouw. Het agrarisch markt- en prijsbeleid daarentegen richt zich – zoals al in de naam tot uitdrukking komt – op de prijsvormingskant van de producten. In de praktijk blijkt echter dat de grens soms niet scherp is te trekken. Een afzonderlijk Pivot-rapport behandelt het landbouwstructuurbeleid.
Landbouwkwaliteit en voeding
Als het gaat om de voedselvoorziening en agrarisch markt- en prijsbeleid, dan kan men niet heen om de kwaliteit van de betreffende landbouwproducten. Met name ook in het kader van de invoer en uitvoer is het van groot belang dat de producten voldoen aan hoge standaarden. Vandaar ook de vele uitvoercontrolebeschikkingen. Deze en daarmee samenhangende zaken worden behandeld in het contextrapport over landbouwkwaliteit en voeding.
Ontwikkelingssamenwerking
Voedselhulp kan worden gegeven door aankoop van aparte partijen voedsel, maar ook door aanwending voor dat doel van interventievoorraden. In die zin is er een relatie te leggen met het agrarisch markt- en prijsbeleid en de voedselvoorziening. Aangezien echter de hoofdverantwoordelijkheid ligt bij de minister van Ontwikkelingssamenwerking, behoort het onderwerp voedselhulp aan derde landen in het daarop betrekking hebbende contextrapport (Pivot-rapport nr. 103, Gedane buitenlandse zaken) te worden ondergebracht.
Pachtbeleid
Beleid waarbij de grondgebonden productie zo belangrijk is als bij het agrarisch markt- en prijsbeleid, heeft onvermijdelijk raakvlakken met het pachtbeleid. Zo heeft bedrijfsoverdracht vrijwel altijd consequenties voor de toepassing van productieregelingen, zoals de superheffing. Het pachtbeleid wordt uitgewerkt in Pivot-rapport nr. 35, Pacht- en Grondprijsbeleid.
Prijsbeleid
De algemene kaders van het prijsbeleid worden bepaald door Economische Zaken (Prijzenwet, behandeld in Pivot-rapport nr. 108, Prijsbeleid en Economische controle). De minister van Landbouw kan echter regels stellen ten aanzien van de prijzen voor landbouwproducten (o.a. Landbouwwet, art. 17). In 1958 is bij KB vastgesteld dat overeenstemming met de minister van EZ vereist is, wanneer beschikkingen bindende regels of concurrentiebeperking inhouden voor industriële of handelsondernemingen (Stb. 1958, 167). Het eerder genoemde rapport beschrijft met name het aandeel van de minister van Economische Zaken en verwijst voor de rol van LNV en de productschappen naar de contextrapporten van LNV (blz. 5 en 13).
Sociaal-Economische Raad
De productschappen spelen een belangrijke rol in de uitvoering van het agrarisch markt- en prijsbeleid. De bedrijfschappen-oude stijl werden ingesteld en opgeheven door de daarvoor verantwoordelijke ministers, meestal de minister van Landbouw. De op de WBO gebaseerde bedrijfslichamen eveneens, totdat de SER die rol kreeg toebedeeld in 1992. De instellingshandelingen betreffende de product- en bedrijfschappen staan in Pivot-rapport nr. 58, Sociaal-Economische Raad (handelingen nr. 79 t/m 84).
Doelstelling en beleidsinstrumenten
Tijdens de schaarste van voor de Tweede Wereldoorlog werden de prijzen van landbouwproducten niet alleen gereguleerd om macro-economische redenen, maar ook als garantie voor de voedselvoorziening. Er was niet zozeer sprake van markt- en prijsbeleid als wel van een bepaling van zowel de prijzen als de gewenste productie.
Pas begin jaren ’50 werd begonnen met het systeem van garantieprijzen, onder andere gerealiseerd middels invoerheffingen en exportrestituties, het eigenlijke markt- en prijsbeleid. Dit beleid streeft naar stabilisering van de prijsvorming voor landbouwproducten.
In het kort kunnen de doelstellingen van het voedselvoorzienings- en markt- en prijsbeleid als volgt worden weergegeven:
–
zekerstelling van de voedselvoorziening;
–
redelijk inkomen voor de boeren;
–
regelmatige beschikbaarheid van agrarische producten;
–
redelijke consumentenprijzen;
–
vrijhandel (in EEG/EU-verband).
De Landbouwwet (1957), ten slotte, kan worden aangemerkt als wettelijke basis van het latere voedselvoorzienings- en markt- en prijsbeleid. De doelstelling van deze kaderwet kan derhalve ook worden gelegd onder het agrarisch markt- en prijsbeleid. Die doelstelling luidt als volgt: ‘Het bevorderen van de voortbrenging, de afzet en een redelijke prijsvorming van voortbrengselen van de landbouw en de visserij en in verband daarmede ten behoeve van de afnemers van producten’ (art. 13).
De actoren op het beleidsdsterrein die in dit BSD worden meegenomen
In dit BSD wordt de neerslag beschreven van de handelingen van ondermeer de onderstaande actoren:
Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
Actoren die vallen onder het zorgdragersschap van de minister van LNV
Aan- en Verkoopbureaus
Algemene Inspectiedienst (AID)
Centrale Commissie voor de Voedselvoorziening
College van Overleg voor de Voedselvoorziening
College van Overleg voor de Voedselvoorziening en de Buitenlandse Agrarische Aangelegenheden
College van Regeringscommissarissen voor de Voedselvoorziening
College voor de Voedselvoorziening;
Commissie beoordeling besteding toeslag kleine zandbedrijven (plaatselijk/provinciaal)
Plancommissie voor de Dienst van de Provinciale Voedselcommissarissen
Productiecommissarissen
Raad van Advies en Toezicht van de Stichting VIB
Raad van toezicht voor een Aan- en Verkoopbureau
Raad voor de Voedselvoorziening
Regeringscommissaris voor de Akkerbouw en de Veehouderij
Regeringscommissaris voor de Bodemproductie
Regeringscommissarissen voor de Voedselvoorziening
Staatsbosbeheer
Stichting Ontwikkelings- en Saneringsfonds voor de Landbouw (O&S-fonds)
Stichting tot uitvoeringk van landbouwmaatregelen (STULM 1963)
Stichting tot uitvoeringk van landbouwmaatregelen (STULM 1974)
Stichting VIB
Overige actoren
Minister van Ecnomische Zaken,
Minister van Financiën,
Minister van Justitie,
Actoren die onder het zorgdragerschap van de Minister van Justitie ressorteren:
– Hoofdambtenaren en ambtenaren voor de tuchtrechtspraak,
– Tuchtrechters,
– Centraal college voor de tuchtrechtspraak,
Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Productschap voor Vee en Vlees (PVV)
Selectiedoelstelling
De selectiedoelstelling van de Rijksarchiefdienst (RAD) is bij de behandeling van de nieuwe Archiefwet (1995) in 1994 verwoord door de Staatssecretaris van Cultuur. Deze is erop gericht dat met de te bewaren gegevens een reconstructie van het handelen van de rijksoverheid op hoofdlijnen ten opzichte van haar omgeving mogelijk moet zijn, waardoor bronnen van de Nederlandse samenleving en cultuur veilig worden gesteld voor blijvende bewaring.
Deze selectiedoelstelling wordt in het BSD toegepast op het betreffende beleidsterrein.
Selectiecriteria
Om de selectiedoelstelling te bereiken worden de handelingen in het BSD gewaardeerd aan de hand van de volgende algemene selectiecriteria. De cultuurhistorische waarde van handelingen wordt getoetst aan de onderstaande algemene selectiecriteria.
Algemene selectiecriteria:
1. Handelingen die betrekking hebben op de voorbereiding en bepaling van het beleid op hoofdlijnen
Toelichting: Agendavorming, analyse van informatie, beleidsadvisering, beleidsvoorbereiding of -planning, besluitvorming over de inhoud van beleid, terugkoppeling van beleid. Zowel de keuze als de specificatie van de doeleinden en instrumenten
2. Handelingen die betrekking hebben op de evaluatie van het beleid op hoofdlijnen
Toelichting: Beschrijving en beoordeling van de inhoud, het proces of de effecten van beleid, toetsing van en toezicht op beleid. Niet perse leidend tot consequenties zoals bij terugkoppeling van beleid.
3. Handelingen die betrekking hebben op de verantwoording aan andere actoren van de hoofdlijnen van het beleid
Toelichting: Ook verslaglegging ten aanzien van de beleidsmatige hoofdlijnen
4. Handelingen die betrekking hebben op de (her)inrichting van organisaties belast met het beleid op hoofdlijnen
Toelichting: Instelling, wijziging, opheffing en werkwijze van organen, organisaties of onderdelen daarvan
5. Handelingen die bepalend zijn voor de wijze waarop beleidsuitvoering op hoofdlijnen plaatsvindt
Toelichting: Onder beleidsuitvoering wordt de toepassing verstaan van instrumenten om de gekozen doeleinden te bereiken
6. Handelingen die betrekking hebben op beleidsuitvoering op hoofdlijnen, voor zover die in direct verband staan met voor Nederland bijzondere tijdsomstandigheden en incidenten
Toelichting: Zoals wanneer de ministeriële verantwoordelijkheid is opgeheven en/of in noodsituaties
Naast de algemene criteria kunnen in overleg met de RAD, eveneens binnen het kader van de selectiedoelstelling, beleidsterrein-specifieke criteria worden geformuleerd. Deze criteria worden doorlopend genummerd, waarbij wordt aangesloten bij de zes algemene criteria (dus vanaf 7).
Conform het Archiefbesluit 1995, art. 5, onder d 1° worden in het BSD de algemene criteria en eventuele beleidsterrein-specifieke criteria opgesomd om verantwoording te geven van de wijze waarop toepassing is gegeven aan het selectiebeleid van de RAD.
gewaardeerd in speciale gevallen te bewaren op grond van een uitzonderingscriterium. Hiertoe moet de volgende formule in het BSD worden opgenomen:
Ingevolge artikel 5, onder e, van het Archiefbesluit 1995 kan neerslag van bepaalde, als te vernietigen gewaardeerde handelingen betreffende personen en/of gebeurtenissen van bijzonder cultureel of maatschappelijk belang, van vernietiging worden uitgezonderd.
Verslag vaststellingsprocedure
Vaststelling BSD
In 2005 is het ontwerp-BSD namens de zorgdragers aan destijds de Staatssecretaris van OC&W aangeboden, waarna deze het ter advisering heeft ingediend bij de Raad voor Cultuur (RvC).
Van het gevoerde driehoeksoverleg over de waarderingen van de handelingen is een verslag gemaakt, dat tegelijk met het BSD naar de RvC is verstuurd.
Vanaf 2 januari 2007 lag de selectielijst gedurende acht weken ter publieke inzage bij de registratiebalie van het Nationaal Archief evenals bij de rijksarchieven in de provincie / regionaal historische centra, hetgeen was aangekondigd in de Staatscourant en in het Archievenblad.
Op 16 maart 2007 bracht de RvC advies uit (arc-2007.03686/1), hetwelk aanleiding heeft gegeven tot de volgende wijzigingen in de ontwerp-selectielijst:
–
toevoeging werkzaamheden en werking van de Comité des Organisations Professionnelles Agricoles (COPA) en van werkzaamhedenminister Lardinois;
–
aanpassen titel BSD: historisch gezien was er eerst sprake van voedselvoorziening;
–
handeling 483 Het in de nationale context verrichten van interventiewerkzaamheden wordt B;
–
handeling 731 Het rapporteren in het kaderen van de uitoefening van toezicht op de bewerking van interventieproducten wordt B;
–
handeling 735 Het nemen van maatregelen tegen marktdeelnemers die onder verdenking staan van Europese interventiemaatregelen wordt B;
–
handeling 195 het stellen van nadere regels inzake de eigen werkwijze en die van het dagelijks bestuur wordt B;
–
handeling 234het nader bepalen van de taak en bevoegdheden van het dagelijks bestuur van STULM 1974 wordt B;
–
handeling 457 Het berekenen van de gemiddelde kostprijzen van landbouwproducten die onder het garantieprijsbeleid vallen wordt B;
–
handeling 483 Het in de nationale context verrichten van interventiewerkzaamheden wordt B;
–
handeling 735 Het nemen van maatregelen tegen marktdeelnemers die onder verdenking staan van misbruik van Europese interventiemaatregelen wordt B;
–
handeling 356 Het op het gebied van de voedselvoorziening voorbereiden en voeren van tuchtrechtzaken voor de tuchtrechter en het ten uitvoer leggen van tuchtrechtelijke uitspraken wordt B
–
handeling 107: Het beslissen over geschillen tussen een Aan- en Verkoopbureau en de raad van toezicht daarvan wordt B;
–
handeling 108: Het beslechten van geschillen tussen een Aan- en Verkoopbureau en een (hoofd)bedrijfschap- oude stijl wordt B;
–
handeling 345: Het beslechten van geschillen tussen voedselvoorzieningorganisaties onderling of -in hoger beroep- van geschillen tussen een voedselvoorzieningorganisatie en ondernemers wordt B;
–
handeling 69: Het machtigen van een voedselvoorzieningorganisatie tot het doen van uitgaven en het innen van inkomsten betreffende posten uit de begroting die nog niet zijn goedgekeurd wordt B;
–
handeling 75: Het aanwijzen van ambtenaren voor de controle op het financiële beheer van organisaties voor de voedselvoorziening en op de controle die deze organisaties uitoefenen op de bedrijfsgenoten wordt B;
–
handeling 275: Het verlenen van financiële steun op g rond van regelgeving ten behoeve van de voortbrenging, be- of verwerking, verhandeling enz. van crisisproducten wordt B;
–
handeling 290: Het verlenen van restitutie van heffingen of ontheffing van de betalingsverplichting betreffende de invoer, voortbrenging, verwerking, verhandeling, merking, enz. van crisisproducten wordt B;
–
handeling 297: Het verlenen van ontheffingen van ministeriële voorschriften krachtens de Landbouw-Crisiswet 1933 wordt B.
Daarop werd het BSD op 18 september 2007 door de algemene rijksarchivaris namens de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap voor de Productschappen Vee, Vlees en Eieren (C/S&A/07/2282] en de Project Directeur Project Wegwerken Archiefachterstanden (conform het convenant d.d. 30 mei 2006) namens de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit [C/S&A.07/2277], de minister van Financiën [C/S&A.07/2278], de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid [C/S&A.07/2279], de minister van Justitie [C/S&A.07/2280] en de minister van Economische Zaken [C/S&A.07/2281] vastgesteld.
Leeswijzer
De selectielijsten bestaan uit handelingenblokken. In onderstaande tabel wordt uiteengezet welke informatie in een handelingenblok te vinden is.
(X) : Dit is het volgnummer van de handeling.
Dit nummer is overgenomen uit het RIO. Als het volgnummer van één of meerdere handelingen in het BSD afwijkt van het oorspronkelijke RIO-nummer, dan wordt deze vermeld in een concordans.
Handeling: Dit is een complex van activiteiten die een actor verricht ter vervulling van een taak of op grond van een bevoegdheid.
In de praktijk komt een handeling meestal overeen met een procedure of een werkproces.
Bijvoorbeeld:
Het vaststellen van nadere regels betreffende de landbouwproductie in relatie tot de bodembestemming
Periode: Hier staat het tijdvak vermeld gedurende welke jaren de handeling is verricht. Is geen specifiek beginjaar bekend dan wordt een beginjaar geschat, of 1945– genoemd. Wanneer er geen eindjaar staat vermeld wordt de handeling nog steeds uitgevoerd.
Grondslag: Dit is de wettelijke basis op grond waarvan de actor de handeling verricht, indien bekend,.Deze wordt op de volgende manier vermeld:
•
de naam (citeertitel) van de wet, de Algemene Maatregel van Bestuur, het Koninklijk Besluit of de ministeriële regeling;
•
de vindplaats of bron;
•
wijzigingen in de grondslag en het vervallen hiervan;
•
het betreffende artikel en lid daarvan.
Bijvoorbeeld:
Bodemproductiebesluit, art. 3, lid 1;
Organisatiebeschikking Bodemproductie, art. 3, lid 3
NB: Met vindplaats wordt de vermelding in het staatsblad of staatscourant bedoeld.
Wanneer er geen wettelijke grondslag voor een handeling bestaat, kan de bron (interne regelgeving, beleidsnota’s) worden genoemd waarin de betreffende handeling staat vermeld.
Product: Hier achter staat het product vermeld waarin de handeling resulteert of zou moeten resulteren.
Opsommingen geven een indicatie van de producten en zijn niet altijd uitputtend. Vaak wordt volstaan met een algemeen omschreven eindproduct.
Opmerking: Deze aanvullende informatie wordt slechts vermeld wanneer (een onderdeel van) het handelingenblok toelichting behoeft.
Waardering: Waardering van de handeling in B (bewaren) of V (vernietigen).
Indien vernietigen, dan vermelding van de vernietigingstermijn, zonodig aangevuld met een bewerkingsinstructie, bijvoorbeeld: ‘v 5 jaar na voltooiing project’.
Indien bewaren, dan vermelding van het gehanteerde selectiecriterium.
Eventueel een nadere toelichting op de waardering.
Actorenoverzicht
Voor het ministerie van LNV is de selectielijst Agrarisch markt- en prijsbeleid en voedselvoorziening van toepassing voor:
1.
Handelingen van de actor ‘minister van LNV’ (uitgevoerd door met name de directies Industrie & Handel, Landbouw, Internationale Zaken en Juridische Zaken),
2.
Handelingen van andere actoren onder de archiefzorg van LNV (zoals de Algemene Inspectie Dienst (AID), de Regeringscommissaris voor de Akkerbouw en de Veehouderij)),
3.
Handelingen van andere overheidsactoren (zoals o.a. minister van Economische Zaken (EZ), minister van Financiën, het Productschap voor Vee, Vlees en Eieren (PVE)).
De vastgestelde selectielijst vormt de formele grondslag voor bewerking van archiefbestanden tot vernietiging dan wel overbrenging naar de Rijksarchiefdienst. Tevens wordt de lijst toegepast in het informatiebeheer van alle LNV-onderdelen die bij dit beleidsterrein betrokken zijn. De lijst heeft overigens geen betrekking op het interne functioneren van de genoemde actoren; daarvoor worden beleidsterreinoverstijgende onderzoeken toegepast naar de aandachtsgebieden financiën, personeel, organisatie, huisvesting, informatievoorziening en voorlichting.
De selectielijst treedt in werking twee dagen na publicatie in de Staatscourant en blijft in de huidige vorm hoogstens 20 jaar geldig.
Functie van deze lijst
De formeel geldige selectielijsten van LNV strekken zich uit over een heel beleidsterrein (bv. Bosbouw, Mestbeleid) en worden vastgesteld namens de minister van LNV en de staatssecretaris van OCW.
markt en prijsbeleid
1096
1096
1096
Totalen
1096
1096
0
1096
Functie van deze lijst
De formeel geldige selectielijsten van LNV strekken zich uit over een heel beleidsterrein (bv. Bosbouw, Mestbeleid) en worden vastgesteld namens de minister van LNV en de staatssecretaris van OCW.
Markt en prijsbeleid
Deel 1: Handelingen van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV)
1
Handeling: Het voorbereiden, vaststellen en evalueren van het beleid betreffende (aspecten van) het voedselvoorzienings- en agrarisch markt- en prijsbeleid
Periode: 1945–
Waardering: B, 1
2
Handeling: Het leveren van bijdragen aan de totstandkoming van het nationale beleid van andere ministers, voorzover dit (mede) betrekking heeft op (aspecten van) het voedselvoorzienings- en agrarisch markt- en prijsbeleid
Periode: 1945–
Opmerking: Met name beleidsmatig overleg met de minister van EZ.
Waardering: B, 1
3
Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van wet- en regelgeving betreffende (aspecten van) het voedselvoorzienings- en agrarisch markt- en prijsbeleid
Periode: 1945–
Opmerking: Het gaat hierbij om wet- en regelgeving die niet valt onder specifieke handelingen als geformuleerd in volgende hoofdstukken.
Waardering: B, 1
4
Handeling: Het instellen van commissies voor advisering over het beleid, de uitvoering daarvan en wet- en regelgeving ten aanzien van (aspecten van) het voedselvoorzienings- en agrarisch markt- en prijsbeleid
Periode: 1945–
Opmerking: Deze handeling betreft de commissies die niet reeds in andere handelingen zijn benoemd.
Waardering: B, 5
5
Handeling: Het benoemen van leden van adviescommissies ten aanzien van (aspecten van) het voedselvoorzienings- en agrarisch markt- en prijsbeleid
Periode: 1945–
Opmerking: Deze handeling gaat ook over plaatsvervangende leden, secretaris en adjunct-secretaris.
Waardering: V, 5 jaar
6
Handeling: Het deelnemen aan advies- en overlegcommissies op een (deel)gebied van het voedselvoorzienings- en agrarisch markt- en prijsbeleid waarvan het voorzitterschap en/of secretariaat bij het ministerie berust
Periode: 1945–
Waardering: B, 1
7
Handeling: Het deelnemen aan advies- en overlegcommissies op het gebied van (aspecten van) het voedselvoorzienings- en agrarisch markt- en prijsbeleid waarvan het voorzitterschap en/of secretariaat niet bij het ministerie berust
Periode: 1945–
Waardering: V, 5 jaar
8
Handeling: Het deelnemen aan (het bestuur van) niet als overheidsorgaan aan te merken instellingen op een deelgebied van het voedselvoorzienings- en agrarisch markt- en prijsbeleid
Periode: 1945–
Waardering: V, 5 jaar
9
Handeling: Het verlenen van subsidies aan instellingen die een adviserende of uitvoerende taak hebben op het terrein of een deelterrein van het voedselvoorzienings- en agrarisch markt- en prijsbeleid
Periode: 1945–
Waardering: V, 7 jaar
10
Handeling: Het verlenen van vergoedingen aan commissies die een adviserende of uitvoerende taak hebben op het terrein of een deelterrein van het voedselvoorzienings- en agrarisch markt- en prijsbeleid
Periode: 1945–
Waardering: V, 7 jaar
11
Handeling: Het voorbereiden van overleg met en informeren van (leden van) de Staten-Generaal over (aspecten van) het voedselvoorzienings- en agrarisch markt- en prijsbeleid
Periode: 1945–
Waardering: B, 3
12
Handeling: Het beantwoorden van Kamervragen en het anderszins op verzoek incidenteel informeren van leden of commissies uit de kamers der Staten-Generaal ter zake van (aspecten van) het voedselvoorzienings- en agrarisch markt- en prijsbeleid
Periode: 1945–
Waardering: B, 3
13
Handeling: Het verstrekken van inlichtingen aan (de Commissie van de Verzoekschriften van) de Staten-Generaal naar aanleiding van klachten van burgers betreffende (aspecten van) het voedselvoorzienings- en agrarisch markt- en prijsbeleid
Periode: 1945–
Waardering: B, 3
14
Handeling: Het informeren van de Nationale Ombudsman naar aanleiding van klachten over de uitvoering of de gevolgen van het beleid betreffende (aspecten van) het voedselvoorzienings- en agrarisch markt- en prijsbeleid
Periode: 1945–
Waardering: B, 3
15
Handeling: Het behandelen van bezwaarschriften naar aanleiding van beschikkingen betreffende het beleidsterrein
Periode: 1945–
Waardering: V, 10 jaar na uitspraak
16
Handeling: Het voeren van verweer in beroepschriftenprocedures voor administratiefrechtelijke organen
Periode: 1945–
Opmerking: Te denken valt met name aan het CBB en de Raad van State.
Waardering: V, 20 jaar
17
Handeling: Het voeren van verweer in strafrechtelijke of civielrechtelijke procedures ter zake van (aspecten van) het voedselvoorzienings- en agrarisch markt- en prijsbeleid
Periode: 1945–
Waardering: V, 20 jaar
18
Handeling: Het informeren van belanghebbenden over beleidsontwikkelingen, regelgeving, subsidiemogelijkheden en overheidsfaciliteiten betreffende (aspecten van) het voedselvoorzienings- en agrarisch markt- en prijsbeleid
Periode: 1945–
Bron: Begrotingen
Opmerking: Het betreft hier informatie over zowel nationale als internationale (m.n. EU) regelgeving e.d.- Wanneer de internationale (EU-)regelingen niet erg complex zijn, komt er geen afzonderlijke nationale regelgeving en volstaat het ministerie met het opstellen van folders.
Waardering: V. 10 jaar
19
Handeling: Het beantwoorden van vragen van individuele burgers, bedrijven en instellingen betreffende (aspecten van) het voedselvoorzienings- en agrarisch markt- en prijsbeleid
Periode: 1945–
Waardering: V, 10 jaar
20
Handeling: Het vaststellen van opdrachten en van de resultaten van interne (wetenschappelijke) studies met het oog op de beleidsontwikkeling betreffende (aspecten van) het voedselvoorzienings- en agrarisch markt- en prijsbeleid
Periode: 1945–
Waardering: B, 1 opdracht en het eindproduct
V, 10 jaar het overige materiaal
21
Handeling: Het (mede) voorbereiden en begeleiden van externe (wetenschappelijke) studies betreffende (aspecten van) het voedselvoorzienings- en agrarisch markt- en prijsbeleid
Periode: 1945–
Waardering: V, 20 jaar
22
Handeling: Het verlenen van subsidies voor onderzoeksprojecten op het terrein of een deelterrein van het voedselvoorzienings- en agrarisch markt- en prijsbeleid
Periode: 1945–
Waardering: V, 7 jaar
23
Handeling: Het verzamelen en bewerken van gegevens ten behoeve van beleidsvoorbereiding of -evaluatie, dan wel ten behoeve van intern (wetenschappelijk) onderzoek op het gebied van (aspecten van) het voedselvoorzienings- en agrarisch markt- en prijsbeleid
Periode: 1945–
Waardering: V, 20 jaar
24
Handeling: Het machtigen van personen tot het nemen van beslissingen en het ondertekenen van stukken namens de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) voor wat betreft aangelegenheden in relatie tot het voedselvoorzienings- en agrarisch markt- en prijsbeleid
Periode: 1945–
Product: machtigings- en mandaatbesluiten
Waardering: B, 5
25
Handeling: Het instellen van een Nationale Commissie van Advies voor de Europese Landbouwintegratie
Periode: 1952–1957
Grondslag: Besluit tot instelling van de Nationale Commissie van Advies voor de Europese Landbouwintegratie (Stcrt. 1952, 132)
Opmerking: Deze commissie werd genoemd in de Staatsalmanakken van 1954 tot 1957.
Waardering: B, 4
26
Handeling: Het benoemen van leden van een Nationale Commissie van Advies voor de Europese Landbouwintegratie
Periode: 1952–1957
Opmerking: De samenstelling van de eerste lichting leden werd in het instellingsbesluit bekendgemaakt.
Waardering: V, 10 jaar
28
Handeling: Het voorbereiden van bijdragen aan expertgroepen van de Europese Commissie inzake (aspecten van) het voedselvoorzienings- en agrarisch markt- en prijsbeleid
Periode: 1958–
Opmerking: Hieronder valt expliciet ook het opstellen van verslagen over de geleverde bijdrage.
Waardering: B, 1
29
Handeling: Concept-informatiefiches over voorstellen, mededelingen en Groenboeken van de Europese Commissie ter zake van (aspecten van) het voedselvoorzienings- en agrarisch markt- en prijsbeleid
Periode: 1958–
Opmerking: De interdepartementale WBNC stelt de informatiefiches vast (deze handeling is opgenomen in het concept-RIO ‘Gedane Buitenlandse Zaken’).
Product: concept-fiches
Waardering: B, 1
30
Handeling: Het voorbereiden van vergaderingen van Raadswerkgroepen met betrekking tot (aspecten van) het voedselvoorzienings- en agrarisch markt- en prijsbeleid
Periode: 1958–
Opmerking: Als onderdeel van de departementale standpuntbepaling kan overleg gevoerd worden met maatschappelijke groeperingen, zoals het georganiseerde bedrijfsleven. De handeling leidt bij het eerstverantwoordelijke ministerie met name tot instructies; bij de overige betrokken ministeries tot departementale standpunten. Hieronder valt expliciet ook het opstellen van verslagen over de geleverde bijdrage.
Waardering: B, 1
31
Handeling: Het voorbereiden van bijdragen aan beheerscomités op het terrein van het agrarisch markt- en prijsbeleid
Periode: 1958–
Opmerking: Hieronder valt expliciet ook het opstellen van verslagen over de geleverde bijdrage.
Waardering: B, 1
32
Handeling: Het voorbereiden van vergaderingen van ad hoc groepen Raden/Attachés met betrekking tot (aspecten van) het voedselvoorzienings- en agrarisch markt- en prijsbeleid
Periode: 1958–
Opmerking: Als onderdeel van de departementale standpuntbepaling kan overleg worden gevoerd met maatschappelijke groeperingen, zoals het georganiseerde bedrijfsleven. De handeling leidt bij het eerstverantwoordelijke ministerie met name tot instructies; bij de overige betrokken ministeries tot departementale standpunten. Hieronder valt expliciet ook het opstellen van verslagen over de geleverde bijdrage.
Waardering: B, 1
33
Handeling: Het voorbereiden van vergaderingen van het Coreper met betrekking tot (aspecten van) het voedselvoorzienings- en agrarisch markt- en prijsbeleid
Periode: 1958–
Opmerking: Als onderdeel van de departementale standpuntbepaling kan overleg gevoerd worden met maatschappelijke groeperingen, zoals het georganiseerde bedrijfsleven. De instructies voor de Nederlandse vertegenwoordiger in het Coreper (de PV) worden vastgesteld in interdepartementaal overleg onder leiding van het ministerie van Buitenlandse Zaken. De handeling leidt bij het eerstverantwoordelijke ministerie met name tot concept-instructies; bij de overige betrokken ministeries tot departementale standpunten. Hieronder valt expliciet ook het opstellen van verslagen over de geleverde bijdrage.
Waardering: B, 1
34
Handeling: Het voorbereiden van vergaderingen van ad hoc High Level-groepen met betrekking tot (aspecten van) het voedselvoorzienings- en agrarisch markt- en prijsbeleid
Periode: 1958–
Opmerking: Als onderdeel van de departementale standpuntbepaling kan overleg gevoerd worden met maatschappelijke groeperingen, zoals het georganiseerde bedrijfsleven. De handeling leidt bij het eerstverantwoordelijke ministerie met name tot concept-instructies; bij de overige betrokken ministeries tot departementale standpunten. Hieronder valt expliciet ook het opstellen van verslagen over de geleverde bijdrage.
Waardering: B, 1
35
Handeling: Het opstellen en wijzigen van standpunten over door de Europese Commissie voorgenomen besluiten, maatregelen en onderhandelingen met derde landen ter zake van (aspecten van) het voedselvoorzienings- en agrarisch markt- en prijsbeleid, voorzover deze niet zijn vastgelegd in Raadsbesluiten en worden besproken in commissies en werkgroepen
Periode: 1958–
Opmerking: Hieronder valt ook het opstellen van verslagen van vergaderingen van de commissies en werkgroepen.
Waardering: B, 1
36
Handeling: Het opstellen van departementale standpunten inzake agendapunten van Raadsvergaderingen met betrekking tot (aspecten van) het voedselvoorzienings- en agrarisch markt- en prijsbeleid
Periode: 1958–
Opmerking: Nationale standpunten en onderhandelingsposities inzake agendapunten van Raadsvergaderingen komen tot stand in de Coördinatiecommissie voor Europese Integratie- en Associatieproblemen (CoCo).
Hieronder valt expliciet ook het opstellen van verslagen over de geleverde bijdrage.
Waardering: B, 1
37
Handeling: Het opstellen van departementale standpunten inzake algemene en op langere termijn spelende zaken van EU-belang inzake (aspecten van) het voedselvoorzienings- en agrarisch markt- en prijsbeleid
Periode: 1993–
Opmerking: Overleg hierover in de Coördinatiecommissie op Hoog Ambtelijk Niveau (CoCoHan) leidt tot algemene rapporten aan de betrokken ministers.
Waardering: B, 1
38
Handeling: Het voordragen dan wel benoemen van personen voor benoeming in een raadgevend comité, beheerscomité of reglementeringscomité inzake het voedselvoorzienings- en agrarisch markt- en prijsbeleid
Periode: 1958–
Waardering: V, 10 jaar
39
Handeling: Het voordragen aan de Europese Commissie van deskundigen belast met de controle op de naleving van de bepalingen van communautaire besluiten betreffende het voedselvoorzienings- en agrarisch markt- en prijsbeleid
Periode: 1958–
Grondslag: Richtlijnen
Waardering: V, 5 jaar
40
Handeling: Het aanwijzen van regeringsvertegenwoordigers in commissies of werkgroepen van de Europese Unie inzake het voedselvoorzienings- en agrarisch markt- en prijsbeleid
Periode: 1958–
Waardering: V, 2 jaar
41
Handeling: Het opstellen en wijzigen van standpunten inzake door de Europese Commissie voorgestelde uitvoeringsbepalingen met betrekking tot (aspecten van) het voedselvoorzienings- en agrarisch markt- en prijsbeleid, die besproken worden in een raadgevend comité, een beheerscomité of een reglementeringscomité
Periode: 1958–
Opmerking: Als onderdeel van de departementale standpuntbepaling kan overleg gevoerd worden met maatschappelijke groeperingen, zoals het georganiseerde bedrijfsleven. Wanneer meerdere departementen betrokken zijn leidt het eerstverantwoordelijke ministerie het coördinatieoverleg. Onder deze handeling valt ook het opstellen van instructies voor de Nederlandse vertegenwoordiging in de comités, alsook het opstellen van verslagen van vergaderingen van deze comités.
Waardering: B, 1
42
Handeling: Het opstellen van een plan ter implementatie van een door de Raad vast te stellen besluit op het gebied van het voedselvoorzienings- en agrarisch markt- en prijsbeleid
Periode: 1993–
Grondslag: Aanwijzing voor regelgeving (Stcrt. 1992, 230), nr. 334
Opmerking: Het betreft hier plannen ter implementatie van richtlijnen en verordeningen die onderworpen zijn aan de samenwerkingsprocedure of de medebeslissingsprocedure (co-decisie) van Raad en Europees Parlement. Het implementatieplan moet binnen een maand nadat de Raad het gemeenschappelijk standpunt heeft vastgesteld voorgelegd worden aan de Werkgroep Beoordeling Nieuwe Commissievoorstellen.
Product: Implementatieplan
Waardering: B, 5
43
Handeling Het rapporteren over de implementatie van Europese (of internationale) regels in bestaande of nieuwe wet- en regelgeving op nationaal niveau op het gebied van het voedselvoorzienings- en agrarisch markt- en prijsbeleid
Periode: 1945–
Opmerking: De Europese regelgeving (bijv. verordeningen) waarmee de EC de communautaire besluiten uitwerkt, geven aan op welke aspecten de informatie betrekking heeft, bijvoorbeeld de aanwijzing van bevoegde instanties.
Waardering: B, 3
44
Handleing: Het geven van aanwijzingen aan uitvoeringsorganen over de toepassing van internationale verdragen of verordeningen inzake (aspecten van) het voedselvoorzienings- en agrarisch markt- en prijsbeleid
Periode: 1958–
Product: Bijv. circulaires
Waardering: B, 5
45
Handeling: Het benoemen van regeringscommissarissen en/of een College van regeringscommissarissen
Periode: 1934–1940
Grondslag: Landbouw-Crisiswet 1933, art. 26a
Waardering: V, 2 jaar
47
Handeling: Het vaststellen van de instructies voor regeringscommissarissen en/of een College van regeringscommissarissen
Periode: 1934–1940
Grondslag: Landbouw-Crisiswet 1933, art. 26a
Waardering: B, 5
48
Handeling: Het instellen van een Centrale Commissie voor de Voedselvoorziening
Periode: 1934–1957
Grondslag: Landbouw-Crisiswet 1933, art. 27, lid 1
Waardering: B,4
50
Handeling: Het ter benoeming door de Kroon voordragen van leden van de Centrale Commissie voor de Voedselvoorziening
Periode: 1934–1957
Grondslag: Landbouw-Crisiswet 1933, art. 27, lid 3
Opmerking: Eén lid van de commissie werd voorgedragen door de minister van Financiën en de overige door de minister van Landbouw.
Waardering: V, 2 jaar
51
Handleing: Het aanwijzen van een of meer regeringscommissarissen die ambtshalve lid zijn van de Centrale Commissie
Periode: 1934–1957
Grondslag: Landbouw-Crisiswet 1933, art. 27, lid 3
Waardering: V, 2 jaar
53
Handeling: Het benoemen van leden van het College voor de Voedselvoorziening, later het College van Overleg voor de Voedselvoorziening en de Buitenlandse Agrarische Aangelegenheden
Periode: 1940–1957
Grondslag: Besluit bevoegdheden D-G Voedselvoorziening en instelling College voor de Voedselvoorziening, art. 3
Waardering: V, 2 jaar
54
Handeling: Het vaststellen van het Organisatiebesluit Voedselvoorziening 1941
Handeling: Het stellen van regels omtrent de opbouw en bevoegdheden van een organisatie voor de voedselvoorziening
Periode: 1941–1957
Grondslag: Organisatiebesluit Voedselvoorziening 1941, art. 1, lid 1, en art. 5, lid 2
Product: o.a. Algemeen Reglement betreffende de samenstelling, inrichting en bevoegdheid van organisaties, ingesteld op het gebied der voedselvoorziening (Stcrt. 1941, 136), Besluit verordenende bevoegdheid Bedrijfsorganisaties Voedselvoorziening (Stcrt. 1943, 186)
Waardering: B, 1
57
Handeling: Het instellen en opheffen van (hoofd)bedrijfschappen en vakorganisaties op het gebied van de voedselvoorziening
Periode: 1941–1957
Grondslag: Organisatiebesluit Voedselvoorziening 1941, art. 5, lid 1
Opmerking: De organisaties konden zelf plaatselijke en provinciale afdelingen instellen (art. 3).
Product Instellingsbesluiten, zoals: Instelling Bedrijfsorganisaties voor Zuivel, Margarine, Vetten en Oliën (Stcrt. 1942, 21), Instelling Bedrijfsorganisatie voor Akkerbouwprodukten, enz. (Stcrt. 1942, 62); Opheffingswetten Bedrijfschappen (Stb. 1954, 452 e.v.)
Waardering: B, 4
58
Handeling: Het vaststellen van de reglementen van (hoofd)bedrijfschappen en vakorganisaties op het gebied van de voedselvoorziening
Periode: 1941–1957
Grondslag: Organisatiebesluit Voedselvoorziening 1941, art. 5, lid 2
Product: Reglementen ‘regelende de samenstelling, inrichting en bevoegdheid’ van de desbetreffende organisaties
Waardering: B, 1
59
Handeling: Het aanwijzen van gemachtigden die (mede) toezicht kunnen uitoefenen op de (hoofd)bedrijfschappen
Periode: 1941–1957
Grondslag: Organisatiebesluit Voedselvoorziening 1941, art. 11, lid 1
Waardering: V, 2 jaar
60
Handeling: Het benoemen, schorsen of ontslaan van bestuursleden van een voedselvoorzieningsorganisatie dan wel het goedkeuren van besluiten daartoe
Opmerking: De voorzitter werd rechtstreeks door de minister benoemd. De benoeming van de overige leden (vanaf 1946 door o.a. de Stichting voor de Landbouw) moest door hem worden goedgekeurd. In bijzondere gevallen kon de minister deze andere leden zelf ontslaan of schorsen.
Waardering: V, 2 jaar
61
Handeling: Het instellen van Commissies van Bijstand voor voedselvoorzieningsorganisaties
Periode: 1946–1957
Grondslag: Algemeen Reglement, art. 2, lid 2
Waardering: B, 4
62
Handeling: Het benoemen, schorsen of ontslaan van leden van een Commissie van Bijstand voor een voedselvoorzieningsorganisatie dan wel het goedkeuren van besluiten daartoe
Opmerking: Deze bevoegdheid ontstond bij wijziging van het Algemeen Reglement in 1946 en werd slechts in bijzondere gevallen toegepast. De reguliere benoemingen werden gedaan door o.a. de Stichting voor de Landbouw en de Stichting van de Arbeid. Voordien bepaalde het Algemeen Reglement slechts dat de samenstelling van de commissie voor iedere organisatie afzonderlijk werd geregeld in het reglement van de desbetreffende organisatie.
Waardering: V, 2 jaar
66
Handeling: Het gezamenlijk vaststellen van een arbeidsreglement voor voedselvoorzieningsorganisaties
Periode: 1941–1957
Grondslag: Algemeen Reglement, art. 10
Opmerking: De organisaties regelden binnen de gestelde kaders zelf de aanstelling van personeel en de arbeidsvoorwaarden.
