Besluit van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 22 november 2007, nr. TRCJZ/2007/3756, houdende openstelling subsidieaanvragen en vaststelling subsidieplafonds (Openstellingsbesluit LNV-subsidies 2008)

Openstellingsbesluit LNV-subsidies 2008

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,

Besluit:

Hoofdstuk

1

Algemene bepalingen

Artikel

1

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • regeling: Regeling LNV-subsidies;

  • richtlijn 92/43/EEG: richtlijn 92/43/EEG van de Raad van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en wilde flora en fauna (PbEG L 206);

  • verordening (EG) nr. 2200/96: verordening (EG) nr. 2200/96 van de Raad van 28 oktober 1996 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sectoren groenten en fruit (PbEG L 297);

  • verordening (EG) nr. 1782/2003: verordening (EG) nr. 1782/2003 van de Raad van 29 september 2003 tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor regelingen inzake rechtstreekse steunverlening in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot vaststelling van bepaalde steunregelingen voor landbouwers en houdende wijziging van Verordening (EEG) nr. 2019/93, (EG) nr. 1452/2001, (EG) nr. 1453/2001, (EG) nr. 1454/2001, (EG) nr. 1868/94, (EG) nr. 1251/1999, (EG) nr. 1254/1999, (EG) nr. 1673/2000, (EG) nr. 2358/71 en (EG) nr. 2529/2001;

  • Dienst Regelingen: Dienst Regelingen van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.

Hoofdstuk

2

Concurrerende landbouw

Titel

1

Beroepsopleiding en voorlichting

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

6

Artikel

8

Er worden geen voorschotten verleend.

Artikel

9

Titel

2

Bedrijfsadviesdiensten

Artikel

11

Artikel

12

Per landbouwonderneming kan slechts één aanvraag per drie jaar worden ingediend.

Artikel

13

Er worden geen voorschotten verleend.

Artikel

14

De subsidie bedraagt 50% van de kosten van een bedrijfsadvies, met dien verstande dat de subsidie ten minste € 250 bedraagt.

Artikel

15

Het subsidieplafond bedraagt: € 1.300.000.

Titel

3

Kennisverspreiding

§

1

Praktijknetwerken

Artikel

16

Artikel

17

De door de Minister ingestelde beoordelingscommissie brengt na de beoordeling van de aanvragen, bedoeld in artikel 16 advies uit aan de Minister in de vorm van een rangschikking, waarbij de aanvragen hoger zijn gerangschikt naarmate:

  • 1.

    het gekozen thema en de gekozen aanpak zowel inhoudelijk als procesmatig meer perspectief bieden;

  • 2.

    de probleemstelling concreter is;

  • 3.

    er meer gebruik wordt gemaakt van een vernieuwende aanpak, zowel inhoudelijk als procesmatig;

  • 4.

    het aangetoonde gezamenlijk belang van de deelnemers groter is;

  • 5.

    de verhouding tussen de kosten en de kwaliteit van het project beter is ten opzichte van andere projecten;

  • 6.

    de kennis en ervaring effectiever worden verspreid, of

  • 7.

    het netwerk breder is samengesteld.

Artikel

18

De subsidie bedraagt 80 % van de subsidiabele kosten met dien verstande dat de subsidie ten hoogste € 25.000 bedraagt.

Artikel

19

Het subsidieplafond bedraagt: € 1.000.000.

§

2

Demonstratieprojecten

Artikel

21

Artikel

22

De aanvragen kunnen worden ingediend:

Artikel

23

Artikel

25

De subsidie bedraagt 50% van de subsidiabele kosten.

