Wet van 18 oktober 2007 tot wijziging van de Wet op de kamers van koophandel en fabrieken 1997

Wijzigingswet Wet op de kamers van koophandel en fabrieken 1997

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat naar aanleiding van de in 2005 gehouden evaluatie van de Wet op de kamers van koophandel en fabrieken 1997 en het functioneren van de kamers enige wijzigingen nodig zijn ten aanzien van de taken van, het toezicht op, de besturen van en de wijze van samenwerking van de kamers;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel

I

Wijzigt de Wet op de kamers van koophandel en fabrieken 1997.

Artikel

II

Artikel

III

Wijzigt de Handelsregisterwet 2007.

Artikel

IV

Wijzigt de Handelsregisterwet 2007.

Artikel

V

Wijzigt de Wet op de kamers van koophandel en fabrieken 1997.

Artikel

VI

Wijzigt de Wet op de kamers van koophandel en fabrieken 1997 en de Handelsregisterwet 2007.

Artikel

VII

Met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze wet zijn de personeelsleden van een kamer van koophandel en fabrieken in dienst van de desbetreffende kamer van koophandel en fabrieken aangesteld. De met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze wet op grond van artikel 14 van de Wet op de kamers van koophandel en fabrieken 1997 voor de personeelsleden van een kamer van koophandel en fabrieken van toepassing zijnde rechtspositie is als geheel tenminste gelijkwaardig aan de rechtspositie die voor elk van hen gold op de dag voorafgaande aan de datum van inwerkingtreding van deze wet. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld omtrent het in dit artikel bepaalde.

Artikel

VIII

Wijzigt de Wet op de kamers van koophandel en fabrieken 1997.

Artikel

IX

Wijzigt de Handelsregisterwet 2007.

Artikel

X

De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te 's-Gravenhage
Beatrix
De Staatssecretaris van Economische Zaken, F. Heemskerk
De Minister van Justitie, E. M. H. Hirsch Ballin