Waardering: V, 10 jaar
68
Handeling: Het goedkeuren van de begroting en het financieel jaarverslag van een voedselvoorzieningsorganisatie
Periode: 1941–1957
Grondslag: Algemeen Reglement, art. 15, lid 1, en art. 16, lid 1
Waardering: B, 1
69
Handeling: Het machtigen van een voedselvoorzieningsorganisatie tot het doen van uitgaven en het innen van inkomsten betreffende posten uit de begroting die nog niet zijn goedgekeurd
Periode: 1941–1957
Grondslag: Algemeen Reglement, art. 15, lid 3
Waardering: B 5
73
Handeling: Het goedkeuren van bestuursbesluiten tot benoeming of ontslag van een directeur of secretaris van een (hoofd)bedrijfschap-oude stijl
Periode: 1941–1957
Grondslag: Reglementen (hoofd)bedrijfschappen, bijv. Reglement, regelende de samenstelling, inrichting en bevoegdheid van het Bedrijfschap voor Groenten en Fruit, art. 5, Reglement, regelende de samenstelling, inrichting en bevoegdheid van de Onderbedrijfsorganisatie voor Veevoeder, art. 5
Waardering: V, 2 jaar
74
Handeling: Het goedkeuren van de benoeming van een of meer accountants door het bestuur van een organisatie voor de voedselvoorziening
Periode: 1941–1957
Grondslag: Algemeen Reglement, art. 18
Waardering: V, 2 jaar
75
Handeling: Het aanwijzen van ambtenaren voor de controle op het financiële beheer van organisaties voor de voedselvoorziening en op de controle die deze organisaties uitoefenen op de bedrijfsgenoten
Periode: 1941–1957
Grondslag: Algemeen Reglement, art. 20, lid 1
Opmerking: Wanneer de minister iemand gemachtigd had voor de uitoefening van het toezicht op een organisatie, werden de controlerende ambtenaren aangewezen door deze gemachtigde.
Waardering: B 5
79
Handeling: Het goedkeuren, schorsen of vernietigen van verordeningen en uitvoeringsbesluiten van organisaties op het gebied van de voedselvoorziening
Periode: 1941–1957
Grondslag: Organisatiebesluit Voedselvoorziening 1941, art. 12, lid 2 en 3; instellingsbesluiten (hoofd)bedrijfschappen; Besluit verordenende bevoegdheid Bedrijfsorganisaties Voedselvoorziening, art. 4, lid 1 en 2
Opmerking: De minister van Landbouw kon bepaalde instanties aanwijzen die deze handeling voor bepaalde verordeningen en besluiten konden uitvoeren. Zo zijn de DG van de Voedselvoorziening (intern) en de hoofdbedrijfschappen (extern) daartoe bevoegd verklaard. Verordeningen inzake prijzen, marges, betalings- en leveringsvoorwaarden behoefden in ieder geval goedkeuring van de minister (tijdens de oorlog: de SG in samenspraak met de Gemachtigde voor de Prijzen). Bij schorsing of vernietiging werden tevens de gevolgen daarvan geregeld. Onder deze handeling vielen dus ook de in de uitvoeringsverordeningen vervatte onderdelen die aparte ministeriële goedkeuring behoefden (cf. Stcrt. 1952, 177 betreffende opslagkostenvergoeding oliën en vetten).
Waardering: B, 5
80
Handeling: Het goedkeuren van verordeningen van (hoofd)productschappen waarin de medewerking wordt gevorderd van provinciale en/of gemeentelijke besturen
Periode: 1941–1957
Grondslag: Besluit betreffende verplichte medewerking tot uitvoering van verordeningen op het gebied der voedselvoorziening, art. 3
Opmerking: Andersom gold deze handeling ook, namelijk wanneer in provinciale of gemeentelijke verordeningen op het gebied van de voedselvoorziening de medewerking van (hoofd)bedrijfschappen-oude stijl nodig was.
Waardering: B, 5
82
Handeling: Het aanwijzen van een ander orgaan voor de uitvoering van taken die eerst aan een voedselvoorzieningsorganisatie waren opgelegd
Periode: 1941–1957
Grondslag: Organisatiebesluit Voedselvoorziening 1941, art. 10, lid 2
Waardering: B, 4
83
Handeling: Het, in het kader van toezicht, inbrengen van departementale standpunten in bestuursvergaderingen van bedrijfschappen-oude stijl
Handeling: Het bepalen van het tijdstip waarop de rechten van een rechtspersoonlijkheid bezittend lichaam overgaan op een aan- en verkoopbureau dat hiervoor in de plaats komt en het beslissen inzake het overnemen van verplichtingen
Handeling: Het benoemen, schorsen en ontslaan van directeuren van Aan- en Verkoopbureaus
Periode: 1941–1957
Grondslag: Reglementen Aan- en Verkoopbureaus
Waardering: V, 10 jaar
103
Handeling: Het aanwijzen van gemachtigden die (mede) toezicht kunnen uitoefenen op de aan de (hoofd)bedrijfschappen toegevoegde Aan- en Verkoopbureaus
Periode: 1941–1957
Grondslag: Organisatiebesluit Voedselvoorziening 1941, art. 14, lid 3
Opmerking: De toezichtstaak werd eerst uitgevoerd door de DG van de Voedselvoorziening, daarna door de productschappen.
Waardering: V, 10 jaar
104
Handeling: Het instellen van een raad van toezicht voor een Aan- en Verkoopbureau
Periode: 1941–1957
Grondslag: Reglementen Aan- en Verkoopbureaus, bijv. Reglement voor het Aan- en Verkoopbureau van Tuinbouw- en Sierteeltprodukten, art. 5, lid 1
Opmerking: De DG van de Voedselvoorziening kon deze handeling uitvoeren in het kader van het aan hem opgedragen toezicht.
Product: Beschikkingen tot instelling van een Raad van Toezicht van een Aan- en Verkoopbureau, bijv. Beschikking Raad van Toezicht van het Aan- en Verkoopbureau van Akkerbouwproducten (Stcrt. 1952, 107)
Waardering: B, 4
105
Handeling: Het benoemen van de leden van een raad van toezicht voor een Aan- en Verkoopbureau
Periode: 1941–1957
Grondslag: Reglementen Aan- en Verkoopbureaus, bijv. Reglement voor het Aan- en Verkoopbureau van Tuinbouw- en Sierteeltprodukten, art. 5, lid 1
Opmerking: De DG van de Voedselvoorziening kon deze handeling uitvoeren in het kader van het aan hem opgedragen toezicht.
Waardering: V, 10 jaar
107
Handeling: Het beslissen over geschillen tussen een Aan- en Verkoopbureau en de raad van toezicht daarvan
Periode: 1941–1957
Grondslag: Beschikkingen tot instelling van een Raad van Toezicht van een Aan- en Verkoopbureau, bijv. Beschikking Raad van Toezicht van het Aan- en Verkoopbureau van Akkerbouwproducten (Stcrt. 1952, 107), art. 4, lid 2
Waardering: B 5
108
Handeling: Het beslechten van geschillen tussen een Aan- en Verkoopbureau en een (hoofd)bedrijfschap-oude stijl
Periode: 1941–1957
Grondslag: Reglementen (hoofd)bedrijfschappen, bijv. Reglement Onderbedrijfsorganisatie voor Granen, Zaden en Peulvruchten, art. 7, lid 2
Opmerking: De DG van de Voedselvoorziening was hiertoe aangewezen.
Waardering: B 5
109
Handeling: Het vaststellen van regels voor de financiële administratie van Aan- en Verkoopbureaus
Periode: 1941–1957
Grondslag: Reglementen Aan- en Verkoopbureaus, bijv. Reglement voor het Aan- en Verkoopbureau van Akkerbouwprodukten, art. 7, lid 1
Opmerking: De DG van de Voedselvoorziening kon deze handeling uitvoeren in het kader van het aan hem opgedragen toezicht.
Waardering: B, 5
110
Handeling: Het vaststellen van regels voor het door de Aan- en Verkoopbureaus opleggen van heffingen ter financiering van de administratiekosten
Periode: 1941–1957
Opmerking: De heffing bedroeg een bepaald klein percentage van de monopolieheffing op in- of uitvoer.
Handeling: Het vaststellen van regels betreffende de interne mandatering van bevoegdheden op het gebied van de voedselvoorziening
Periode: 1941–1957
Opmerking: Bijv. mandatering van DG, Provinciale Voedselcommissarissen en bijzondere functionarissen voor grote-stadsgebieden.
Waardering: B, 5 Mandateringsbesluiten gepubliceerd in Stcrt. 1944, 173A
112
Handeling: Het (intern) verantwoording afleggen van de uitoefening van gemandateerde bevoegdheden op het gebied van de voedselvoorziening
Periode: 1941–1957
Waardering: B, 5 jaar
113
Handeling: Het aanwijzen van functionarissen belast met de leiding over de voedselvoorziening in grote-stedengebieden
Periode: 1941–1957
Bron: Besluit nr. 6051, d.d. 27 april 1943, als gewijzigd, art. 1, lid 3
Waardering: V, 2 jaar
114
Handeling: Het deelnemen aan bestuursvergaderingen van product- en bedrijfschappen
Periode: 1954–
Grondslag: WBO
Opmerking: Het gaat om het algemene toezicht via de vertegenwoordiging in bestuursvergaderingen.
Waardering: V, 2 jaar
115
Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van KB’s waarbij productschappen de bevoegdheid krijgen om prijzen voor landbouwproducten vast te stellen
Periode: 1958–
Grondslag: Instellingswetten productschappen
Waardering: V, 10 jaar
118
Handeling: Het vaststellen van regelgeving inzake de overdracht van bevoegdheden aan product- of bedrijfschappen ten aanzien van de uitvoering van het communautaire agrarisch markt- en prijsbeleid (medebewind)
Periode: 1958–
Grondslag: Landbouwwet, art. 45, lid 1; Wijziging Landbouwwet (Stb. 1966, 278), art. 23, lid 1; In- en uitvoerwet, art. 11
Overdrachtsbeschikking bevoegdheden Landbouwwet 1966 Algemeen (Stcrt. 1966, 205); Overdrachtsbeschikking bevoegdheden Landbouwwet 1967, Produktschap voor Groenten en Fruit (Stcrt. 1967, 121); Overdrachtsbeschikking bevoegdheden Landbouwwet 1967 Produktschappen voor GZP en MVO (Stcrt. 1967, 114); Besluit Delegatie bepaalde bevoegdheden In- en uitvoerbeschikking landbouwgoederen 1981 (Stcrt. 1998, 13); Regeling houdende Regeling suiker, isoglucose en inulinestroop 1999 (Stcrt. 1999, 108)
Opmerking: Wanneer het bevoegdheden betreft die de minister van Landbouw uitoefent in overeenstemming met de minister van Economische Zaken, gebeurt de overdracht uiteraard in onderlinge overeenstemming. De genoemde producten vormen slechts een greep uit de vele specifieke overdrachtsregelingen.
Waardering: B, 4 en 5
119
Handeling: Het stellen van regels inzake de uitoefening van aan product- of bedrijfschappen overgedragen bevoegdheden inzake het markt- en prijsbeleid voor agrarische producten
Periode: 1966–
Grondslag: Landbouwwet, als gewijzigd (Stb. 1966, 278), art. 23, lid 1
Opmerking: Hieronder vallen ook de aanwijzingen als bedoeld in de overdrachtsbeschikkingen.
Waardering: B, 4 en 5
121
Handeling: Het goedkeuren van ontwerp-verordeningen van productschappen die zijn vastgesteld op basis van een overgedragen bevoegdheid
Periode: 1958–
Grondslag: Landbouwwet, als gewijzigd (Stb. 1966, 278), art. 23, lid 2; Overdrachtsbeschikking bevoegdheden Landbouwwet 1966 Algemeen, art. 3; In- en uitvoeringsbeschikkingen Produktschappen 1958 en 1963
Opmerking: Goedkeuring van de minister van Economische Zaken is vereist wanneer het voorschrift waarbij de bevoegdheid is overgedragen, werd vastgesteld in overeenstemming met deze minister. Goedkeuring kan alleen worden onthouden wegens strijd met het recht en het algemeen belang.
Waardering: B, 5
122
Handeling: Het aanwijzen van productschappen die aan functionarissen van een ander productschap volmacht mogen verlenen tot het verrichten van bepaalde handelingen krachtens een op grond van artikel 23 Landbouwwet overgedragen bevoegdheid
Periode: 1975–
Grondslag: Overdrachtsbeschikking bevoegdheden Landbouwwet 1966 Algemeen, als gewijzigd, art. 3a; Beschikking Landbouwheffingen- en -restitutieregime 1968-II, als gewijzigd, art. 33a
Opmerking: De beschikkingen terzake noemen de volmachtgevende en de volmachtontvangende productschappen, alsmede de producten en/of handelingen ten aanzien waarvan de bevoegdheid mag worden uitgeoefend.
Product: Toepassingsbeschikkingen art. 3a van de Overdrachtsbeschikking bevoegdheden Landbouwwet 1966 Algemeen c.q. art. 33a van de Beschikking Landbouwheffingen- en -restitutieregime 1968-II
Waardering: B, 4 en 5
126
Handeling: Het goedkeuren van door productschappen vastgestelde controlememoranda betreffende de uitvoering in medebewind van Europese agrarische markt- en prijsregelingen
Handeling: Het goedkeuren van de Administratieve Organisatie van productschappen in het kader van de uitvoering in medebewind van Europese agrarische markt- en prijsregelingen
Handeling Het rapporteren in het kader van de controle op de uitvoering van de door de productschappen in medebewind uitgevoerde Europese agrarische markt- en prijsregelingen
Handeling: Het voeren van overleg met de productschappen naar aanleiding van aanbevelingen en conclusies van controlerapporten betreffende de in medebewind uitgevoerde Europese agrarische markt- en prijsregelingen
Handeling: Het vaststellen van verdeelsleutels voor de toerekening van de gemeenschappelijke directe kosten die de productschappen maken bij de uitvoering van medebewindstaken
Periode: 1980–
Grondslag: Medebewindskostenbeschikking 1980, art. 6, lid 2
Opmerking: Het betreft direct aanwijsbare kosten van personele en materiële aard, evenals een aandeel in de indirecte kosten van toezicht en leiding en van hulpverlenende afdelingen. Dit gebeurt in overleg met de productschappen. Bij gebrek aan overeenstemming beslist de minister.
Waardering: V, 6 jaar
136
Handeling: Het vaststellen van verdeelsleutels voor de berekening van het op de Rijksbijdrage in mindering te brengen evenredig aandeel van aan een productschap toegevallen baten
Periode: 1980–
Grondslag: Medebewindskostenbeschikking 1980, art. 14, lid 2
Opmerking: Het betreft bijvoorbeeld renten op uitstaande gelden, opbrengsten van buiten gebruik gestelde bedrijfsmiddelen, enz.Dit gebeurt in overleg met de productschappen.
Waardering: V, 6 jaar
137
Handeling: Het voeren van overleg met de productschappen betreffende de wijze van uitvoering van medebewindstaken
Periode: 1980–
Grondslag: Medebewindskostenbeschikking 1980, art. 6, lid 3, art. 8
Opmerking: Het kan gaan over verlaging van de uitvoeringskosten (vereenvoudiging van werkzaamheden, verhoging van efficiency, enz.), maar ook over voorgenomen investeringen door de productschappen. In bepaalde gevallen kan gebrek aan overeenstemming leiden tot een door de minister vast te stellen korting.
Product: overlegverslagen
Waardering: B, 5
138
Handeling: Het voeren van overleg met de productschappen betreffende de vraag welke kosten, en in welke mate, bij de berekening van de financiële bijdrage in de medebewindskosten in aanmerking moeten worden genomen
Opmerking: Het kan gaan over de kosten van bijvoorbeeld wachtgeld of kosten die voortvloeien uit de beëindiging of inkrimping van medebewindswerkzaamheden. Bij gebrek aan overeenstemming beslist de minister.
Waardering: B 5
139
Handeling: Het voeren van overleg met de productschappen betreffende de afwikkeling van daden van medebewind die hebben geleid tot negatieve financiële consequenties
Producten: onderlinge afrekeningen tussen LNV en productschappen, terugvorderingen van productschappen aan het bedrijfsleven.
Opmerking: Het kan bij deze dossiers gaan over de kosten van bijvoorbeeld schadeloosstellingen, onterechte betalingen of nalating van invorderingen of verbeurdverklaringen.
Bij gebrek aan overeenstemming beslist de minister. De minister neemt de financiële gevolgen van tekortkomingen in de uitvoering voor zijn rekening (Gedragscode medebewind).
Waardering: B, 5
141
Handeling: Het goedkeuren van door de productschappen ingediende begrotingen voor de uitvoering van medebewindstaken
Periode: 1966–
Grondslag: Medebewindskostenbeschikking 1980, art. 18, lid 7
Waardering: B, 5
143
Handeling: Het goedkeuren van de door elk betrokken productschap ingediende rekening betreffende de in het afgelopen begrotingsjaar verrichtte medebewindswerkzaamheden
Periode: 1966–
Grondslag: Medebewindskostenbeschikking 1980, art. 19a, lid 4
Waardering: B, 5
144
Handeling: Het aan de productschappen vergoeden van de kosten van de uitvoering van medebewindstaken
Opmerking: Betaling geschiedt in eerste instantie door bevoorschotting per kwartaal, op grond van opgaven van de productschappen.
Waardering: V, 10 jaar
145
Handeling: Het vaststellen van regelgeving betreffende organisatie, bevoegdheden en werkzaamheden van de Stichting VIB
Periode: 1945–1957
Product: Beschikking tot goedkeuring van de statuten van de Stichting VIB; Gewijzigde statuten Stichting VIB
Opmerking: De uitwerking van de onder deze handeling vallende regelingen is terug te vinden in het hoofdstuk betreffende de uitvoering van het nationale markt- en prijsbeleid, hoewel ook het voedselvoorzieningsbeleid er als basis onder kan worden gelegd.
Waardering: B 4 en 5
146
Handeling: Het vaststellen van regelgeving betreffende organisatie, bevoegdheden en werkzaamheden van het VIB
Periode: 1957–
Opmerking: De uitwerking van de onder deze handeling vallende regelingen is terug te vinden in het hoofdstuk betreffende de uitvoering van het communautaire interventiebeleid.
Waardering: B 4 en 5 o.a. Mandaatsbeschikking VIB (Stcrt. 1966, 119), Beschikking VIB-erkenningen 1978 (Stcrt. 1978, 86), Beschikking particuliere opslag zuivelprodukten en vlees 1980 (Stcrt. 1979, 245)
147
Handeling: Het instellen en opheffen van de Stichting VIB
Periode: 1945–1958
Grondslag: Stichtingsakte gevoegd bij de Beschikking tot goedkeuring van de statuten van de Stichting VIB; Gewijzigde statuten Stichting VIB, art. 14
Waardering: B, 4
148
Handeling: Het vaststellen en/of wijzigen van de statuten van de Stichting VIB
Periode: 1945–1958
Grondslag: Beschikking tot goedkeuring van de statuten van de Stichting VIB
Opmerking: Vanaf de wijziging van de statuten in 1952 kon ook het VIB-bestuur de statuten veranderen.
Waardering: B, 4
149
Handeling: Het goedkeuren van door het VIB-bestuur gewijzigde statuten van de Stichting VIB
Handeling: Het geven van aanwijzingen aan de Stichting VIB
Periode: 1945–1958
Grondslag: Statuten Stichting VIB, art. 3, lid 1
Waardering: V, 10 jaar na opheffing van het VIB
151
Handeling: Het beslissen over de uitvoering van opdrachten van een (hoofd)bedrijfschap- oude stijl die het bestuur van de Stichting VIB onuitvoerbaar acht
Periode: 1945–1958
Grondslag: Statuten Stichting VIB, art. 3, lid 3
Waardering: V, 5 jaar
154
Handeling: Het goedkeuren van beslissingen van de Stichting VIB om bijkantoren te vestigen of om zich te laten bijstaan door buitenlandse instellingen
Periode: 1945–1958
Grondslag: Statuten Stichting VIB, art. 4
Waardering: B, 5
155
Handeling: Het benoemen, schorsen en ontslaan van bestuursleden van de Stichting VIB
Periode: 1945–1958
Grondslag: Statuten Stichting VIB, artt. 5 en 8
Opmerking: De minister wees aanvankelijk in ieder geval vertegenwoordigers aan van het Kunstmest Distributie Bureau en het Bureau Grondstoffen; daarnaast kon hij nog andere leden benoemen.
Waardering: V, 2 jaar
157
Handeling: Het goedkeuren van bestuursbesluiten tot benoeming, schorsing of ontslag van directieleden van de Stichting VIB
Periode: 1945–1958
Grondslag: Statuten Stichting VIB, art. 8
Waardering: V, 5 jaar
159
Handeling: Het goedkeuren van het huishoudelijk reglement van de Stichting VIB
Periode: 1945–1952
Grondslag: Statuten Stichting VIB, art. 6
Opmerking: Deze bevoegdheid verviel bij de wijziging van de statuten in 1952.
Waardering: B, 4
164
Handeling: Het instellen van de Raad van Advies en Toezicht van de Stichting VIB
Handeling: Het regelen van de inrichting van de begroting en van de wijze en het tijdstip waarop het VIB verslag uitbrengt over de werkzaamheden
Periode: 1958–1998
Grondslag: Landbouwwet, art. 35, lid 2 en 3
Waardering: V, 20 jaar Mandaatsbeschikking VIB (Stcrt. 1966, 119)
179
Handeling: Het vaststellen van regels voor de inrichting van de administratie van het VIB
Periode: 1958–1979
Grondslag: Landbouwwet, art. 37, lid 1
Opmerking: In overeenstemming met de minister van Financiën. In 1979 werd art. 37 vervangen door het ruimer gestelde art. 3, lid 3, dat zowel het VIB als de productschappen in hun interventiewerkzaamheden onderwerpt aan controle door ambtenaren, aangesteld door de minister van Landbouw.
Waardering: B, 4
180
Handeling: Het voorbereiden van een algemene maatregel van bestuur tot instelling van Commissies van Bijstand voor de directie van het VIB
Periode: 1958–1998
Grondslag: Landbouwwet, art. 41, lid 1
Opmerking: Het besluit tot instelling van dergelijke commissies bevat ook de regels betreffende de taak en het werkterrein ervan.
Waardering: B, 4 Besluit instelling commissies van bijstand Voedselvoorzieningsin- en verkoopbureau (Stcrt. 1958, 307)
181
Handeling: Het benoemen en ontslaan van de leden van Commissies van Bijstand van het VIB
Periode: 1958–1998
Grondslag: Landbouwwet, art. 41, lid 2
Waardering: V, 2 jaar
183
Handeling: Het instellen van een Commissie van beheer VIB
Periode: 1966–1998
Grondslag: Beschikking commissie van beheer VIB, art. 2, lid 1
Waardering: B, 4
184
Handeling: Het benoemen van (plaatsvervangende) leden van de Commissie van beheer VIB
Periode: 1966–1998
Grondslag: Beschikking commissie van beheer VIB, art. 2, lid 2
Opmerking: Naast de door de minister benoemde leden hebben ook de voorzitters van de productschappen zitting in de Commissie van beheer VIB.
Waardering: V, 2 jaar
186
Handeling: Het goedkeuren van het reglement van de Commissie van beheer VIB
Periode: 1966–1998
Grondslag: Beschikking commissie van beheer VIB, art. 2, lid 3
Waardering: B, 4
190
Handeling: Het oprichten van de STULM 1963
Periode: 1963–1963
Waardering: B, 4 O.a. statuten
192
Handeling: Het goedkeuren van de opheffing van STULM 1963
Opmerking: Hierbij hoort ook het bepalen van de bestemming van een batig saldo dat resteert bij opheffing van STULM 1963; het bestuur adviseert de minister hierover.
Waardering: B, 4
194
Handeling: Het goedkeuren van statutenwijzigingen van STULM 1963
Handeling: Het goedkeuren van het huishoudelijk reglement en andere reglementen van de STULM 1963
Periode: 1963–
Grondslag: Gewijzigde statuten (1980), art. 13
Waardering: B, 4
199
Handeling: Het benoemen van bestuursleden van STULM 1963
Periode: 1963–1980
Grondslag: Statuten STULM 1963, art. 4, lid 2; gewijzigde statuten (1977), art. 5, lid 2
Opmerking: De deelnemende PBO’s in 1963 waren het PGZP, PA, PVV en PGF. Sinds 1980 bestaat het bestuur uit de bestuursleden van STULM 1974.
Waardering: V, 10 jaar
207
Handeling: Het aangaan van overeenkomsten met het bestuur van de STULM 1963 inzake reguliere of afzonderlijke opdrachten ter uitvoering van maatregelen op agrarisch gebied
Periode: 1963–1978
Grondslag: Statuten STULM 1963, art. 17, lid 1 en 2; gewijzigde statuten (1977), art. 18, lid 1 en 2
Opmerking: De overeenkomsten werden per 1-1-1979 ontbonden.
Waardering: V, 5 jaar
212
Handeling: Het uitoefenen van controle op het financiële beheer van de STULM 1963
Periode: 1980–
Grondslag: Gewijzigde statuten (1980), art. 9, lid 5
Waardering: V, 5 jaar
214
Handeling: Het goedkeuren van besluiten van het bestuur van STULM 1963 inzake huur en pacht, zakelijke rechten, leningen en schenkingen
Opmerking: Wanneer de minister hiertoe besluit, overlegt hij met het bestuur. Wanneer het bestuur de beslissing neemt, is goedkeuring van de minister nodig. Hierbij hoort het liquideren van het vermogen van STULM 1974 (statuten STULM 1974, art. 19; gewijzigde statuten (1980), art. 16, lid 1).
Waardering: B, 4
217
Handeling: Het goedkeuren van de bestuursbeslissing tot opheffing van STULM 1974
Periode: 1974–
Grondslag: Statuten STULM 1974, art. 18, lid 5; gewijzigde statuten (1980), art. 15, lid 3
Waardering: B, 4
218
Handeling: Het bepalen van de bestemming van een batig saldo dat resteert bij opheffing van STULM 1974
Periode: 1974–
Grondslag: Statuten STULM 1974, art. 19, lid 2; gewijzigde statuten (1980), art. 16, lid 2
Opmerking: Het bestuur adviseert hieromtrent.
Waardering: B, 4
219
Handleling: Het wijzigen van de statuten van STULM 1974
Opmerking: Wanneer de minister hiertoe besluit, overlegt hij met het bestuur. Wanneer het bestuur de beslissing neemt, is goedkeuring van de minister nodig.
Waardering: B, 4
220
Handeling: Het goedkeuren van statutenwijzigingen van STULM 1974
Periode: 1974–
Grondslag: Statuten STULM 1974, art. 17, lid 5; gewijzigde statuten (1980), art. 14, lid 7
Waardering: B, 4
222
Handeling: Het goedkeuren van het huishoudelijk reglement en andere reglementen van STULM 1974
Opmerking: De leden worden voorgedragen door de productschappen (1974-1980) en door het College van Voorzitters van de (Hoofd)productschappen Voedselvoorziening (vanaf 1980).
Waardering: V, 5 jaar
229
Handeling: Het goedkeuren van besluiten tot uitbreiding van het bestuur van STULM 1974
Periode: 1980–
Grondslag: Gewijzigde statuten (1980), art. 5, lid 3
Waardering: B, 4
231
Handeling: Het goedkeuren van bestuursbesluiten van STULM 1974 inzake financiële aangelegenheden en werkzaamheden voor derden
Handeling: Het aanwijzen van een directeur van de STULM 1974
Periode: 1980–
Grondslag: Statuten STULM 1974, art. 14, lid 2; gewijzigde statuten (1980), art. 11, lid 1
Opmerking: In de gewijzigde statuten van 1980 staat dat de minister de directeur aanwijst, maar in de oorspronkelijke statuten wordt niet gespecificeerd wie de aanwijzing verricht.
Waardering: V, 5 jaar
238
Handeling: Het goedkeuren van jaarlijkse werkplannen van STULM 1974
Periode: 1974–1980
Grondslag: Statuten STULM 1974, art. 16, lid 1; gewijzigde statuten (1980), art. 13, lid 4
Waardering: B, 5
240
Handeling: Het goedkeuren van jaarlijkse begrotingen van STULM 1974
Periode: 1974–
Grondslag: Statuten STULM 1974, art. 16, lid 1; gewijzigde statuten (1980), art. 13, lid 4
Waardering: B, 5
241
Handeling: Het uitoefenen van controle op het financiële beheer van de STULM 1974
Handeling: Het goedkeuren van jaarlijkse rekeningen en verantwoordingen van STULM 1974
Periode: 1974–
Grondslag: Statuten STULM 1974, art. 16, lid 3; gewijzigde statuten (1980), art. 13, lid 4
Waardering: B, 3
245
Handeling: Het goedkeuren van besluiten van het bestuur van STULM 1974 tot het vormen van fondsen en reserves uit overschotten
Periode: 1974–1980
Grondslag: Statuten STULM 1974, art. 16, lid 4
Waardering: V, 12 jaar
247
Handeling: Het voeren van het beheer van het Landbouw-Crisisfonds c.q. het Landbouw-Egalisatiefonds
Periode: 1934–1999
Grondslag: Landbouw-Crisiswet 1933, art. 2, lid 2; Landbouwwet, art. 2, lid 2
Opmerking: Het betreft het jaarlijks vaststellen van de inkomsten en de uitgaven van het fonds. Alle stukken werden sinds 1973 afzonderlijk voor de afdelingen A en B opgesteld. Vgl. handelingen 78 (opstellen begrotingen) en 83 (opstellen rekeningen) uit het BSD Beheer van de rijksbegroting.
Waardering: B 3 en 5
248
Handeling: Het aan instellingen vergoeden van de uitvoeringskosten van maatregelen op grond van de Landbouw-Crisiswet 1933
Periode: 1934–1957
Grondslag: Landbouw-Crisiswet 1933, art. 3, lid 2, en art. 14a
Opmerking: Financiering gebeurde tot 1948 middels het Landbouw-Crisisfonds.
Waardering: V, 10 jaar
249
Handeling: Het stellen van regels inzake de verstrekking van rentedragende kredieten uit het Landbouw-Crisisfonds c.q. het Landbouw-Egalisatiefonds aan personen, bedrijven en instellingen in of verwant aan de landbouwsector
Periode: 1934–1957
Grondslag: Landbouw-Crisiswet 1933, art. 4, lid 1
Opmerking: De regels konden gaan over voorwaarden van kredietverstrekking, maar ook over rentevoet, aflossingstermijnen en borgstelling.
Waardering: B, 5
250
Handeling: Het verstrekken van rentedragende kredieten uit het Landbouw-Crisisfonds c.q. het Landbouw-Egalisatiefonds aan personen, bedrijven en instellingen in of verwant aan de landbouwsector
Periode: 1934–1957
Grondslag: Landbouw-Crisiswet 1933, art. 4, lid 1
Waardering: V, 10 jaar
252
Handeling: Het vaststellen van voorschriften voor het Landbouw-Egalisatiefonds inzake het verlenen van voorschotten, het kasbeheer en de administratie
Periode: 1979–1999
Grondslag: Landbouwwet, zoals gewijzigd in 1979 (Stb. 1979, 323), art. 3, lid 2
Opmerking: Dit zijn voorschriften zoals bedoeld in de Comptabiliteitswet 1976 (Stb. 1976, 671), artt. 21, 23, lid 2 en 25, lid 1 en de Comptabiliteitswet 1991 (Stb. 1991, 752), artt. 32 en 33, lid 1. De voorschriften werden in overeenstemming met de minister van Financiën opgesteld.
Waardering: B, 5
254
Handeling: Het sluiten van de rekeningen van afdeling B van het Landbouw-Egalisatiefonds
Periode: 1973–1999
Grondslag: Landbouwwet, zoals gewijzigd in 1973 (Stb. 1973, 269), art. 11, lid 1
Waardering: B, 5
259
Handeling: Het bepalen van de bewaarplaats waar de administratie van het Landbouw-Crisisfonds c.q. het Landbouw-Egalisatiefonds
Periode: 1934–1978
Grondslag: Landbouw-Crisiswet 1933, art. 25, lid 2; Landbouwwet, art. 12, lid 3
Waardering: V, 10 jaar na opheffing van het fonds
260
Handeling: Het vaststellen van voorschriften voor het Landbouw-Egalisatiefonds inzake het verlenen van voorschotten, het kasbeheer en de administratie
Periode: 1979–1999
Grondslag: Landbouwwet, zoals gewijzigd in 1979 (Stb. 1979, 323), art. 3, lid 2
Opmerking: Dit zijn voorschriften zoals bedoeld in de Comptabiliteitswet 1976 (Stb. 1976, 671), artt. 21, 23, lid 2 en 25, lid 1 en de Comptabiliteitswet 1991 (Stb. 1991, 752), artt. 32 en 33, lid 1. e voorschriften werden in overeenstemming met de minister van Financiën opgesteld.
Waardering: B, 5
261
Handeling: Het bij de EC voordragen van leden van het Comité van het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw
Opmerking: De onder het EOGFL-G vallende maatregelen betreffen restituties bij uitvoer naar derde landen en de verschillende soorten interventies op de interne markt.
Waardering: V, 2 jaar
262
Handeling: Het bij de EC indienen van een verzoek tot vergoeding van de uitgaven die zijn gedaan voor maatregelen die vallen onder het communautaire markt- en prijsbeleid (EOGFL-G)
Opmerking: De onder het EOGFL-G vallende maatregelen betreffen bijv. restituties bij uitvoer naar derde landen en de verschillende soorten interventies op de interne markt.
Waardering: B, 5
263
Handeling: Het aanwijzen dan wel erkennen van organen die zijn belast met het aanvragen, beheren, toekennen en uitbetalen van EOGFL-G-gelden krachtens communautaire regelingen
Opmerking: Onder deze handeling valt ook het informeren van de Europese Commissie met betrekking tot de administratieve en boekhoudkundige voorschriften voor de betalingen, alsmede betreffende naam en statuten van de (coördinerende) instantie. Ook het intrekken van de betaalorgaanstatus valt hieronder (cf. Stcrt. 1999, 197).Op grond van Verordening (EG) nr. 1287/95, later ook Verordening (EG) nr. 1258/1999, wordt in geval van erkenning van meer dan één betaalorgaan een coördinerende instantie aangewezen, die optreedt als enige vertegenwoordiger van de lidstaat tegenover de Commissie, o.a. voor alle vragen betreffende het OEGFL-G inzake onder meer de verspreiding van voorschriften en richtsnoeren (cf. Verordening (EG) nr. 1663/95, art. 2).
Waardering: B 4 en 5
264
Handeling: Het opstellen van stukken voor de financiële verantwoording, aan de Europese Commissie, van de uitgaven van EOGFL-G-middelen
Opmerking: De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) doet deze stukken aan de Europese Commissie toekomen. Hierbij kunnen ook rapporten van de bevoegde controlediensten worden gevoegd. Op grond van Verordening (EG) nr. 1287/95, later ook Verordening (EG) nr. 1258/1999, wordt in geval van erkenning van meer dan één betaalorgaan een coördinerende instantie aangewezen, die ermee is belast de ter beschikking van de Commissie te stellen gegevens te centraliseren en die te verstrekken.
Waardering: V, 10 jaar voortgangs- en eindrapporten, (samenvattende) rekeningen
265
Handeling: Het opstellen van stukken voor de Europese Commissie betreffende de financiële positie en de geraamde uitgaven van de betaalorganen
Opmerking: Op grond van de ingeleverde stukken kan de Europese Commissie voorschotten toekennen voor de uitbetalingen die zullen worden gedaan in het kader van door de afdeling Garantie gefinancierde maatregelen.
Waardering: V, 10 jaar staten betreffende de kaspositie, ramingen van de financiële behoeften
266
Handeling: Het opstellen van stukken voor de Europese Commissie betreffende de nationale handhavings- en controlemaatregelen ter zake van de uitgaven van de EOGFL-G-gelden
Opmerking: Deze stukken kunnen onder andere betrekking hebben op de regelmatigheid van de uitvoering van regelingen, terugvorderingen en administratieve en gerechtelijke procedures.
Waardering: B, 3
267
Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van de Landbouw-Crisiswet 1933
Periode: 1932–1957
Product: Landbouw-Crisiswet 1933 (Stb. 1933, 261)
Waardering: B, 1
268
Handeling: Het vaststellen van het Organisatiebesluit Voedselvoorziening 1941
Periode: 1940–1959
Waardering: B, 1 en 6 Voedselvoorzieningsbesluit (VB 1941, 12)
269
Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van wetten betreffende de naoorlogse handhaving en intrekking van bezettingsmaatregelen inzake de voedselvoorziening
Periode: 1945–1958
Opmerking: Het betreft onder meer het Voedselvoorzieningsbesluit (VB 1941, 12) en Organisatiebesluit Voedselvoorziening 1941 (VB 1941, 69), evenals de daarop gebaseerde regelgeving.
Waardering: B, 1 Met betrekking tot handhaving: KB houdende opheffing van de schorsing van diverse besluiten, genomen gedurende den bezettingstijd en in betrekking staande tot het Ministerie van Voedselvoorziening, Landbouw en Visscherij (Stb. 1945, F 157). Met betrekking tot intrekking: bijdragen aan o.a. Wet opheffing bezettingsmaatregelen IV 1951 (Stb. 25), 1956 (Stb. 50), 1957 (Stb. 14), 1958 (Stb. 70)
270
Handeling: Het instellen van de Commissie vereenvoudiging voedselvoorzieningsmaatregelen
Periode: 1946–1950
Bron: Inventaris van het archief van het Kabinet van de Minister (1945-1960)
Waardering: B, 4
271
Handeling: Het benoemen van de leden van de Commissie vereenvoudiging voedselvoorzieningsmaatregelen
Periode: 1946–1950
Bron: Inventaris van het archief van het Kabinet van de Minister (1945-1960)
Waardering: V, 10 jaar
273
Handeling: Het aanwijzen van crisisproducten en op crisisproducten lijkende waren
Periode: 1934–1957
Grondslag: Landbouw-Crisiswet 1933, art. 1, onder 5b
Waardering: B 1 en 5 o.a. besluit betreffende specerijen en gember (VB 1940, 78)
274
Handeling: Het vaststellen van steunmaatregelen ten behoeve van de voortbrenging, be- of verwerking, verhandeling, enz. van crisisproducten
Opmerking: Dit artikel vormde de grondslag voor een zeer groot aantal regelingen, waarvan er hierboven slechts enkele zijn genoemd. Onder deze handeling konden ook vallen de regelingen waarin nadere voorwaarden aan de steunverlening werden bepaald (art. 8, lid 1) of waarin nadere richtlijnen werden vastgesteld.De op dit artikel gebaseerde regelingen in het kader van het garantieprijsbeleid (1952/1968), dienen in het desbetreffende deel van het rapport te worden geplaatst.
Waardering: B, 1
275
Handeling: Het verlenen van financiële steun op grond van regelgeving ten behoeve van de voortbrenging, be- of verwerking, verhandeling, enz. van crisisproducten
Opmerking: De bedragen, ten laste van de begroting van het Landbouw-Crisisfonds en het LEF, konden worden uitgekeerd door verschillende departemenetale afdelingen, zoals de afdeling Financiële Zaken, of door de bedrijfschappen-oude stijl. Het verlenen van financiële steun in het kader van het garantieprijsbeleid (1952-1968) valt onder het daarop betrekking hebbende rapportdeel.
Waardering: B 5
276
Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van regels betreffende inventarisatie van landbouwbedrijven
Periode: 1934–1957
Grondslag: Landbouw-Crisiswet 1933, art. 7a, lid 1
Opmerking: Deze handeling werd vanaf 1941 uitgevoerd door de landbouw-crisisorganisaties op grond van het Inventarisatiebesluit voedselvoorziening (zie de desbetreffende handeling in het hoofdstuk over het Voedselvoorzieningsbesluit).Hieronder valt ook de vaststelling van formulieren/registratiekaarten voor de inventarisatie.