Titel

4

Onderzoek en ontwikkeling

§

1

Innovatieprojecten

Artikel

27

Aanvragen tot verlening van een subsidie voor een innovatieproject als bedoeld in artikel 2:27, eerste lid, van de regeling kunnen worden ingediend in de periode van 1 mei tot en met 30 mei 2008 door landbouwondernemingen:

  • 1.

    werkzaam in de melkveehouderij of samenwerkingsverbanden van deze ondernemingen met ondernemingen bedoeld in het tweede lid;

  • 2.

    werkzaam in de varkens-, konijnen-, pluimvee-, inclusief eenden- en kalkoenenhouderij, of samenwerkingsverbanden van deze ondernemingen met ondernemingen bedoeld in het eerste lid.

Artikel

28

Artikel

30

Per landbouwonderneming kan slechts een aanvraag tot subsidieverlening worden ingediend

§

2

Samenwerking bij Innovatieprojecten

Artikel

31

Artikel

32

Artikel

33

Per samenwerkingsverband kan slechts een aanvraag worden ingediend.

Artikel

35

Titel

5

Bedrijfsmodernisering

§

1

Investeringen op het terrein van energiebesparing

Artikel

36

Artikel

37

Er worden geen voorschotten verleend.

Artikel

38

Artikel

39

Het subsidieplafond voor subsidies voor investeringen als bedoeld in artikel 36, eerste lid, bedraagt: € 5.500.000.

§

2

Marktintroductie energieinnovaties

Artikel

40

Artikel

41

De subsidie voor de in artikel 40, eerste lid, bedoelde investeringen bedraagt 40% van de subsidiabele kosten en ten hoogste € 2.000.000.

Artikel

43

Artikel

44

Indien subsidie wordt verleend aan een samenwerkingsverband van een of meer glastuinbouwondernemingen en een of meer andere landbouwondernemingen en het aandeel van de met de investering opgewekte energie dat door die landbouwonderneming of -⁠ondernemingen aan de glastuinbouwonderneming of -ondernemingen wordt geleverd minder is dan 100% van de energiecapaciteit die met gebruik van de investering kan worden opgewekt, wordt de overeenkomstig artikel 41 vastgestelde subsidie naar rato van dat aandeel verlaagd.

Artikel

45

Artikel

46

In zoverre in afwijking van artikel 40, eerste lid, en artikel 43, eerste lid, kunnen geen aanvragen worden ingediend door glastuinbouwondernemingen of samenwerkingsverbanden daarvan, indien deze ondernemingen lid zijn van een erkende telersvereniging als bedoeld in artikel 11 van Verordening (EG) nr. 2200/96, tenzij wordt aangetoond dat geen steun wordt ontvangen als bedoeld in artikel 15 of 16 van die verordening voor kosten die uit hoofde van bijlage 2, hoofdstuk 2, van de regeling kunnen worden gesubsidieerd.

Artikel

47

De door de Minister ingestelde beoordelingscommissie brengt na de beoordeling van de aanvragen, bedoeld in artikel 40, eerste lid, en 43, eerste lid, advies uit aan de Minister in de vorm van een rangschikking, waarbij de aanvragen hoger zijn gerangschikt naarmate de energieinnovatie naar het oordeel van de commissie:

  • meer bijdraagt aan energieneutrale glastuinbouw door een zo laag mogelijk gebruik van fossiele brandstoffen en een zolaag mogelijke CO2-uitstoot;

  • meer teelttechnisch en economisch perspectief heeft en meer perspectief biedt voor toepassing door andere ondernemingen, of

  • een hoger niveau van doorontwikkeling vertegenwoordigt gericht op teelttechnische of economisch inpasbare systemen.

Artikel

49

Indien verstrekking van subsidies niet leidt tot overschrijding van een of meerdere van de in de artikelen 39, 42 of 48 bedoelde subsidieplafonds, kunnen overgebleven bedragen worden verdeeld over de in die artikelen genoemde subsidiecategorieën waarbij wel sprake is van overschrijding van het subsidieplafond.

§

3

Gecombineerde luchtwassystemen

Artikel

50

Artikel

51

Artikel

54

De subsidie bedraagt 35% van de subsidiabele kosten.

