Artikel
1
Het Centraal Justitieel Incassobureau heeft tot taak de officier van justitie te ondersteunen bij zijn taken met betrekking tot de Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging strafrechtelijke sancties.
Hebben goedgevonden en verstaan:
Het Centraal Justitieel Incassobureau heeft tot taak de officier van justitie te ondersteunen bij zijn taken met betrekking tot de Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging strafrechtelijke sancties.
Het model van het certificaat, bedoeld in artikel 7, eerste lid, en 17, eerste lid, van de Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging strafrechtelijke sancties, wordt als volgt vastgesteld:
Een certificaat dat is afgegeven door de bevoegde autoriteit van een andere lidstaat en wordt meegezonden met de beslissing waarbij een geldelijke sanctie is opgelegd welke in Nederland moet worden erkend en ten uitvoer gelegd, is gesteld in de Nederlandse taal of, indien Nederland zulks heeft meegedeeld in een bij het secretariaat-generaal van de Raad van de Europese Unie neergelegde verklaring, in een van de in die verklaring genoemde talen.
Een certificaat dat is afgegeven door de officier van justitie en wordt meegezonden met een beslissing waarbij een geldelijke sanctie is opgelegd, is gesteld in de officiële taal of een van de officiële talen van de lidstaat waaraan de beslissing met het oog op de tenuitvoerlegging aldaar wordt gezonden dan wel, indien die lidstaat zulks heeft meegedeeld in een bij het secretariaat-generaal van de Raad van de Europese Unie neergelegde verklaring, in een van de in die verklaring genoemde talen.
De lijst, bedoeld in artikel 10, tweede lid, van de Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging strafrechtelijke sancties, luidt als volgt:
Deelneming aan een criminele organisatie
Terrorisme
Mensenhandel
Seksuele uitbuiting van kinderen en kinderpornografie
Illegale handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen
Illegale handel in wapens, munitie en explosieven
Corruptie
Fraude, met inbegrip van fraude waardoor de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen worden geschaad in de zin van de Overeenkomst van 26 juli 1995 betreffende de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen
Witwassen van opbrengsten van misdrijven
Valsemunterij, met inbegrip van namaak van de euro
Cybercriminaliteit
Milieumisdrijven, met inbegrip van de illegale handel in bedreigde diersoorten en de illegale handel in bedreigde planten- en boomsoorten
Hulp bij illegale binnenkomst en verblijf
Moord en doodslag, zware mishandeling
Illegale handel in menselijke organen en weefsels
Ontvoering, wederrechtelijke vrijheidsberoving en gijzeling
Racisme en vreemdelingenhaat
Georganiseerde of gewapende diefstal
Illegale handel in cultuurgoederen, waaronder antiquiteiten en kunstvoorwerpen
Oplichting
Racketeering en afpersing
Namaak van producten en productpiraterij
Vervalsing van administratieve documenten en handel in valse documenten
Vervalsing van betaalmiddelen
Illegale handel in hormonale stoffen en andere groeibevorderaars
Illegale handel in nucleaire en radioactieve stoffen
Handel in gestolen voertuigen
Verkrachting
Opzettelijke brandstichting
Misdrijven die onder de rechtsmacht van het Internationaal Strafhof vallen
Kaping van vliegtuigen of schepen
Sabotage
Gedragingen in strijd met de verkeersregels, met inbegrip van overtredingen van de rij- en rusttijdenwetgeving en van de wetgeving inzake gevaarlijke goederen
Smokkel van goederen
Inbreuken op de intellectuele-eigendomsrechten
Bedreigingen en daden van geweld jegens personen, met inbegrip van geweld tijdens sportevenementen
Opzettelijke vernieling
Diefstal
Strafbare feiten die door de beslissingsstaat worden vastgesteld en die onder uitvoeringsverplichtingen vallen welke voortkomen uit instrumenten op grond van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap of titel VI van het Verdrag betreffende de Europese Unie.
Wijzigt het Uitvoeringsbesluit wederzijdse erkenning.
Dit besluit treedt in werking op hetzelfde tijdstip als waarop de wet van 27 september 2007 (Stb. 354) tot implementatie van het kaderbesluit nr. 2005/214/JBZ van de Raad van de Europese Unie van 24 februari 2005 inzake de toepassing van het beginsel van wederzijdse erkenning op geldelijke sancties (PbEG L 76) (Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging strafrechtelijke sancties) in werking treedt.
Dit besluit wordt aangehaald als: Uitvoeringsbesluit wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging geldelijke sancties.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.