Waardering: B, 1
277
Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van maatregelen waarmee het (doen) voortbrengen, verwerken, verhandelen, enz. van crisisproducten, alsmede inzake het met het oog daarop voorhanden of in voorraad hebben van een inrichting of werktuig, aan voorwaarden wordt gebonden of wordt verboden
Periode: 1934–1957
Grondslag: Landbouw-Crisiswet 1933, art. 9
Product: O.a. Dorschbesluit 1939 (Stb. 1939, 679 Q); Besluit houdende verbod tot bewerken en verwerken van vetten en oliën tot zeep (Stb. 1939, 679 R); Landbouwinleveringsbesluit 1940 (VB 1940, 101); Groenten- en fruitconservenregeling (VB 1940, 182); Besluit van 19 Augustus 1948, houdende wijziging en aanvulling van het Suikerbesluit Voedselvoorziening 1933 (Stb. 1948, I 380)
Opmerking: Dit artikel vormt de grondslag voor een zeer groot aantal regelingen, waarvan er hierboven slechts enkele genoemd zijn. In combinatie met artikel 13b van de wet kan deze handeling ook uitmonden in inleveringsbesluiten. De beperkingsmaatregelen, vastgesteld door de Kroon, konden naar regio en categorie crisisproduct worden gedifferentieerd (art. 9, lid 2).Onder deze handelingen zijn ook begrepen de voorschriften die de hoofdregelingen nader uitwerken (bijv. bepaling van voorwaarden, specificatie van de uitvoering).
Waardering: B, 1
278
Handeling: Het vaststellen van de tijdvakken gedurende welke de beperkende maatregelen ten aanzien van de verwerking, verhandeling, enz. van crisisproducten van kracht zijn
Periode: 1934–1957
Grondslag: o.a. Dorschbesluit 1939, art. 2, lid 1
Opmerking: De tijdvakken konden naar regio en categorie crisisproduct worden gedifferentieerd.Deze handeling kwam ook regelmatig in de afzonderlijke regelingen op grond van de Landbouw-Crisiswet 1933 terug en wordt hier als overkoepelende handeling opgevoerd.
Waardering: B, 5
279
Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van regelingen betreffende het tijdelijk beperken, verbieden of aan voorwaarden binden van de uitvoer van crisisproducten
Periode: 1934–1957
Grondslag: Landbouw-Crisiswet 1933, art. 10
Opmerking: In combinatie met artikel 13b van de wet kan deze handeling ook uitmonden in inleveringsvoorschriften.
Waardering: B, 1
280
Handeling: Het gezamenlijk voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van regelingen waarmee de invoer van crisisproducten aan voorwaarden wordt gebonden
Periode: 1934–1957
Grondslag: Landbouw-Crisiswet 1933, art. 11, lid 1
Opmerking: Als voorwaarde kon worden gesteld bijvoorbeeld de betaling van een bedrag per eenheid, waarvan de hoogte periodiek kon worden vastgesteld. In combinatie met artikel 13b van de wet kan deze handeling ook uitmonden in inleveringsvoorschriften.
Waardering: B, 1
281
Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van regelingen waarmee de in- en uitvoer van crisisproducten slechts wordt toegestaan aan daartoe aan te wijzen instellingen
Periode: 1934–1941
Grondslag: Landbouw-Crisiswet 1933, art. 12, lid 1
Opmerking: Deze handeling kreeg in 1941 een structureel karakter in het Monopoliebesluit Voedselvoorziening (Stcrt. 1941, 135), gebaseerd op o.a. art. 4 van het Voedselvoorzieningsbesluit. In combinatie met artikel 13b van de wet kan deze handeling ook uitmonden in inleveringsvoorschriften.
Waardering: B, 1
282
Handeling: Het voordragen of zelf aanwijzen van instellingen die optreden als monopoliehouders voor de in- en uitvoer van crisisproducten
Periode: 1934–1957
Grondslag: Landbouw-Crisiswet 1933, art. 12, lid 1
Opmerking: De Kroon wees eventueel een dergelijke instelling aan, maar de minister kon dit ook zelf doen. Deze handeling kreeg in 1941 een structureel karakter in het Monopoliebesluit Voedselvoorziening (Stcrt. 1941, 135), gebaseerd op o.a. art. 4 van het Voedselvoorzieningsbesluit.
Waardering: B, 4 en 5
283
Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van algemene regels betreffende de eisen die kunnen worden gesteld aan instellingen die zijn aangewezen als monopoliehouders voor de in- en uitvoer van crisisproducten
Periode: 1934–1941
Grondslag: Landbouw-Crisiswet 1933, art. 12, lid 2, en art. 29
Opmerking: Deze handeling kreeg in 1941 een structureel karakter in het Monopoliebesluit Voedselvoorziening (Stcrt. 1941, 135), gebaseerd op o.a. art. 4 van het Voedselvoorzieningsbesluit. De bepaling uit art 29 werd toegevoegd met het oog op de uitvoering van regelingen met financiële gevolgen.
Waardering: B, 4 en 5
284
Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van regelingen waarmee de in-, uit- en doorvoer van crisisproducten wordt gebonden aan bepaalde tijdstippen en plaatsen
Periode: 1934–1957
Grondslag: Landbouw-Crisiswet 1933, art. 12b
Waardering: B, 1 en 5
285
Handeling: Het met betrekking tot de productie, invoer en uitvoer van crisisproducten voorbereiden van regelingen waarmee aansluiting bij bepaalde instellingen verplicht wordt gesteld
Periode: 1934–1941
Grondslag: Landbouw-Crisiswet 1933, art. 13, lid 1
Waardering: B, 1
286
Handeling: Het voordragen of zelf aanwijzen van instellingen waarbij men zich moet aansluiten om crisisproducten te mogen produceren, invoeren of uitvoeren
Periode: 1934–1957
Grondslag: Landbouw-Crisiswet 1933, art. 13, lid 1
Opmerking: De Kroon wees eventueel een dergelijke instelling aan, maar de minister kon dit ook zelf doen. Deze handeling kreeg in 1941 een structureel karakter in het Monopoliebesluit Voedselvoorziening (Stcrt. 1941, 135), gebaseerd op o.a. art. 4 van het Voedselvoorzieningsbesluit.
Waardering: B, 1
287
Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van algemene regels betreffende de eisen die kunnen worden gesteld aan instellingen die zijn aangewezen als instellingen waarbij men zich moet aansluiten om crisisproducten te mogen produceren, invoeren of uitvoeren
Periode: 1934–1957
Grondslag: Landbouw-Crisiswet 1933, art. 13, lid 2, en art. 29
Opmerking: De bepaling uit art. 29 werd toegevoegd met het oog op de uitvoering van regelingen met financiële gevolgen.
Waardering: B, 1 en 4
288
Handeling: Het gezamenlijk voorbereiden van regelingen waarmee wordt bepaald dat voor het invoeren of (doen) voortbrengen, verwerken, verhandelen, merken, enz. van crisisproducten, alsmede het met het oog daarop voorhanden of in voorraad hebben van een inrichting of werktuig, een geldsom moet worden betaald of een betalingsverplichting geldt
Periode: 1934–1957
Grondslag: Landbouw-Crisiswet 1933, art. 11, lid 1, en art. 14, lid 1
Waardering: B, 1
289
Handeling: Het – in het kader van de invoer, voortbrenging, verwerking, verhandeling, merking, enz. van crisisproducten – bepalen van de gevallen waarin (gedeeltelijke) teruggave van betalingen of ontheffing van de betalingsverplichting kan plaatsvinden
Periode: 1934–1957
Grondslag: Landbouw-Crisiswet 1933, art. 11, lid 3, en art. 14, lid 2
Waardering: B, 1 en 5 Restitutiebeschikkingen
290
Handeling: Het verlenen van restitutie van heffingen of ontheffing van de betalingsverplichting betreffende de invoer, voortbrenging, verwerking, verhandeling, merking, enz. van crisisproducten
Periode: 1934–1957
Grondslag: Landbouw-Crisiswet 1933, art. 11, lid 3, en art. 14, lid 2
Waardering: B 5
291
Handeling: Het vaststellen van uitvoeringsvoorschriften betreffende de door de Kroon vastgestelde regels inzake productie, invoer en uitvoer van crisisproducten
Periode: 1934–1957
Grondslag: Landbouw-Crisiswet 1933, art. 9, lid 3, art. 10, lid 2, art. 11, lid 3, art. 12, lid 3
Waardering: B, 1 en 5
292
Handeling: Het vaststellen van regels ten aanzien van voor en in verband met crisisproducten te gebruiken merken en kentekens
Periode: 1934–1957
Grondslag: Landbouw-Crisiswet 1933, art. 29a
Waardering: B 1 en 5
293
Handeling: Het vaststellen van regels waarmee de bevoegdheid tot uitsluiting van steun wordt verleend aan bepaalde instellingen
Periode: 1934–1950
Grondslag: Landbouw-Crisiswet 1933, art. 30, lid 2
Opmerking: Dit artikel verviel in 1951 bij inwerkingtreding van art. 64 van de Wet op de economische delicten (Stb. 1950, K 258).
Waardering: B, 1 en 4
294
Handeling: Het aanwijzen van ambtenaren voor het opsporen van overtredingen van de Landbouw-Crisiswet 1933
Periode: 1934–1951
Grondslag: Landbouw-Crisiswet 1933, art. 33, lid 1
Opmerking: Eveneens bevoegd tot dit opsporen waren de ambtenaren van rijks- en gemeentepolitie, van invoerrechten en accijnzen en de ambtenaren die bij art. 141 Wetboek van strafvordering werden aangewezen. Sinds de inwerkingtreding in 1951 van de Wet op de economische delicten (Stb. 1950, K 258) werden overtredingen van de Landbouw-Crisiswet 1933 beschouwd als economische delicten. Dit artikel verviel bij inwerkingtreding van art. 64 van eerstgenoemde wet.
Waardering: V, 2 jaar
295
Handeling: Het informeren van het parlement omtrent maatregelen inzake beperkingen in het produceren, verwerken, verhandelen, in- of uitvoeren of merken van crisisproducten
Periode: 1934–1957
Grondslag: Landbouw-Crisiswet 1933, art. 38
Opmerking: Het gaat om maatregelen krachtens de artt. 9-12. Na vaststelling van dergelijke bepalingen diende het parlement zo spoedig mogelijk op de hoogte te worden gebracht; daarnaast werd ieder kwartaal verslag uitgebracht.
Waardering: B, 3 jaarverslagen of indien niet aanwezig de kwartaalverslagen
V, 10 jaar, overig materiaal
296
Handeling: Het aan de Kroon voordragen van verzoeken tot ontheffing van door de Kroon gestelde voorschriften krachtens de Landbouw-Crisiswet 1933
Periode: 1934–1957
Grondslag: Landbouw-Crisiswet 1933, art. 42, lid 1
Waardering: V, 10 jaar
297
Handeling: Het verlenen van ontheffingen van ministeriële voorschriften krachtens de Landbouw-Crisiswet 1933
Periode: 1934–1957
Grondslag: Landbouw-Crisiswet 1933, art. 41, lid 2; Dorschbesluit 1939, art. 1, lid 2; Landbouwinleveringsbesluit 1940, art. 3, lid 2; e.a.
Opmerking: Voorzover niet elders gespecificeerd.
Waardering: B 5
298
Handeling: Het vaststellen van tijdstippen en voorschriften betreffende de opgave van bepaalde voorhanden of in voorraad zijnde landbouwgoederen
Periode: 1940–1957
Grondslag: Landbouw-Inventarisatiebesluit 1939, art. 1, lid 2
Handeling: Het aanwijzen van de crisisproducten waarvan het voorhanden of in voorraad hebben boven een bepaald gewicht niet is toegestaan
Periode: 1940–1953
Grondslag: Landbouwinleveringsbesluit 1940, art. 2, lid 1
Opmerking: Het verbod gold onverminderd het bepaalde hieromtrent in andere regelingen en voorschriften.
Waardering: B, 1
300
Handeling: Het aanwijzen van crisisorganisaties waarvan het lidmaatschap producenten vrijstelt van het verbod op het voorhanden of in voorraad hebben van crisisproducten
Periode: 1940–1953
Grondslag: Landbouwinleveringsbesluit 1940, art. 3, lid 1
Waardering: B, 1 en 4
301
Handeling: Het verlenen van ontheffingen van het verbod op het voorhanden of in voorraad hebben van crisisproducten
Periode: 1940–1953
Grondslag: Landbouwinleveringsbesluit 1940, art. 3, lid 2
Waardering: V, 10 jaar
303
Handeling Het vaststellen van de standaardprijzen als basis voor de inlevering van crisisproducten
Periode: 1940–1953
Grondslag: Landbouwinleveringsbesluit 1940, art. 5, lid 3
Waardering: V, 10 jaar
304
Handeling: Het geven van voorschriften met betrekking tot de prijzen van crisisproducten
Periode: 1940–1952
Grondslag: Landbouw-Prijzenbesluit 1940, art. 1
Product: Prijzenbeschikkingen
Waardering: B, 5
308
Handeling: Het behandelen van bezwaarschriften tegen een besluit van een provinciale Commissie beoordeling besteding toeslag kleine zandbedrijven
Periode: 1948–1952
Grondslag: Beschikking Toeslag Kleine Zandbedrijven 1948, art. 6
Opmerking: Hiertoe hoorde de minister de Landelijke Commissie van Overleg inzake kleine boerenaangelegenheden.
Waardering: V 5 jaar
309
Handeling: Het geven van voorschriften betreffende de inventarisatie van de productie en voorraden van voedselvoorzieningproducten
Grondslag: Voedselvoorzieningsbesluit, art. 2, lid 4
Waardering: B, 1 en 5
310
Handeling: Het met betrekking tot de landbouwinventarisatie vaststellen van tijdvakken van geldigheid en tijdstippen van inlevering van uitgereikte beschrijvingsbiljetten
Periode: 1941–1956
Product: beschikkingen, bijv. Beschikking Inventarisatie van land- en tuinbouw 1948 (Stcrt. 1948, 55), Beschikking Landbouwtelling 1950 II (Stcrt. 1950, 237); Beschikking Landbouwtelling December 1954 (Stcrt. 1954, 222)
Grondslag: Inventarisatiebesluit Voedselvoorziening, art. 2, lid 1, en art. 3
Waardering: V 10 jaar
311
Handeling: Het geven van toestemming om voor menselijke consumptie geschikte producten voor andere doeleinden te gebruiken
Periode: 1941–1959
Grondslag: Voedselvoorzieningsbesluit, art. 3
Waardering: V 10 jaar
312
Handeling: Het stellen van regels betreffende het voortbrengen, verwerken, enz. van voedselvoorzieningsproducten
Periode: 1941–1959
Product: Vrijstellings-, heffings- en vergoedingsbeschikkingen, zoals: Zilveruienbesluit 1941 (Stcrt. 1941, 64); Besluit financiering vervoer zuurkool 1942 (Stcrt. 1942, 168); Heffingsbeschikkingen Stichting voor de Landbouw (vanaf 1947, Stcrt. 157 – Stcrt. 1948, 1); Heffingsbeschikking melkveehouders 1949 (Stcrt. 1949, 217); Heffingsbeschikking producenten van gecondenseerde melk (Stcrt. 1949, 246); Heffings- en toeslagbeschikking oliën en vetten (Stcrt. 1951, 208); Heffings- en Vergoedingsbeschikking 1954 Raapolie en Raapkoeken (Stcrt. 1954, 161);
andere beschikkingen, bijv. Beschikking Gebruik van Melkpoeder, enz. (Stcrt. 1941, 38); Inzamelingsbesluit boschbessen (Stcrt. 1943, 117); Provianderingsbeschikking Zeeschepen (Stcrt. 1949, 217); Beschikking Verbod In- en Doorvoer en Vervoer van Pluimvee 1950 (Stcrt. 1950, 53); Beschikking exporteisen geschilde wilgenhoepels (Stcrt. 1955, 246); Beschikking exportverbod suikerbieten oogst 1956 (Stcrt. 1956, 176)
Grondslag: Voedselvoorzieningsbesluit, art. 4
Opmerking: Dit artikel vormt de grondslag voor een zeer groot aantal regelingen, waarvan er hierboven slechts enkele genoemd zijn.Onder deze handelingen kunnen ook de aanwijzingen voor de uitvoering van de beschikkingen vallen.
Waardering: B, 1
314
Handeling: Het verlenen van vergunningen voor of ontheffingen van de bepalingen ten aanzien van het voortbrengen, verwerken, enz. van voedselvoorzieningsproducten
Opmerking: Zowel t.a.v. opgelegde heffingen als t.a.v. anderssoortige bepalingen (bijv. verbodsbepalingen) op grond van artikel 4 van het Voedselvoorzieningsbesluit. In bepaalde gevallen konden ook de Productiecommissarissen vergunningen afgeven, namelijk wanneer er een relatie bestond met de bodemproductie (zie handelingen Productiecommissarissen).
Waardering: V 10 jaar
315
Handeling: Het stellen van regels betreffende inrichtingen of werktuigen waarmee voedselvoorzieningsproducten kunnen worden voortgebracht, verwerkt, vervoerd, opgeslagen, enz.
Opmerking: De regels kunnen onder meer betrekking hebben op het vervaardigen, in voorraad hebben, gebruiken, verhandelen en afleveren van de inrichtingen of werktuigen, dan wel het verbieden daarvan. Regelgevende mogelijkheden in deze richting zijn sinds 1958 gebaseerd op de Landbouwwet (art. 20).
Waardering: B, 1
317
Handeling: Het verlenen van ontheffingen van de verbodsbepalingen ten aanzien van werktuigen voor de bewerking van voedselvoorzieningsproducten
Periode: 1941–1959
Grondslag: O.a. Besluit 1943 Karninrichting en Centrifuges; Besluit 1943 Oliepersen en Oliewringers; Beschikking Oliepersen en Oliewringers 1947
Opmerking: Het ging om het vervaardigen, verhandelen, afleveren of voorhanden hebben van oliepersen, oliewingers, karnwerktuigen e.d. Te kleine apparaten, bijvoorbeeld, werden verzegeld.
Waardering: V 10 jaar
318
Handeling: Het verlenen van subsidie op de aankoop of verbetering van apparatuur voor de bewerking van voedselvoorzieningsproducten
Opmerking: Onderdeel van de handeling was het aanwijzen van de fabrikanten waarvan de machines voor subsidie in aanmerking kwamen en het bepalen van de vereiste capaciteitsuitbreiding van bestaande machines.
Waardering: V 10 jaar
319
Handeling: Het stellen van regels ten aanzien van grond- of hulpstoffen waarmee voedselvoorzieningsproducten kunnen worden bereid, voortgebracht, verwerkt, vervoerd, enz.
Opmerking: De regels kunnen betrekking hebben op het vervaardigen, in voorraad hebben, gebruiken, verhandelen of afleveren van de grond- of hulpstoffen.
Waardering: B, 1
320
Handeling: Het verlenen van ontheffingen of vergunningen op grond van het Voedselvoorzieningsbesluit ten aanzien van grond- en hulpstoffen
Opmerking: Voor wat betreft de minister behelsde deze handeling ook de goedkeuring van door een bedrijfschap verleende ontheffingen. Het kan bijvoorbeeld gaan over verlening van ontheffingen van de verplichte inlevering van kroonkurken als voorwaarde om een inkoopvergunning te verkrijgen of over verlening van ontheffingen van het inblikverbod voor voedselvoorzieningsproducten.
Waardering: V 5 jaar
321
Handeling: Het stellen van regels inzake het ter beschikking houden of inleveren van voedselvoorzieningsproducten bij een door of bij de minister aan te wijzen orgaan of lichaam
Handeling: Het machtigen van personen tot het in bezit nemen van voedselvoorzieningsproducten die niet zijn ingeleverd of ter beschikking zijn gehouden
Periode: 1941–1959
Grondslag: Voedselvoorzieningsbesluit, art. 9, lid 1
Product: beschikkingen, bijv. Stcrt. 1941, 27
Opmerking: De gemachtigden waren de Provinciale Voedselcommissarissen, die zelf weer ambtenaren een volmacht konden geven tot inbeslagname.
Waardering: B, 1 en 4
325
Handeling: Het aanwijzen van organen en lichamen van de voedselvoorziening die bevoegd zijn om toezicht uit te oefenen op de naleving van het Voedselvoorzieningsbesluit
Grondslag: Voedselvoorzieningsbesluit, art. 2, lid 3
Waardering: B, 3
326
Handeling: Het op kosten van de overtreder kunnen (doen) wegnemen, beletten, verrichten of in vorige toestand herstellen van wat in strijd met de gestelde regels omtrent voedselvoorzieningsproducten is verricht of nagelaten
Periode: 1941–1959
Grondslag: Voedselvoorzieningsbesluit, art. 10, lid 1
Opmerking: Behalve in spoedgevallen ging hieraan een schriftelijke waarschuwing vooraf. Vanaf de inwerkingtreding in 1951 van de Wet op de economische delicten werden overtredingen van het Voedselvoorzieningsbesluit beschouwd als economische delicten.
Waardering: V 10 jaar
327
Handeling: Het stellen van regels betreffende vergoedingen voor inbeslaggenomen producten
Periode: 1941–1959
Grondslag: Voedselvoorzieningsbesluit, art. 9, lid 3
Waardering: B, 5
329
Handeling: Het stellen van regels betreffende de exclusieve in- of uitvoer van monopolieproducten
Opmerking: Hiervoor werden eerst de bedrijfschappen-oude stijl aangewezen en vanaf 1956 de nieuw ingestelde productschappen.
Waardering: B, 1 en 4
331
Handeling: Het stellen van voorwaarden aan potentiële gemachtigden voor de exclusieve in- of uitvoer van monopolieproducten
Periode: 1941–1959
Grondslag: Monopoliebesluit voedselvoorziening, art. 5, lid 1
Opmerking: Het aangesloten zijn bij een bepaalde monopoliehoudende organisatie kon hierbij als eis worden gesteld. De eisen konden worden gedifferentieerd naar invoer of uitvoer, naar soort crisisproduct en naar doelland van in- of uitvoer.
Waardering: B, 1 en 5
333
Handeling: Het vaststellen van modellen van machtigingsformulieren voor de in- of uitvoer van monopolieproducten, dan wel het goedkeuren van dergelijke door de monopoliehouders ontworpen formulieren
Periode: 1941–1959
Grondslag: Monopoliebesluit voedselvoorziening, art. 2, lid 3
Waardering: V 10 jaar
335
Handeling: Het goedkeuren van de uitreiking in bijzondere gevallen van machtigingen voor de in- of uitvoer van monopolieproducten
Periode: 1941–1959
Bron: Aanwijzing aan Hoofdproduktschap Akkerbouwprodukten betreffende afgifte van machtigingen voor de uitvoer van consumptie-aardappelen
Waardering: B, 5
336
Handeling: Het goedkeuren van een door een monopoliehouder aan derden te verlenen machtiging tot het namens deze afgeven van vergunningen voor het alleenrecht op de in- of uitvoer van monopolieproducten
Periode: 1941–1959
Grondslag: Monopoliebesluit voedselvoorziening, art. 2, lid 4
Waardering: B, 5
338
Handeling: Het goedkeuren van de hoogte van de door de monopoliehouder vastgestelde heffing voor de in- of uitvoer van een monopolieproduct
Periode: 1941–1959
Grondslag: Monopoliebesluit voedselvoorziening, art. 4, lid 1
Waardering: V 10 jaar
339
Handeling: Het geven van aanwijzingen betreffende de uitvoering van het Monopoliebesluit voedselvoorziening
Product: Aanwijzingen, bijv. Aanwijzing aan Hoofdproduktschap Akkerbouwprodukten betreffende afgifte van machtigingen voor de uitvoer van consumptie-aardappelen (Stcrt. 1956, 71)
Waardering: B, 5
340
Handeling: Het stellen van regels betreffende de niet-toepasselijkheid van het Monopoliebesluit voedselvoorziening
Periode: 1941–1959
Grondslag: Monopoliebesluit voedselvoorziening, art. 8, lid 2
Opmerking: Het kan hierbij gaan om bijvoorbeeld de bestemming van de producten, de vervoerswijze ervan of de maximumhoeveelheden.
Waardering: B, 5
341
Handeling: Het beslissen tot uitsluiting of vermindering van producten of grondstoffen dan wel tot intrekking van vergunningen en bevoegdheden op het gebied van de voedselvoorziening
Periode: 1944–1945
Grondslag: Besluit Uitsluiting toewijzing en intrekking bevoegdheden PVC’s
Waardering: B, 5 en 6
342
Handeling: Het vaststellen van regelingen in verband met het verlenen van bedrijfsvergunning aan bedrijven die werkzaam zijn op het gebied van de voedselvoorziening
Handeling: Het beslissen op aanvragen tot verlening van een bedrijfsvergunning aan bedrijven die werkzaam zijn op het gebied van de voedselvoorziening
Periode: 1941–1954
Grondslag: Bedrijfsvergunningenbesluit 1941 Uitvoeringsbeschikking Voedselvoorziening, artt. 6 en 7; Beschikking Bedrijfsvergunningen Voedselvoorziening, artt. 7 en 8
Product: Bedrijfsvergunningen voedselvoorziening
Waardering: V 10 jaar
344
Handeling: Het verlenen van ontheffing van bepalingen van het Bedrijfsvergunningenbesluit 1941 voorzover van toepassing op bedrijven die werkzaam zijn op het gebied van de voedselvoorziening
Handeling: Het beslechten van geschillen tussen voedselvoorzieningsorganisaties onderling of – in hoger beroep – van geschillen tussen een voedselvoorzieningsorganisatie en ondernemers
Periode: 1941–1957
Grondslag: Organisatiebesluit Voedselvoorziening 1941, art. 13, lid 1 en 3
Opmerking: In het geval van het beslissen in hoger beroep (tegen een uitspraak van een scheidsgerecht) liet de minister zich bijstaan door een door hem ingestelde commissie van advies.
Waardering: B 5
346
Handeling: Het instellen van een commissie van advies die de minister dient bij te staan bij de beslechting van geschillen – in hoger beroep – tussen een voedselvoorzieningsorganisatie en ondernemers
Periode: 1941–1957
Grondslag: Organisatiebesluit Voedselvoorziening 1941, art. 13, lid 1
Opmerking: Hierbij werd tegelijk de werkwijze bepaald.
Waardering: B, 4 en 5
347
Handeling: Het benoemen van leden van een commissie van advies die de minister dient bij te staan bij de beslechting van geschillen – in hoger beroep – tussen een voedselvoorzieningsorganisatie en een of meer ondernemers
Periode: 1941–1957
Grondslag: Organisatiebesluit Voedselvoorziening 1941, art. 13, lid 1
Waardering: V 2 jaar
348
Handeling: Het beoordelen van wegens niet-nakoming van regels opgestelde tuchtrechtelijke regelingen van voedselvoorzieningsorganisaties
Handeling: Het vaststellen van regelgeving betreffende het beslissen van geschillen tussen ondernemers en organisaties op het gebied van de voedselvoorziening
Product: Reglement Scheidsgerecht voor de Voedselvoorziening (Stcrt. 1942, 164)
Waardering: B, 1 en 5
350
Handeling: Het instellen van een Scheidsgerecht voor de Voedselvoorziening voor het in eerste instantie beslissen van geschillen tussen een organisatie voor de voedselvoorziening en een of meer ondernemers
Periode: 1941–1957
Grondslag: Organisatiebesluit Voedselvoorziening 1941, art. 13, lid 1 en 2
Product: Instellingsbesluit met regeling van de werkzaamheden
Waardering: B, 4 en 5
352
Handeling: Het vaststellen van regelgeving betreffende tuchtrechtspraak op het gebied van de voedselvoorziening
Handeling: Het aanwijzen van bedrijfschappen-oude stijl die worden belast met de uitoefening van de tuchtrechtspraak op het gebied van de voedselvoorziening
Product: Besluit Aanwijzing organisatie, belast met tuchtrechtspraak (Stcrt. 1942, 202)
Waardering: B, 4 en 5
355
Handeling: Het benoemen, schorsen of ontslaan van tuchtrechters, leden van het Centraal College voor de Tuchtrechtspraak, griffiers en (hoofd)ambtenaren voor de tuchtrechtspraak
Periode: 1942–1952
Grondslag: Besluit Tuchtrechtspraak Voedselvoorziening, artt. 6, 7 en 9
Waardering: V 2 jaar
362
Handeling: Het (mede) voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van wet- en regelgeving betreffende veiligstelling van de voedselvoorziening in bijzondere omstandigheden
Periode: 1939–
Opmerking: Onder deze handeling vallen ook regelingen bij de totstandkoming waarvan de minister van Landbouw, gelet op de landbouwaspecten, als tweede ondertekenaar betrokken is (bijv. Stcrt. 1947, 87, waarbij enkele artikelen van de Algemene Bonaanwijzingsbeschikiking kwamen te vervallen)..
Handeling: Het voorbereiden van Koninklijke Besluiten tot (tijdelijke) in- of buitenwerkingstelling van relevante artikelen van noodwetten die van belang zijn voor de voedselvoorziening
Periode: 1939–1997
Grondslag: Bodemproductiewet 1939, art. 17, lid 2 en 5; Distributiewet 1939, art. 24, lid 2 en 5; Prijsopdrijvings- en hamsterwet 1939, art. 21, lid 1 en 4; Hamsterwet, art. 1, lid 1 en 4; Noodwet voedselvoorziening, art. 4, lid 1 en 6 – alle gewijzigd bij de Invoeringswet Coördinatiewet uitzonderingstoestanden
Coördinatiewet uitzonderingstoestanden, artt. 7 en 8
Opmerking: Zie voor de Prijsopdrijvings- en hamsterwet 1939 ook handeling 2 van Pivot-rapport nr. 108, Prijsbeleid en Economische controle.
Waardering: B, 1 en 6
364
Handeling: Het in buitengewone omstandigheden tijdelijk in werking stellen van de artikelen 6-14 van de Noodwet voedselvoorziening of de artikelen 3-5 van de Hamsterwet
Periode: 1963–1997
Grondslag: Noodwet voedselvoorziening, art. 5, lid 1, Hamsterwet, art. 2, lid 1
Opmerking: Deze bevoegdheid, bedoeld om wanneer een gewichtige reden onmiddelijke voorziening vereist de tijdsspanne van hoogstens een week te overbruggen die nodig werd geacht om een KB tot inwerkingstelling tot stand te brengen, werd ingetrokken bij de Invoeringswet Coördinatiewet uitzonderingstoestanden (Stb. 1996, 366). Voor wat betreft de Hamsterwet kan ook de minister van EZ deze handeling verrichten, namelijk voor niet-voedselproducten.
Waardering: B, 5 en 6
365
Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van wetgeving betreffende het voortduren van de werking van relevante artikelen van noodwetten die van belang zijn voor de voedselvoorziening
Periode: 1939–1997
Grondslag: Bodemproductiewet 1939, art. 17, lid 4; Distributiewet 1939, art. 24, lid 4; Prijsopdrijvings- en hamsterwet 1939, art. 21, lid 3; Hamsterwet, art. 1, lid 2; Noodwet voedselvoorziening, art. 4, lid 4 – alle gewijzigd bij de Invoeringswet Coördinatiewet uitzonderingstoestanden
Opmerking: Vanaf 1997 geldt deze handeling (de zogenoemde verlengingswetprocedure) alleen voor de inwerkingstelling van de relevante bepalingen ‘in buitengewone omstandigheden’, dus niet in uitzonderingstoestanden.
Waardering: B, 5 en 6
366
Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van algemene maatregelen van bestuur met betrekking tot de landbouwproductie in relatie tot de bodembestemming
Periode: 1939–
Grondslag: Bodemproductiewet 1939, art. 3
Product: Bodemproductiebesluit 1939 (Stb. 679 PP)
Opmerking: Hieronder vallen ook amvb’s betreffende de uitkering van geldbedragen voortvloeiend uit de hoofdregelgeving (art. 4).
Waardering: B, 1
367
Handeling: Het geven van nadere voorschriften met betrekking tot de landbouwproductie in relatie tot de bodembestemming
Handeling: Het vaststellen van regelgeving betreffende de bevoegdheden van de Regeringscommissaris en de Productiecommissarissen voor de Bodemproductie om nadere regels te stellen over de landbouw en bodembestemming
Periode: 1939–
Grondslag: Bodemproductiebesluit, art. 3, lid 1
Opmerking: Hieronder valt tevens de bevoegdheid om de door de betreffende personen uitgevaardigde regels te vernietigen.
Waardering: B, 4 en 5
369
Handeling: Het vaststellen van nadere regels betreffende de landbouwproductie in relatie tot de bodembestemming
Periode: 1950–
Grondslag: Bodemproductiebesluit, art. 3, lid 1; Organisatiebeschikking Bodemproductie, art. 3, lid 3
Opmerking: Het kan hierbij ook gaan om uitvoeringsvoorschriften. In 1950 gingen de taken van de Productiecommissaris voor de Veeteelt naar de directeur van het Veeteeltwezen (en daarmee naar de minister van Landbouw).
Waardering: B, 5
370
Handeling: Het vernietigen van door de Regeringscommissaris voor de Bodemproductie of een Productiecommissaris gegeven voorschriften
Periode: 1939–
Grondslag: Bodemproductiebesluit, art. 4
Waardering: B, 5 en 6
371
Handeling: Het verlenen van ontheffingen op voorschriften op het gebied van de bodemproductie
Handeling: Het verlenen van vergunningen en ontheffingen ten aanzien van bodemproductieregelingen en het goedkeuren van plannen terzake
Periode: 1950–
Grondslag: Organisatiebeschikking Bodemproductie, art. 3, lid 2; bodemproductiebeschikkingen
Opmerking: Aan de vergunningen kunnen nadere voorwaarden worden verbonden. Productiecommissarissen konden ook worden ingezet voor het verlenen van vergunningen en ontheffingen ten aanzien van andere regelingen dan bodemproductiebeschikkingen, die echter wel met de bodemproductie van doen hadden (bijv. Inzamelingsbesluit boschbessen (Stcrt. 1943, 117), gebaseerd op art. 4, Voedselvoorzieningsbesluit: vergunning voor het plukken van bosbessen in bepaalde gemeenten).De minister van Landbouw handelde sinds 1950 middels de directeur Veeteeltwezen (en taakopvolgers).
Waardering: V 10 jaar
378
Handeling: Het instellen van Commissies van Bijstand (voor de Bodemproductie)
Opmerking: De regelingen kunnen voorschriften geven inzake aan- en verkoop, aflevering, voorraadvorming, vervoer, gebruik, verbruik, be- en verwerking en opgave van voorraden, alsook betreffende hoeveelheden distributiegoederen die voor een bon beschikbaar (mogen) worden gesteld. Met de minister van Defensie wordt overlegd inzake de hoeveelheden distributiegoederen die beschikbaar moeten blijven voor de landsverdediging. Sinds opheffing van de veevoederdistributie heeft de minister van Landbouw deze handeling niet meer toegepast.
Waardering: B, 1 en 6
389
Handeling: Het verlenen van vergunningen en ontheffingen ten aanzien van landbouwdistributiegoederen
Periode: 1939–
Grondslag: Distributiewet 1939, art. 5, lid 2; distributiebeschikkingen
Opmerking: De vergunningen konden met name betrekking hebben op het kopen, verkopen, te koop aanbieden, afleveren, voorhanden of in voorraad hebben van de distributiegoederen.
Waardering: B 6 voor de periode 1939-1952
V, 5 jaar na 1952
390
Handeling: Het met betrekking tot landbouwgoederen nader aanwijzen en voor een bepaald tijdvak geldig verklaren van distributiebonnen of toewijzingen
Opmerking: De bonnen en toewijzingen (die recht geven op het in ontvangst nemen van een bepaald aantal rantsoenen) werden uitgereikt door de distributiediensten.
Waardering: B, 5 en 6
391
Handeling: Het geven van aanwijzingen betreffende het aanbieden van bonnen, toewijzingen of vergunningen aan een distributiedienst ter verkrijging van de desbetreffende landbouwdistributiegoederen
Periode: 1939–1949
Grondslag: distributiebeschikkingen, bijv. Kaasdistributiebeschikking 1946 (Stcrt. 1946, 159), art. 6, lid 1; Vleesch- en vleeschwarendistributiebeschikking 1946 (Stcrt. 1947, 25), art. 6, lid 1; Levensmiddelendistributiebeschikking 1947 (Stcrt. 1947, 105), art. 6, lid 1
Waardering: B, 5 en 6
393
Handeling: Het vaststellen van voedingsnormen ten behoeve van de voedselvoorziening (met name in buitengewone omstandigheden)
Periode: 1947–1959
Bron: o.a. Verslagen over de landbouw
Opmerking: Binnen de Gezondheidsraad verricht de Beraadsgroep Voeding deze handeling.
Waardering: B, 5 en 6
394
Handeling: Het subsidiëren van instanties die zich bezighouden met voorlichting van de bevolking op het gebied van goede voeding (met name in tijden van schaarste)
Periode: 1939–1949
Bron: Verslagen over de landbouw, 1947
Opmerking: De gelden kwamen uit het Landbouw-Egalisatiefonds.
Waardering: V 10 jaar
395
Handeling: Het vaststellen van voedernormen voor verschillende soorten en categorieën dieren
Periode: 1939–1953
Bron: Verslag over de landbouw 1952
Waardering: V 10 jaar
396
Handeling: Het in het kader van distributie vaststellen van voorschriften inzake de samenstelling van mengvoeders
Periode: 1939–1953
Product: Codex (minister van Landbouw), raamvoorschriften (bedrijfschap-oude stijl)
Bron: Verslag over de landbouw 1952
Waardering: B, 5 en 6
397
Handeling: Het treffen van extra maatregelen ten behoeve van de aanvullende voedselverstrekking in tijden van schaarste
Periode: 1942–1951
Bron: Verslagen over de landbouw, 1947-1949
Waardering: B, 1 en 5
398
Handeling: Het sluiten van overeenkomsten met rederijen voor de financiering van distributiemaatregelen ten behoeve van Rijnschippers
Periode: 1949–1949
Bron: Verslag over de landbouw in 1949
Opmerking: Het ministerie van Landbouw nam deze distributietaak in 1949 over van het opgeheven Distributiekantoor in Keulen.
Waardering: V 10 jaar
399
Handeling: Het vaststellen van maximumprijzen van landbouwproducten en diensten in het kader van de Prijsopdrijvings- en hamsterwet 1939
Periode: 1939–1961
Grondslag: Prijsopdrijvings- en hamsterwet 1939, artt. 3-4
Opmerking: Sommige prijzenbeschikkingen berustten mede op art. 10 van het Organisatiebesluit Voedselvoorziening 1941. Onder deze handeling vielen ook de beschikkingen tot buitenwerkingtreding van prijzenbeschikkingen (bijv. Stcrt. 1948, 44 en 200).
Waardering: B, 5 en 6
401
Handeling: Het vaststellen van nadere regels tot het tegengaan van het hamsteren van landbouwproducten
Periode: 1939–
Grondslag: Prijsopdrijvings- en hamsterwet 1939, art. 9, lid 3; Hamsterwet, art. 3, lid 2
Waardering: B, 1 en 6
402
Handeling Het verlenen van ontheffing van regels tot het tegengaan van het hamsteren van landbouwproducten
Periode: 1939–
Grondslag: Prijsopdrijvings- en hamsterwet 1939, art. 9, lid 6; Hamsterwet, art. 4, lid 1
Waardering: V 5 jaar
403
Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van algemene maatregelen van bestuur met betrekking tot de bestemming van krachtens een van de noodwetten van 1939 verbeurdverklaarde landbouwgoederen
Periode: 1939–
Grondslag: Bodemproductiewet 1939, art. 11, lid 4; Distributiewet 1939, art. 18, lid 7; Prijsopdrijvings- en hamsterwet 1939, art. 15, lid 2
Waardering: B, 1 en 5
404
Handeling: Het voor benoeming door de Kroon voordragen van Provinciale Voedselcommissarissen
Periode: 1938–
Grondslag: (vanaf 1963) Noodwet voedselvoorziening, art. 2, lid 1
Product: besluiten tot ontslag/benoeming van Provinciale Voedselcommissarissen (bijv. Stcrt. 1997, 97; Stcrt. 1998, 196)
Waardering: V 2 jaar
405
Handeling: Het aanwijzen van Voedselcommissarissen belast met de uitvoering van de bepalingen van de Noodwet voedselvoorziening
Opmerking: Meestal gebeurt dit in dezelfde beschikking als de aanwijzing van de Voedselcommissaris. Het ambtsgebied kan een provincie zijn of een daarvan afwijkend gebied. Van 1954 tot 1964 bestond er een Plancommissie voor de Dienst van de Provinciale Voedselcommissarissen (PVC’s). Deze was belast met het adviseren ten aanzien van het jaarplan van werkzaamheden van de dienst van de PVC’s en de organisatie van de dienst.