Artikel

55

§

4

Jonge landbouwers

Artikel

56

Artikel

57

Aanvragen tot subsidievaststelling kunnen worden ingediend tot 26 september 2010.

Artikel

58

Er worden geen voorschotten verleend.

Artikel

60

Artikel

61

§

5

Investeringen op het terrein van integraal duurzame stallen en houderijsystemen

Artikel

62

Artikel

63

Artikel

64

De subsidie bedraagt 35% van de subsidiabele kosten met dien verstande dat de subsidie ten hoogste € 200.000 bedraagt.

Artikel

65

Het subsidieplafond bedraagt: € 2.500.000.

Artikel

68

Er worden geen voorschotten verleend.

Titel

6

Voedselkwaliteitsregelingen

Artikel

69

Artikel

70

Het subsidieplafond bedraagt: € 500.000.

Artikel

71

Een landbouwonderneming kan per Skal-certificaat één aanvraag indienen.

Titel

7

Tegemoetkoming vorstschade fruitteeltsector 2005

Titel

8

Tegemoetkoming premie regenschadeverzekering 2007

Artikel

71b

Hoofdstuk

3

Natuur, landelijk erfgoed en recreatie

Titel

1

Draagvlak natuur

Titel

2

Effectgerichte maatregelen

Artikel

75

Voor de aanvraagperiode, bedoeld in artikel 74, bedraagt het subsidieplafond ten aanzien van aanvragen door:

  • a.

    de Unie van Bosgroepen: € 1.869.772,80;

  • b.

    de Landschappen: € 1.640.224,80;

  • c.

    de Vereniging natuurmonumenten: € 1.335.552,–;

  • d.

    overige aanvragers: € 371.450,40.

Titel

3

Historische buitenplaatsen

Artikel

77

Voor de aanvraagperiode, bedoeld in artikel 76, bedraagt het subsidieplafond € 2.250.000,–.

Artikel

78

Aanvragen tot verlening van een subsidie als bedoeld in hoofdstuk 3, titel 4, paragraaf 3, kunnen worden ingediend van 1 april 2008 tot en met 31 mei 2008.

Artikel

79

Voor de aanvraagperiode, bedoeld in artikel 78, bedraagt het subsidieplafond € 215.000,–.

Titel

4

Nationale en grensoverschrijdende parken

Artikel

81

Voor de aanvraagperiode, bedoeld in artikel 80, bedraagt het subsidieplafond ten aanzien van aanvragen door:

  • a.

    de IVN Vereniging voor natuur- en milieueducatie: € 1.347.710,23;

  • b.

    Stichting Samenwerkingsverband Nationale Parken: € 300.000,–.

Titel

5

Versterking natuur- en bosbeheer bij bos- en landgoedeigenaren

Artikel

82

Aanvragen tot verlening van een subsidie als bedoeld in hoofdstuk 3, titel 8, kunnen worden ingediend tot en met 1 juli 2008.

Titel

6

Behoud zeldzame landbouwhuisdierrassen

Artikel

84

Aanvragen tot verlening van een subsidie als bedoeld in hoofdstuk 3, titel 10, kunnen worden ingediend van 1 februari tot en met 1 maart 2008.

Artikel

85

Voor de aanvraagperiode, bedoeld in artikel 84, bedraagt het subsidieplafond: € 200.000,–

Hoofdstuk

4

Visserij

Titel

1

Capaciteit visserijvloot

§

1

Beëindigen visserijactiviteiten

Artikel

86

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

Artikel

87

Artikel

88

De aanvragen kunnen uitsluitend worden ingediend voor de definitieve beëindiging van de visserijactiviteiten van een vissersvaartuig, bedoeld in artikel 4:2, tweede lid, onderdeel a, van de regeling, voor zover:

  • a.

    het vissersvaartuig behoort tot het segment MFL 1 en hiervoor een contingent schol of tong is toegekend;

  • b.

    het vissersvaartuig een lengte over alles van meer dan 15 meter heeft en een tonnage van minder dan 1.200 BT;