Waardering: B, 5
408
Handeling: Het in buitengewone omstandigheden vaststellen van regels betreffende het voortbrengen, be- en verwerken, te koop aanbieden, enz. van landbouwproducten
Periode: 1963–
Grondslag: Noodwet voedselvoorziening, art. 6
Opmerking: Het gaat hier om dezelfde activiteiten als in art. 13 Landbouwwet genoemd worden, vermeerderd met: inzamelen en verpakken. Behalve wanneer het landsbelang zich daartegen zou verzetten, diende de minister ,tot 1995, over dergelijke regels de in belangrijke mate betrokken productschappen en bedrijfschappen te horen.
Waardering: B, 1 en 6
409
Handeling: Het vaststellen van regels betreffende het betalen van een geldsom voor het voortbrengen, be- en verwerken, te koop aanbieden, enz. van landbouwproducten
Periode: 1963–
Grondslag: Noodwet voedselvoorziening, art. 8, lid 1
Opmerking: Het gaat hierbij om betalingen voor handelingen die worden genoemd in artikel 6.
Waardering: B, 5 en 6
410
Handeling: Het vaststellen van (groepen van) gevallen die in aanmerking komen voor gehele of gedeeltelijke restitutie van geldsom die is betaald voor het voortbrengen, be- en verwerken, te koop aanbieden, enz. van landbouwproducten
Periode: 1963–
Grondslag: Noodwet voedselvoorziening, art. 8, lid 2
Waardering: B, 5 en 6
411
Handeling: Het geheel of gedeeltelijk restitueren van een geldsom die is betaald voor het voortbrengen, be- en verwerken, verhandelen, enz. van landbouwproducten
Periode: 1963–
Grondslag: Noodwet voedselvoorziening, art. 8, lid 2
Waardering:
412
Handeling: Het in buitengewone omstandigheden vaststellen van regels betreffende de prijzen voor landbouwproducten
Periode: 1963–
Grondslag: Noodwet voedselvoorziening, art. 7, lid 1
Opmerking: In het algemeen zal het vooral gaan om producenten- en handelarenprijzen, terwijl de consumentenprijzen doorgaans worden vastgesteld door de minister van Economische Zaken.
Waardering: B, 5 en 6
413
Handeling: Het in buitengewone omstandigheden vaststellen van regels betreffende het bereiden, vervaardigen, in voorraad hebben, te koop aanbieden, enz. van grond- en hulpstoffen, werktuigen, machines, merktekens, enz. die worden gebruikt in relatie tot landbouwproducten
Periode: 1963–
Grondslag: Noodwet voedselvoorziening, art. 9
Opmerking: Behalve wanneer het landsbelang zich daartegen zou verzetten, diende de minister (tot 1995) over dergelijke regels de in belangrijke mate betrokken product- en bedrijfschappen te horen.
Waardering: B, 1 en 6
414
Handeling: Het in buitengewone omstandigheden vaststellen van regels betreffende het ter beschikking houden van landbouwproducten en goederen voor, dan wel het inleveren bij een door de minister aan te wijzen lichaam, orgaan of persoon
Periode: 1963–
Grondslag: Noodwet voedselvoorziening, art. 10, lid 1
Opmerking: Behalve wanneer het landsbelang zich daartegen zou verzetten, diende de minister over dergelijke regels de in belangrijke mate betrokken product- en bedrijfschappen te horen.
Waardering: B, 1 en 6
415
Handeling: Het toekennen van vergoedingen naar aanleiding van het in buitengewone omstandigheden verplicht ter beschikking houden of inleveren van landbouwproducten en goederen
Periode: 1963–
Grondslag: Noodwet voedselvoorziening, art. 10, lid 3 en 4
Waardering: V 5 jaar
416
Handeling: Het verlenen en intrekken van ontheffingen en vergunningen met betrekking tot regelgeving ingevolge de Noodwet voedselvoorziening
Periode: 1963–
Grondslag: Noodwet voedselvoorziening, art. 11
Opmerking: De minister kan hieraan (beperkende) voorwaarden verbinden.
Waardering: V 10 jaar
417
Handeling: Het stellen van regels betreffende het verplicht bijhouden en verstrekken van gegevens ten aanzien van de activiteiten als bedoeld in de artikelen 6 en 9 van de Noodwet voedselvoorziening
Periode: 1963–
Grondslag: Noodwet voedselvoorziening, art. 12, lid 1
Waardering: B, 5 en 6
418
Handeling: Het in buitengewone omstandigheden geheel of gedeeltelijk schorsen van verordeningen van product- of bedrijfschappen en het vaststellen van vervangende regels
Periode: 1963–
Grondslag: Noodwet voedselvoorziening, art. 13
Opmerking: Het gaat om verordeningen krachtens de Noodwet voedselvoorziening, de Landbouwwet, de Wet op de bedrijfsorganisatie of het instellingsbesluit van het betrokken bedrijfslichaam.
Waardering: B, 5 en 6
419
Handeling: Het bij algemene maatregel van bestuur vaststellen in welke gevallen voor het opstellen van noodmaatregelen op het gebied van de voedselvoorziening overeenstemming met de minister van Economische Zaken vereist is
Periode: 1963–
Grondslag: Noodwet voedselvoorziening, art. 6, lid 4, na wijziging lid 3, art. 7, lid 2, art. 9, lid 2, art. 10, lid 2, en art. 12, lid 2
Waardering: B, 1 en 6
420
Handeling: Het bij beschikking vorderen van de medewerking van een orgaan van een product- of bedrijfschap bij de uitoefening van bevoegdheden krachtens de Noodwet voedselvoorziening
Periode: 1963–
Grondslag: Noodwet voedselvoorziening, art. 15, lid 1
Opmerking: De gevorderde medewerking kan bestaan uit het opstellen van verordeningen.
Waardering: B, 5 en 6
421
Handeling: Het goedkeuren van regels die product- of bedrijfschappen in buitengewone omstandigheden hebben opgesteld voor de uitvoering van de Noodwet voedselvoorziening
Periode: 1963–
Grondslag: Noodwet voedselvoorziening, art. 15, lid 2
Opmerking: De goedkeuring van de minister van Economische Zaken is noodzakelijk wanneer de beschikking waarbij de medewerking is ingeroepen, in overeenstemming met de minister van Economische Zaken is vastgesteld.
422
Handeling: Het bij algemene maatregel van bestuur stellen van regels voor tegemoetkoming in de kosten van de gevorderde medewerking met betrekking tot de voedselvoorziening in buitengewone omstandigheden
Periode: 1963–
Grondslag: Noodwet voedselvoorziening, art. 17
Waardering: B, 5
423
Handeling: Het bij algemene maatregel van bestuur aanwijzen van de autoriteiten die in geval van het wegvallen van de verbinding met de minister van Landbouw in bijzondere omstandigheden de aan deze toekomende bevoegdheden tijdelijk mogen uitoefenen
Periode: 1963–
Grondslag: Noodwet voedselvoorziening, art. 18
Opmerking: In beginsel moet voor wat betreft de voedselvoorziening worden gedacht aan de Voedselcommissarissen.
Waardering: B, 4 en 5
424
Handeling: Het stellen van regels betreffende het beantwoorden van vragen of het verstrekken van gegevens door degenen die te maken hebben met de bepalingen van de Noodwet voedselvoorziening
Periode: 1963–
Grondslag: Noodwet voedselvoorziening, art. 23, lid 1
Waardering: B, 5 en 6
425
Handeling: Het stellen van nadere regels ter uitvoering van de Noodwet voedselvoorziening
Periode: 1963–
Grondslag: Noodwet voedselvoorziening, art. 29, lid 1
Waardering: B, 5 en 6
426
Handeling: Het leveren van bijdragen aan het ontwerpen van organisaties ten behoeve van de voedselvoorziening in bijzondere omstandigheden
Periode: 1945–
Bron: Begroting 1972
Waardering: B, 1 en 4
427
Handeling: Het samenstellen en bijhouden van handboeken, rampenplannen, enz. voor de voedselvoorziening in bijzondere omstandigheden
Periode: 1950–
Product: Handboek Bijzondere Omstandigheden (ligt bij directie Kabinet), Handboek Noodkeukens (rond 1968), Noodplan voedselvoorziening (rond 1993 voor het laatst herzien), Handboek Crisisbeheersing Voedselbeheersing (1996), Draaiboek Crisisbeheersing Voedselvoorziening (1999)
Waardering: B, 1 en 5
428
Handeling: Het coördineren van het aanschaffen en op peil houden van voorraden noodrantsoenen en materialen voor noodkeukens
Periode: 1950–
Bron: Verslag over de landbouw in 1950; begroting 1972
Opmerking: Al in 1950, toen de import van granen nog centraal gebeurde via het VIB, kregen de provinciale voedselcommissarissen aanvullende toewijzingen van voedergranen voor het aanleggen van provinciale noodreserves. De laatste jaren is er (vrijwel) geen sprake meer van permanent aangehouden voorraden.
Waardering: B: eindproduct
V: overig materiaal, 5 en 10 jaar
429
Handeling: Het (doen) verrichten van onderzoek in het kader van de voedselvoorziening in bijzondere omstandigheden
Periode: 1950–
Bron: O.a. begroting 1972
Opmerking: Het onderzoek kan gaan over bijvoorbeeld alternatieve verwerkingsmethoden van landbouwproducten tot levensmiddelen, de zelfvoorzieningsgraad van de binnenlandse landbouw, enz.
Waardering: B, 6
430
Handeling: Het in het kader van de voedselvoorziening in bijzondere omstandigheden coördineren van opleidingen en oefeningen
Periode: 1950–
Bron: O.a. begroting 1972
Opmerking: Zo stelde het ministerie van LNV in 1982, samen met de STULM, een Cursus civiele verdediging 1982/’83 op.
Waardering: B, 5
432
Handeling: Het aanwijzen van vitale bedrijven, producenten of productielocaties in het kader van de voedselvoorziening
Opmerking: Informatie komt van de Europese beheerscomités, de productschappen en de media. Middels nota’s van de betrokken directie(s) wordt de informatie doorgespeeld aan de verantwoordelijken (bijv. Operationeel Team).
Waardering: B, 5
436
Handeling: Het op grond van verkregen informatie besluiten tot het overgaan op een volgende fase van de crisisbeheersing op het gebied van de voedselvoorziening
Opmerking: De basis voor deze handeling zijn door de betrokken directies opgestelde nota’s en rapportages. Voordat wordt overgegaan op de fase van de Buitengewone Omstandigheden, bereidt de directie JZ daarvan de juridische stappen voor.
Waardering: B, 5 en 6
437
Handeling: Het instellen van een Operationeel Team
Opmerking: Het gaat hierbij om het verzamelen en analyseren van gegevens, het onderhouden van nationale en internationale contacten, het ontwikkelen van scenario’s, enz.
Waardering: B, 5 en 6
439
Handeling: Het in de verschillende fases van crisisbeheersing voorbereiden van beleidsbeslissingen
Opmerking: Het gaat hierbij om bijvoorbeeld het doen van voorstellen aan de Bestuursraad (bijv. over de preventieve aanleg van voedselvoorraden) of aan de Crisisstaf (bijv. over alle aspecten van distributie).
Waardering: B, 1 en 5
440
Handeling: Het activeren van een communicatie- en/of auditteam
Opmerking: In dit geval inclusief de benoeming van de leden van de staf. Wanneer in de aandachtsfase de situatie blijft verslechteren, dan breekt de crisisfase aan. De SG stelt in dat geval een Crisisstaf in. Alle (management)informatie aan deze staf verloopt via het dan uitgedunde Operationeel Team.
Waardering: B, 5 en 6
442
Handeling: Het coördineren van de crisisbeheersing op het gebied van de voedselvoorziening
Opmerking: Beslissingen worden genomen op grond van door het Operationeel Team aangeleverde informatie.
Waardering: B, 5 en 6
443
Handeling: Het bij een crisis in de voedselvoorziening opstellen van overzichten van ingezaaide arealen en het zoeken en beschikbaar houden van opslagruimten
Opmerking: Deze handeling dient voor het geval dat bij verslechtering van de situatie wordt overgegaan tot centrale inname van voorraden en uitgifte van leveranties van agrarische grondstoffen voor voedingsmiddelen waarvoor tekorten bestaan.
Waardering: B, 5
445
Handeling: Het informeren van binnenlandse partners over problemen en maatregelen inzake de voedselvoorziening
Opmerking: Het gaat hierbij om bijv. voorlichting over alternatieven bij schaarste aan bepaalde voedingsmiddelen. Bij Bijzondere Omstandigheden kan het Nationale Voorlichtingscentrum worden ingeschakeld. In de fase van de Buitengewone Omstandigheden gaat met name het distributievraagstuk spelen. De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) kan in dat geval zijn collega van EZ verzoeken om de distributieorganisatie in werking te stellen.
Waardering: B, 5 en 6
448
Handeling: Het maken van afspraken met betrokkenen betreffende de financiële vergoeding van de kosten die zijn gemaakt voor de uitvoering van werkzaamheden in het kader van de civiele verdedigingsvoorbereiding (voedselvoorziening)
Opmerking: Voor de door de productschappen gemaakte kosten is de Medebewindskostenbeschikking 1980 van toepassing.
Waardering: B, 5
449
Handeling: Het vergoeden van de kosten die zijn gemaakt voor de uitvoering van werkzaamheden in het kader van de civiele verdedigingsvoorbereiding (voedselvoorziening)
Opmerking: Voor de door de productschappen gemaakte kosten is de Medebewindskostenbeschikking 1980 van toepassing.
Waardering: V 10 jaar
451
Handeling: Het aan de minister van Defensie vergoeden van de kosten die zijn gemaakt voor de inzet van militairen bij het oogsten van landbouwproducten
Periode: 1945–
Bron: Staatscourant 1974, 246
Waardering: V 10 jaar
452
Handeling: Het bepalen van de kaders van het garantieprijsbeleid
Periode: 1948–1968
Grondslag: Begrotingen
Product: Nota betreffende het landbouwprijsbeleid (1958); Nota inzake de hoofdlijnen van het in de naaste toekomst te voeren garantiebeleid voor de landbouw (1959)
Opmerking: Het complex aan regelingen werd doorgaans jaarlijks bepaald. De regelingen zelf waren in het algemeen gebaseerd op de Landbouw-Crisiswet 1933 en de Landbouwwet.
Waardering: B, 1
453
Handeling: Het instellen van sectorspecifieke commissies die de minister van Landbouw adviseren inzake het garantieprijsbeleid voor landbouwproducten
Periode: 1948–1962
Bron: Begrotingen
Opmerking: Bijv. Commissie Voedergranen 1958, Commissie Zuivelproblematiek 1960 (niet te verwarren met de studiecommissie Zuivelproblematiek van het Produktschap voor Zuivel).
Waardering: B, 1
455
Handeling: Het verlenen van ontheffingen van garantieprijsbeschikkingen
Periode: 1952–1968
Grondslag: O.a. Beschikking garantieprijs beetwortelsuiker oogst 1957 II
Waardering: V 10 jaar
456
Handeling: Het vaststellen van de uitgangspunten voor de kostprijs- en rentabiliteitsberekening ten behoeve van het garantieprijsbeleid
Periode: 1952–1968
Bron: Nota betreffende het landbouwprijsbeleid (onderdeel van Begroting 1960)
Opmerking: De uitgangspunten hadden zowel betrekking op de waardering van kostenelementen, zoals gezinsarbeid, bedrijfsleiding, grond en gebouwen, als op de richtlijnen voor bij het onderzoek in te schakelen representatieve bedrijven.De vaststelling gebeurde na overleg met het Landbouwschap.
Waardering: B, 1
458
Handeling: Het, in het kader van het garantieprijsbeleid, opstellen en wijzigen van criteria voor de classificatie van landbouwproducten
Periode: 1952–1968
Opmerking: In overleg met de PBO’s en andere vertegenwoordigers van het bedrijfsleven.
Waardering: B, 5
461
Handeling: Het, in het kader van het garantieprijsbeleid, vaststellen van de omvang van agrarische opbrengsten en de gemiddelde marktwaarden daarvan
Periode: 1950–1968
Grondslag: Ministeriële regelingen, zoals Beschikking graantoeslag oogst 1957
Opmerking: Soms in overeenstemming met de minister van Economische Zaken (wat betreft suiker in 1958). Belangrijk basismateriaal werd, met name in de jaren ‘50, gevormd door de kostprijsrapporten van het LEI. Het kon ook gaan om basis-, richt-, oriëntatie-, verreken- of andere prijzen.
Waardering: B, 5
465
Handeling: Het, in het kader van het garantieprijsbeleid, vaststellen van toeslag- en vergoedingsregelingen voor landbouwproducten
Opmerking: Toeslagen vereffenen in principe het verschil tussen de minimumgarantieprijs en de geconstateerde marktprijs, hoewel dit verschil in de zuivelsector niet altijd volledig werd vergoed. Productschappen konden binnen door de minister vastgestelde marges ook zelf de hoogte van de toeslag (i.c. zuivelwaardetoeslag) vaststellen.
Waardering: B, 5
466
Handeling: Het, in het kader van het garantieprijsbeleid, (berekenen en) uitkeren van toeslagen of vergoedingen voor landbouwproducten
Opmerking: Zo berekenden en betaalden aanvankelijk het PGZP (1962 en 1963) en het AA (1962) de toeslagen uit hoofde van de Beschikkingen lichte gronden. Het Landbouwschap deed dit vanaf 1964. Ook de Toeslagbeschikking koolzaad 1966 wees het Landbouwschap hiertoe aan. Voor vlas werden nog in 1970 nationale toeslagen verleend. Vanaf 1963 werden verwerkingscertificaten verzilverd bij het Bedrijfschap voor de Vlasindustrie (cf. bijv. Stcrt. d.d. 7 juni 1966) in plaats van bij het VIB.
Waardering: V 10 jaar
467
Handeling: Het aanwijzen van regio’s of gronden waar de agrarische producenten in aanmerking komen voor hogere toeslagen
Opmerking: Het gaat vooral om de zand- en veengronden, waar de geringere bodemvruchtbaarheid de kostprijs van de landbouwproducten verhoogt. In bijzondere gevallen kon worden bepaald dat de bodemvruchtbaarheid van bedrijven buiten de toeslaggebieden laag genoeg was om in aanmerking te komen voor toeslagen.
Waardering: B, 5
469
Handeling: Het, in verband met een gedifferentieerde toeslag, vaststellen van de opbrengst per hectare en van de gemiddelde marktwaarde van graansoorten
Periode: 1958–1969
Grondslag: Beschikking graantoeslag oogst 1957, artt. 1 en 2
Opmerking: De vastgestelde opbrengst en marktwaarde vormde de basis voor het berekenen van de te verlenen toeslagen.
Waardering: B: eindrapport, 5
V: overig materiaal, 10 jaar
471
Handeling: Het aanwijzen van tekortgebieden en commercialisatiecentra voor tarwe
Periode: 1962–1967
Bron: Begrotingen, Verslagen over de landbouw
Opmerking: Zo werd de Randstad aangewezen als tekortgebied voor tarwe, met Rotterdam als commercialisatiecentrum.
Waardering: B, 5
472
Handeling: Het, in het kader van het garantieprijsbeleid, opleggen van heffingen voor landbouwproducten
Periode: 1952–1968
Grondslag: Beschikkingen, bijv. Beschikking Garantieprijs beetwortelsuiker oogst 1956, art. 2, lid 2; Garantiebeschikking beetwortelsuiker oogst 1961, als gewijzigd (Stcrt. 1962, 62), artt. 7 en 13
Opmerking: Het Aan- en Verkoopbureau van Akkerbouwprodukten regelde de heffing voor beetwortelsuiker, later was het VIB hierbij betrokken.
Waardering: V 10 jaar
473
Handeling: Het, in het kader van het garantieprijsbeleid, vaststellen van regels betreffende het in voorraad hebben, gebruiken, afleveren, verwerken e.d. van landbouwproducten
Periode: 1952–1968
Grondslag: Landbouw-Crisiswet 1933; Landbouwwet
Waardering: B, 5
476
Handeling: Het verlenen van subsidie aan fondsen die prijsstabiliserende maatregelen financieren
Periode: 1950–1968
Opmerking: Bijv. aan het Egalisatiefonds Consumptieaardappelen, opgericht door het Bedrijfschap voor Aardappelen.
Waardering: V 10 jaar
477
Handeling: Het vaststellen van regels betreffende contingentering of tijdelijke staking van uitgifte van uitvoermachtigingen
Periode: 1949–1955
Bron: Begrotingen, nota’s
Opmerking: Periodisering bij benadering.
Waardering: B, 1 en 5
478
Handeling: Het vaststellen van winstmarges voor de bewerking van landbouwproducten of de handel in essentiële voedingsmiddelen
Periode: 1960–1970
Bron: Begrotingen, nota’s
Waardering: V 10 jaar
479
Handeling: Het instellen van regelingen voor de aankoop en afzet van landbouwproducten door interventie-instanties
Periode: 1949–1966
Waardering: B, 1 en 5
480
Handeling: Het vaststellen van de interventie- en aankoopprijzen voor landbouwproducten
Periode: 1949–1966
Waardering: V 10 jaar
481
Handeling: Het instellen van vergoedingsregelingen voor de particuliere opslag van landbouwproducten
Periode: 1958–1966
Waardering: B, 5
485
Handeling: Het voorbereiden van het vaststellen, wijzigen en intrekken van wetten en KB’s met betrekking tot de invoer en uitvoer van landbouwgoederen
Handeling: Het bij afzonderlijke beschikking aanwijzen van productschappen die namens de minister bevoegd zijn tot het voor landbouwgoederen verlenen of intrekken van vergunningen voor de invoer uit of de uitvoer naar bepaalde landen
Product: O.a. Aanwijzing Produktschap voor Tuinbouwzaden in verband met invoer Oostbloklanden (Stcrt. 1962, 249; Stcrt. 1963, 124): Beschikking Afgifte vergunningen tuinbouwzaden (Zuid-Rhodesië) (Stcrt. 1966, 176)
Opmerking: Dit gold alleen wanneer deze bevoegdheid nog niet was bepaald in een van de algemenere Mandaatsbeschikkingen landbouwgoederen.
Waardering: B, 5
489
Handeling: Het verlenen of intrekken van vergunningen voor de invoer en uitvoer van landbouwgoederen
Periode: 1953–1968
Grondslag: In- en uitvoerbeschikking Suiker en andere produkten, art. 1, lid 2, en art. 4; Invoerbesluit landen 1963, art. 2; Mandaatsbeschikking landbouwgoederen 1963 (landen), art. 2; Mandaatsbeschikking landbouwgoederen 1963-I (landen), art. 2
Opmerking: Dit gebeurde door de productschappen namens de minister: tot 1958 voor alle producten, daarna voor slechts enkele (bijv. suiker). Met betrekking tot de in- en uitvoer naar bepaalde derde landen bleef de minister de vergunningen afgeven en intrekken.
Waardering: V 10 jaar na het intrekken/vervallen van de vergunning.
492
Handeling: Het vaststellen van regels betreffende (de hoogte van) in- en uitvoerheffingen
Periode: 1953–1968
Grondslag: Landbouw-Crisiswet 1933, art. 3; Voedselvoorzieningsbesluit, artt. 4, 7 en 8; In- en uitvoerbesluit landbouwprodukten 1958, art. 5, lid 1, en art. 7, lid 1; In- en uitvoerbesluit landbouwgoederen 1963, art. 7, lid 1, en art. 9, lid 1; In- en uitvoerbeschikkingen Produktschappen 1958 en 1963
Opmerking: Tot 1958 vastgesteld door de minister en in mandaat opgelegd door productschappen. Daarna voor de meeste producten in medebewind uitgevoerd door de productschappen (niet voor bijv. suiker).
Waardering: B, 5
493
Handeling: Het opleggen van in- en uitvoerheffingen
Periode: 1953–1968
Grondslag: Landbouw-Crisiswet 1933, art. 3; Voedselvoorzieningsbesluit, artt. 4, 7 en 8; In- en uitvoerbesluit landbouwprodukten 1958, art. 5, lid 1, en art. 7, lid 1; In- en uitvoerbesluit landbouwgoederen 1963, art. 7, lid 1, en art. 9, lid 1; In- en uitvoerbeschikkingen Produktschappen 1958 en 1963
Opmerking: Tot 1958 vastgesteld door de minister en in mandaat opgelegd door productschappen. Daarna voor de meeste producten in medebewind uitgevoerd door de productschappen (niet voor bijv. suiker).
Waardering: V 10 jaar
494
Handeling: Het verlenen van ontheffing van de plicht tot het betalen van in- of uitvoerheffingen
Periode: 1953–1968
Grondslag: Exportregeling vlas oogst 1955, art. 4; Vergoedingsbeschikking import suiker, art. 6; In- en uitvoerbesluit landbouwprodukten 1958, art. 8; In- en uitvoerbeschikkingen Produktschappen 1958 en 1963; Beschikking Exportregeling Vlas, art. 4; Wijziging I In- en uitvoerbeschikking landbouwprodukten 1958, art. 3a; e.a.
Opmerking: Tot 1958 door de minister, in mandaat uitgevoerd door productschappen. Daarna voor de meeste producten in medebewind uitgevoerd door de productschappen (niet voor bijv. suiker en vlas).
Waardering: V 10 jaar
495
Handeling: Het vaststellen van (nadere) regels met betrekking tot in- en uitvoerheffingen op landbouwgoederen
Periode: 1958–1968
Grondslag: In- en uitvoerbesluit landbouwprodukten 1958; In- en uitvoerbesluit landbouwgoederen 1963, art. 7, lid 1, onder b, en art. 9, lid 1, onder b
Product O.a. Uitvoeringsbeschikking Heffingsbeschikking in- en uitvoer suiker en suikerhoudende goederen 1963 (Stcrt. 1963, 125)
Opmerking: Het kan hierbij gaan om nadere regelgeving betreffende de uitvoering van de heffingsbeschikkingen, zoals de vaststelling van tijdvakken.
Waardering: B, 5
496
Handeling: Het vaststellen van regels betreffende restitutie op de uitvoer van landbouwgoederen
Periode: 1953–1968
Grondslag: In- en uitvoerbesluit landbouwprodukten 1958, art. 6, lid 1; In- en uitvoerbesluit landbouwgoederen 1963, art. 8, lid 1; In- en uitvoerbeschikkingen Produktschappen 1958 en 1963; Restitutiebeschikking EEG intraverkeer verwerkte produkten 1966, Beschikking uitvoer verwerkte goederen 1967
Handeling: Het verlenen van restitutie op de uitvoer van landbouwgoederen
Periode: 1953–1968
Grondslag: In- en uitvoerbesluit landbouwprodukten 1958, art. 6, lid 1; In- en uitvoerbesluit landbouwgoederen 1963, art. 8, lid 1; In- en uitvoerbeschikkingen Produktschappen 1958 en 1963; Restitutiebeschikking EEG intraverkeer verwerkte produkten 1966, Beschikking uitvoer verwerkte goederen 1967
Opmerking: Tot 1958 door de minister, in mandaat uitgevoerd door bedrijfschappen-oude stijl en productschappen. Daarna voor de meeste producten in medebewind uitgevoerd door de productschappen (niet voor bijv. suiker).
Waardering: V 10 jaar
499
Handeling: Het vaststellen van modellen waarop de in- of uitvoer van landbouwgoederen wordt aangegeven die krachtens ontheffingsbeschikkingen vrij zijn van vergunnings- of heffingsplicht
Periode: 1957–1959
Grondslag: Ontheffingsbeschikking in- en uitvoer voedselvoorzieningsprodukten, art. 1
Handeling: Het vaststellen van vrijstellingsregelingen of -verordeningen (dan wel -bepalingen) betreffende het veredelingsverkeer van landbouwproducten
Opmerking: De regeling of verordening moest in ieder geval de voor be- of verwerking in het binnen- of buitenland bestemde goederen of groepen van goederen aangeven waarop zij betrekking had, alsmede de na te leven voorschriften.
Waardering: B, 5
503
Handeling: Het geven van toestemming voor de overdracht van de vrijstelling van heffingen op ter veredeling in- of uitgevoerde landbouwgoederen
Opmerking: Vanaf 1966 was dit alleen nog toegestaan voor actieve veredeling, waarbij toestemming op verzoek of bij algemeen voorschrift kon worden gegeven.
Waardering: V 10 jaar
504
Handeling: Het verlenen van toestemming voor de in- of uitvoer van grondstoffen voor veredeling
Opmerking: De toestemming kon aan beperkingen worden gebonden. In bijzondere omstandigheden kon de betrokkene van bepaalde verplichtingen worden ontslagen.
Waardering: V 10 jaar
505
Handeling: Het verlenen van restitutie, vrijstelling of ontheffingen ten aanzien van het veredelingsverkeer
Opmerking: In de Veredelingsverkeersbeschikking Landbouwgoederen 1966 wordt alleen nog de vrijstelling behandeld.
Waardering: V 10 jaar
506
Handeling: Het in bijzondere omstandigheden en gevallen opschorten van de vrijstellingsverlening van in- of uitvoerheffingen op veredelingsverkeer
Periode: 1966–1968
Grondslag: Veredelingsverkeersbeschikking Landbouwgoederen 1966, art. 2, lid 3
Opmerking: Vooraf moesten de meest betrokken productschappen worden gehoord. Dit gold voor bepaalde goederen of bepaalde be- of verwerkingen.
Waardering: V 10 jaar
507
Handeling: Het aanwijzen van grensdocumenten die worden gebruikt bij aangiften van elke in- of uitvoer in het kader van het veredelingsverkeerregime
Periode: 1966–1968
Grondslag: Veredelingsverkeersbeschikking Landbouwgoederen 1966, art. 6, lid 2
Waardering: V 10 jaar
508
Handeling: Het bepalen van het toegestane tijdsverloop tussen invoer en uitvoer (en vice versa) in het kader van het veredelingsverkeer
Periode: 1966–1968
Grondslag: Veredelingsverkeersbeschikking Landbouwgoederen 1966, art. 6, lid 3
Waardering: V 10 jaar
509
Handeling: Het opleggen van een aanvullende heffing die na overschrijding van het toegestane tijdsverloop van vrijstelling alsnog boven op de reguliere heffing moet worden betaald
Periode: 1966–1968
Grondslag: Veredelingsverkeersbeschikking Landbouwgoederen 1966, art. 7, lid 2
Opmerking: Wanneer de heffing na afloop van de toegestane termijn hoger zou zijn dan bij het ingaan van die termijn. Hierbij werd tevens de termijn vastgesteld waarbinnen het aanvullende bedrag moest worden betaald.
Waardering: V 10 jaar
510
Handeling: Het bepalen van de gevallen waarin compensatie van een in- of uitvoer van grondstoffen door een uit- of invoer van verwerkte landbouwgoederen die daarmee niet overeenkomen, niet is toegestaan
Periode: 1966–1968
Grondslag: Veredelingsverkeersbeschikking Landbouwgoederen 1966, art. 7, lid 1
Waardering: V 10 jaar
511
Handeling: Het geven van bijzondere toestemming voor veredelingsverkeer waarbij de in- of uitvoer van grondstoffen wordt voorafgegaan door de uit- of invoer van verwerkte landbouwgoederen
Periode: 1966–1968
Grondslag: Veredelingsverkeersbeschikking Landbouwgoederen 1966, art. 7, lid 2
Waardering: V 10 jaar
512
Handeling: Het bepalen in welke gevallen heffingsvrijstelling op veredelingsverkeer mede inhoudt de vergunningsvrije in- of uitvoer zoals bedoeld in het Invoerbesluit Landen 1963 of het In- en uitvoerbesluit Landen 1963
Periode: 1966–1968
Grondslag: Veredelingsverkeersbeschikking Landbouwgoederen 1966, art. 13, lid 2
Waardering: B, 5
513
Handeling: Het stellen van nadere regels voor de toepassing van de voorschriften inzake veredelingsverkeer, wanneer verschillende productschappen bevoegd zijn voor en na veredeling
Periode: 1966–1968
Grondslag: Veredelingsverkeersbeschikking Landbouwgoederen 1966, art. 15, lid 2
Waardering: B, 5
514
Handeling: Het in bijzondere omstandigheden aan een productschap toestaan om af te wijken van bepalingen van de Veredelingsverkeersbeschikking Landbouwgoederen 1966
Periode: 1966–1968
Grondslag: Veredelingsverkeersbeschikking Landbouwgoederen 1966, art. 16, lid 3
Waardering: V 10 jaar
515
Handeling: Het in bijzondere gevallen verlenen van toestemming voor de aanmelding achteraf van invoer voor actieve veredeling
Periode: 1966–1968
Grondslag: Veredelingsverkeersbeschikking Landbouwgoederen 1966, art. 6, lid 1
Waardering: V 10 jaar
516
Handeling: Het in algemene zin bepalen van de rendementen die ter actieve veredeling ingevoerde goederen na be- of verwerking geacht worden te hebben opgeleverd
Periode: 1966–1968
Grondslag: Veredelingsverkeersbeschikking Landbouwgoederen 1966, art. 8, lid 1
Opmerking: De bepalingen kunnen zowel voor een bedrijf gelden als voor de hele bedrijfstak. Met deze rendementen kan de hoeveelheid goederen worden bepaald die moet worden uitgevoerd ter compensatie van ter veredeling ingevoerde goederen.
Waardering: V 10 jaar
517
Handeling: Het vaststellen van maatstaven voor de berekening van heffingen op de uitvoer van goederen waaruit na actieve veredeling verschillende soorten goederen zijn verkregen
Periode: 1966–1986
Grondslag: Veredelingsverkeersbeschikking Landbouwgoederen 1966, art. 10, lid 1
Waardering: B, 5
518
Handeling: Het vaststellen van de rendementen na passieve veredeling van landbouwgoederen
Periode: 1966–1991
Grondslag: Veredelingsverkeersbeschikking Landbouwgoederen 1966, art. 8, lid 3
Opmerking: Met deze rendementen kan de hoeveelheid goederen worden bepaald die moet worden ingevoerd ter compensatie van ter veredeling uitgevoerde goederen.
Waardering: V 10 jaar
519
Handeling: Het vaststellen van maatstaven voor de berekening van heffingen op de uitvoer van goederen waaruit na passieve veredeling verschillende soorten goederen zijn verkregen
Periode: 1966–1991
Grondslag: Veredelingsverkeersbeschikking Landbouwgoederen 1966, art. 10, lid 2
Waardering: B, 5
520
Handeling: Het vaststellen van regels betreffende de gegevens die moeten worden verstrekt bij het aanvragen van een vergunning, een restitutie of een ontheffing
Periode: 1958–1968
Grondslag: In- en uitvoerbesluit landbouwgoederen 1958, art. 9; In- en uitvoerbesluit landbouwgoederen 1963, art. 13; In- en uitvoerbesluit landbouwgoederen 1963, art. 14, lid 1
Waardering: B, 5
521
Handeling Het vaststellen van modellen van en aanvraagformulieren voor invoer- en uitvoervergunningen voor landbouwgoederen (algemeen)
Periode: 1958–1968
Grondslag: In- en uitvoerbesluit landbouwgoederen 1958, art. 9; In- en uitvoerbesluit landbouwgoederen 1963, art. 14; In- en uitvoerbesluit landbouwgoederen 1963, art. 14, lid 1
Opmerking: De productschappen konden de modellen aanvullen.
Waardering: V 10 jaar
522
Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van de Landbouwwet
Periode: 1955–
Product: Landbouwwet (Stb. 1957, 342)
Opmerking: De voornaamste wijzigingen vonden plaats in 1966, 1973 en 1979.
Waardering: B, 1
523
Handeling: Het vaststellen van beschikkingen betreffende de oplegging van heffingen ter zake van de voortbrenging, verwerking en verhandeling van agrarische en visserijproducten
Periode: 1958–
Grondslag: Landbouwwet, art. 13, lid 1
Opmerking: Dit artikel vormt de grondslag voor een zeer groot aantal regelingen. Sinds 1966 gaat het vooral om regelingen ter uitvoering van gemeenschappelijk Europees beleid. Wanneer in het onderwerp waarop de beschikking gericht is al voorzien wordt door een PBO-verordening, wordt de ministeriële beschikking ingetrokken.
Waardering: B, 1 en 5
524
Handeling; Het verlenen van ontheffing en eventuele restitutie van door de minister voorgeschreven heffingen op grond van uit de Landbouwwet voortvloeiende regelingen
Periode: 1958–
Grondslag: Landbouwwet, art. 13, lid 4
Waardering: V 10 jaar
527
Handeling Keuren van ontwerp-verordeningen van product- en bedrijfschappen inzake het opleggen van heffingen in verband met de voortbrenging, verwerking en verhandeling van agrarische en visserijproducten
Periode: 1958–
Grondslag: Landbouwwet, art. 14, lid 3
Opmerking: De minister kan bovendien bepalen dat op dergelijke verordeningen gebaseerde regels en besluiten eveneens zijn goedkeuring behoeven. Het gaat hier om heffingen die ten goede komen aan het Landbouw-Egalisatiefonds; heffingen ten behoeve van eigen PBO-fondsen zijn niet aan ministeriële goedkeuring onderworpen.
Waardering: B, 5
529
Handeling: Het vaststellen van regels voor het verlenen van financiële bijdragen aan (groepen van) producenten en handelaren
Opmerking: Artikel 15 fungeert als machtigingsgrondslag voor een zeer groot aantal steunregelingen, sinds 1966 vooral ter uitvoering van gemeenschappelijk Europees landbouwbeleid. De op dit artikel gebaseerde regelgeving in het kader van het nationale garantieprijsbeleid is grotendeels te vinden in het desbetreffende hoofdstuk.
Waardering: B, 1 en 5
530
Handeling: Het verstrekken van kredieten aan openbare lichamen en andere instellingen op het gebied van de landbouw en de voedselvoorziening
Periode: 1958–
Grondslag: Landbouwwet, art. 16
Opmerking: De kredieten, al dan niet rentedragend, zijn bedoeld voor de bevordering van de productie, afzet en redelijke prijsvorming van agrarische producten en mede ten behoeve van de afnemers ervan.
Waardering: V 10 jaar
531
Handeling: Het (mede) vaststellen van regels ten aanzien van de prijzen voor landbouwproducten
Opmerking: Wanneer de beschikkingen bindende regels of concurrentiebeperking inhouden voor industriële of handelsondernemingen, is overeenstemming met de minister van Economische Zaken vereist (Stb. 1958, 167). Van medevaststelling is dikwijls sprake wanneer een prijzenbeschikking ter zake van een landbouwproduct door EZ is opgesteld op basis van de Prijzenwet (cf. Prijzenbeschikking brood 1981 (Stcrt. 1981, 12)). Wanneer in het onderwerp waarop de beschikking gericht is, al wordt voorzien door een op grond van een autonome bevoegdheid vastgestelde PBO-verordening, wordt de ministeriële beschikking ingetrokken.De uitdrukkelijke vaststelling van garantieprijzen in het kader van het nationale beleid terzake valt onder een andere, nader gespecificeerde handeling.
Waardering: B, 1 en 5
532
Handeling: Het voorbereiden van de vaststelling, wijziging en intrekking van algemene maatregelen van bestuur met betrekking tot de voortbrenging, be- en verwerking en verhandeling van landbouwproducten
Periode: 1958–
Grondslag: Landbouwwet, art. 18
Opmerking: Deze algemene maatregelen van bestuur worden ingetrokken wanneer in het desbetreffende onderwerp al voorzien wordt door een door de minister van Landbouw goedgekeurde PBO-verordening. Sinds 1966 beperken deze algemene maatregelen van bestuur zich tot gebieden die buiten het GLB vallen.Tegelijk met de afkondiging van de maatregel in het Staatsblad moet de minister een toelichting op het besluit aan de Staten-Generaal zenden.
Waardering: B, 1
533
Handeling: Het vaststellen van (aanvullende) regels met betrekking tot de voortbrenging, be- en verwerking en verhandeling van landbouwproducten
Periode: 1958–
Grondslag: Landbouwwet, art. 19, lid 1
Opmerking: In 1958 is bij KB vastgesteld dat overeenstemming met de minister van Economische Zaken vereist is, wanneer beschikkingen van de minister van Landbouw bindende regels of concurrentiebeperking inhouden voor industriële of handelsondernemingen.
Deze regels worden ingetrokken wanneer in het desbetreffende onderwerp al voorzien wordt door een PBO-verordening. Sinds 1966 beperken deze regels zich tot gebieden die buiten het gemeenschappelijke Europese landbouwbeleid vallen.
Waardering: B, 1 en 5
534
Handeling: Het vaststellen van regels met betrekking tot grond- en hulpstoffen, verpakkingsmateriaal voor landbouwproducten, fust en (onderdelen van) machines, werktuigen en gereedschappen
Periode: 1958–
Grondslag: Landbouwwet, art. 20, lid 1
Opmerking: De regels worden vastgesteld op verzoek van een product- of bedrijfschap, dan wel in verband met art. 18 of 19. Sinds 1966 beperken deze algemene maatregelen van bestuur zich tot gebieden die buiten het GLB vallen.
Waardering: B, 1 en 5
536
Handeling: Het vaststellen van regels inzake het verlenen van vergoedingen voor ondervonden ernstig economisch nadeel ten gevolge van maatregelen voortvloeiend uit de Landbouwwet
Periode: 1958–
Grondslag: Landbouwwet, art. 21
Waardering: B,5
537
Handeling: Het opleggen van de verplichting tot het ter beschikking houden van landbouwproducten voor of het inleveren daarvan bij een door de minister aan te wijzen natuurlijke of rechtspersoon en het verlenen van vergoedingen of tegemoetkomingen daarvoor
Periode: 1958–
Grondslag: Landbouwwet, art. 22, lid 1
Opmerking: In 1958 is bij KB vastgesteld dat overeenstemming met de minister van Economische Zaken vereist is, wanneer beschikkingen van de minister van Landbouw bindende regels of concurrentiebeperking inhouden voor industriële of handelsondernemingen. De maatregelen worden getroffen op verzoek van een product- of bedrijfschap, dan wel ter uitvoering van artt.13-15 of 17-19.
Waardering: B, 5
538
Handeling: Het verlenen van vergoedingen of tegemoetkomingen voor het ter beschikking houden of inleveren van landbouwproducten
Periode: 1958–
Grondslag: Landbouwwet, art. 22, lid 4 en 5
Waardering: V 10 jaar
539
Handeling: Het vorderen van medewerking van (het bestuur van een) product- of bedrijfschap bij de uitvoering van maatregelen ten aanzien van het binnenlandse agrarische markt- en prijsbeleid
Periode: 1958–1966
Grondslag: Landbouwwet, art. 23, lid 1
Waardering: B, 5
540
Handeling: Het al dan niet goedkeuren van ontwerp-verordeningen van productschappen die zijn vastgesteld op basis van een vordering tot medewerking
Periode: 1958–1966
Grondslag: Landbouwwet, art. 23, lid .2 en 3; besluit inzake overeenstemming met de minister van Economische Zaken, art. 2
Opmerking: Ook krachtens dergelijke verordeningen opgestelde nadere regels en besluiten konden zijn onderworpen aan goedkeuring, namelijk wanneer de ministers dat bepaalden in hun goedkeuring van de ontwerp-verordening. Goedkeuring van de minister van Economische Zaken was vereist, wanneer het voorschrift waarbij de medewerking was ingeroepen, was vastgesteld in overeenstemming met deze minister. Dit gold voor PBO-verordeningen op grond van overgedragen bevoegdheden die de minister van Landbouw toekomen krachtens art. 17, 19 of 22 van de Landbouwwet.Het in 1966 gewijzigde artikel 23 vormt de basis voor medebewindshandelingen.
Waardering: B,5
541
Handeling: Het vaststellen van regels ten aanzien van het vervaardigen, verhandelen, gebruiken, enz. van merken en kentekens en instrumenten voor het aanbrengen daarvan
Periode: 1958–
Grondslag: Landbouwwet, art. 26
Opmerking: Doel van deze bevoegdheid is te kunnen optreden tegen het fabriceren en aanbrengen van valse oormerken e.d.
Waardering: B, 1 en 5
542
Handeling: Het vaststellen van regelingen voor het houden van landbouwtellingen
Periode: 1958–
Grondslag: Landbouwwet, artt. 24 en 25
Product: Beschikkingen c.q. regelingen landbouwtelling, bijv. Beschikking Landbouwtelling groenten in de open grond, juli 1964 (Stcrt. 1964, 132); Regeling landbouwtelling bomen en planten 1996 (Stcrt. 1996, 187), Regeling landbouwtelling 1998 (Stcrt. 1998, 61)
Opmerking: Hieronder valt ook het vaststellen van tijdvakken van geldigheid en tijdstippen van inlevering van uitgereikte beschrijvingsbiljetten, alsook het vaststellen van nadere uitvoeringsregels.
Waardering: B, 1en 5
543
Handeling: Het registeren van de gegevens van de jaarlijkse landbouwtellingen
Periode: 1958–
Grondslag: Landbouwwet, artt. 24 en 25
Opmerking: Deze handeling levert een zeer omvangrijke (documentaire) neerslag op.
Bepaalde gegevens dienen als referentie, hetgeen gevolgen dient te hebben voor de vernietigingstermijn.
Waardering: V 10 jaar
546
Handeling: Het verplichten van agrarische producenten en handelaren tot het verstrekken van inlichtingen over hun bedrijf aan door de minister aan te wijzen gemachtigden ten behoeve van uitvoering van de Landbouwwet
Periode: 1958–
Grondslag: Landbouwwet, art. 27
Opmerking: Voor nadere administratieve verplichtingen zie art. 28.
Waardering: B, 5
547
Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van een algemene maatregel van bestuur betreffende de verplichting tot het bijhouden van een correcte en transparante bedrijfsadministratie
Periode: 1958–
Grondslag: Landbouwwet, art. 28
Opmerking: De administratie dient zodanig te zijn ingericht dat de productie, voorraad, omzet en financiële gegevens altijd goed te herleiden zijn.
Waardering: B, 1 en 5
548
Handeling; Het aanwijzen van ambtenaren belast met het toezicht op de naleving van krachtens de Landbouwwet of de In- en uitvoerwet gestelde regels die zijn gelieerd aan inkomsten of uitgaven van het Landbouw-Egalisatiefonds
Opmerking: Met name moet hierbij worden gedacht aan ambtenaren van de Accountantsdienst en de Algemene Inspectiedienst van het landbouwministerie, LASER-ambtenaren, eventueel ook ambtenaren van de Rijksbelastingdienst (dan in overeenstemming met de minister van Financiën).
Waardering: B, 3 en 5
549
Handeling: Het opstellen van kwartaalverslagen met betrekking tot de toepassing van de bepalingen van de Landbouwwet inzake de binnenlandse markt
Periode: 1958–
Grondslag: Landbouwwet, art. 30
Product: Kwartaalverslagen
Opmerking: De verslagen worden aan het parlement uitgebracht en zijn sinds 1966 gespecificeerd naar binnenlands en Europees beleid.
Waardering: B, 3
550
Handeling: Het aan de Europese Raad of Commissie verzoeken om toestemming voor de tijdelijke voortzetting van nationale marktordenende maatregelen die buiten de kaders treden van de desbetreffende gemeenschappelijke marktordening
Periode: 1962–1970
Grondslag: Europese basiverordeningen
Opmerking: Een voorbeeld van toestemming van de Raad is Beschikking 66/235 tot machtiging van Nederland voor de verkoop van Cheddarkaas tegen een lagere prijs dan de bij Verordening 55/65 vastgestelde minimumprijs.
Waardering: B: jaarverslagen, indien niet aanwezig kwartallverslagen, 1 en 5
V: overig materiaal, 3
551
Handeling: Het bepalen van het tempo en de volgorde van afschaffing van nationale marktordenende maatregelen die buiten de kaders treden van de desbetreffende gemeenschappelijke marktordening
Periode: 1962–1970
Grondslag: Europese basisverordeningen
Waardering: B, 1 en 5
552
Handeling: Het in de overgangsperiode naar de Europese markt vaststellen van drempel-, basisricht- en/of interventieprijzen voor bepaalde landbouwproducten
Periode: 1962–1970
Grondslag: Europese verordeningen, bijv. Verordening nr. 19 houdende de geleidelijke totstandbrenging van een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector granen, artt. 4,5, 7, 8, 10 en 11
Handeling: Het in het kader van de Benelux voorbereiden en inbrengen van standpunten ten aanzien van een gezamenlijke agrarisch markt- en prijsbeleid
Periode: 1945–1970
Grondslag: Beneluxverdragen; Overgangsovereenkomst, artt. 10, 14, 19 en 21
Opmerking: Wanneer de besprekingen plaatsvonden op regerings- of ministerieel niveau konden ze leiden tot verdragen, akkoorden, protocollen, beslissingen of verklaringen. De standpunten betroffen o.m.: de plaatsing van landbouwproducten op de A-lijst (1947-1962);het niveau van de minimumprijzen (1947-1962);eenzijdig voorgenomen handelsbelemmeringen ten aanzien van landbouwproducten (1948-1970); de plaatsing van landbouwproducten op de B-lijst (1953-1970).
Waardering: B, 1
554
Handeling: Het in het kader van de Benelux voorbereiden en inbrengen van standpunten ten aanzien van voorstellen van de Europese Commissie voor gemeenschappelijke marktordeningen
Periode: 1958–
Opmerking: Er wordt gestreefd naar gezamenlijke Benelux-standpunten inzake de Commissievoorstellen.
Waardering: B, 1
555
Handeling: Het in het kader van de Benelux-Studiecommissie voor de kostprijzen voorbereiden en inbrengen van standpunten ten behoeve van een gezamenlijke berekeningsmethode voor de kostprijzen van landbouwproducten
Periode: 1953–1959
Grondslag: Protocol inzake coördinatie van economisch en sociaal beleid (1953); Overgangsovereenkomst, art. 25
Waardering: B, 1
556
Handeling: Het vaststellen van regelingen met betrekking tot de uitvoer van landbouwproducten naar België of Luxemburg
Periode: 1948–1970
Grondslag: Handelspolitiek Protocol 1953; Overgangsovereenkomst, artt. 10 en 19
Product: Uitvoerregelingen, bijv. Heffingsbeschikking uitvoer suiker en suikerhoudende goederen naar België en Luxemburg (Stcrt. 1955, 246); Beschikking Uitvoerheffing glucose, verwerkt in suikerwerk, uitgevoerd naar België en Luxemburg (Stcrt. 1963, 123)
Opmerking: De onder deze handeling vallende regelingen maakten ook deel uit van het nationale garantieprijsbeleid. Zie voor de uitvoeringshandelingen het deel over het nationale agrarisch markt- en prijsbeleid.
Waardering: B, 1
557
Handeling: Het vaststellen van regelingen met betrekking tot de invoer van landbouwproducten uit België of Luxemburg
Periode: 1948–1970
Grondslag: Handelspolitiek Protocol 1953; Overgangsovereenkomst, artt. 10 en 19
Opmerking: De onder deze handeling vallende regelingen maakten ook deel uit van het nationale garantieprijsbeleid. Zie voor de uitvoeringshandelingen het deel over het nationale agrarisch markt- en prijsbeleid.
Waardering: B, 1
558
Handeling: Het in het kader van landbouwharmonisatie in de Benelux voorbereiden en inbrengen van standpunten
Periode: 1955–1962
Opmerking: Hiertoe was een Benelux-Landbouwharmonisatiecommissie in het leven geroepen.
Waardering: B, 1
559
Handeling: Het voordragen en/of benoemen van leden van Benelux-commissies en -delegaties
Periode: 1958–
Opmerking: Bijv. Commissie Landbouw, Voedselvoorziening en Visserij, Benelux-studiecommissie voor de kostprijzen en de Landbouwharmonisatiecommissie.
Waardering: V 2 jaar
560
Handeling: Het bij de Europese Commissie indienen van een verzoek tot derogatie van een Europese regeling op het gebied van het agrarisch markt- en prijsbeleid
Periode: 1968–
Waardering: B, 5
561
Handeling: Het middels nationale inbreng in de Europese besluitvorming bijdragen aan de totstandkoming en wijziging van het Europese agromonetaire stelsel
Opmerking: Mcb’s bestaan uit heffingen en subsidies om interne prijsverschillen van interventieproducten te egaliseren. Voor Nederland gaat het om de toekenning van uitvoersubsidies en het oplegging van invoerheffingen (positieve mcb’s).
Waardering: B, 1
562
Handeling: Het vaststellen van nationale regelgeving verband houdend met de werking van het agromonetaire stelsel
Opmerking: De vaststelling kan gebeuren per product (bijv. varkensvlees). De berekening kan eenvoudig een omrekening zijn van door de EC vastgestelde bedragen.
Waardering: B, 1
564
Handeling: Het, in het kader van monetaire compensatie, opleggen van extra invoerheffingen
Periode: 1971–1992
Grondslag: Europese verordeningen, bijv. Verordening (EEG) nr. 974/71; Compensatiebeschikking landbouwgoederen 1971 I, artt. 2 en 8; Compensatiebeschikking toetreding 1973, artt. 2 en 7; Compensatiebeschikking toetreding 1980, artt. 2 en 7; Compensatiebeschikking toetreding Spanje en Portugal, artt. 2 en 5
Waardering: V 10 jaar
565
Handeling: Het, in het kader van monetaire compensatie, verlenen van extra restituties
Periode: 1971–1992
Grondslag: Europese verordeningen, bijv. Verordening (EEG) nr. 974/71; Compensatiebeschikking landbouwgoederen 1971 I, artt. 4 en 8; Compensatiebeschikking toetreding 1973, artt. 4 en 7; Compensatiebeschikking toetreding 1980, artt. 4 en 7; Compensatiebeschikking toetreding Spanje en Portugal, artt. 3 en 7
Waardering: V 10 jaar
566
Handeling: Het vaststellen van beschikkingen waarmee wordt afgeweken van de verplichting tot het opleggen van extra invoerheffingen of het verlenen van extra restituties
Periode: 1971–1992
Grondslag: Compensatiebeschikking landbouwgoederen 1971 I, art. 2, lid 3, en art. 4, lid 3
Opmerking: In overeenstemming met de minister van Financiën.
Waardering: B, 5
567
Handeling: Het toekennen van een agromonetaire compensatie
Opmerking: De lijst met aangewezen instanties wordt aan de EC gezonden.
Waardering: V 10 jaar
571
Handeling: Het aanwijzen van instanties die ten behoeve van het communautaire agrarisch markt- en prijsbeleid de prijsontwikkeling van landbouwproducten bijhouden en noteren
Periode: 1964–
Opmerking: De prijsnotering gebeurt vooral door de productschappen. Voor zuivel: Commissie Officiële Nederlandse Zuivelnoteringen (zie ook specifieke handelingen voor deze commissie).
Waardering: V 10 jaar
572
Handeling: Het instellen van de Commissie Officiële Nederlandse Zuivelnoteringen
Periode: 1964–
Grondslag: Verordening nr. 13/64/EEG (basisverordening zuivel); Instellingsbesluit Commissie Officiële Nederlandse Zuivelnoteringen, art. 1, lid 3
Product: Instellingsbesluit Commissie Officiële Nederlandse Zuivelnoteringen (Stcrt. 1964, 162), vervangen door Regeling Commissie Officiële Nederlandse Zuivelnoteringen (Stcrt. 1995, 13) Reglement (Stcrt. 1964, 247) en wijzigingen, vervangen door Regeling Commissie Officiële Nederlandse Zuivelnoteringen (Stcrt. 1995, 13)
Waardering: B, 4 en 5
573
Het benoemen van de leden en de secretaris van de Commissie Officiële Nederlandse Zuivelnoteringen
Periode: 1964–
Grondslag: Instellingsbesluit Commissie Officiële Nederlandse Zuivelnoteringen, artt. 2, lid 1 en 3, vervangen door Regeling Commissie Officiële Nederlandse Zuivelnoteringen, art. 2, lid 1 en 3
Waardering: V 2 jaar
576
Het nemen van maatregelen ten behoeve van de juiste uitvoering van de prijsnoteringen
Opmerking: De maatregelen kunnen betrekking hebben op: de totstandkoming van prijsnoteringen, de juistheid van de prijsbepaling, de naleving van de verordeningen en de bestraffing van overtredingen.
Waardering: B, 5
577
Handeling: Het aan de EC verstrekken van gegevens over de in Nederland geldende gemiddelde marktprijzen van marktordeningsproducten
Handeling: Het (mede) voorbereiden van het vaststellen, wijzigen en intrekken van wetten en KB’s met betrekking tot de invoer en uitvoer van landbouwgoederen
Periode: 1968–
Grondslag: Achtste wijzigingsbesluit In- en uitvoerbesluit landbouwgoederen 1963 (Stcrt. 1968, 338); In- en uitvoerbesluit landbouwgoederen 1980 (Stcrt. 1980, 758); In- en uitvoerbesluit Irak 1991 (Stb. 1991, 123); e.a.
Waardering: B, 1
580
Handeling: Het vaststellen van regelingen met betrekking tot de invoer en uitvoer van landbouwgoederen
Periode: 1968–
Grondslag: In- en uitvoerbesluit landbouwgoederen 1963; In- en uitvoerbesluit landbouwgoederen 1980, artt. 11 en 17; Europese marktordeningen; e.a.
Product: Algemeen geldende regelingen, zoals Beschikking landbouwheffingen- en restitutieregime 1968 II (Stcrt. 1968, 189);In- en uitvoerbeschikking landbouwgoederen 1981 (Stcrt. 1981, 50); Sectorspecifieke regelingen, zoals Heffingsbeschikking invoer agrarische alcohol 1984 (Stcrt. 1985, 171)
Opmerking: De sectorspecifieke regelingen van na 1968 zijn gebaseerd op Europese marktordeningen;Voorzover voor de toepassing van de regels de rijksbelastingdienst (douane) is betrokken, stelt de minister van Landbouw de regels vast in overeenstemming met de minister van Financiën.
Waardering: B, 1
581
Handeling: Het mandateren van bevoegdheden omtrent vergunningen/certificaten voor agrarische invoer uit bepaalde landen
Handeling: Het aanwijzen van productschappen die namens de minister bevoegd zijn tot het verlenen van vergunningen voor de invoer van landbouwgoederen uit bepaalde landen
Opmerking: De vergunning kan aan beperkingen worden gebonden. In bijzondere omstandigheden kan de betrokkene van bepaalde verplichtingen worden ontslagen. Voor een vergunning kan een borgsom gevraagd worden. De vergunningen/certificaten worden door de rijksbelastingdienst (douane) geviseerd en afgeschreven.
Waardering: V 10 jaar
584
Handeling: Het verlenen van vrijstelling of ontheffing van de vergunningsplicht voor de in- of uitvoer van landbouwgoederen
Periode: 1968–
Grondslag: In- en uitvoerbesluit landbouwgoederen 1963, art. 12; Overdrachtsbeschikking In- en uitvoerwet 1968, art. 2, lid 1; In- en uitvoerbeschikking landbouwgoederen 1981, art. 38 b-e
Waardering: V 10 jaar
585
Handeling; Het verlenen van ontheffing van voorschriften of beperkingen waaraan de vergunningen/certificaten inzake de in- en uitvoer van landbouwgoederen zijn gebonden
Periode: 1981–
Grondslag: In- en uitvoerbeschikking landbouwgoederen 1981, art. 46, lid 3
Opmerking: Deze ontheffingen worden alleen toegepast wanneer dit vanwege communautaire regelgeving noodzakelijk is.
Waardering: V 10 jaar
588
Handeling: Het erkennen van drukkerijen tot het drukken van invoer-, uitvoer- of voorfixatiecertificaten voor landbouwgoederen
Waardering: V 5 jaar na vervallen of intrekking erkenning
589
Handeling: Het stellen van (nadere) regels met betrekking tot in- en uitvoerheffingen op landbouwgoederen
Periode: 1968–
Grondslag: In- en uitvoerbesluit landbouwgoederen 1963, art. 7, lid 1b, en art. 9, lid 1b; In- en uitvoerbesluit landbouwgoederen 1980, art. 5, lid 1b en art. 6, lid 1b
Product: Uitvoeringsbeschikking
Opmerking: Het kan hierbij gaan om nadere regelgeving betreffende de uitvoering van de heffingsbeschikkingen, zoals de vaststelling van tijdvakken.
Waardering: B, 5
590
Handeling: Het vaststellen en/of opleggen van in- en uitvoerheffingen op landbouwgoederen
Periode: 1968–
Grondslag: In- en uitvoerbesluit landbouwgoederen 1963, art. 7, lid 1, en art. 9, lid 1; In- en uitvoerbeschikking Produktschappen 1963; Beschikking landbouwheffingen- en restitutieregime 1968 II, art. 16; In- en uitvoerbesluit landbouwgoederen 1980, artt. 5, lid 1a en 6, lid 1a; In- en uitvoerbeschikking landbouwgoederen 1981, artt. 71-74
Product: O.a. heffingsbeschikkingen
Opmerking: Wanneer de documenten ontoereikend zijn, wordt de invoerheffing berekend op basis van een grondige opneming van de goederen of op basis van een schatting. De rijksbelastingdienst (douane) legt de heffing onder andere op in gevallen waarin de importeur zelf de voorkeur geeft aan onmiddellijke betaling of waarin de gestelde borg onvoldoende is. De heffing kan sinds 1981 ook worden gelegd op overblijfselen of afvallen die resteren na ambtelijke vernietiging van ingevoerde goederen en die niet zelf worden uitgevoerd (art. 71). Sinds 1996 vindt invordering en oplegging van landbouwheffingen plaats op grond van de Algemene wet rijksbelastingen en zijn de desbetreffende bepalingen verwijderd uit de In- en uitvoerbeschikking landbouwgoederen 1981 (Stcrt. 1996, 102).
Waardering: V 7 jaar
592
Handeling: Het opleggen van navorderingen op de invoer van landbouwgoederen
Periode: 1981–1996
Grondslag: In- en uitvoerbeschikking landbouwgoederen 1981, artt. 75-77
Opmerking: Geen navordering vindt plaats in de gevallen zoals bepaald in Verordening (EEG) nr. 1697/79 (PbEG L 197). Wanneer machtiging van de Europese Commissie nodig is, worden de benodigde stukken naar de minister van Landbouw gezonden. Bij het afzien van navordering in andere gevallen wordt de minister op beknotte wijze geïnformeerd. Deze mogelijkheid verviel in 1996 bij wijziging van de In- en uitvoerbeschikking landbouwgoederen 1981 (Stcrt. 1996, 102).
Waardering: 7 jaar
593
Handeling: Het stellen van (nadere) regels met betrekking tot het verlenen van restitutie op de uitvoer van landbouwgoederen
Periode: 1968–
Grondslag: In- en uitvoerbesluit landbouwgoederen 1963, lid 13; In- en uitvoerbesluit landbouwgoederen 1980, art. 8, lid 1b
Waardering: B, 5
594
Handeling: Het verlenen van restitutie op de uitvoer van landbouwgoederen
Periode: 1968–1999
Grondslag: In- en uitvoerbesluit landbouwgoederen 1963, art. 8, lid 1; Beschikking landbouwheffingen- en restitutieregime 1968 II, artt. 31 en 32, lid 3; In- en uitvoerbesluit landbouwgoederen 1980, art. 8, lid 1a
Waardering: V 10 jaar
596
Handeling: Het verlenen van erkenningen als depothouder voor proviandleveranties en erkenningen als exploitant van een bevoorradingsschip of -helikopter
Periode: 1981–
Grondslag: In- en uitvoerbeschikking landbouwgoederen 1981, art. 98; In- en uitvoerbeschikking landbouwgoederen 1981 (zoals gewijzigd in Stcrt. 1992, 52), art. 101c, lid 1a-b
Opmerking: Het HPA is hiermee belast namens de minister van Landbouw. Erkenningen als exploitant zijn mogelijk sinds 1992 en kunnen gebonden worden aan aanvullende voorwaarden.
Waardering: V 10 jaar
598
Handeling: Het stellen van (nadere) regels met betrekking tot het verlenen van subsidie op de invoer van landbouwgoederen
Periode: 1980–
Grondslag: In- en uitvoerbesluit landbouwgoederen 1980, art. 10, lid 1b
Waardering: B, 5
599
Handeling: Het verlenen van subsidie op de invoer van landbouwgoederen
Periode: 1980–1999
Grondslag: In- en uitvoerbesluit landbouwgoederen 1980, art. 10, lid 1a
Waardering: V 10 jaar
600
Handeling: Het vaststellen van algemene vrijstellingsregelingen voor de in- en uitvoer van landbouwproducten
Periode: 1968–
Grondslag: In- en uitvoerbesluit landbouwgoederen 1963, art. 12; In- en uitvoerbesluit landbouwgoederen 1980, art. 13
Opmerking: De regeling of verordening moest in ieder geval de voor be- of verwerking in het binnen- of buitenland bestemde goederen of groepen van goederen aangeven waarop zij betrekking had, alsmede de na te leven voorschriften.
Waardering: B, 5
603
Handeling: Het verlenen van een vergunning voor de in- of uitvoer van landbouwgoederen voor veredeling
Periode: 1968–
Grondslag: Veredelingsverkeersbeschikking landbouwgoederen 1968, art. 5, lid 1; Beschikking actief veredelingsverkeer landbouwgoederen 1986, art. 5, lid 1; Regeling passief veredelingsverkeer landbouwgoederen, art. 3, lid 1; Douaneregeling, artt. 56; 68
Opmerking: De vergunning kan aan beperkingen worden gebonden.In bijzondere omstandigheden kan de betrokkene van bepaalde verplichtingen worden ontslagen.Voor een vergunning kan een borgsom gevraagd worden.
Waardering: V 10 jaar
604
Handeling: Het verlenen van restitutie, vrijstelling of ontheffingen ten aanzien van het veredelingsverkeer van landbouwgoederen
Handeling: Het in bijzondere omstandigheden en gevallen opschorten van de vrijstellingsverlening van in- of uitvoerheffingen op veredelingsverkeer van landbouwgoederen
Periode: 1968–1991
Grondslag: Veredelingsverkeersbeschikking landbouwgoederen 1968, art. 2, lid 2
Opmerking: Vooraf moesten de meest betrokken productschappen worden gehoord.
Waardering: V 10 jaar
607
Handeling: Het bepalen van het toegestane tijdsverloop tussen invoer en uitvoer (en vice versa) in het kader van het veredelingsverkeer van landbouwgoederen
Periode: 1968–
Grondslag: Veredelingsverkeersbeschikking Landbouwgoederen 1968, art. 6, lid 3; Beschikking actief veredelingsverkeer landbouwgoederen 1986, art. 8, lid 4; Regeling passief veredelingsverkeer landbouwgoederen, art. 3, lid 3
Waardering: V 10 jaar
608
Handeling: Het bepalen van de gevallen waarin compensatie van een in- of uitvoer van landbouwgrondstoffen, door een uit- of invoer van verwerkte landbouwgoederen die daarmee niet overeenkomen, niet is toegestaan
Periode: 1968–1991
Grondslag: Veredelingsverkeersbeschikking Landbouwgoederen 1968, art. 7, lid 1
Waardering: V 10 jaar
609
Handeling: Het geven van bijzondere toestemming voor veredelingsverkeer waarbij de in- of uitvoer van grondstoffen wordt voorafgegaan door de uit- of invoer van verwerkte landbouwgoederen
Periode: 1968–1991
Grondslag: Veredelingsverkeersbeschikking Landbouwgoederen 1968, art. 7, lid 2
Waardering: V 10 jaar
610
Handeling: Het stellen van nadere regels voor de toepassing van de voorschriften inzake veredelingsverkeer van landbouwgoederen, wanneer verschillende productschappen bevoegd zijn voor en na veredeling
Periode: 1968–1991
Grondslag: Veredelingsverkeersbeschikking Landbouwgoederen 1968, art. 13, lid 2
Waardering: B, 5
611
Handeling: Het in bijzondere omstandigheden aan een productschap toestaan om af te wijken van bepalingen van de Veredelingsverkeersbeschikking Landbouwgoederen 1968
Periode: 1968–1991
Grondslag: Veredelingsverkeersbeschikking Landbouwgoederen 1968, art. 14, lid 2
Waardering: V 10 jaar
612
Handeling: Het geven van toestemming voor de overdracht van de vrijstelling van heffingen op ter actieve veredeling in- of uitgevoerde landbouwgoederen
Periode: 1968–1986
Grondslag: Veredelingsverkeersbeschikking landbouwgoederen 1968, art. 12, lid 1
Waardering: V 10 jaar
613
Handeling: Het in algemene zin bepalen van de rendementen die ter actieve veredeling ingevoerde goederen na be- of verwerking geacht worden te hebben opgeleverd
Periode: 1968–1986
Grondslag: Veredelingsverkeersbeschikking Landbouwgoederen 1968, art. 8, lid 1
Opmerking: De bepalingen kunnen zowel voor een bedrijf gelden als voor de hele bedrijfstak. Met deze rendementen kan de hoeveelheid goederen worden bepaald die moet worden uitgevoerd ter compensatie van ter veredeling ingevoerde goederen.
Waardering: V 10 jaar
614
Handeling: Het vaststellen van maatstaven voor de berekening van heffingen op de uitvoer van landbouwgoederen waaruit na actieve veredeling verschillende soorten goederen zijn verkregen
Periode: 1968–1986
Grondslag: Veredelingsverkeersbeschikking Landbouwgoederen 1968, art. 10, lid 1
Waardering: B, 5
616
Handeling: Het vaststellen van de rendementen na passieve veredeling van landbouwgoederen
Periode: 1966–1991
Grondslag: Veredelingsverkeersbeschikking Landbouwgoederen 1968, art. 8, lid 3
Opmerking: Met deze rendementen kan de hoeveelheid goederen worden bepaald die moet worden ingevoerd ter compensatie van ter veredeling uitgevoerde goederen.
Waardering: V 10 jaar
617
Handeling: Het vaststellen van maatstaven voor de berekening van heffingen op de uitvoer van landbouwgoederen waaruit na passieve veredeling verschillende soorten goederen zijn verkregen
Periode: 1968–1991
Grondslag: Veredelingsverkeersbeschikking Landbouwgoederen 1968, art. 10, lid 2
Criterium B, 5
618
Handeling: Het vaststellen van regels betreffende de gegevens die moeten worden verstrekt bij het aanvragen van een vergunning, een restitutie of een ontheffing inzake de in- en uitvoer van landbouwgoederen
Periode: 1968–
Grondslag: In- en uitvoerbesluit landbouwgoederen 1963, art. ;7, lid 1b, art. 9, lid 1b, art. 13, lid 1; In- en uitvoerbesluit landbouwgoederen 1980, art. 2, lid 3, art. 3, lid 2; e.a.
Waardering: B, 5
619
Handeling: Het verlenen van ontheffing van opgave van de vereiste gegevens bij de aanvraag van vergunningen/certificaten inzake de in- en uitvoer van landbouwgoederen
Periode: 1981–
Grondslag: In- en uitvoerbeschikking landbouwgoederen 1981, art. 46, lid 3
Opmerking: Deze ontheffingen worden alleen toegepast wanneer dit vanwege communautaire regelgeving noodzakelijk is.
Waardering: V 10 jaar
620
Handeling: Het vaststellen van modellen van en aanvraagformulieren voor invoer- en uitvoervergunningen voor landbouwgoederen
Periode: 1968–
Grondslag: In- en uitvoerbesluit landbouwgoederen 1963, art. 14, lid 1; In- en uitvoerbesluit landbouwgoederen 1980, art. 19, lid 1
Product: Modellenbeschikkingen
Opmerking: De productschappen kunnen de modellen aanvullen.
Waardering: V 10 jaar
621
Handeling; Het geven van voorschriften inzake de administratie van proviandleveranties
Periode: 1981–
Grondslag: In- en uitvoerbeschikking landbouwgoederen 1981, art. 99; In- en uitvoerbeschikking landbouwgoederen 1981 (zoals gewijzigd in Stcrt. 1992, 52), artt. 101b.2 en 101c.1c
Opmerking: Het HPA is hiermee belast namens de minister van Landbouw.Het betreft zowel de inrichting van de maandstaten als de aanvullende gegevens die vermeld moeten worden in registers voor de proviandering.
Waardering: V 5 jaar
622
Handeling: Het verlenen van een ontheffing op het in- en uitvoerverbod van landbouwgoederen dat geldt voor een bepaald land
Periode: 1968–
Grondslag: O.a. In- en uitvoerbesluit Irak 1991, art. 5
Opmerking: In mandaat uitgevoerd door productschappen.
Waardering: V 10 jaar
623
Handeling: Het informeren van de EC over de instanties die belast zijn met de uitvoering van de communautaire in- en uitvoerregelingen
Opmerking: De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) heeft de instanties aangewezen op basis van de Overdrachtsbeschikking In- en uitvoerwet 1968 (Stcrt. 1968, 189).De informatie betreft ook de officiële stempels van deze instanties.
Waardering: B, 2 en 3
625
Handeling: Het informeren van de EC over geconstateerde onregelmatigheden bij de handel in landbouwgoederen met derde landen
Opmerking: Tot 1980 werd de informatie ieder kwartaal naar Brussel gezonden, gespecificeerd per sector; sindsdien worden onregelmatigheden zo snel mogelijk gemeld.
Waardering: B, 3
627
Handeling: Het geven van opdrachten en aanwijzingen aan het VIB betreffende de in- of verkoop van interventieproducten of daaraan verwante werkzaamheden
Opmerking: Wanneer het gaat om interventie buiten de kaders van het Europese landbouwbeleid is het productschap gehouden aan de aanwijzingen van de minister en aan diens voorafgaande toestemming. De opdrachten hebben sinds 1968 vooral betrekking op de uitvoering van communautaire interventieregelingen en werden tussen 1966 en 1978 namens de minister gegeven door het betrokken productschap (cf. Tabaksbeschikking 1971-I). Sindsdien heeft het VIB daartoe zelf de bevoegdheid en is de reikwijdte van dit artikel verminderd.
Waardering: V 10 jaar
629
Handeling: Het goedkeuren van opdrachten en aanwijzingen van algemene aard die productschappen aan het VIB willen geven
Periode: 1966–1998
Grondslag: Mandaatsbeschikking VIB, art. 3, lid 2
Opmerking: Deze goedkeuring betreft sinds 1978 alleen de opdrachten en algemene aanwijzingen die niet met het Europese interventiebeleid samenhangen.
Waardering: V 10 jaar
630
Handeling: Het behandelen van bezwaren van het VIB tegen door productschappen gegeven opdrachten
Periode: 1966–1998
Grondslag: Mandaatsbeschikking VIB, art. 5, lid 1
Opmerking: Hangende de behandeling van het bezwaar kan de minister zo nodig een voorlopige voorziening treffen.
Waardering: V 10 jaar
631
Handeling: Het opstellen van instructies voor het overleg dat het VIB in het kader van zijn interventiewerkzaamheden voert met het ministerie van Landbouw en met de productschappen
Periode: 1978–1998
Grondslag: Wijziging Mandaatsbeschikking VIB (1978), art. 2, lid 4
Waardering: B, 5
632
Handeling: Het vaststellen van regelgeving betreffende het opdragen van interventiewerkzaamheden aan andere instanties dan het VIB
Periode: 1978–
Grondslag: Wijziging Mandaatsbeschikking VIB (1978), art. 2, lid 1
Opmerking: De bureaus dienen hierin onder andere te vermelden: oorsprong van de grondstoffen, hoeveelheden, aanbiedingsvorm, data.
Waardering: B, 5
634
Handeling: Het verlenen en intrekken van erkenningen van instanties of personen die voor het uitvoeren van interventiewerkzaamheden zijn gebonden aan een formele erkenning
Periode: 1972–
Grondslag: Europese verordeningen, bijv. Verordening (EEG) nr. 985/68; Suikerbeschikking 1968-II, art. 18, lid 2; Beschikking VIB-erkenningen 1978, art. 2, vervangen door de Regeling erkenningen interventie, art. 2; Beschikking denaturatie- en verwerkingssteun magere melkpoeder 1980, art. 4, lid 1 en 2
Opmerking: De erkenning kan aan voorwaarden worden gebonden. Het HPA had tot 1972 (cf. wijziging Suikerbeschikking 1968-II, Stcrt. 1972, 60) de bevoegdheid tot het namens de minister erkennen van de suikeropslagplaatsen waar bij uitsluiting de overneming tot interventie plaatsvond, alsook van monsternemers en onderzoekslaboratoria. De minister erkent krachtens de wijziging van de Suikerbeschikking 1968-II sinds 1972 de personen die als gespecialiseerde suikerhandelaren die zijn gerechtigd tot het doen van een aanbieding tot interventie.
Waardering: B, 4
635
Handeling: Het geven van nadere aanwijzingen aan het VIB inzake het verlenen of intrekken van erkenningen aan personen of instellingen die als enige bevoegd zijn om bepaalde handelingen te verrichten in verband met interventie
Opmerking: Het gaat hierbij om de operationele gegevens over bijv. de omvang van de wekelijkse en maandelijkse interventieaankopen of die van de voorraden.
Waardering: V 5 jaar
646
Handeling: Het in crisissituaties bepalen van de aankoopprijs van uit de markt te nemen groenten en fruit
Opmerking: Van een crisissituatie is al sprake indien de producentenprijzen die op representatieve markten zijn genoteerd, drie dagen achter elkaar beneden de aankoopprijs liggen. De EC moest van de vastgestelde prijzen op de hoogte worden gesteld.
Waardering: V 10 jaar
649
Handeling: Het verrichten van classificatiewerkzaamheden in het kader van in interventie te nemen producten
Periode: 1998–
Grondslag: Beschikking classificatiewerkzaamheden bij interventie, art. 1
Opmerking: Het Centraal Bureau Slachtveediensten verricht deze handeling voor wat betreft geslachte varkens en runderen.
Waardering: V 5 jaar
650
Handeling: Het toewijzen van classificatiewerkzaamheden ten aanzien van geslachte dieren aan een andere instantie dan het VIB
Periode: 1988–
Grondslag: Beschikking classificatiewerkzaamheden bij interventie, art. 1
Product: Overeenkomst Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV)-Productschap voor Vee en Vlees (PVV)
Opmerking: Wat betreft de classificatie van geslachte varkens en runderen werd hiertoe de Besloten Vennootschap Centraal Bureau Slachtveediensten aangewezen.
Waardering: B, 5
651
Handeling: Het instellen van een Commissie kwaliteitsbewaking classificatie
Periode: 1988–
Grondslag: Regeling instelling Commissie kwaliteitsbewaking classificatie, art. 1, lid 1
Crieterium: B, 4
652
Handeling: Het benoemen van de leden van de Commissie kwaliteitsbewaking classificatie
Periode: 1988–
Grondslag: Regeling instelling Commissie kwaliteitsbewaking classificatie, art. 4, lid 2
Opmerking: Het productschap benoemt één lid en een adviserend lid, de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) benoemt de overige maximaal twee leden, waaronder de voorzitter.
Waardering: V 5 jaar
653
Handeling: Het goedkeuren van het reglement van de Commissie kwaliteitsbewaking classificatie
Opmerking: Het kan hierbij gaan om de wijze van aanbieden van de producten of over de minimumhoeveelheden die moeten worden aangeboden. Het kan verder zowel kwaliteits- of verpakkingseisen betreffen als administratieve bepalingen. Ook het later wijzigen van de voorwaarden valt onder deze handeling.
Waardering: B, 1
659
Handeling: Het organiseren van openbare inschrijvingen voor de aankoop van interventieproducten
Opmerking: De inschrijvingen moeten worden gepubliceerd in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen. In dit kader kunnen zekerheden worden gesteld, om te waarborgen dat de aanbieders aan hun verplichtingen zullen voldoen.
Waardering: V 5 jaar
660
Handeling: Het aankopen van voor interventie in aanmerking komende (partijen) landbouwproducten
Periode: 1998–
Grondslag: Europese verordeningen, bijv. Verordening (EEG) nr. 1569/77, art. 3, lid 2-4 (granen); Verordening (EEG) nr. 2456/93, art. 18, lid 1 (rundvlees); Suikerbeschikking 1968-II, art. 18, lid 1; Tabaksbeschikking 1971-I, art. 2; Regeling suiker, isoglucose en inulinestroop, art. 30, lid 1
Opmerking: Voorafgaand aan de daadwerkelijke aankoop wordt eerst mededeling gedaan van de gunning, bijv. middels toezending van een leveringsbon. De producten moeten aan bepaalde voorwaarden voldoen. In het kader van de overname kunnen vooraf kwaliteitscontroles worden uitgevoerd (zie volgende handeling).
Waardering: V 5 jaar
661
Handeling: Het rapporteren in het kader van controles die zijn uitgevoerd in het kader van de overname van ter interventie aangeboden producten
Handeling: Het nemen van maatregelen om ervoor te zorgen dat ook niet bij telersverenigingen aangesloten telers gebruik kunnen maken van communautaire interventieregelingen voor groenten en fruit
Handeling: Het vaststellen van nationale richtsnoeren betreffende het opstellen van bestekken inzake methoden voor het op milieuvriendelijke wijze uit de markt nemen van groenten- en fruitproducten
Opmerking: Bijvoorbeeld in de vleessector: het uitbenen van vlees. Voor tabak: bewerken en verpakken.