  • c.

    het vissersvaartuig op de datum van de indiening van de aanvraag tot subsidieverlening meer dan tien jaar oud is;

  • d.

    het vissersvaartuig in elk van de twee aan de datum van de indiening van de aanvraag tot subsidieverlening voorafgaande perioden van twaalf maanden ten minste 75 dagen is gebruikt voor een visserijactiviteit, en

  • e.

    ten aanzien van het vissersvaartuig op de datum van de indiening van de aanvraag tot subsidieverlening op grond van artikel 2a, eerste en tweede lid, van de Regeling visvergunning een visvergunning is toegekend.

Artikel

89

Er worden geen voorschotten verleend.

Artikel

90

Artikel

91

Artikel

92

§

2

Sociaal-economische maatregelen

Artikel

92b

Artikel

92c

Artikel

92e

Artikel

92f

De Minister rangschikt de aanvragen voor subsidie als bedoeld in artikel 4:9, eerste lid, onderdeel a en d, van de regeling overeenkomstig artikel 1:6 van de regeling, met dien verstande dat voorrang wordt gegeven aan aanvragen van vissers die:

  • a.

    werkzaam waren op een vaartuig waarvan de visserijactiviteiten definitief zijn beëindigd en de eigenaar voor deze definitieve beëindiging, naar aanleiding van een aanvraag, ingediend in de periode van 26 november 2007 tot en met 10 december 2007, een beschikking tot subsidieverlening heeft verkregen op grond van artikel 4:2 van de regeling, en

  • b.

    op het moment van de aanvraag, bedoeld in onderdeel a, hun beroepsactiviteit als visser op dat vissersvaartuig uitoefenden.

Artikel

92g

De begunstigde van subsidie als bedoeld in artikel 4:9, eerste lid, onderdeel d, van de regeling verstrekt de Minister jaarlijks voor 31 maart op een daartoe door de Minister vastgesteld formulier een overzicht van zijn inkomsten uit werk en woning of sociale zekerheidsuitkeringen.

Artikel

92h

Er worden geen voorschotten verleend.

Titel

2

Investeringen

§

1

Garantstelling

§

2

Investeringen in vissersvaartuigen

Artikel

93a

Artikel

93b

Artikel

93c

Artikel

93d

Artikel

93e

Artikel

93f

Artikel

93g

Artikel

93h

Artikel

93i

Een aanvraag tot voorschotverlening gaat vergezeld van een overzicht van gemaakte en betaalde kosten en de kosten van eigen arbeid.

Artikel

93j

§

3

Investeringen in aquacultuur

Artikel

93k

Artikel

93l

Een aanvraag tot voorschotverlening gaat vergezeld van een overzicht van gemaakte en betaalde kosten en de kosten van eigen arbeid.

Titel

3

Maatregelen van gemeenschappelijk belang

§

1

Innovatieprojecten

Artikel

93m

Artikel

93n

Artikel

93o

Een aanvraag tot voorschotverlening gaat vergezeld van een overzicht van gemaakte en betaalde kosten en de kosten van eigen arbeid.

§

2

Collectieve acties

Artikel

93p

Artikel

93q

In aanvulling op artikel 4:23 van de regeling wordt een aanvraag als bedoeld in artikel 93p, eerste lid, hoger gerangschikt naarmate het project waarop de aanvraag betrekking heeft, naar het oordeel van de Minister:

  • a.

    meer bijdraagt aan de verbetering van kwaliteit van visserijproducten en de toevoeging van waarde aan een visserijproduct in de keten, en

  • b.

    meer bijdraagt aan de traceerbaarheid van visserijproducten.

Artikel

93s

Een aanvraag tot voorschotverlening gaat vergezeld van een overzicht van gemaakte en betaalde kosten en de kosten van eigen arbeid.

Hoofdstuk

5

Beoordelingscommissies

Artikel

95

De beoordelingscommissie bedoeld in artikel 94, bestaat uit:

De heer drs. J.P.J. Lokker, en

De heer ir. J.T.G.M. Koolen.