Waardering: V 5 jaar
669
Handeling: Het aanwijzen van instanties voor de uitvoering van fysieke controles op de aan opslag of verkoop voorafgaande bewerking van interventieproducten
Handeling: Het rapporteren in het kader van de uitvoering van fysieke controles op de aan opslag of verkoop voorafgaande bewerking van interventieproducten
Opmerking: Indien de fysieke controle is uitbesteed, verricht het interventiebureau toch steeksproefgewijs nog fysieke controles op de werkzaamheden van de aangewezen controle-instanties.
Waardering: V 5 jaar
671
Handeling: Het bijhouden van lijsten van opslaglocaties en daarin opgeslagen hoeveelheden interventieproducten
Opmerking: De voorschriften kunnen bijv. technische normen voor koelhuizen inhouden.
Waardering: B, 5
674
Handeling: Het verhuren van opslagruimte aan buitenlandse interventiebureaus
Periode: 1998–
Waardering: V 7 jaar
675
Handeling: Het aangaan van overeenkomsten met instanties voor de particuliere opslag van interventieproducten
Periode: 1998–
Grondslag: Europese verordeningen, bijv. Verordening (EEG) nr. 985/68, art. 8, lid 2; Beschikking particuliere opslag zuivelprodukten en vlees 1980, art. 4
Opmerking: De sluiting van het contract kan afhankelijk worden gesteld van het stellen van een waarborgsom als garantie voor de verplichting van het opslagbedrijf om de opslag ook daadwerkelijk te realiseren.Nadere voorwaarden voor het aangaan van een contract worden door de minister in ‘Mededelingen’ bekendgemaakt.
Waardering: V 5 jaar
676
Handeling: Het opstellen van een bestek voor de particuliere opslag van interventieproducten
Opmerking: In het contract moet naar dit bestek worden verwezen.
Waardering: V 5 jaar
677
Handeling: Het vaststellen van maatregelen ten aanzien van particuliere opslag ingeval de contractant wegens overmacht de contractvoorwaarden niet kan nakomen
Opmerking: Vanaf 1980 moesten aanvragers ook al ingeschreven zijn in een openbaar register, maar de lidstaat bepaalde toen nog niet welke dat moest zijn.
Waardering: V 5 jaar
680
Handeling: Het toekennen en uitkeren van financiële steun aan instanties voor de particuliere opslag van interventieproducten
Periode: 1968–
Grondslag: Europese verordeningen, bijv. Verordening (EEG) nr. 2763/75, art. 1, lid 3 (varkensvlees); Verordening (EG) nr. 454/95, art. 12 (bewaarkaas); Vlas- en lijnzaadbeschikking 1976, artt. 7 en 8; Beschikking particuliere opslag zuivelprodukten en vlees 1980, art. 4
Opmerking: In dit kader kan een waarborgsom of garantie worden gevraagd. Het Productschap voor Zuivel (PZ) verleent aan degenen die een overeenkomst hebben gesloten met het VIB, een vergoeding voor magere melkpoeder.
Waardering: V 5 jaar
681
Handeling: Het beoordelen van offertes voor de met steun uit te voeren particuliere opslag van interventieproducten
Opmerking: Het kan gaan om de omvang van de verleende steun, de nationale maatregelen op dit gebied, enz.
Waardering: V 5 jaar
683
Handeling: Het rapporteren in het kader van de controle op de nakoming van voorgeschreven voorwaarden en verplichtingen voor de particuliere opslag van interventieproducten
Periode: 1968–
Grondslag: Mededelingen Boter, bijv. nr. 1/2002
Opmerking: Het gaat bijv. om inslagcontrole, controle tijdens de opslagperiode en controle voor afloop van de contractuele opslag.
Waardering: V 5 jaar
684
Handeling: Het houden van openbare inschrijvingen voor de verkoop van interventieproducten
Opmerking: Hiertoe worden berichten van verkoop van interventieproducten bij openbare inschrijving opgesteld en worden lijsten met nadere gegevens bijgehouden. Er kunnen in het kader van de offertes zekerheden worden gesteld ter waarborging van de nakoming van verplichtingen.
Waardering: V 5 jaar
685
Handeling: Het vaststellen van aanvullende voorschriften voor de verkoop van interventievoorraden
Handeling: Het organiseren van openbare inschrijvingen voor de denaturering van bepaalde (interventie)producten bestemd voor verdere verwerking
Periode: 1968–1999
Grondslag: Europese verordeningen, bijv. Verordening (EEG) nr. 2049/69, art. 4; Verordening (EEG) nr. 1844/77, art. 1, lid 3 (mager melkpoeder); Suikerbeschikking 1975, art. 12; Beschikking Suiker en Isoglucose 1981 (later: Regeling suiker, isoglucose en inulinestroop), art. 17, lid 1
Waardering: V 10 jaar
690
Handeling: Het toekennen en uitbetalen van denatureringspremies voor interventieproducten
Periode: 1968–1999
Grondslag: Suikerbeschikking 1968-II, art. 10, lid 2; Suikerbeschikking 1975, art. 12; Beschikking denaturatie- en verwerkingssteun magere melkpoeder 1980, art. 2, lid 2, en art. 16c, lid 1; Beschikking Suiker en Isoglucose 1981 (later: Regeling suiker, isoglucose en inulinestroop), art. 18, lid 2
Opmerking: Voor de denaturatie van melkpoeder verleent het Productschap voor Zuivel steun. Het Hoofdproductschap voor Akkerbouwproducten gaat over de denatureringspremie voor suiker, tot 1999 in mandaat, daarna krachtens gedelegeeerde bevoegdheid. De productschappen kunnen zelf nadere voorschriften (verordeningen) geven m.b.t. het verlenen van steun. De steunverlenende productschappen informeren het VIB / LASER en de AID omtrent de verleende steunbedragen.
Waardering: V 10 jaar
691
Handeling: Het rapporteren in het kader van het uitoefenen van toezicht op de denaturatie
Periode: 1998–
Grondslag: Beschikking denaturatie- en verwerkingssteun magere melkpoeder 1980, art. 8, lid 1
Opmerking: Het VIB hield toezicht op de denaturatie van magere melkpoeder. Deze rapportage werd door het Productschap voor Zuivel gebruikt voor de toekenning van de denatureringssteun.
Waardering: V 5 jaar
693
Handeling: Het sluiten van overeenkomsten met partijen die interventieproducten voor verdere verwerking aankopen
Opmerking: Het betreft met name ook zuivelproducten (bijv. magere-melkpoeder), die moeten worden verwerkt in of tot andere producten. De producten kunnen in dit kader tegen verlaagde prijs worden verkocht. Ook voor groenten en fruit was het VIB aangewezen als bevoegde instantie (zie bijv. bijlage bij Verordening (EEG) nr. 1559/70).
Waardering: V 5 jaar
694
Handeling: Het organiseren van openbare inschrijvingen voor de be- of verwerking van interventieproducten in of tot andere producten
Opmerking: In bepaalde gevallen mocht de door de lidstaat aangewezen instantie de verwerking (bijv. distillatie) onderhands uitbesteden (cf. Verordening (EEG) nr. 1885/70) i.p.v. via openbare inschrijving, dit o.a. in verband met bederfelijkheid van de waar in relatie tot lange procedures.Ter waarborging van nakoming van verplichtingen kan een zekerheid worden gesteld.
Waardering: V 12 jaar
696
Handeling: Het toekennen en uitbetalen van verwerkingssteun (productierestitutie) voor interventieproducten
Periode: 1968–
Grondslag: Europese verordeningen, bijv. Verordening (EEG) nr. 986/68 (ondermelk, magere melkpoeder), art. 3; Verordening (EEG) nr. 429/90, art. 8, lid 3 (boterconcentraat); Verordening (EG) nr. 2571/97, art. 22, lid 4 (room, boter, boterconcentraat); Suikerbeschikking 1968-II, art. 14; Beschikking denaturatie- en verwerkingssteun magere melkpoeder 1980, art. 2, lid 2, en art. 16c, lid 1; Beschikking Suiker en Isoglucose 1981 (later: Regeling suiker, isoglucose en inulinestroop), art. 22
Opmerking: Het Hoofdproductschap voor Akkerbouwproducten gaat over de verwerking van mager melkpoeder of ondermelk en de verwerking van suiker (voor suiker tot 1999 in mandaat, daarna krachtens gedelegeerde bevoegdheid).De productschappen kunnen zelf nadere voorschriften (verordeningen) geven m.b.t. het verlenen van steun.- De steunverlenende productschappen informeren het VIB / LASER en de AID omtrent de verleende steunbedragen.
Waardering: V 5 jaar
697
Handeling: Het erkennen van bedrijven die bepaalde interventieproducten denatureren dan wel in of tot andere producten verwerken
Periode: 1968–1999
Grondslag: Europese verordeningen, bijv. Verordening (EEG) nr. 1725/79, art. 8 (ondermelk, magere melkpoeder); Suikerbeschikking 1968-II, art. 10, lid 3; Beschikking denaturatie- en verwerkingssteun magere melkpoeder 1980, art. 4, lid 2
Opmerking: Het betreft hier met name de erkenningen, namens de minister, door het Hoofdproduktschap voor Akkerbouwprodukten in het kader van de verwerking van magere melkpoeder of ondermelk tot mengvoeder en de denaturatie van suiker. De erkenningen komen tot stand na overleg met de AID. Overige erkenningen (bijv. op grond van Verordening (EEG) nr. 1844/77) worden door het VIB krachtens de VIB-erkenningsregeling verricht.
Waardering: V 5 jaar
698
Handeling: Het toekennen van steun voor de particuliere opslag in het kader van de afzet tegen verlaagde prijs van interventieproducten bedoeld voor verdere verwerking
Opmerking: Het kan gaan om bijv. de voorgenomen aanbestedingen en de hoeveelheden toegewezen producten en de prijzen waarvoor de toewijzingen zijn gedaan.
Waardering: V 5 jaar
700
Handeling: Het vaststellen van nadere voorschriften inzake de verkoop tegen verlaagde prijs van landbouwproducten uit interventie of uit de markt
Periode: 1998–
Grondslag: Verordening (EEG) nr. 1717/72, art. 4, lid 3 (boter); Verordening (EEG) nr. 2991/82, art. 5, lid 2 en 3, en art. 10 (boter); Beschikking steun boter met bijzonder gebruik of bijzondere bestemming 1981, art. 17, lid 2, en art. 18
Opmerking: Deze voorschriften betroffen o.a. welke instellingen de producten tegen verlaagde prijs kunnen kopen, de hoeveelheden interventieboter die instellingen konden kopen, maximumprijzen, verpakkingsvoorschriften, de bij aanvraag vereiste gegevens en de controlevoorschriften. Het kan ook gaan om de wijze van melding aan het interventiebureau van voorgenomen of gerealiseerde verkopen of bewerkingen, enz. Deze handeling heeft betrekking op alle modaliteiten van de steun voor verkoop tegen verlaagde prijs: aan instellingen zonder winstoogmerk of aan het leger dan wel aan leveranciers ten behoeve van directe consumptie of verdere verwerking (boterconcentraat).
Waardering: B, 5
701
Handeling: Het tegen verlaagde prijs uit openbare voorraden verkopen van interventieproducten voor bijzondere bestemmingen
Opmerking: Het gaat hierbij om verkoop aan (sociale) instellingen zonder winstoogmerk, het leger, leveranciers en verwerkers (ten behoeve van directe consumptie), enz. In de Nederlandse regeling ging het om de verkoop van boter.
Waardering: V 5 jaar
702
Handeling: Het toekennen van steun voor de particuliere opslag in het kader van de afzet tegen verlaagde prijs van interventieproducten bedoeld voor rechtstreekse consumptie
Opmerking: Het gaat hierbij om bijv. steun voor van de particuliere opslag betrokken kerstboter en later ook om steun in het kader van bevordering van de afzet voor rechtstreekse consumptie.
Waardering: V 5 jaar
703
Handeling: Het toekennen van steun aan (erkende) leveranciers voor de afzet tegen verlaagde prijs van interventieproducten bedoeld voor rechtstreekse consumptie
Opmerking: Het gaat in de meeste gevallen om boter bestemd voor het leger of sociale instellingen of voor rechtstreekse consumptie (bijv. kerstboter, bak- en braadboter). Het Productschap voor Zuivel regelde de uitbetaling van steun voor kerstboter.
Waardering: V 5 jaar
704
Handeling: Het informeren van de EC over de uitvoering van de verordeningen betreffende de verkoop tegen verlaagde prijs van interventieproducten en marktproducten
Opmerking: De lidstaten zorgen voor de totstandkoming van de contacten tussen de telersverenigingen en de liefdadigheidsinstellingen of -organisaties die de op hun grondgebied uit de markt genomen producten kunnen gebruiken voor de gratis uitreiking. Voor de sector groenten en fruit zijn de telersverenigingen verantwoordelijk, onder toezicht van de lidstaat. Eventueel kunnen in dit verband contractuele afspraken worden gemaakt.
Waardering: V 10 jaar
706
Handeling: Het erkennen van liefdadigheidsorganisaties die interventieproducten willen uitdelen
Opmerking: Sinds maart 2000 dienen de namen van de erkende organisaties aan de EC te worden doorgegeven.
Waardering: V 10 jaar
707
Handeling: Het informeren van de EC over de uitvoering van de verordeningen betreffende de gratis uitreiking van interventieproducten via liefdadigheidsinstanties
Periode: 1968–
Grondslag: Europese verordeningen, bijv.
Opmerking: Het kan gaan om bijv. geleverde hoeveelheden.
Waardering: V 10 jaar
713
Handeling: Het informeren van de EC over de uitvoering van de toeslagregeling inzake de levering van zuivelproducten aan scholen
Opmerking: Het betreft o.m. de algemene bepalingen inzake de schoolmelkprogramma’s, de genomen controlemaatregelen, de instellingen die aangewezen zijn om bijdragen te ontvangen voor de verstrekking van schoolmelk, de hoeveelheden waarvoor steun is uitbetaald en (tot 1983) de verstrekte hoeveelheden schoolmelk.
Waardering: V 10 jaar
714
Handeling: Het organiseren van inschrijvingsprocedures voor de verwerking van interventieproducten bestemd voor gratis uitreiking
Opmerking: In bepaalde gevallen mocht de door de lidstaat aangewezen instantie de verwerking (tot bijv. tomatensap of -pasta) onderhands uitbesteden (cf. Verordening nr. 159/66/EEG in combinatie met Verordening (EEG) nr. 846/72) i.p.v. via openbare inschrijving, dit o.a. in verband met bederfelijkheid van de waar in relatie tot lange procedures.
Waardering: V 10 jaar
715
Handeling: Het sluiten van contracten voor de verwerking van interventieproducten bestemd voor gratis uitreiking
Handeling: Het informeren van de EC over de uitvoering van de verordeningen betreffende de be- of verwerking van interventieproducten bedoeld voor gratis uitreiking
Opmerking: Het kan gaan om bijv. de gedane aanbestedingen en toegewezen hoeveelheden producten en prijzen.
Waardering: V 10 jaar
717
Handeling: Het aanwijzen van organisaties waaraan voedsel uit interventievoorraden kan worden geleverd ter verstrekking aan behoeftigen in de Gemeenschap
Handeling: Het op nationaal niveau uitwerken van plannen voor de levering van voedsel uit interventievoorraden aan behoeftigen in de Gemeenschap in het kader van een door de EC opgesteld jaarprogramma
Opmerking: De gegevens worden alleen verstrekt door de lidstaten die het jaarprogramma wensen uit te voeren.Het betreft de benodigde hoeveelheden om het EC-plan op het eigen grondgebied te kunnen uitvoeren en de voorgestelde nationale uitvoering (bijv. betrokken organisaties) en financiering daarvan. Hiervan wordt mededeling gedaan aan de EC.
Waardering: V 5 jaar
719
Handeling: Het overleggen met de EC over de nationale toepassing van het EC-jaarprogramma voor hulp aan behoeftigen
Opmerking: Het overleg kan verzoeken tot substantiële wijzigingen behelzen, alsook waarschuwingen dat het aangegeven hulpniveau niet zal worden bereikt.
Waardering: V 5 jaar
720
Handeling: Het leveren van voedsel uit interventievoorraden aan organisaties ter verstrekking aan behoeftigen
Handeling: Het informeren van de EC over de nationale uitvoering van het EC-jaarprogramma betreffende de levering van voedsel uit interventievoorraden aan behoeftigen in de Gemeenschap
Handeling: Het vaststellen van regelgeving betreffende de controle op het juiste gebruik of de juiste bestemming van uit interventievoorraden of uit de markt verkochte landbouwproducten
Periode: 1968–
Product: Europese verordeningen, bijv. Verordening (EEG) nr. 262/79, art. 21; Verordening (EG) 2571/97, art. 23 e.v.; Beschikking controlevoorschriften interventieprodukten 1976, Beschikking controlevoorschriften inzake het gebruik of de bestemming van bepaalde landbouwprodukten 1979 (Stcrt. 1978, 253)
Waardering: B, 5
723
Handeling: Het vaststellen van aanvullende controlemaatregelen ter verzekering van het juiste gebruik of de juiste bestemming van uit interventievoorraden verkochte landbouwproducten
Periode: 1968–
Opmerking: Het gaat om aanvulling ten opzichte van bestaande bepalingen in de vele verschillende verordeningen.
Waardering: B, 5
724
Handeling: Het rapporteren in het kader van de controle op het juiste gebruik of de juiste bestemming van uit interventie of uit de markt verkochte landbouwproducten
Opmerking: Vanaf 1976 is de controle aanzienlijk uitgebreid.
Waardering: V 5 jaar
725
Handeling: Het rapporteren aan de EC betreffende de controle op de gesubsidieerde verwerking of de bijzondere bestemming van uit interventie of uit de markt afkomstige landbouwproducten
Handeling: Het uitwisselen van informatie met buitenlandse interventiebureaus inzake de steunverlening voor het gebruik of de bestemming van bepaalde landbouwprodukten
Periode: 1998–
Grondslag: Diverse Europese verordeningen
Opmerking: Het gaat landbouwproducten die in de ene lidstaat geproduceerd zijn en in een andere de verwerking ondergaan waarvoor steun is toegekend.
Waardering: V 5 jaar
727
Handeling: Het als gelijkwaardig erkennen van andere dan de voorgeschreven controledocumenten
Handeling: Het beslissen dat in geval van overmacht ten aanzien van de controle op gebruik en bestemming wordt afgeweken van de standaardvoorschriften
Periode: 1998–
Grondslag: Europese verordeningen, bijv. Verordening (EEG) nr. 1687/76, art. 11, lid 3; Verordening (EEG) nr. 569/88, art.27, lid 1; Beschikking controlevoorschriften interventieproducten 1976, art. 6, lid 1; Beschikking controlevoorschriften inzake het gebruik of de bestemming van bepaalde landbouwprodukten 1979, art. 11
Opmerking: Het kan zijn dat wordt besloten om de gegeven termijn voor het bijzonder gebruik en/of de bijzondere bestemming van interventieproducten te verlengen, of dat bij onherroepelijke teloorgang de controle als verricht is beschouwd. De EC moet van deze beslissingen periodiek op de hoogte worden gesteld.
Waardering: V 5 jaar
730
Handeling: Het vaststellen van opgaveformulieren voor de levering van interventieproducten en het bepalen van de termijnen en perioden waarbinnen deze ingeleverd dienen te worden
Periode: 1998–
Grondslag: Beschikking controlevoorschriften inzake het gebruik of de bestemming van bepaalde landbouwprodukten 1979, artt. 3 en 6a
Opmerking: De formulieren worden opgesteld in overleg met het betrokken productschap.Het Produktschap voor Zuivel is bevoegd ten aanzien van de verwerking van ondermelk tot caseïne of caseïnaten.
Waardering: V 5 jaar
731
Handeling: Het rapporteren in het kader van de uitoefening van toezicht op de bewerking van interventieproducten
Periode: 1998–
Grondslag: Beschikking controlevoorschriften inzake het gebruik of de bestemming van bepaalde landbouwprodukten 1979, art. 12
Opmerking: Het betreft met name toezicht op de denaturatie. Het productschap kan de denaturatie ook in eigen beheer laten uitvoeren.
Waardering: B 5
732
Handeling: Het aan het productschap afgeven van verklaringen inzake de geconstateerde denaturatie, be- of verwerking, bestemming of het gebruik van interventieproducten en daarmee gelijkgestelde producten
Periode: 1998–
Grondslag: Beschikking controlevoorschriften inzake het gebruik of de bestemming van bepaalde landbouwprodukten 1979, art. 13
Opmerking: Het productschap heeft deze verklaringen nodig voor het uitbetalen van de steun of voor het afgeven van controledocumenten.
Waardering: V 5 jaar
733
Handeling: Het rapporteren in het kader van controle en toezicht op de uitvoering van de gratis uitreiking van interventieproducten
Opmerking: Moedwillig misbruik of grove nalatigheid kan voorkomen worden door de opschorting van zowel betalingen als vrijgave van zekerheden, of door de uitsluiting van verdachte deelnemers van inschrijvingen voor een bepaalde periode.
Waardering: B, 5
736
Handeling: Het informeren van de EC over de nationale uitvoering van de Europese verordeningen betreffende de slacht van koeien, de omschakeling van het veebestand en het niet in de handel brengen van melk en zuivelproducten
Opmerking: Het betreft met name gegevens over aantallen ingediende en ingewilligde aanvragen, alsook over terugvorderingsmaatregelen.
Waardering: V 10 jaar
741
Handeling: Het informeren van de EC over de nationale uitvoering van de Europese verordeningen betreffende het slachten van koeien en het niet in de handel brengen van melk en zuivelproducten
Opmerking: Het betreft met name gegevens over aantallen ingediende en ingewilligde aanvragen, alsook over terugvorderingsmaatregelen. Ook info over de nationale regelgeving dient te worden verstrekt.
Waardering: V 5 jaar
749
Handeling: Het vaststellen van de perioden waarin zoogkoeienpremies kunnen worden aangevraagd
Periode: 1981–
Grondslag: Beschikking uitvoering EEG-premieregeling aanhouden zoogkoeienbestand 1981, art. 4, lid 1; Uitvoeringsregeling EEG-premie aanhouden zoogkoeienbestand 1993, art. 34, lid 1; Regeling dierlijke EG-premies, art. 2.4, lid 1
Product: o.a. Beschikking Vaststelling periode voor het aanvragen van een premie (Stcrt. 1981, 138); Regeling Vaststelling termijn indiening aanvrage EEG-premieregeling aanhouden zoogkoeienbestand 1981 (Stcrt. 1987, 119); Regeling bekendmaking aanvraagperiode specifieke rechten uit hoofde van artikel 12a en aanvraagperiode zoogkoeienpremie 1995 (Stcrt. 1995, 166); Regeling vaststelling perioden zoogkoeienpremie 1998 (Stcrt. 1998, 71)
Waardering: V 10 jaar
750
Handeling: Het beslissen op een verzoek tot verlening van een zoogkoeienpremie
Opmerking: Uit de toelichting op de regeling van 1993: ‘Bij wijze van serviceverlening wordt aan de producent van het uiteindelijk aan hem toebehorende premierecht [...] mededeling gedaan’.
Waardering: V 10 jaar
752
Handeling: Het vaststellen van de perioden waarin een aanvraag voor toekenning van specifieke premierechten voor producenten van zoogkoeien kan worden gedaan
Periode: 1993–
Grondslag: Uitvoeringsregeling EEG-premie aanhouden zoogkoeienbestand 1993, art. 14, lid 1
Product: o.a. Regeling bekendmaking aanvraagperiode specifieke rechten uit hoofde van artikel 12a en aanvraagperiode zoogkoeienpremie 1995 (Stcrt. 1995, 166)
Opmerking: Het betreft specifieke premierechten vanuit de nationale reserve.
Waardering: V 10 jaar
753
Handeling: Het beslissen op een verzoek tot het uit de nationale reserve verlenen van specifieke premierechten aan producenten van zoogkoeien
Periode: 1993–
Grondslag: Uitvoeringsregeling EEG-premie aanhouden zoogkoeienbestand 1993, art. 15, lid 1
Waardering: V 10 jaar
754
Handeling: Het vaststellen van de perioden waarin een aanvraag voor toekenning van extra premierechten voor in probleemgebieden gevestigde producenten van zoogkoeien kan worden gedaan
Periode: 1993–
Grondslag: Uitvoeringsregeling EEG-premie aanhouden zoogkoeienbestand 1993, art. 16, lid 4
Opmerking: Het betreft extra premierechten vanuit de afzonderlijke extra nationale reserve.
Waardering: V 10 jaar
755
Handeling: Het beslissen op een verzoek tot het uit de extra nationale reserve verlenen van extra premierechten aan producenten van zoogkoeien in probleemgebieden
Periode: 1993–
Grondslag: Uitvoeringsregeling EEG-premie aanhouden zoogkoeienbestand 1993, art. 16, lid 1
Opmerking: Het aanvragen van de extra premierechten staat los van de aanvraag voor een zoogkoeienpremie.
Waardering: V 10 jaar
756
Handeling: Het vaststellen van de perioden waarin een aanvraag voor toekenning van aanvullende premierechten voor producenten van zoogkoeien kan worden gedaan
Periode: 1993–1999
Grondslag: Uitvoeringsregeling EEG-premie aanhouden zoogkoeienbestand 1993, art. 19, lid 1
Opmerking: Het betreft aanvullende premierechten vanuit de aanvullende nationale reserve. Deze handeling verviel bij wijziging van de Regeling dierlijke EG-premies (Stcrt. 1999, 246).
Waardering: V 10 jaar
757
Handeling: Het beslissen op een verzoek tot het uit de aanvullende nationale reserve verlenen van aanvullende premierechten aan producenten van zoogkoeien
Periode: 1993–1999
Grondslag: Uitvoeringsregeling EEG-premie aanhouden zoogkoeienbestand 1993, art. 17, lid 1
Opmerking: Deze handeling verviel bij wijziging van de Regeling dierlijke EG-premies (Stcrt. 1999, 246).
Waardering: V 10 jaar
758
Handeling: Het vaststellen van de perioden waarin de overdracht van premierechten voor zoogkoeien dient te worden aangemeld
Periode: 1993–
Grondslag: Uitvoeringsregeling EEG-premie aanhouden zoogkoeienbestand 1993, art. 24, lid 1
Handeling: Het vaststellen van het geconstateerde veebezettingsgetal en het daaruit voortvloeiende aantal GVE waarvoor zoogkoeienpremie kan worden verleend
Periode: 1993–
Grondslag: Uitvoeringsregeling EEG-premie aanhouden zoogkoeienbestand 1993, art. 30, lid 5
Opmerking: Het betreft een mededeling aan de producent. Er is dus geen sprake van een voor bezwaar vatbare beslissing.
Waardering: V 10 jaar
761
Handeling: Het toekennen van een aanvullende premie aan producenten van zoogkoeien met een laag veebezettingsgetal
Periode: 1993–
Grondslag: Uitvoeringsregeling EEG-premie aanhouden zoogkoeienbestand 1993, art. 30, lid 3
Waardering: V 10 jaar
762
Handeling: Het vaststellen van de perioden waarin premies voor rundvleesproducenten kunnen worden aangevraagd
Periode: 1987–
Grondslag: Uitvoeringsregeling EEG-premie rundvleesproducenten 1993, art. 10, lid 1; Regeling dierlijke EG-premies, art. 2.4, lid 1
Handeling: Het beslissen op een verzoek tot verlening van premies voor rundvleesproducenten
Periode: 1987–
Grondslag: Uitvoeringsbeschikking EEG-premie rundvleesproducenten 1987, art. 10, lid 1; Uitvoeringsbeschikking EEG-premie rundvleesproducenten 1989, art. 7, lid 1; Uitvoeringsbeschikking EEG-premie rundvleesproducenten 1993, art. 10, lid 1; Uitvoeringsregeling EEG-premie rundvleesproducenten 1993, art. 20, lid 1; Regeling dierlijke EG-premies, art. 2.7
Opmerking: Inclusief behandeling van de aanvragen en berekening, uitbetaling en eventuele terugvordering van de bedragen. Ook de verlening van extra premies achteraf uit de nationale enveloppe valt onder deze handeling.
Waardering: V 10 jaar
764
Handeling: Het vaststellen van het veebezettingsgetal van een rundvleesproducent en daarmee van het daaruit voortvloeiende aantal grootvee-eenheden (GVE) waarvoor premie kan worden verleend
Opmerking: De mededeling van het veebezettingsgetal en het aantal GVE is niet een voor bezwaar vatbare beslissing, maar een mededeling van een constatering.
Waardering: V 10 jaar
765
Handeling: Het toekennen van een aanvullende premie aan rundvleesproducenten met een geringe veedichtheid
Handeling: Het afgeven van nationale administratieve documenten voor dieren die in aanmerking komen voor een stierenpremie en die ingevoerd worden vanuit een andere EU-lidstaat
Opmerking: De afgifte gebeurt op basis van een Administratief Document voor het Handelsverkeer uit het land van herkomst. Daaruit kan worden opgemaakt of aan het betreffende dier in het land van herkomst al eerder premie is verstrekt.
Waardering: V 10 jaar
767
Handeling: Het stellen van nadere regels betreffende de boekhouding die gevoerd moet worden door rundvleesproducenten die stierenpremies ontvangen
Periode: 1987–
Grondslag: Uitvoeringsregeling EEG-premie rundvleesproducenten 1993, art. 12, lid 2; Regeling dierlijke EEG-premies, art. 4, lid 5
Opmerking: Pas in 1993 kreeg deze praktijk een formele grondslag; het gaat om het voorschrijven van de vereiste bewijsstukken. De relevante gegevens moeten in de bedrijfsadministratie worden bewaard.
Waardering: V 5 jaar
769
Handeling: Het beslissen over het aan rundvleesproducenten toekennen van slachtpremies
Opmerking: De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) is verantwoordelijk voor de toekenning van de slachtpremie voor runderen ouder dan acht maanden, de PVV voor de slachtpremie voor kalveren. Indien de runderen in een Nederlands abattoir worden geslacht, wordt de premieaanvraag namens de producent door dit abattoir ingediend.
Waardering: V 12 jaar
770
Handeling: Het aan rundvleesproducenten toekennen van extra premies achteraf uit de ‘nationale enveloppe’
Opmerking: De premies kunnen betrekking hebben op de bestaande dierpremies (stieren, zoogkoeien) en op de bij Agenda 2000 ingevoerde slachtpremies.
Waardering: V 5 jaar
771
Handeling: Het beslissen over het aan rundvleesproducenten toekennen van een premietoeslag voor het aanhouden van runderen op extensieve rundveehouderijen
Opmerking: Uit de toelichting op de regeling van 1993: ‘Bij wijze van serviceverlening wordt de producent van het uiteindelijk aan hem toebehorende premierecht [...] voor het einde van de voor het indienen van de premie-aanvraag 1993 vastgestelde periode [...] mededeling gedaan’.
Waardering: V 10 jaar
775
Handeling: Het vaststellen van de perioden waarin schapenvleesproducenten een aanvraag kunnen doen voor toekenning van specifieke premierechten uit de nationale reserve
Periode: 1993–
Grondslag: Uitvoeringsregeling EEG-premie schapevleesproducenten 1993, art. 16, lid 1
Handeling: Het vaststellen van het veebezettingsgetal van een zoogkoeienproducent en daarmee van het daaruit voortvloeiende aantal grootvee-eenheden (GVE) waarvoor premie kan worden verleend
Opmerking: De mededeling van het veebezettingsgetal en het aantal GVE is niet een voor bezwaar vatbare beslissing, maar een mededeling van een constatering.
Waardering: V 10 jaar
781
Handeling: Het vaststellen van verplaatsingsformulieren
Periode: 1993–
Grondslag: Uitvoeringsregeling EEG-premie schapevleesproducenten 1993, art. 30, lid 1
Opmerking: Dit formulier moet door de schapenvleesproducent worden gebruikt om te melden dat hij de dieren op een andere plaats aanhoudt dan op zijn eigen bedrijf.
Waardering: V 5 jaar
782
Handeling: Het vaststellen van de perioden waarin schapenvleesproducenten een intentieverklaring inzake het vetmesten van lichte lammeren moeten indienen
Periode: 1990–
Grondslag: Uitvoeringsregeling EEG-premie schapevleesproducenten 1990, art. 10, lid 1; Uitvoeringsregeling EEG-premie schapevleesproducenten 1993, art. 34, lid 1
Product: o.a. Regeling Vaststelling periode voor indiening intentieverklaring (Stcrt. 1991, 16)
Waardering: V 10 jaar
783
Handeling: Het erkennen van schapenmesters die in verband met de toekenning van premies voor zware dieren lammeren vetmesten
Periode: 1996–
Grondslag: Regeling dierlijke EG-premies, als gewijzigd, art. 5.7, lid 2
Opmerking: Dit formulier moet door de schapenvleesproducent worden gebruikt om te melden dat hij de dieren op een andere plaats aanhoudt dan op zijn eigen bedrijf.
Waardering: V 10 jaar
784
Handeling: Het aanwijzen van de instantie die wordt belast met de uitvoering van Europese rooipremieregelingen
Handeling: Het vaststellen van bijdrageregelingen voor het rooien van fruitbomen
Periode: 1990–
Product: Bestuursbesluit O&S-fonds nr. 30, nr. 58 en nr. 159 (jaarverslagen O&S-fonds); Uitvoeringsregeling EEG-rooipremie appelbomen 1990; Uitvoeringsregeling EG-rooipremie appelbomen 1994 (Stcrt. 1994, 208)
Opmerking: De verschillende regelingen waren steeds slechts voor bepaalde jaren geldig. De aangegeven periodisering duidt derhalve op het startpunt van de eerste Europese verordening terzake en op de periodiek terugkerende regelingen.
Waardering: V 2 jaar na verlopen geldigheid regeling (omdat deze vervangen of opgeheven is);
V 10 jaar na verlopen geldigheid regeling indien er beroep of bezwaar wordt gevoerd tegen de regeling
786
Handeling: Het beslissen over het toekennen van een premie voor het rooien van fruitbomen
Periode: 1990–
Grondslag: Bestuursbesluit O&S-fonds nr. 30, artt. 7 en 9; Bestuursbesluit O&S-fonds nr. 58, artt. 9 en 10; Bestuursbesluit O&S-fonds nr. 159, art. 4; Uitvoeringsregeling EEG-rooipremie appelbomen 1990, art. 7, lid 1; Uitvoeringsregeling EG-rooisubsidie 1998, art. 9, lid 1
Opmerking: Onder deze handeling valt ook de uitbetaling van het toegekende bedrag, alsmede – in voorkomend geval – terugvordering van bedragen. Bij een positieve beslissing wordt een overeenkomst met de aanvrager gesloten over uitvoering en naleving van de voorwaarden. Hierop wordt ook regelmatig gecontroleerd.
Waardering: V 13 jaar
787
Handeling: Het informeren van de EC over de nationale uitvoering van de Europese rooipremieverordeningen
Opmerking: Het betreft met name gegevens over de oppervlakten waarvoor rooipremies zijn aangevraagd en over de daadwerkelijk gerooide oppervlakten (gespecificeeerd naar regio en boomras).
Waardering: V 10 jaar
788
Handeling: Het toekennen en uitkeren van productiesteun aan telers van gewassen met oliehoudende zaden
Periode: 1968–1992
Grondslag: Verordening (EEG) nr. 136/66; Beschikking steunverlening producenten oliehoudende zaden, art. 6, lid 2
Waardering: V 10 jaar
789
Handeling: Het vaststellen van de datums voor het indienen van steunaanvragen en oogstaangiftes voor gewassen met oliehoudende zaden
Periode: 1992–1993
Grondslag: Beschikking steunverlening producenten oliehoudende zaden, art. 4, lid 2, en art. 8, lid 2
Product: Beschikking Vaststelling uiterste datum indiening aanvraag en oogstaangifte(Stcrt. 1992, 85)
Waardering: V 5 jaar
790
Handeling: Het vaststellen van regelingen betreffende het toekennen van tabakspremies
Handeling: Het beslissen over toekenning van tabakspremies
Periode: 1998–
Grondslag: Tabaksbeschikking 1971-I, art. 5, lid 2
Criterium; V 10 jaar
792
Handeling: Het uitkeren van productiesteun in de vorm van geldelijke bijdragen aan telers of kopers van vlas, hennep of lijnzaad
Periode: 1972–1997
Grondslag: Vlasbeschikking 1972, art. 6; Vlas- en lijnzaadbeschikking 1976, art. 6, lid 2, en art. 13; Vlasregeling 1994, art. 6, lid 2); Vlasregeling 1997, art. 3, lid 3
Opmerking: De uitkeringen werden tot 1997 namens de minister gedaan door de voorzitter van het Hoofdproduktschap voor Akkerbouwprodukten. Het betreft directe hectaresteun aan de teler of uitbetaling van door de eerste koper ter verzilvering aangeboden certificaten.
Waardering: V 13 jaar
794
Handeling: Het, met het oog op verlening van een communautaire bijdrage, erkennen van verwerkers van vlas
Periode: 1997–
Grondslag: Vlasregeling 1997, art. 8, lid 1
Opmerking: Tot medio 1997 in mandaat uitgevoerd door het HPA. Daarna door het HPA op grond van gedelegeerde bevoegdheid.
Waardering: V 5 jaar
795
Handeling: Het beslissen op een aanvraag tot toekenning van steun voor de zijderupsenteelt
Periode: 1972–
Grondslag: Beschikking zijderupsenteelt, art. 3, lid 1
Opmerking: Deze bevoegdheid wordt in mandaat uitgeoefend door het HPA.
Waardering: V 10 jaar
796
Handeling: Het vaststellen van nationale regelgeving ter uitvoering van Europese premieregelingen in het kader van de ondersteuning van de akkerbouw
Periode: 1988–
Product: Beschikking ter zake van het uit produktie nemen van bouwland (Stcrt. 1988, 158); Beschikking ter zake van tijdelijk uit produktie nemen van bouwland (Stcrt. 1991, 203); Beschikking steunverlening producenten akkerbouwgewassen 1992 (Stcrt. 1992, 231), later: Regeling steunverlening producenten akkerbouwgewassen; Regeling EG-steunverlening akkerbouwgewassen (Stcrt. 1996, 211)
Waardering: B, 1 en 5
797
Handeling: Het informeren van de EC over de nationale uitvoering van de Europese verordeningen betreffende de ondersteuning van de akkerbouw
Periode: 1988–
Opmerking: Het betreft met name gegevens over aantallen ingediende en ingewilligde aanvragen, alsook over terugvorderingsmaatregelen.
Waardering: V 5 jaar
798
Handeling: Het beslissen op een verzoek tot verlening van een bijdrage voor het uit productie nemen van bouwland
Periode: 1988–
Grondslag: Beschikking ter zake van het uit produktie nemen van bouwland, artt. 2 en 17; Beschikking ter zake van tijdelijk uit produktie nemen van bouwland, artt. 2 en 12; Beschikking steunverlening producenten akkerbouwgewassen 1992, art. 10, lid 4; Regeling EG-steunverlening akkerbouwgewassen, art. 16, lid 8
Opmerking: In eerste instantie als autonome handeling, later (vanaf 1992) in combinatie met verlening van compenserende hectaresteun voor bepaalde gewassen (algemene regeling). Inclusief behandeling van de aanvragen en berekening, uitbetaling en eventuele terugvordering van de bedragen.
Waardering: V 5 jaar
799
Handeling: Het, in het kader van de EG-steunverlening akkerbouwgewassen, vaststellen van regioplannen
Opmerking: In een regioplan, die bij de EC moet worden ingediend, worden onder meer de instelling van afzonderlijke productieregio’s, de vastgestelde graanrendementen en de omvang van de basisarealen verantwoord (zie voor uitleg de verordening zelf).
Waardering: B, 5
800
Handeling: Het beslissen op een verzoek tot verlening van compenserende hectaresteun voor bepaalde landbouwgewassen
Periode: 1992–
Grondslag: Beschikking steunverlening producenten akkerbouwgewassen 1992, art. 7, lid 1; Regeling EG-steunverlening akkerbouwgewassen, art. 7, lid 4, en art. 10
Opmerking: Deze handeling kan voor wat betreft de algemene regeling voor verlening van hectaresteun voorkomen in combinatie met verlening van een bijdrage voor het uit productie nemen van bouwland. Inclusief behandeling van de aanvragen en berekening, uitbetaling en eventuele terugvordering van de bedragen.
Waardering: V 5 jaar
801
Handeling: Het vaststellen van de perioden waarin compenserende hectaresteun kan worden aangevraagd dan wel braakaangifte kan worden gedaan
Periode: 1992–
Grondslag: Beschikking steunverlening producenten akkerbouwgewassen 1992, art. 30, lid 4; Regeling EG-steunverlening akkerbouwgewassen, art. 8, lid 1
Handeling: Het, in het kader van de EG-steunverlening akkerbouwgewassen, erkennen van eerste kopers van gewassen voortkomend uit toegelaten rassen en kwaliteiten zaaizaad
Periode: 1992–
Grondslag: Beschikking steunverlening producenten akkerbouwgewassen 1992, art. 18, lid 3; Regeling EG-steunverlening akkerbouwgewassen, art. 14, lid 5
Waardering: V 5 jaar
804
Handeling: Het vaststellen van een model voor de door aanvragers van dierpremies bij te houden boekhouding
Periode: 1993–
Grondslag: Regeling dierlijke EG-premies, art. 4.5, lid 2
Waardering: V 5 jaar
805
Handeling: Het bijhouden van een register van stieren die voor een premie in aanmerking komen
Opmerking: Hierdoor kan controle worden uitgeoefend op het per producent toegewezen maximum aantal premierechten. De verplichting voor de minister om een dergelijk register bij te houden, stond alleen in de regeling van 1989.
Waardering: V 5 jaar
806
Handeling: Het vaststellen van regelingen betreffende directe inkomensondersteuning ter compensatie van door dierziekten veroorzaakte schade
Handeling: Het aan kalvermesters verlenen van tegemoetkomingen voor de periode van leegstand in hun stallen als gevolg van wegens BSE gedode kalveren
Periode: 1996–1997
Grondslag: Regeling tegemoetkoming schade kalvermesters BSE 1996, art.2, lid 1
Opmerking: De tegemoetkoming aan de kalvermesters werd niet door het VIB geregeld.
Waardering: V 5 jaar
810
Handeling: Het informeren van de EC over de uitvoering van de Europese verordeningen betreffende directe inkomensondersteuning ter compensatie van door dierziekten veroorzaakte schade
Handeling: Het vaststellen van productiequota voor de fabrikanten van suiker, isoglucose en inulinestroop
Periode: 1968–
Grondslag: Europese verordeningen, bijv. Verordening (EEG) nr. 1009/67, artt. 23 en 24; Verordening (EEG) nr. 1785/81, art. 24, lid 1; Regeling suiker, isoglucose en inulinestroop 1999, art. 7; e.a. Vo. EEG 1260/01, art. 11, lid 1(IZ).
Product: Beschikking vaststelling quota suiker en isoglucose 1981 (gewijzigd door toevoeging inulinequota in 1994). Regeling vaststelling quota suiker, isoglucose en inulinestroop 2001-2006(IZ).
Waardering: V 5 jaar
823
Handeling: Het opleggen van een heffing op de productie van hoeveelheden suiker, isoglucose en inulinestroop tussen basisquotum en maximumquotum
Periode: 1969–1999
Grondslag: Suikerbeschikking 1968-II, als gewijzigd, art. 18c; Suikerbeschikking 1975, art. 26; Beschikking Suiker en Isoglucose 1981 (later: Regeling suiker, isoglucose en inulinestroop), art. 28
Opmerking: In mandaat uitgevoerd door het HPA. Vanaf medio 1999 betreft het een gedelegeerde bevoegdheid.
Waardering: V 5 jaar
825
Handeling: Het instellen van de Suikerbegeleidingscommissie
Periode: 1982–
Grondslag: Beschikking Suiker en Isoglucose 1981 (later: Regeling suiker, isoglucose en inulinestroop), als gewijzigd, art. 2bis; Regeling suiker, isoglucose en inulinestroop 1999, art. 2, lid 1
Opmerking: Hieronder valt ook het geven van voorschriften betreffende de samenstelling van de commissie. Zo is de commissie diverse malen uitgebreid, van zeventien leden in 1982 tot twintig in 1999.
Waardering: B, 4
826
Handeling: Het aanwijzen van organisaties en bedrijven die leden van de Suikerbegeleidingscommissie mogen leveren
Periode: 1981–
Grondslag: Wijziging Beschikking suiker en isoglucose 1981, art. 2bis, lid 1h (later Regeling suiker, etc. Zie tekst 825.(IZ))
Opmerking: Deze organisaties en bedrijven mogen elk een bepaald aantal commissieleden leveren.
Waardering: V 5 jaar
827
Handeling: Het aanwijzen van een of meer personen die de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) vertegenwoordigen in vergaderingen van de Suikerbegeleidingscommissie
Periode: 1982–
Grondslag: Wijziging Beschikking suiker en isoglucose 1981, art. 1, lid 5
Opmerking: Het gaat om vergaderingen die naar het oordeel van de minister een onderwerp bevatten dat daartoe aanleiding geeft.
Waardering: V 10 jaar
830
Handeling: Het goedkeuren van het huishoudelijk reglement van de Suikerbegeleidingscommissie
Periode: 1982–
Grondslag: Wijziging Beschikking suiker en isoglucose 1981, art. 1, lid 6
Waardering: V 10 jaar
834
Handeling: Het vaststellen van het quotum van een producent van melk en zuivelproducten in bijzondere situaties
Opmerking: In de jaren1984 en 1985 adviseerde de Provinciale Adviescommissie de minister inzake de toewijzing van extra quotum aan producenten die wegens investeringsverplichtingen hierop recht meenden te hebben. Bij het toekennen van extra quotum adviseerde tevens de Cultuurtechnische dienst.
Waardering: V 25 jaar
835
Handeling: Het vaststellen van het quotum van een producent van melk en zuivelproducten in geval van overdracht van (een deel van) het bedrijf
Periode: 1984–
Grondslag: Beschikking superheffing 1984, art. 15, lid 2; Beschikking superheffing 1985, art. 7, lid 1, art. 8, lid 2, art. 9, lid 3; art. 10, lid 2; art. 11, lid 2-4; Beschikking superheffing 1988, artt. 23 en 24, lid 3, art. 25, art. 1-4
Opmerking: Aan de toewijzing van een quotum kan de minister nadere voorwaarden en beperkingen stellen.
Waardering: V 10 jaar
836
Handeling: Het, bij overdracht van grond, toekennen van een vergoeding voor het niet erkende deel van het melkquotum
Periode: 1993–
Grondslag: Regeling superheffing 1993, art. 17, lid 4
Opmerking: De vergoeding wordt aan de verkrijger van de grond toegekend.
Waardering: V 20 jaar
837
Handeling: Het bij beschikking vaststellen van het percentage waarmee het in de vorige heffingsperiode vastgestelde quotum van de melk- en zuivelproducent verminderd wordt
Opmerking: De keuze voor de beoordelingsinstantie moet door de EC worden goedgekeurd.De evaluatiestudie dient vervolgens zo spoedig mogelijk aan de Commissie te worden meegedeeld.
Criterium; V 6 jaar
866
Handeling: Het medefinancieren van kaderprogramma’s voor promotieactiviteiten
Product: Beschikking bijzondere restitutie bij uitvoer rundvlees 1982 (Stcrt. 81), Beschikking bijzondere restitutie bij uitvoer uitgebeend rundvlees 1982 (Stcrt. 145) en Beschikking bijzondere restituties bij uitvoer bepaalde soorten rundvlees 1984 (Stcrt. 46)
Waardering: B, 5
870
Handeling: Het afgeven van attesten in het kader van de toekenning van bijzondere exportrestituties voor rundvlees
Periode: 1998–
Grondslag: Beschikking bijzondere restitutie bij uitvoer rundvlees 1982, art. 9, lid 1; Beschikking bijzondere restitutie bij uitvoer uitgebeend rundvlees 1982, art. 5, lid 1, en art. 10, lid 1; Beschikking bijzondere restituties bij uitvoer bepaalde soorten rundvlees 1984, art. 7, lid 1, en art. 12, lid 2
Product: Identificatie-attesten en attesten ‘uitgebeend vlees’
Opmerking: Het originele attest vergezelt de partij en dient bij het doen van aangifte ten uitvoer te worden overgelegd. Een afschrift blijft bij de VIB/LASER-functionaris, het ndere gaat naar het PVV. Douanefunctionarissen controleren of partijen rundvlees overeenkomen met de begeleidende attesten en viseren de originele attesten, die vervolgens naar het PVV worden verzonden. Het uitbenen mag alleen gebeuren door uitsnijderijen die door het VIB en LASER (na 1998) zijn erkend.
Waardering: V 5 jaar
871
Handeling: Het verlenen van een ontheffing om rundvlees in andere delen uit te benen of uit te snijden dan is gespecificeerd in de voor verlening van bijzondere restitutie opgestelde limitatieve lijst
Periode: 1998–
Grondslag: Beschikking bijzondere restituties bij uitvoer bepaalde soorten rundvlees 1984, art. 14, lid 3
Waardering: V 5 jaar
872
Handeling: Het, in het kader van de verevening van opslagkosten, aan fabrikanten opleggen van een heffing op in Nederland bereide suiker en isoglucose
Periode: 1968–2001
Grondslag: Suikerbeschikking 1968-II, art. 4, lid 1; Suikerbeschikking 1975, art. 9, lid 1; Isoglucosebeschikking 1977, art. 3; Beschikking Suiker en Isoglucose 1981 (later: Regeling suiker, isoglucose en inulinestroop), art. 9, lid 1
Opmerking: In mandaat uitgevoerd door het HPA. Vanaf medio 1999 betreft het een gedelegeeerde bevoegdheid.
Waardering: V 5 jaar
873
Handeling: Het verlenen van een vergoeding voor het voorhanden of in voorraad hebben van suiker uit de Gemeenschap
Periode: 1968–2001
Grondslag: Suikerbeschikking 1968-II, art. 4, lid 2; Suikerbeschikking 1975, art. 9, lid 2; Isoglucosebeschikking 1977, art. 3; Beschikking Suiker en Isoglucose 1981 (later: Regeling suiker, isoglucose en inulinestroop), art. 9, lid 2
Opmerking: In mandaat uitgevoerd door het HPA. Vanaf medio 1999 betreft het een gedelegeeerde bevoegdheid.
Waardering: V 5 jaar
874
Handeling: Het erkennen van opslagplaatsen voor suiker en isoglucose, alsmede – in voorkomend geval – van rechthebbenden op een opslagvergoeding
Periode: 1981–2001
Grondslag: Beschikking Suiker en Isoglucose 1981 (later: Regeling suiker, isoglucose en inulinestroop), art. 10, lid 1 en 2
Opmerking: In mandaat uitgevoerd door het HPA. Vanaf medio 1999 betreft het een gedelegeeerde bevoegdheid.
Waardering: V 5 jaar
875
Handeling: Het toezien op naleving van bepalingen betreffende het aanhouden van een minimumvoorraad (A-quotum) suiker of isoglucose
Periode: 1968–2001
Grondslag: Beschikking Suiker en Isoglucose 1981 (later: Regeling suiker, isoglucose en inulinestroop), artt. 14 en 15
Opmerking: In mandaat uitgevoerd door het HPA. Vanaf medio 1999 betreft het een gedelegeeerde bevoegdheid. Het kan gaan om vrijstelling van verplichtingen, maar ook om het opleggen van boetes bij niet-nakoming.
Waardering: V 5 jaar
877
Handeling: Het tegen de gegarandeerde prijs aankopen van preferentiële suiker
Periode: 1998–
Grondslag: Beschikking Suiker en Isoglucose 1981 (later: Regeling suiker, isoglucose en inulinestroop), art. 31
Waardering: V 10 jaar
880
Handeling: Het instellen van het Nationaal Comité voor Samenwerking met de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties
Periode: 1952–1960
Waardering: B 1
881
Handeling: Het mede voorbereiden van een KB tot benoeming van leden van het Nationaal Comité voor Samenwerking met de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties
Periode: 1952–1960
Grondslag: Benoemings-KB (Stcrt. 1954, 47)
Opmerking: Het KB werd met name ook door de Minister-President (minister van Algemene Zaken) voorbereid.
Waardering: V 2 jaar
882
Handeling: Het presenteren van Nederlandse standpunten in het kader van de FAO betreffende (aspecten van) het nationale en Europese voedselvoorzienings- en agrarisch markt- en prijsbeleid
Periode: 1945–
Opmerking: In dit verband onderhield het Nationaal Comité voor Samenwerking met de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties tot 1960 de contacten met de VN.
Waardering: B, 1
883
Handeling: Het opstellen van verzoeken om IEFC-allocatie van landbouwproducten
Periode: 1945–1949
Waardering: V 10 jaar
884
Handeling: Het indienen en verdedigen van verzoeken om IEFC-allocatie van landbouwproducten
Periode: 1945–1949
Waardering: V 10 jaar
885
Handeling: Het opstellen van overzichten van het totaalbedrag aan in Nederland uitgekeerde communautaire en nationale landbouwsubsidies
Periode: 1994–
Grondslag: GATT-verdrag (Uruguay-ronde)
Opmerking: De EC verzamelt de overzichten en stuurt ze door naar de WTO.
Waardering: V 10 jaar
Deel 2. Handelingen van actoren onder het zorgdragersschap van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
Aan- en Verkoopbureaus
100
Handeling: Het instellen van commissies die het bestuur van een Aan- en Verkoopbureau bijstaan
Periode: 1941–1957
Grondslag: Reglementen Aan- en Verkoopbureaus
Waardering: B, 4
101
Handeling: Het benoemen van leden van commissies die het bestuur van een Aan- en Verkoopbureau bijstaan
Periode: 1941–1957
Grondslag: Reglementen Aan- en Verkoopbureaus
Waardering: V 25 jaar
102
Handeling: Het benoemen van procuratiehouders van Aan- en Verkoopbureaus
Periode: 1941–1957
Grondslag: Reglementen Aan- en Verkoopbureaus, bijv. Reglement voor het Aan- en Verkoopbureau van Akkerbouwprodukten, art. 2, lid 2
Waardering: V 5 jaar
466
Handeling: Het, in het kader van het garantieprijsbeleid, (berekenen en) uitkeren van toeslagen of vergoedingen voor landbouwproducten
Opmerking: Zo berekenden en betaalden aanvankelijk het PGZP (1962 en 1963) en het AA (1962) de toeslagen uit hoofde van de Beschikkingen lichte gronden. Het Landbouwschap deed dit vanaf 1964. Ook de Toeslagbeschikking koolzaad 1966 wees het Landbouwschap hiertoe aan. Voor vlas werden nog in 1970 nationale toeslagen verleend. Vanaf 1963 werden verwerkingscertificaten verzilverd bij het Bedrijfschap voor de Vlasindustrie (cf. bijv. Stcrt. d.d. 7 juni 1966) in plaats van bij het VIB.
Waardering: V 10 jaar
472
Handeling: Het, in het kader van het garantieprijsbeleid, opleggen van heffingen voor landbouwproducten
Periode: 1956–1957
Grondslag: Beschikkingen, bijv. Beschikking Garantieprijs beetwortelsuiker oogst 1956, art. 2, lid 2; Garantiebeschikking beetwortelsuiker oogst 1961, als gewijzigd (Stcrt. 1962, 62), artt. 7 en 13
Opmerking: Het Aan- en Verkoopbureau van Akkerbouwprodukten regelde de heffing voor beetwortelsuiker, later was het VIB hierbij betrokken.
Waardering: V 10 jaar
482
Handeling: Het aanwijzen van pakhuizen waar landbouwproducten kunnen worden aangeboden in het kader van nationale interventie
Periode: 1941–1957
Waardering: V 10 jaar
483
Handeling: Het in de nationale context verrichten van interventiewerkzaamheden
Periode: 1941–1957
Opmerking: De werkzaamheden in de Europese context staan beschreven in deel 7 van dit rapport, vanaf 1968, toen de Europese agrarische marktordeningsorganisatie voltooid was.
Waardering: B 5
Algemene Inspectie Dienst (AID)
724
Handeling: Het rapporteren in het kader van de controle op het juiste gebruik of de juiste bestemming van uit interventie of uit de markt verkochte landbouwproducten
Opmerking: Vanaf 1976 is de controle aanzienlijk uitgebreid.
Waardering: V 5 jaar
Centrale Commissie voor de Voedselvoorziening
49
Handeling: Het adviseren van de minister van Landbouw inzake uitvoering van de Landbouw-Crisiswet 1933 en (later) het Voedselvoorzieningsbesluit
Periode: 1934–1957
Grondslag: Landbouw-Crisiswet 1933, art. 27, lid 1; Voedselvoorzieningsbesluit, art. 12
Waardering: B, 5
College van Overleg voor de Voedselvoorziening
95
Handeling: Het met de DG van de Voedselvoorziening bespreken van voedselvoorzieningsaangelegenheden
Periode: 1942–1945
Bron: G.M.T. Trienekens, Tussen ons volk en de honger de voedselvoorziening, 1940-1945. Utrecht, 1985. Blz. 122-123.
Waardering: B, 6
College van Overleg voor de Voedselvoorziening en de Buitenlandse Agrarische Aangelegenheden
52
Handeling: Het adviseren van de minister van Landbouw over de uitvoering van de Landbouw-Crisiswet 1933 en andere wetten op het gebied van de voedselvoorziening
Periode: 1949–1957
Grondslag: Besluit bevoegdheden D-G Voedselvoorziening en instelling College voor de Voedselvoorziening, art. 2
Waardering: B, 5
College van Regeringscommissarissen voor de Voedselvoorziening
46
Handeling: Het bijstaan van de minister van Landbouw bij de uitvoering van de Landbouw-Crisiswet 1933
Periode: 1934–1940
Grondslag: Landbouw-Crisiswet 1933, art. 26a, lid 1
Waardering: B, 6
College voor de Voedselvoorziening
52
Handeling: Het adviseren van de minister van Landbouw over de uitvoering van de Landbouw-Crisiswet 1933 en andere wetten op het gebied van de voedselvoorziening
Periode: 1940–1949
Grondslag: Besluit bevoegdheden D-G Voedselvoorziening en instelling College voor de Voedselvoorziening, art. 2
Waardering: B, 6
Commissie beoordeling besteding toeslag kleine zandbedrijven
306
Handeling: Het beoordelen van de besteding van de toe te kennen toeslag kleine zandbedrijven
Periode: 1948–1952
Grondslag: Beschikking Toeslag Kleine Zandbedrijven 1948, art. 5
Opmerking: De commissie is plaatselijk/provinciaal
Waardering: V 10 jaar
307
Handeling: Het behandelen van bezwaarschriften tegen een besluit van een plaatselijke Commissie beoordeling besteding toeslag kleine zandbedrijven
Periode: 1948–1952
Grondslag: Beschikking Toeslag Kleine Zandbedrijven 1948, art. 6
Opmerking: De commissie is provinciaal
Waardering: V 10 jaar
Commissie Officiële Nederlandse Zuivelnoteringen
574
Handeling: Het opstellen van officiële noteringen van zuivelproducten
Periode: 1964–
Grondslag: Instellingsbesluit Commissie Officiële Nederlandse Zuivelnoteringen, art. 1, lid 2, vervangen door Regeling Commissie Officiële Nederlandse Zuivelnoteringen, art. 1, lid 2
Opmerking: De Zuivelnoteringen worden in de Staatscourant gepubliceerd.
Waardering: V 0 jaar
Commissie van beheer Voedselvoorziening Importbureau (VIB)
185
Handeling: Het vaststellen van het eigen reglement van orde
Periode: 1966–1998
Grondslag: Beschikking commissie van beheer VIB, art. 2.3
Waardering: B, 4
187
Handeling: Het coördineren van de uitvoering van interventiewerkzaamheden
Periode: 1966–1998
Grondslag: Beschikking commissie van beheer VIB, art. 3, lid 1 en 2
Opmerking: Het gaat vooral om de volgorde waarin en de wijze waarop de interventie wordt uitgevoerd, alsmede om de daartoe benodigde voorzieningen.
Waardering: B, 5
188
Handeling: Het adviseren van de minister van Landbouw over de ontwerp-begrotingen van het VIB, het verslag van de directeur, de organisatorische inrichting en de interne structuur van het bureau
Periode: 1966–1998
Grondslag: Beschikking commissie van beheer VIB, art. 3, lid 3 en 4
Opmerking: De adviezen inzake organisatie en structuur kunnen ongevraagd worden gegeven. Het kan hierbij ook gaan om personeelsopbouw en personeelsbeleid.
Waardering: B, 5
Commissie van Bijstand
63
Handeling: Het adviseren van het bestuur van een voedselvoorzieningsorganisatie
Periode: 1941–1957
Grondslag: Algemeen Reglement, art. 6, lid 3; Wijziging Algemeen Reglement, art. 6, lid 8
Opmerking: Het bestuur moest in ieder geval over af te geven verordeningen advies inwinnen.
Waardering: B, 1
379
Handeling: Het adviseren van Productiecommissarissen inzake de bodemproductie
Handeling: Het adviseren van de minister van Landbouw inzake vereenvoudiging van wet- en regelgeving op het gebied van de voedselvoorziening
Periode: 1946–1950
Bron: Inventaris van het archief van het Kabinet van de Minister (1945-1960)
Waardering: B, 1
Commissie voor de Bodemproductie
385
Handeling: Het adviseren van de minister van Landbouw inzake de uitvoering van de Bodemproductiewet 1939 en daaruit voortvloeiende zaken
Periode: 1939–
Grondslag: Bodemproductiewet 1939, art. 6
Opmerking: De adviezen kunnen zowel op verzoek als uit eigen beweging worden gegeven.
Waardering: B 1
Commissies van Bijstand Voedselvoorziening Importbureau (VIB)
182
Handeling: Het adviseren van de directie VIB ten aanzien van de inkoop en verkoop van landbouwproducten
Periode: 1958–1998
Grondslag: Besluit instelling commissies van bijstand VIB, art. 4
Waardering: B, 1
Coördinatieraden voor de voedselvoorziening
88
Handeling: Het coördineren van de werkzaamheden van de voedselvoorzieningsorganisaties
Periode: 1941–1957
Grondslag: Organisatiebesluit Voedselvoorziening 1941, art. 11, lid 3
Waardering: B, 5
Landbouw-Economisch Instituut (LEI)
457
Handeling: Het berekenen van de gemiddelde kostprijzen van landbouwproducten die onder het garantieprijsbeleid vallen
Periode: 1952–1968
Producten: Kostprijsrapporten
Bron: Nota betreffende het landbouwprijsbeleid (onderdeel van begroting 1960)
Opmerking: De berekeningen werden aan de hand van steekproeven uitgevoerd op kostprijsbedrijven, die werden geselecteerd aan de hand van door de minister vastgestelde criteria.
Waardering: B 5
Landelijke adviescommissie inzake de superheffing
844
Handeling: Het adviseren van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) in het kader van de superheffing
Periode: 1984–1985
Grondslag: Beschikking superheffing, art. 9
Opmerking: Het betreft advies inzake het toewijzen (en bezwaarschriften op de toewijzing) van melkquota in bepaalde bijzondere situaties.
Waardering: V 10 jaar
Plancommissie voor de Dienst van de Provinciale Voedselcommissarissen
407
Handeling: Het adviseren over het jaarplan van de dienst van de Provinciale Voedselcommissarissen en de organisatie van die dienst
Periode: 1954–1964
Bron: Inventaris DG van de Voedselvoorziening (CAS, 1991); Staatsalmanakken
Opmerking: Van 1954 tot 1964 bestond er een Plancommissie voor de Dienst van de Provinciale Voedselcommissarissen (PVC’s). Deze was belast met het adviseren ten aanzien van het jaarplan van werkzaamheden van de dienst van de PVC’s en de organisatie van de dienst.
Waardering: B, 1 en 5
Productiecommissarissen
369
Handeling: Het vaststellen van nadere regels betreffende de landbouwproductie in relatie tot de bodembestemming
Periode: 1939–
Grondslag: Bodemproductiebesluit, art. 3, lid 1; Organisatiebeschikking Bodemproductie, art. 3, lid 3
Opmerking: Het kan hierbij ook gaan om uitvoeringsvoorschriften. In 1950 gingen de taken van de Productiecommissaris voor de Veeteelt naar de directeur van het Veeteeltwezen (en daarmee naar de minister van Landbouw).
Waardering: B, 5
377
Handeling: Het verlenen van vergunningen en ontheffingen ten aanzien van bodemproductieregelingen en het goedkeuren van plannen terzake
Periode: 1939–
Grondslag: Organisatiebeschikking Bodemproductie, art. 3, lid 2; bodemproductiebeschikkingen
Opmerking: Aan de vergunningen kunnen nadere voorwaarden worden verbonden. Productiecommissarissen konden ook worden ingezet voor het verlenen van vergunningen en ontheffingen ten aanzien van andere regelingen dan bodemproductiebeschikkingen, die echter wel met de bodemproductie van doen hadden (bijv. Inzamelingsbesluit boschbessen (Stcrt. 1943, 117), gebaseerd op art. 4, Voedselvoorzieningsbesluit: vergunning voor het plukken van bosbessen in bepaalde gemeenten).De minister van Landbouw handelde sinds 1950 middels de directeur Veeteeltwezen (en taakopvolgers).
Waardering: V 10 jaar
Raad van Advies en Toezicht van de Stichting Voedselvoorziening Importbureau (VIB)
167
Handeling: Het adviseren van de minister van Landbouw betreffende de wijze waarop de Stichting VIB haar werkzaamheden heeft te verrichten
Periode: 1952–1958
Grondslag: Beschikking betreffende samenstelling, taak en bevoegdheid van de Raad van Advies en Toezicht van de Stichting VIB, art. 3
Opmerking: Dit advies kon gevraagd of ongevraagd worden gegeven.
Waardering: B, 5
Raad van toezicht voor een Aan- en Verkoopbureau
106
Handeling: Het aan de minister van Landbouw uitbrengen van adviezen over de wijze waarop een Aan- en Verkoopbureau zijn taak verricht of behoort te verrichten
Periode: 1941–1957
Grondslag: Beschikkingen tot instelling van een Raad van Toezicht van een Aan- en Verkoopbureau, bijv. Beschikking Raad van Toezicht van het Aan- en Verkoopbureau van Akkerbouwproducten (Stcrt. 1952, 107), art. 3
Opmerking: De raad kon bestuur en/of personeel bij zich ontbieden om informatie te verstrekken. Bij weigering besliste de minister (zie volgende handeling).
Waardering: B, 5
Raad voor de Voedselvoorziening
92
Handeling: Het adviseren van de minister van Landbouw inzake de uitvoering van het Organisatiebesluit Voedselvoorziening 1941 en andere wettelijke regelingen op het gebied van de voedselvoorziening
Periode: 1942–1957
Grondslag: Organisatiebesluit Voedselvoorziening 1941, art. 15, lid 2; Besluit Raad voor de Voedselvoorziening, art. 2
Waardering: B, 5
Regeringscommissaris voor de Akkerbouw en de Veehouderij
302
Handeling: Het aanwijzen van de in te leveren crisisproducten en het geven van nadere voorschriften inzake de inlevering daarvan
Periode: 1940–1953
Grondslag: Landbouwinleveringsbesluit 1940, art. 5, lid 1 en 2
Opmerking: De nadere bepalingen konden betrekking hebben op tijdstippen, hoeveelheden, wijze van inlevering en andere voorwaarden.
Waardering: B, 5
Regeringscommissaris voor de Bodemproductie
369
Handeling: Het vaststellen van nadere regels betreffende de landbouwproductie in relatie tot de bodembestemming
Periode: 1939–1950
Grondslag: Bodemproductiebesluit, art. 3, lid 1; Organisatiebeschikking Bodemproductie, art. 3, lid 3
Opmerking: Het kan hierbij ook gaan om uitvoeringsvoorschriften. In 1950 gingen de taken van de Productiecommissaris voor de Veeteelt naar de directeur van het Veeteeltwezen (en daarmee naar de minister van Landbouw).
Waardering: B, 5
371
Handeling: Het verlenen van ontheffingen op voorschriften op het gebied van de bodemproductie
Handeling: Het adviseren van de minister van Landbouw inzake het garantieprijsbeleid voor landbouwproducten
Periode: 1948–1962
Bron: Begrotingen
Waardering: B, 1
Regeringscommissarissen voor de Voedselvoorziening
46
Handeling: Het bijstaan van de minister van Landbouw bij de uitvoering van de Landbouw-Crisiswet 1933
Periode: 1934–1940
Grondslag: Landbouw-Crisiswet 1933, art. 26a, lid 1
Waardering: V 10 jaaar
Staatsbosbeheer (SBB)
369
Handeling: Het vaststellen van nadere regels betreffende de landbouwproductie in relatie tot de bodembestemming
Periode: 1950–
Grondslag: Bodemproductiebesluit, art. 3, lid 1; Organisatiebeschikking Bodemproductie, art. 3, lid 3
Opmerking: Het kan hierbij ook gaan om uitvoeringsvoorschriften. In 1950 gingen de taken van de Productiecommissaris voor de Veeteelt naar de directeur van het Veeteeltwezen (en daarmee naar de minister van Landbouw).
De formele bevoegdheid ligt bij de directeur.
Waardering: B, 5
377
Handeling: Het verlenen van vergunningen en ontheffingen ten aanzien van bodemproductieregelingen en het goedkeuren van plannen terzake
Periode: 1950–
Grondslag: Organisatiebeschikking Bodemproductie, art. 3, lid 2; bodemproductiebeschikkingen
Opmerking: Aan de vergunningen kunnen nadere voorwaarden worden verbonden. Productiecommissarissen konden ook worden ingezet voor het verlenen van vergunningen en ontheffingen ten aanzien van andere regelingen dan bodemproductiebeschikkingen, die echter wel met de bodemproductie van doen hadden (bijv. Inzamelingsbesluit boschbessen (Stcrt. 1943, 117), gebaseerd op art. 4, Voedselvoorzieningsbesluit: vergunning voor het plukken van bosbessen in bepaalde gemeenten).De minister van Landbouw handelde sinds 1950 middels de directeur Veeteeltwezen (en taakopvolgers). De formele bevoegdheid ligt bij de directeur.
Waardering: V 10 jaar
Stichting Ontwikkelings- en Saneringsfonds voor de Landbouw (O&S-fonds)
737
Handeling: Het vaststellen van een bijdrageregeling voor het slachten van koeien en het niet in de handel brengen van melk en zuivelproducten
Periode: 1969–1971
Product: Bestuursbesluit O&S-fonds nr. 51 (jaarverslag 1969)
Waardering: B, 1
738
Handeling: Het beslissen over het toekennen van een premie voor het slachten van koeien
Periode: 1969–1971
Grondslag: Bestuursbesluit O&S-fonds nr. 51, art. 18, lid 1
Opmerking: Onder deze handeling valt ook de uitbetaling van het toegekende bedrag, alsmede – in voorkomend geval – terugvordering van bedragen. Bij een positieve beslissing werd een overeenkomst met de aanvrager gesloten over uitvoering en naleving van de voorwaarden.
Waardering: V 10 jaar
739
Handeling: Het beslissen over het toekennen van een premie voor het niet in de handel brengen van melk en zuivelproducten
Periode: 1969–1971
Grondslag: Bestuursbesluit O&S-fonds nr. 51, art. 28, lid 1
Opmerking: Onder deze handeling valt ook de uitbetaling van het toegekende bedrag, alsmede – in voorkomend geval – terugvordering van bedragen. Bij een positieve beslissing werd een overeenkomst met de aanvrager gesloten over uitvoering en naleving van de voorwaarden.
Waardering: V 10 jaar
740
Handeling: Het vaststellen van een regeling betreffende de erkenning van slachthuizen voor de slachtpremieregeling
Periode: 1970–1970
Grondslag: Bestuursbesluit O&S-fonds nr. 51, art. 10
Product: Bestuursbesluit O&S-fonds nr. 59 (jaarverslag 1970)
Waardering: B, 1
742
Handeling: Het vaststellen van een bijdrageregeling voor de omschakeling van de melkveestapel op de rundvleesproductie
Periode: 1973–1977
Grondslag: Bestuursbesluit O&S-fonds nr. 118 (jaarverslag 1973)
Waardering: B, 1
743
Handeling: Het beslissen over het toekennen van een premie voor de omschakeling van de melkveestapel op de rundvleesproductie
Periode: 1973–1977
Grondslag: Bestuursbesluit O&S-fonds nr. 118, art. 9, lid 1
Opmerking: Onder deze handeling valt ook de uitbetaling van het toegekende bedrag, alsmede – in voorkomend geval – terugvordering van bedragen. Bij een positieve beslissing werd een overeenkomst met de aanvrager gesloten over uitvoering en naleving van de voorwaarden.
Waardering: V 10 jaar
744
Handeling: Het vaststellen van een bijdrageregeling voor het niet in de handel brengen van melk en zuivelproducten en voor de omschakeling van het melkveebestand op de (rund)vleesproductie
Periode: 1977–1981
Gronslag: Bestuursbesluit O&S-fonds nr. 184 (jaarverslag 1969)
Waardering: B, 1
745
Handeling: Het beslissen over het toekennen van een premie voor het niet in de handel brengen van melk en zuivelproducten
Periode: 1977–1980
Grondslag: Bestuursbesluit O&S-fonds nr. 184, art. 4
Opmerking: Onder deze handeling valt ook de uitbetaling van het toegekende bedrag, alsmede – in voorkomend geval – terugvordering van bedragen. Bij een positieve beslissing werd een overeenkomst met de aanvrager gesloten over uitvoering en naleving van de voorwaarden.
Waardering: V 10 jaar
746
Handeling: Het beslissen over het toekennen van een premie voor de omschakeling van het melkveebestand op de (rund)vleesproductie
Periode: 1977–1981
Grondslag: Bestuursbesluit O&S-fonds nr. 184, art. 4
Opmerking: Onder deze handeling valt ook de uitbetaling van het toegekende bedrag, alsmede – in voorkomend geval – terugvordering van bedragen. Bij een positieve beslissing werd een overeenkomst met de aanvrager gesloten over uitvoering en naleving van de voorwaarden.
Waardering: V 10 jaar
785
Handeling: Het vaststellen van bijdrageregelingen voor het rooien van fruitbomen
Periode: 1968–1989
Grondslag: Bestuursbesluit O&S-fonds nr. 30, nr. 58 en nr. 159 (jaarverslagen O&S-fonds); Uitvoeringsregeling EEG-rooipremie appelbomen 1990; Uitvoeringsregeling EG-rooipremie appelbomen 1994 (Stcrt. 1994, 208)
Opmerking: De verschillende regelingen waren steeds slechts voor bepaalde jaren geldig. De aangegeven periodisering duidt derhalve op het startpunt van de eerste Europese verordening terzake en op de periodiek terugkerende regelingen.
Waardering: B, 5
786
Handeling: Het beslissen over het toekennen van een premie voor het rooien van fruitbomen
Periode: 1968–1989
Grondslag: Bestuursbesluit O&S-fonds nr. 30, artt. 7 en 9; Bestuursbesluit O&S-fonds nr. 58, artt. 9 en 10; Bestuursbesluit O&S-fonds nr. 159, art. 4; Uitvoeringsregeling EEG-rooipremie appelbomen 1990, art. 7, lid 1; Uitvoeringsregeling EG-rooisubsidie 1998, art. 9, lid 1
Opmerking: Onder deze handeling valt ook de uitbetaling van het toegekende bedrag, alsmede – in voorkomend geval – terugvordering van bedragen. Bij een positieve beslissing wordt een overeenkomst met de aanvrager gesloten over uitvoering en naleving van de voorwaarden. Hierop wordt ook regelmatig gecontroleerd.
Waardering: V 13 jaar
845
Handeling: Het vaststellen van regels in het kader van de uitvoering van de superheffing
Periode: 1988–
Grondslag: Beschikking superheffing 1988, art. 21, lid 5; Beschikking superheffing 1993, art. 18, lid 4
Waardering: B, 5
846
Handeling: Het opkopen van quota van producenten die hun melkveehouderijbedrijf beëindigen
Opmerking: Sinds 1977 is goedkeuring van de minister van Landbouw vereist. Bij het besluit tot opheffing kan het bestuur een liquidateur aanwijzen (statuten STULM 1963, art. 31, lid.2; gewijzigde statuten (1977), art. 31, lid 2; gewijzigde statuten (1980), art. 12, lid 1).
Waardering: B, 4
193
Handeling: Het wijzigen van de statuten van de STULM 1963
Opmerking: Volgens art. 16 (1963) is benoeming, schorsing of ontslag van directeuren een bevoegdheid van het dagelijks bestuur. Na de wijziging van 1977 betreft die alleen schorsing. Sinds 1977 in overeenstemming met de minister. Sinds 1980 heeft de stichting alleen nog het personeel dat in dienst was voor de oprichting van STULM 1974.
Waardering: V 10 jaar
200
Handeling: Het benoemen van een voorzitter, een plaatsvervangend voorzitter en een gedelegeerd lid
Periode: 1963–1980
Grondslag: Statuten STULM 1963, art. 6, lid 1; gewijzigde statuten (1977), art. 7, lid 1
Opmerking: Deze door het bestuur aangewezen drie personen vormen het dagelijks bestuur. Sinds 1980 is de voorzitter van STULM 1974 tevens voorzitter van STULM 1963, en worden de andere benoemingen niet meer gedaan.
Waardering: V 10 jaar
201
Handeling: Het vaststellen van de arbeidsvoorwaarden van het personeel
Opmerking: De formele bevoegdheid ligt bij het bestuur
Waardering: V 5 jaar
213
Handeling: Het nemen van besluiten inzake huur, pacht en schenkingen
Periode: 1980–
Grondslag: Gewijzigde statuten (1980), art. 5
Opmerking: Voor 1980 vielen dergelijke bestuursbesluiten onder het algemene slotartikel, dat het bestuur speelruimte gaf voor alles waarin de statuten niet voorzagen. Sinds 1980 is die algemene bevoegdheid er niet meer en is bovendien goedkeuring van de minister nodig.
Waardering: V 5 jaar
Stichting tot uitvoering van landbouwmaatregelen (STULM 1974)
Opmerking: Wanneer de minister hiertoe besluit, overlegt hij met het bestuur. Wanneer het bestuur de beslissing neemt, is goedkeuring van de minister nodig. Hierbij hoort het liquideren van het vermogen van STULM 1974 (statuten STULM 1974, art. 19; gewijzigde statuten (1980), art. 16, lid 1).
Waardering: B, 4
219
Handeling: Het wijzigen van de statuten van STULM 1974
Opmerking: Wanneer de minister hiertoe besluit, overlegt hij met het bestuur. Wanneer het bestuur de beslissing neemt, is goedkeuring van de minister nodig.
Waardering: B, 4
221
Handeling: Het vaststellen van een huishoudelijk reglement en andere reglementen
Opmerking: Te denken valt aan: verwerving of vervreemding van onroerend goed, huur, verhuur, pacht en verpachting, zakelijke rechten, borgtochten en leningen en schenkingen. De werkzaamheden voor derden: tot 1980.
Waardering: V 5 jaar
232
Handeling: Het aan de directeur of andere personen verlenen van tekeningsbevoegdheid voor de STULM 1974
Periode: 1974–1980
Grondslag: Statuten STULM 1974, art. 11.2
Opmerking: Dit was een handeling van de voorzitter.
Waardering: B, 4
233
Handeling: Het goedkeuren van besluiten van de voorzitter tot het aan de directeur of andere personen verlenen van tekeningsbevoegdheid voor de STULM 1974
Periode: 1974–1980
Grondslag: Statuten STULM 1974, art. 11, lid 2
Waardering: B, 4
234
Handeling: Het nader bepalen van de taak en bevoegdheden van het dagelijks bestuur van de STULM 1974
Periode: 1974–1980
Grondslag: Statuten STULM 1974, art. 12
Waardering: B, 4
236
Handeling: Het aanwijzen van een directeur van de STULM 1974
Periode: 1974–1980
Grondslag: Statuten STULM 1974, art. 14, lid 2; gewijzigde statuten (1980), art. 11, lid 1
Opmerking: In de gewijzigde statuten van 1980 staat dat de minister de directeur aanwijst, maar in de oorspronkelijke statuten wordt niet gespecificeerd wie de aanwijzing verricht.
Waardering; V 5 jaar
237
Handeling: Het opstellen van jaarlijkse werkplannen
Periode: 1974–1980
Grondslag: Statuten STULM 1974, art. 16, lid 1; gewijzigde statuten (1980), art. 13, lid 2
Opmerking: Werkplannen worden sinds 1980 niet meer gemaakt.