Hoofdstuk

5a

Formulieren

Artikel

95b

Als formulier waarmee aanvragen tot subsidievaststelling als bedoeld in de artikelen 71a, eerste lid, en 71b, eerste lid, worden ingediend, zijn vastgesteld de formulieren die overeenkomen met de desbetreffende modellen die zijn opgenomen in Bijlage 5 bij dit besluit.

Hoofdstuk

6

Slotbepalingen

Artikel

97

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst, met dien verstande dat artikel 96 in werking treedt met ingang van 18 januari 2008.

Artikel

98

Dit besluit wordt aangehaald als: Openstellingsbesluit LNV-subsidies 2008.

Dit besluit zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, G.Verburg

Bijlage

1

Hoogte van het subsidiepercentage en de subsidiabele kosten bij Investeringen op het terrein van energiebesparing als bedoeld in artikel 36, eerste lid.

Eerste energieschermen, niet zijnde gevelschermen of verduisteringsschermen (artikel 36, onderdeel a):

Bij uitbesteden materieel en installatie

Energie-extensieve glastuinbouwonderneming kleiner dan of gelijk aan 1 ha beteelde oppervlakte onder glas/kunststof

25%

€ 6,70

€ 67.000,–

Energie-extensieve glastuinbouwonderneming groter dan 1 ha beteelde oppervlakte onder glas/kunststof

25%

€ 5,00

€ 250.000,–

Bij enkel uitbesteden materieel (installatie door eigen arbeid)

Energie-extensieve glastuinbouwonderneming kleiner dan of gelijk aan 1 ha beteelde oppervlakte onder glas/kunststof

25%

€ 3,00

€ 3,70

€ 67.000,–

Energie-extensieve glastuinbouwonderneming groter dan 1 ha beteelde oppervlakte onder glas/kunststof

25%

€ 1,30

€ 3,70

€ 250.000,–

Tweede energieschermen, niet zijnde gevelschermen of verduisteringsschermen (artikel 36, onderdeel b):

Bij uitbesteden materieel en installatie

Energie-extensieve of energie- intensieve glastuinbouwonderneming kleiner dan of gelijk aan 1 ha beteelde oppervlakte onder glas/kunststof

25%

€ 6,70

€ 67.000,–

Energie-extensieve of energie-intensieve glastuinbouwonderneming groter dan 1 ha beteelde oppervlakte onder glas/kunststof

25%

€ 5,00

€ 250.000,–

Bij enkel uitbesteden materieel (installatie door eigen arbeid)

Energie-extensieve of energie-intensieve glastuinbouwonderneming kleiner dan of gelijk aan 1 ha beteelde oppervlakte onder glas/kunststof

25%

€ 3,00

€ 3,70

€ 67.000,–

Energie-extensieve of energie-intensieve glastuinbouwonderneming groter dan 1 ha beteelde oppervlakte onder glas/kunststof

25%

€ 1,30

€ 3,70

€ 250.000,–

Klimaatcomputer (artikel 36, onderdeel c):

Energie-extensieve glastuinbouwonderneming

25%

€ 45.000,–

Temperatuurintegratiesoftwarepakket (artikel 36, onderdeel d):

Energie-extensieve glastuinbouwonderneming

25%

Een vast bedrag van € 7000,– vermeerderd met € 700,– per aantal hectare onder kasdekglas/kasdekkunststof van de aanvrager

€ 10.000,–

Meerinvestering kasdek met antireflectie gecoat kasdekglas of kasdekkunstof (artikel 36, onderdeel e):

Energie-extensieve of energie-intensieve glastuinbouwondernemingen

25%

€ 10,00

€ 400.000,–

Warmtebuffersysteem (artikel 36, onderdeel f):