Waardering: V 5 jaar
239
Handeling: Het opstellen van jaarlijkse begrotingen
Periode: 1974–
Grondslag: Statuten STULM 1974, art. 16, lid 1; gewijzigde statuten (1980), art. 13, lid 2
Opmerking: Werkplannen worden sinds 1980 niet meer gemaakt.
Waardering: V 5 jaar
242
Handeling: Het opstellen van jaarlijkse rekeningen en verantwoordingen
Periode: 1974–
Grondslag: Statuten STULM 1974, art. 16, lid 3; gewijzigde statuten (1980), art. 13, lid 3
Waardering: V 10 jaar
244
Handeling: Het vormen van fondsen en reserves uit overschotten
Periode: 1974–1980
Grondslag: Statuten STULM 1974, art. 16, lid 4
Opmerking: Doel hiervan is dekking van toekomstige tekorten en bevordering van het doel van de stichting.
Waardering: V 10 jaar
246
Handeling: Het verlenen van machtigingen tot het in en buiten rechte vertegenwoordigen van STULM 1974
Periode: 1980–
Grondslag: Gewijzigde statuten (1980), art. 9, lid 2
Waardering: V 12 jaar
569
Handeling: Het aan landbouwers die schade ondervinden van revaluatie van de nationale munteenheid toekennen van toeslagen op akkerbouwproducten
Opmerking: Inclusief behandeling van de aanvragen en berekening, uitbetaling en eventuele terugvordering van de bedragen.
Waardering: V 10 jaar
773
Handeling: Het beslissen op een aanvraag tot verlening van een premie voor schapenvleesproducenten
Periode: 1980–1991
Grondslag: Beschikking uitvoering EEG-premie schapevleesproducenten, art. 5, lid 1; Uitvoeringsregeling EEG-premie schapevleesproducenten 1984, art. 4, lid 1; Uitvoeringsregeling EEG-premie schapevleesproducenten 1990, art. 15, lid 1; Uitvoeringsregeling EEG-premie schapevleesproducenten 1993, art. 45, lid 1; Regeling dierlijke EG-premies, art. 2.7
Opmerking: Inclusief behandeling van de aanvragen en berekening, uitbetaling en eventuele terugvordering van de bedragen.
Waardering: V 10 jaar
Stichting Voedselvoorziening Importbureau (VIB)
148
Handeling: Het vaststellen en/of wijzigen van de statuten van de Stichting VIB
Periode: 1952–1958
Grondslag: Beschikking tot goedkeuring van de statuten van de Stichting VIB
Opmerking: Vanaf de wijziging van de statuten in 1952 kon ook het VIB-bestuur de statuten veranderen.
Waardering: B, 4
152
Handeling: Het regelen van vestiging van bijkantoren in binnen- of buitenland
Periode: 1945–1958
Grondslag: Statuten Stichting VIB, art. 4
Waardering: B, 4
153
Handeling: Het regelen van assistentie door buitenlandse instellingen bij de uitvoering van de eigen werkzaamheden
Periode: 1945–1958
Grondslag: Statuten Stichting VIB, art. 4
Waardering: B, 5
156
Handeling: Het benoemen, schorsen en ontslaan van directieleden van de Stichting VIB
Periode: 1945–1958
Grondslag: Statuten Stichting VIB, art. 8
Opmerking: De bevoegdheid lag formeel bij het bestuur van de Stichting.
Waardering: B, 4
158
Handeling: Het vaststellen en wijzigen van een eigen huishoudelijk reglement
Periode: 1945–1958
Grondslag: Statuten Stichting VIB, art. 6
Waardering: B, 4
160
Handeling: Het opstellen van jaarrekeningen
Periode: 1945–1958
Grondslag: Statuten Stichting VIB, art. 11
Waardering: B, 3
161
Handeling: Het instellen van adviescommissies
Periode: 1945–1958
Grondslag: Statuten Stichting VIB, art. 7, lid 1
Opmerking: De bevoegdheid lag formeel bij het bestuur van de Stichting. Hierbij werden tevens samenstelling, taak en bevoegdheid van de commissies geregeld.
Waardering: B, 4 en 5
162
Handeling: Het benoemen van leden van adviescommissies
Periode: 1945–1958
Grondslag: Statuten Stichting VIB, art. 7, lid 2
Opmerking: De bevoegdheid lag formeel bij het bestuur van de Stichting.
Waardering: B, 4
163
Handeling: Het benoemen van procuratiehouders
Periode: 1945–1958
Grondslag: Statuten Stichting VIB, art. 10
Opmerking: Deze bevoegdheid lag formeel bij de directie van de Stichting VIB. Het bestuur moest een dergelijke benoeming goedkeuren.
Waardering: B, 4
174
Handeling: Het aan personeelsleden verstrekken van procuratie voor het in en buiten rechte vertegenwoordigen van het VIB
Opmerking: De akte van procuratie wordt gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel. Het is de directie die deze bevoegdheid uitoefent.
Waardering: B, 5
177
Handeling: Het periodiek uitbrengen van verslag over de verrichte werkzaamheden
Periode: 1958–1998
Grondslag: Landbouwwet, art. 35, lid 2
Product: Verslagen
Opmerking: De verslagen worden door de minister aan de Staten-Generaal meegedeeld. Sinds 1966 moet het verslag melding maken van de mening van de Commissie van beheer VIB over de begroting en het verslag (Beschikking Commissie van beheer VIB, art. 4, lid 3).
Waardering: B, 3
178
Handeling: Het opstellen van de VIB-begroting
Periode: 1958–1998
Grondslag: Landbouwwet, art. 35, lid 3
Product: Begrotingen
Opmerking: Sinds 1966 moet het verslag melding maken van de mening van de Commissie van beheer VIB over de begroting en het verslag (Beschikking Commissie van beheer VIB, art. 4, lid 3).
Waardering: B, 3
189
Handeling: Het aan belanghebbenden meedelen van interventieregelingen en de implicaties daarvan
Periode: 1958–1998
Grondslag: Landbouwwet, art. 35, lid 3
Product: Mededelingen
Waardering: B, 5
482
Handeling: Het aanwijzen van pakhuizen waar landbouwproducten kunnen worden aangeboden in het kader van nationale interventie
Periode: 1958–1966
Waardering: V 10 jaar
466
Handeling: Het, in het kader van het garantieprijsbeleid, (berekenen en) uitkeren van toeslagen of vergoedingen voor landbouwproducten
Opmerking: Zo berekenden en betaalden aanvankelijk het PGZP (1962 en 1963) en het AA (1962) de toeslagen uit hoofde van de Beschikkingen lichte gronden. Het Landbouwschap deed dit vanaf 1964. Ook de Toeslagbeschikking koolzaad 1966 wees het Landbouwschap hiertoe aan. Voor vlas werden nog in 1970 nationale toeslagen verleend. Vanaf 1963 werden verwerkingscertificaten verzilverd bij het Bedrijfschap voor de Vlasindustrie (cf. bijv. Stcrt. D.d. 7 juni 1966) in plaats van bij het VIB.
Waardering: V 10 jaar
472
Handeling: Het, in het kader van het garantieprijsbeleid, opleggen van heffingen voor landbouwproducten
Periode: 1958–1968
Grondslag: Beschikkingen, bijv. Beschikking Garantieprijs beetwortelsuiker oogst 1956, art. 2, lid 2; Garantiebeschikking beetwortelsuiker oogst 1961, als gewijzigd (Stcrt. 1962, 62), artt. 7 en 13
Opmerking: Het Aan- en Verkoopbureau van Akkerbouwprodukten regelde de heffing voor beetwortelsuiker, later was het VIB hierbij betrokken.
Waardering: V 10 jaar
483
Handeling: Het in de nationale context verrichten van interventiewerkzaamheden
Periode: 1958–1968
Opmerking: De werkzaamheden in de Europese context staan beschreven in deel 7 van dit rapport, vanaf 1968, toen de Europese agrarische marktordeningsorganisatie voltooid was.
Waardering: B 5
484
Handeling: Het verrichten van werkzaamheden betreffende aankoop, import, opslag en verkoop in het binnenland van landbouwproducten en -werktuigen
Periode: 1945–1957
Grondslag: Statuten Stichting VIB
Waardering: V 10 jaar
626
Handeling: Het voeren van overleg met het ministerie van Landbouw en met de productschappen inzake interventiewerkzaamheden
Handeling: Het verlenen en intrekken van erkenningen van instanties of personen die voor het uitvoeren van interventiewerkzaamheden zijn gebonden aan een formele erkenning
Periode: 1968–1998
Grondslag: Europese verordeningen, bijv. Verordening (EEG) nr. 985/68; Suikerbeschikking 1968-II, art. 18, lid 2; Beschikking VIB-erkenningen 1978, art. 2, vervangen door de Regeling erkenningen interventie, art. 2; Beschikking denaturatie- en verwerkingssteun magere melkpoeder 1980, art. 4, lid 1 en 2
Opmerking: De erkenning kan aan voorwaarden worden gebonden. Het HPA had tot 1972 (cf. wijziging Suikerbeschikking 1968-II, Stcrt. 1972, 60) de bevoegdheid tot het namens de minister erkennen van de suikeropslagplaatsen waar bij uitsluiting de overneming tot interventie plaatsvond, alsook van monsternemers en onderzoekslaboratoria. De minister erkent krachtens de wijziging van de Suikerbeschikking 1968-II sinds 1972 de personen die als gespecialiseerde suikerhandelaren die zijn gerechtigd tot het doen van een aanbieding tot interventie.
Waardering: B, 4
636
Handeling: Het controleren van de duurzame naleving door personen en instellingen van de voorwaarden die aan erkenning zijn verbonden
Opmerking: Het kan hierbij gaan om de wijze van aanbieden van de producten of over de minimumhoeveelheden die moeten worden aangeboden. Het kan verder zowel kwaliteits- of verpakkingseisen betreffen als administratieve bepalingen. Ook het later wijzigen van de voorwaarden valt onder deze handeling.
Waardering: B, 1
659
Handeling: Het organiseren van openbare inschrijvingen voor de aankoop van interventieproducten
Opmerking: De inschrijvingen moeten worden gepubliceerd in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen. In dit kader kunnen zekerheden worden gesteld, om te waarborgen dat de aanbieders aan hun verplichtingen zullen voldoen.
Waardering: V 5 jaar
660
Handeling: Het aankopen van voor interventie in aanmerking komende (partijen) landbouwproducten
Periode: 1958–1998
Grondslag: Europese verordeningen, bijv. Verordening (EEG) nr. 1569/77, art. 3, lid 2-4 (granen); Verordening (EEG) nr. 2456/93, art. 18, lid 1 (rundvlees); Suikerbeschikking 1968-II, art. 18, lid 1; Tabaksbeschikking 1971-I, art. 2; Regeling suiker, isoglucose en inulinestroop, art. 30, lid 1
Opmerking: Voorafgaand aan de daadwerkelijke aankoop wordt eerst mededeling gedaan van de gunning, bijv. middels toezending van een leveringsbon. De producten moeten aan bepaalde voorwaarden voldoen. In het kader van de overname kunnen vooraf kwaliteitscontroles worden uitgevoerd (zie volgende handeling).
Waardering: V 5 jaar
661
Handeling: Het rapporteren in het kader van controles die zijn uitgevoerd in het kader van de overname van ter interventie aangeboden producten
Opmerking: Bijvoorbeeld in de vleessector: het uitbenen van vlees. Voor tabak: bewerken en verpakken.
Waardering: V 5 jaar
669
Handeling: Het aanwijzen van instanties voor de uitvoering van fysieke controles op de aan opslag of verkoop voorafgaande bewerking van interventieproducten
Handeling: Het rapporteren in het kader van de uitvoering van fysieke controles op de aan opslag of verkoop voorafgaande bewerking van interventieproducten
Opmerking: Indien de fysieke controle is uitbesteed, verricht het interventiebureau toch steeksproefgewijs nog fysieke controles op de werkzaamheden van de aangewezen controle-instanties.
Waardering: V 5 jaar
671
Handeling: Het bijhouden van lijsten van opslaglocaties en daarin opgeslagen hoeveelheden interventieproducten
Opmerking: De voorschriften kunnen bijv. technische normen voor koelhuizen inhouden.
Waardering: B, 5
674
Handeling: Het verhuren van opslagruimte aan buitenlandse interventiebureaus
Periode: 1964–1998
Waardering: V 7 jaar
675
Handeling: Het aangaan van overeenkomsten met instanties voor de particuliere opslag van interventieproducten
Periode: 1968–1998
Grondslag: Europese verordeningen, bijv. Verordening (EEG) nr. 985/68, art. 8, lid 2; Beschikking particuliere opslag zuivelprodukten en vlees 1980, art. 4
Opmerking: De sluiting van het contract kan afhankelijk worden gesteld van het stellen van een waarborgsom als garantie voor de verplichting van het opslagbedrijf om de opslag ook daadwerkelijk te realiseren.Nadere voorwaarden voor het aangaan van een contract worden door de minister in ‘Mededelingen’ bekendgemaakt.
Waardering: V 5 jaar
676
Handeling: Het opstellen van een bestek voor de particuliere opslag van interventieproducten
Opmerking: In het contract moet naar dit bestek worden verwezen.
Waardering: V 5 jaar
677
Handeling: Het vaststellen van maatregelen ten aanzien van particuliere opslag ingeval de contractant wegens overmacht de contractvoorwaarden niet kan nakomen
Opmerking: Vanaf 1980 moesten aanvragers ook al ingeschreven zijn in een openbaar register, maar de lidstaat bepaalde toen nog niet welke dat moest zijn.
Waardering: V 5 jaar
680
Handeling: Het toekennen en uitkeren van financiële steun aan instanties voor de particuliere opslag van interventieproducten
Periode: 1980–1998
Grondslag: Europese verordeningen, bijv. Verordening (EEG) nr. 2763/75, art. 1, lid 3 (varkensvlees); Verordening (EG) nr. 454/95, art. 12 (bewaarkaas); Vlas- en lijnzaadbeschikking 1976, artt. 7 en 8; Beschikking particuliere opslag zuivelprodukten en vlees 1980, art. 4
Opmerking: In dit kader kan een waarborgsom of garantie worden gevraagd. Het Productschap voor Zuivel (PZ) verleent aan degenen die een overeenkomst hebben gesloten met het VIB, een vergoeding voor magere melkpoeder.
Waardering: V 5 jaar
684
Handeling: Het houden van openbare inschrijvingen voor de verkoop van interventieproducten
Opmerking: Hiertoe worden berichten van verkoop van interventieproducten bij openbare inschrijving opgesteld en worden lijsten met nadere gegevens bijgehouden. Er kunnen in het kader van de offertes zekerheden worden gesteld ter waarborging van de nakoming van verplichtingen.
Waardering: V 5 jaar
685
Handeling: Het vaststellen van aanvullende voorschriften voor de verkoop van interventievoorraden
Handeling: Het rapporteren in het kader van het uitoefenen van toezicht op de denaturatie
Periode: 1981–1998
Grondslag: Beschikking denaturatie- en verwerkingssteun magere melkpoeder 1980, art. 8, lid 1
Opmerking: Het VIB hield toezicht op de denaturatie van magere melkpoeder. Deze rapportage werd door het Productschap voor Zuivel gebruikt voor de toekenning van de denatureringssteun.
Waardering: V 5 jaar
692
Handeling: Het organiseren van openbare inschrijvingen voor de verkoop van bepaalde interventieproducten bestemd voor verdere verwerking
Opmerking: Het betreft met name ook zuivelproducten (bijv. magere-melkpoeder), die moeten worden verwerkt in of tot andere producten. De producten kunnen in dit kader tegen verlaagde prijs worden verkocht. Ook voor groenten en fruit was het VIB aangewezen als bevoegde instantie (zie bijv. bijlage bij Verordening (EEG) nr. 1559/70).
Waardering: V 5 jaar
693
Handeling: Het sluiten van overeenkomsten met partijen die interventieproducten voor verdere verwerking aankopen
Opmerking: In bepaalde gevallen mocht de door de lidstaat aangewezen instantie de verwerking (bijv. distillatie) onderhands uitbesteden (cf. Verordening (EEG) nr. 1885/70) i.p.v. via openbare inschrijving, dit o.a. in verband met bederfelijkheid van de waar in relatie tot lange procedures.Ter waarborging van nakoming van verplichtingen kan een zekerheid worden gesteld.
Waardering: V 12 jaar
696
Handeling: Het toekennen en uitbetalen van verwerkingssteun (productierestitutie) voor interventieproducten
Periode: 1968–1998
Grondslag: Europese verordeningen, bijv. Verordening (EEG) nr. 986/68 (ondermelk, magere melkpoeder), art. 3; Verordening (EEG) nr. 429/90, art. 8, lid 3 (boterconcentraat); Verordening (EG) nr. 2571/97, art. 22, lid 4 (room, boter, boterconcentraat); Suikerbeschikking 1968-II, art. 14; Beschikking denaturatie- en verwerkingssteun magere melkpoeder 1980, art. 2, lid 2, en art. 16c, lid 1; Beschikking Suiker en Isoglucose 1981 (later: Regeling suiker, isoglucose en inulinestroop), art. 22
Opmerking: Het Hoofdproductschap voor Akkerbouwproducten gaat over de verwerking van mager melkpoeder of ondermelk en de verwerking van suiker (voor suiker tot 1999 in mandaat, daarna krachtens gedelegeerde bevoegdheid).De productschappen kunnen zelf nadere voorschriften (verordeningen) geven m.b.t. het verlenen van steun. - De steunverlenende productschappen informeren het VIB / LASER en de AID omtrent de verleende steunbedragen.
Waardering: V 5 jaar
672
Handeling: Het aanwijzen van locaties voor de openbare opslag van interventieproducten
Opmerking: De offertes worden vervolgens anoniem ingediend bij de EC, die beslist over toewijzing.
Waardering: V 5 jaar
698
Handeling: Het toekennen van steun voor de particuliere opslag in het kader van de afzet tegen verlaagde prijs van interventieproducten bedoeld voor verdere verwerking
Handeling: Het vaststellen van nadere voorschriften inzake de verkoop tegen verlaagde prijs van landbouwproducten uit interventie of uit de markt
Periode: 1972–1998
Grondslag: Verordening (EEG) nr. 1717/72, art. 4, lid 3 (boter); Verordening (EEG) nr. 2991/82, art. 5, lid 2 en 3, en art. 10 (boter); Beschikking steun boter met bijzonder gebruik of bijzondere bestemming 1981, art. 17, lid 2, en art. 18
Opmerking: Deze voorschriften betroffen o.a. welke instellingen de producten tegen verlaagde prijs kunnen kopen, de hoeveelheden interventieboter die instellingen konden kopen, maximumprijzen, verpakkingsvoorschriften, de bij aanvraag vereiste gegevens en de controlevoorschriften. Het kan ook gaan om de wijze van melding aan het interventiebureau van voorgenomen of gerealiseerde verkopen of bewerkingen, enz. Deze handeling heeft betrekking op alle modaliteiten van de steun voor verkoop tegen verlaagde prijs: aan instellingen zonder winstoogmerk of aan het leger dan wel aan leveranciers ten behoeve van directe consumptie of verdere verwerking (boterconcentraat).
Waardering: B, 5
702
Handeling: Het toekennen van steun voor de particuliere opslag in het kader van de afzet tegen verlaagde prijs van interventieproducten bedoeld voor rechtstreekse consumptie
Opmerking: Het gaat hierbij om bijv. steun voor van de particuliere opslag betrokken kerstboter en later ook om steun in het kader van bevordering van de afzet voor rechtstreekse consumptie.
Waardering: V 5 jaar
703
Handeling: Het toekennen van steun aan (erkende) leveranciers voor de afzet tegen verlaagde prijs van interventieproducten bedoeld voor rechtstreekse consumptie
Opmerking: Het gaat in de meeste gevallen om boter bestemd voor het leger of sociale instellingen of voor rechtstreekse consumptie (bijv. kerstboter, bak- en braadboter). Het Productschap voor Zuivel regelde de uitbetaling van steun voor kerstboter.
Waardering: V 5 jaar
705
Handeling: Het organiseren van de gratis uitreiking van interventieproducten via liefdadigheidsinstanties
Opmerking: De lidstaten zorgen voor de totstandkoming van de contacten tussen de telersverenigingen en de liefdadigheidsinstellingen of –organisaties die de op hun grondgebied uit de markt genomen producten kunnen gebruiken voor de gratis uitreiking. Voor de sector groenten en fruit zijn de telersverenigingen verantwoordelijk, onder toezicht van de lidstaat. Eventueel kunnen in dit verband contractuele afspraken worden gemaakt.
Waardering: V 10 jaar
714
Handeling: Het organiseren van inschrijvingsprocedures voor de verwerking van interventieproducten bestemd voor gratis uitreiking
Opmerking: In bepaalde gevallen mocht de door de lidstaat aangewezen instantie de verwerking (tot bijv. tomatensap of -pasta) onderhands uitbesteden (cf. Verordening nr. 159/66/EEG in combinatie met Verordening (EEG) nr. 846/72) i.p.v. via openbare inschrijving, dit o.a. in verband met bederfelijkheid van de waar in relatie tot lange procedures.
Criteerium: V 10 jaar
715
Handeling: Het sluiten van contracten voor de verwerking van interventieproducten bestemd voor gratis uitreiking
Handeling: Het rapporteren in het kader van de controle op het juiste gebruik of de juiste bestemming van uit interventie of uit de markt verkochte landbouwproducten
Opmerking: Vanaf 1976 is de controle aanzienlijk uitgebreid.
Waardering: V 5 jaar
726
Handeling: Het uitwisselen van informatie met buitenlandse interventiebureaus inzake de steunverlening voor het gebruik of de bestemming van bepaalde landbouwprodukten
Periode: 1976–1998
Grondslag: Diverse Europese verordeningen
Opmerking: Het gaat landbouwproducten die in de ene lidstaat geproduceerd zijn en in een andere de verwerking ondergaan waarvoor steun is toegekend.
Waardering: V 5 jaar
727
Handeling: Het als gelijkwaardig erkennen van andere dan de voorgeschreven controledocumenten
Handeling: Het beslissen dat in geval van overmacht ten aanzien van de controle op gebruik en bestemming wordt afgeweken van de standaardvoorschriften
Periode: 1976–1998
Grondslag: Europese verordeningen, bijv. Verordening (EEG) nr. 1687/76, art. 11, lid 3; Verordening (EEG) nr. 569/88, art.27, lid 1; Beschikking controlevoorschriften interventieproducten 1976, art. 6, lid 1; Beschikking controlevoorschriften inzake het gebruik of de bestemming van bepaalde landbouwprodukten 1979, art. 11
Opmerking: Het kan zijn dat wordt besloten om de gegeven termijn voor het bijzonder gebruik en/of de bijzondere bestemming van interventieproducten te verlengen, of dat bij onherroepelijke teloorgang de controle als verricht is beschouwd. De EC moet van deze beslissingen periodiek op de hoogte worden gesteld.
Waardering: V 5 jaar
731
Handeling: Het rapporteren in het kader van de uitoefening van toezicht op de bewerking van interventieproducten
Periode: 1979–1998
Grondslag: Beschikking controlevoorschriften inzake het gebruik of de bestemming van bepaalde landbouwprodukten 1979, art. 12
Opmerking: Het betreft met name toezicht op de denaturatie. Het productschap kan de denaturatie ook in eigen beheer laten uitvoeren.
Waardering: B 5
870
Handeling: landbouwproductenHet afgeven van attesten in het kader van de toekenning van bijzondere exportrestituties voor rundvlees
Periode: 1982–1998
Grondslag: Beschikking bijzondere restitutie bij uitvoer rundvlees 1982, art. 9, lid 1; Beschikking bijzondere restitutie bij uitvoer uitgebeend rundvlees 1982, art. 5, lid 1, en art. 10, lid 1; Beschikking bijzondere restituties bij uitvoer bepaalde soorten rundvlees 1984, art. 7, lid 1, en art. 12, lid 2
Product: Identificatie-attesten en attesten ‘uitgebeend vlees’
Opmerking: Het originele attest vergezelt de partij en dient bij het doen van aangifte ten uitvoer te worden overgelegd. Een afschrift blijft bij de VIB/LASER-functionaris, het andere gaat naar het PVV. Douanefunctionarissen controleren of partijen rundvlees overeenkomen met de begeleidende attesten en viseren de originele attesten, die vervolgens naar het PVV worden verzonden. Het uitbenen mag alleen gebeuren door uitsnijderijen die door het VIB en LASER (na 1998) zijn erkend.
Waardering: V 5 jaar
871
Handeling: Het verlenen van een ontheffing om rundvlees in andere delen uit te benen of uit te snijden dan is gespecificeerd in de voor verlening van bijzondere restitutie opgestelde limitatieve lijst
Periode: 1982–1998
Grondslag: Beschikking bijzondere restituties bij uitvoer bepaalde soorten rundvlees 1984, art. 14, lid 3
Waardering: V 5 jaar
877
Het tegen de gegarandeerde prijs aankopen van preferentiële suiker
Periode: 1981–1998
Grondslag: Beschikking Suiker en Isoglucose 1981 (later: Regeling suiker, isoglucose en inulinestroop), art. 31
Waardering: V 10 jaar
Deel 3. Handelingen van overige actoren
Minister van Economische Zaken
115
Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van KB’s waarbij productschappen de bevoegdheid krijgen om prijzen voor landbouwproducten vast te stellen
Periode: 1958–
Grondslag: Instellingswetten productschappen
Waardering: B, 1
118
Handeling: Het vaststellen van regelgeving inzake de overdracht van bevoegdheden aan product- of bedrijfschappen ten aanzien van de uitvoering van het communautaire agrarisch markt- en prijsbeleid (medebewind)
Overdrachtsbeschikking bevoegdheden Landbouwwet 1966 Algemeen (Stcrt. 1966, 205); Overdrachtsbeschikking bevoegdheden Landbouwwet 1967, Produktschap voor Groenten en Fruit (Stcrt. 1967, 121); Overdrachtsbeschikking bevoegdheden Landbouwwet 1967 Produktschappen voor GZP en MVO (Stcrt. 1967, 114); Besluit Delegatie bepaalde bevoegdheden In- en uitvoerbeschikking landbouwgoederen 1981 (Stcrt. 1998, 13); Regeling houdende Regeling suiker, isoglucose en inulinestroop 1999 (Stcrt. 1999, 108)
Grondslag: Landbouwwet, art. 45, lid 1; Wijziging Landbouwwet (Stb. 1966, 278), art. 23, lid 1; In- en uitvoerwet, art. 11
Opmerking: Wanneer het bevoegdheden betreft die de minister van Landbouw uitoefent in overeenstemming met de minister van Economische Zaken, gebeurt de overdracht uiteraard in onderlinge overeenstemming. De genoemde producten vormen slechts een greep uit de vele specifieke overdrachtsregelingen.
Waardering: B, 4 en 5
121
Handeling: Het goedkeuren van ontwerp-verordeningen van productschappen die zijn vastgesteld op basis van een overgedragen bevoegdheid
Periode: 1958–
Grondslag: Landbouwwet, als gewijzigd (Stb. 1966, 278), art. 23, lid 2; Overdrachtsbeschikking bevoegdheden Landbouwwet 1966 Algemeen, art. 3; In- en uitvoeringsbeschikkingen Produktschappen 1958 en 1963
Opmerking: Goedkeuring van de minister van Economische Zaken is vereist wanneer het voorschrift waarbij de bevoegdheid is overgedragen, werd vastgesteld in overeenstemming met deze minister. Goedkeuring kan alleen worden onthouden wegens strijd met het recht en het algemeen belang.
Waardering: B, 5
362
Handeling: Het (mede) voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van wet- en regelgeving betreffende veiligstelling van de voedselvoorziening in bijzondere omstandigheden
Opmerking: Onder deze handeling vallen ook regelingen bij de totstandkoming waarvan de minister van Landbouw, gelet op de landbouwaspecten, als tweede ondertekenaar betrokken is (bijv. Stcrt. 1947, 87, waarbij enkele artikelen van de Algemene Bonaanwijzingsbeschikiking kwamen te vervallen).
Waardering: B, 1
363
Handeling: Het voorbereiden van Koninklijke Besluiten tot (tijdelijke) in- of buitenwerkingstelling van relevante artikelen van noodwetten die van belang zijn voor de voedselvoorziening
Periode: 1939–1997
Grondslag: Bodemproductiewet 1939, art. 17, lid 2 en 5; Distributiewet 1939, art. 24, lid 2 en 5; Prijsopdrijvings- en hamsterwet 1939, art. 21, lid 1 en 4; Hamsterwet, art. 1, lid 1 en 4; Noodwet voedselvoorziening, art. 4, lid 1 en 6 – alle gewijzigd bij de Invoeringswet Coördinatiewet uitzonderingstoestanden
Coördinatiewet uitzonderingstoestanden, artt. 7 en 8
Opmerking: Zie voor de Prijsopdrijvings- en hamsterwet 1939 ook handeling 2 van Pivot-rapport nr. 108, Prijsbeleid en Economische controle.
Waardering: B, 1 en 6
365
Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van wetgeving betreffende het voortduren van de werking van relevante artikelen van noodwetten die van belang zijn voor de voedselvoorziening
Periode: 1939–1997
Grondslag: Bodemproductiewet 1939, art. 17, lid 4; Distributiewet 1939, art. 24, lid 4; Prijsopdrijvings- en hamsterwet 1939, art. 21, lid 3; Hamsterwet, art. 1, lid 2; Noodwet voedselvoorziening, art. 4, lid 4 – alle gewijzigd bij de Invoeringswet Coördinatiewet uitzonderingstoestanden
Opmerking: Vanaf 1997 geldt deze handeling (de zogenoemde verlengingswetprocedure) alleen voor de inwerkingstelling van de relevante bepalingen ‘in buitengewone omstandigheden’, dus niet in uitzonderingstoestanden.
Waardering: B, 5 en 6
389
Handeling: Het verlenen van vergunningen en ontheffingen ten aanzien van landbouwdistributiegoederen
Periode: 1939–
Grondslag: Distributiewet 1939, art. 5, lid 2; distributiebeschikkingen
Opmerking: De vergunningen konden met name betrekking hebben op het kopen, verkopen, te koop aanbieden, afleveren, voorhanden of in voorraad hebben van de distributiegoederen.
Waardering: B 6 voor de periode 1939-1952
V, 5 jaar na 1952
390
Handeling: Het met betrekking tot landbouwgoederen nader aanwijzen en voor een bepaald tijdvak geldig verklaren van distributiebonnen of toewijzingen
Opmerking: De bonnen en toewijzingen (die recht geven op het in ontvangst nemen van een bepaald aantal rantsoenen) werden uitgereikt door de distributiediensten.
Waardering: B, 5 en 6
391
Handeling: Het geven van aanwijzingen betreffende het aanbieden van bonnen, toewijzingen of vergunningen aan een distributiedienst ter verkrijging van de desbetreffende landbouwdistributiegoederen
Periode: 1939–1949
Grondslag: distributiebeschikkingen, bijv. Kaasdistributiebeschikking 1946 (Stcrt. 1946, 159), art. 6, lid 1; Vleesch- en vleeschwarendistributiebeschikking 1946 (Stcrt. 1947, 25), art. 6, lid 1; Levensmiddelendistributiebeschikking 1947 (Stcrt. 1947, 105), art. 6, lid 1
Waardering: B, 5 en 6
421
Handeling: Het goedkeuren van regels die product- of bedrijfschappen in buitengewone omstandigheden hebben opgesteld voor de uitvoering van de Noodwet voedselvoorziening
Periode: 1963–
Grondslag: Noodwet voedselvoorziening, art. 15, lid 2
Opmerking: De goedkeuring van de minister van Economische Zaken is noodzakelijk wanneer de beschikking waarbij de medewerking is ingeroepen, in overeenstemming met de minister van Economische Zaken is vastgesteld.
Waardering: B, 5 en 6
531
Handeling: Het (mede) vaststellen van regels ten aanzien van de prijzen voor landbouwproducten
Opmerking: Wanneer de beschikkingen bindende regels of concurrentiebeperking inhouden voor industriële of handelsondernemingen, is overeenstemming met de minister van Economische Zaken vereist (Stb. 1958, 167). Van medevaststelling is dikwijls sprake wanneer een prijzenbeschikking ter zake van een landbouwproduct door EZ is opgesteld op basis van de Prijzenwet (cf. Prijzenbeschikking brood 1981 (Stcrt. 1981, 12)). Wanneer in het onderwerp waarop de beschikking gericht is, al wordt voorzien door een op grond van een autonome bevoegdheid vastgestelde PBO-verordening, wordt de ministeriële beschikking ingetrokken.De uitdrukkelijke vaststelling van garantieprijzen in het kader van het nationale beleid terzake valt onder een andere, nader gespecificeerde handeling.
Waardering: B, 1 en 5
540
Handeling: Het al dan niet goedkeuren van ontwerp-verordeningen van productschappen die zijn vastgesteld op basis van een vordering tot medewerking
Periode: 1958–1966
Grondslag: Landbouwwet, art. 23, lid .2 en 3; besluit inzake overeenstemming met de minister van Economische Zaken, art. 2
Opmerking: Ook krachtens dergelijke verordeningen opgestelde nadere regels en besluiten konden zijn onderworpen aan goedkeuring, namelijk wanneer de ministers dat bepaalden in hun goedkeuring van de ontwerp-verordening. Goedkeuring van de minister van Economische Zaken was vereist, wanneer het voorschrift waarbij de medewerking was ingeroepen, was vastgesteld in overeenstemming met deze minister. Dit gold voor PBO-verordeningen op grond van overgedragen bevoegdheden die de minister van Landbouw toekomen krachtens art. 17, 19 of 22 van de Landbouwwet.Het in 1966 gewijzigde artikel 23 vormt de basis voor medebewindshandelingen.
Waardering: B, 5
Minister van Financiën
50
Handeling: Het ter benoeming door de Kroon voordragen van leden van de Centrale Commissie voor de Voedselvoorziening
Periode: 1934–1957
Grondslag: Landbouw-Crisiswet 1933, art. 27, lid 3
Opmerking: Eén lid van de commissie werd voorgedragen door de minister van Financiën en de overige door de minister van Landbouw.
Waardering: V 10 jaar
251
Handeling: Het vaststellen van regels voor de uitoefening van toezicht op het Landbouw-Egalisatiefonds
Periode: 1958–1978
Grondslag: Landbouwwet, art. 3, lid 2
Opmerking: Het betrof het toezicht dat ingevolge art. 12 van de Comptabiliteitswet 1927 (Stb. 259) aan de minister van Financiën was opgedragen. De minister van Financiën handelde in overeenstemming met de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV).Vgl. handeling 73 uit het BSD Beheer van de rijksbegroting.
Waardering: B, 3 en 5
253
Handeling: Het onderzoeken van rekeningen van het Landbouw-Crisisfonds c.q. het Landbouw-Egalisatiefonds
Periode: 1934–1996
Grondslag: Landbouw-Crisiswet 1933, art. 20; Landbouwwet, art. 7, lid 2
Opmerking: Sinds 1973 had de inbreng van de minister van Financiën alleen betrekking op afdeling A (Wijziging Landbouwwet (Stb. 1973, 269) art. 11). De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) was in de periode 1973-1999 verantwoordelijk voor het sluiten van de rekeningen van afdeling B.Vgl. handeling 84 en 261 uit het BSD Beheer van de rijksbegroting.
Waardering: V 5 jaar
256
Handeling: Het aanhouden van een rekening-courant van de geldelijke betrekking tussen het rijk en het Landbouw-Crisisfonds c.q. het Landbouw-Egalisatiefonds en het jaarlijks vaststellen van het rentepercentage dat daarin zal worden berekend
Opmerking: Er is nooit rente gevraagd aan het fonds (MvT wetswijziging 1973).Vgl. handeling 75 uit het BSD Beheer van de rijksbegroting.
Waardering: V 5 jaar
280
Handeling: Het gezamenlijk voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van regelingen waarmee de invoer van crisisproducten aan voorwaarden wordt gebonden
Periode: 1934–1957
Grondslag: Landbouw-Crisiswet 1933, art. 11, lid 1
Opmerking: Als voorwaarde kon worden gesteld bijvoorbeeld de betaling van een bedrag per eenheid, waarvan de hoogte periodiek kon worden vastgesteld. In combinatie met artikel 13b van de wet kan deze handeling ook uitmonden in inleveringsvoorschriften.
Waardering: B, 1
288
Handeling: Het gezamenlijk voorbereiden van regelingen waarmee wordt bepaald dat voor het invoeren of (doen) voortbrengen, verwerken, verhandelen, merken, enz. van crisisproducten, alsmede het met het oog daarop voorhanden of in voorraad hebben van een inrichting of werktuig, een geldsom moet worden betaald of een betalingsverplichting geldt
Periode: 1934–1957
Grondslag: Landbouw-Crisiswet 1933, art. 11, lid 1, en art. 14, lid 1
Waardering: B, 1
566
Handeling: Het vaststellen van beschikkingen waarmee wordt afgeweken van de verplichting tot het opleggen van extra invoerheffingen of het verlenen van extra restituties
Periode: 1971–1992
Grondslag: Compensatiebeschikking landbouwgoederen 1971 I, art. 2, lid 3, en art. 4, lid 3
Opmerking: In overeenstemming met de minister van LNV.
Waardering: B, 5
586
Handeling: Het vaststellen van criteria voor instellingen om garanties af te geven bij de aanvraag voor invoer-, uitvoer- of voorfixatiecertificaten voor landbouwgoederen
Handeling: Het bevoegd verklaren van instellingen om garanties af te geven bij de aanvraag voor invoer-, uitvoer- of voorfixatiecertificaten voor landbouwgoederen
Handeling: Het informeren van de EC over de instellingen die bevoegd verklaard zijn om garanties af te geven bij de aanvraag voor invoer-, uitvoer- of voorfixatiecertificaten voor landbouwgoederen
Hoofdambtenaren en ambtenaren voor de tuchtrechtspraak
356
Handeling: Het op het gebied van de voedselvoorziening voorbereiden en voeren van tuchtrechtzaken voor de tuchtrechter en het tenuitvoerleggen van tuchtrechtelijke uitspraken
Handeling: Het gezamenlijk vaststellen van een arbeidsreglement voor voedselvoorzieningsorganisaties
Periode: 1941–1957
Grondslag: Algemeen Reglement, art. 10
Opmerking: De organisaties regelden binnen de gestelde kaders zelf de aanstelling van personeel en de arbeidsvoorwaarden.
Waardering: V 10 jaar
115
Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van KB’s waarbij productschappen de bevoegdheid krijgen om prijzen voor landbouwproducten vast te stellen
Periode: 1958–
Grondslag: Instellingswetten productschappen
Waardering: V 10 jaar
Productschap voor Vee en Vlees (PVV)
458
Handeling: Het, in het kader van het garantieprijsbeleid, opstellen en wijzigen van criteria voor de classificatie van landbouwproducten
Periode: 1952–1968
Product: o.a. Verordening classificatiemerken geslachte varkens 1956 (Productschap Vee en Vlees) en
Uitvoeringsbesluit vaststelling classificatiemerken geslachte varkens 1956 (Productschap Vee en Vlees).
Opmerking: In overleg met de PBO’s en andere vertegenwoordigers van het bedrijfsleven.
Waardering: B, 5
652
Handeling: Het benoemen van de leden van de Commissie kwaliteitsbewaking classificatie
Periode: 1988–
Grondslag: Regeling instelling Commissie kwaliteitsbewaking classificatie, art. 4, lid 2
Opmerking: Het productschap benoemt één lid en een adviserend lid, de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) benoemt de overige maximaal twee leden, waaronder de voorzitter.
Waardering: V 5 jaar
768
Handeling: Het beslissen over de toekenning van een vroegslachtpremie voor kalveren
Opmerking: De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) is verantwoordelijk voor de toekenning van de slachtpremie voor runderen ouder dan acht maanden, de PVV voor de slachtpremie voor kalveren. Indien de runderen in een Nederlands abattoir worden geslacht, wordt de premieaanvraag namens de producent door dit abattoir ingediend.
Waardering: V 12 jaar
869
Handeling: Het beslissen over verlening van bijzondere exportrestituties voor rundvlees
Periode: 1982–
Grondslag: Beschikking bijzondere restitutie bij uitvoer rundvlees 1982, art. 2, lid 1; Beschikking bijzondere restitutie bij uitvoer uitgebeend rundvlees 1982, art. 2, lid 1; Beschikking bijzondere restituties bij uitvoer bepaalde soorten rundvlees 1984, art. 2, lid 1