Energie-extensieve glastuinbouwonderneming

25%

Tot 60 m3

€ 50.000,–

Energie-extensieve glastuinbouwonderneming

25%

Tot 125 m3

€ 70.000,–

Energie-extensieve glastuinbouwonderneming

25%

Tot 250 m3

€ 90.000,–

Energie-extensieve glastuinbouwonderneming

25%

250 m3 of groter

€ 100.000,–

Condensor op retour (artikel 36, onderdeel g):

Energie-extensieve glastuinbouwonderneming

25%

€ 13.000,–

Energieclusters (artikel 36, onderdeel h):

Samenwerkingsverband van twee glastuinbouwondernemingen

25%

2

€ 200.000,00

Samenwerkingsverband van drie glastuinbouwondernemingen

25%

3

€ 300.000,00

Hogedruk vernevelingssysteem voor kaskoeling (artikel 39, onderdeel i):

Energie-extensieve glastuinbouwondernemingen kleiner dan of gelijk aan 1 ha beteelde oppervlakte onder glas/kunststof

25%

€ 5,50

€ 55.000,–

Energie-extensieve glastuinbouwondernemingen groter dan 1 ha beteelde oppervlakte onder glas/kunststof

25%

€ 4,10

€ 205.000,–

Gevelscherm, niet zijnde verduisteringsscherm (artikel 39, onderdeel j):

Bij uitbesteding materiaal en installatie

Energie-extensieve glastuinbouwonderneming kleiner dan of gelijk aan 1 ha beteelde oppervlakte onder glas/kunststof

25%

€ 9,–

€ 90.000,–

Energie-extensieve glastuinbouwonderneming kleiner dan of gelijk aan 1 ha beteelde oppervlakte onder glas/kunststof

25%

€ 6,70

€ 336.000,–

Bij enkel uitbesteden materiaal ( installatie door eigen arbeid)

Energie-extensieve glastuinbouwonderneming kleiner dan of gelijk aan 1 ha beteelde oppervlakte onder glas/kunststof

25%

€ 4,00

€ 5,–

€ 90.000,–

Energie-extensieve glastuinbouwonderneming groter dan 1 ha beteelde oppervlakte onder glas/kunststof

25%

€ 1,75

€ 5,–

€ 336.000,–

Verticale ventilatoren voor vochtregulatie (artikel 39, onderdeel k):

Energie-extensieve glastuinbouwondernemingen kleiner dan of gelijk aan 1 ha beteelde oppervlakte onder glas/kunststof

25%

€ 4,–

€ 40.000,–

Energie-extensieve glastuinbouwondernemingen groter dan 1 ha beteelde oppervlakte onder glas/kunststof

25%

€ 3,–

€ 150.000,–

Bijlage

2

Rekenmodel als bedoeld in bijlage 2, Hoofdstuk 2, Punt A, onderdeel b, van de regeling. Marktintroductie Energie-innovaties: beperking van CO2-emissie door toepassing van een semi-gesloten kas

Bedrijfsnaam:

Eigenaar/indiener:

Bedrijfsadres:

Postcode/plaats:

Bedrijfswebsite:

Correspondentieadres:

Postcode/plaats:

Telefoonnummer:

E-mailadres:

Aanvraagnummer:

De berekeningen zijn gemaakt op grond van de door de aanvrager ingevulde karakteristieken met betrekking tot het verwarmings- en koelingsysteem, de installaties die in kas en ketelhuis worden voorzien en het door de tuinder gewenste kasklimaat.

Als rekenmodel wordt gebruik gemaakt van programmatuur die in het kader van het project Synergie is ontwikkeld ten behoeve van de technische, energetische en economische beoordeling van gesloten kasconcepten. Dit rekenmodel is gebouwd en wordt onderhouden door de Business Unit Glas van Wageningen UR.

Het model rekent op uurbasis de warmte- en koudebehoefte van de door de aanvrager beschreven kasconfiguratie in een gemiddeld Nederlands jaar. Vanuit deze gegevens wordt voor elk uur uitgerekend welke gas-, elektriciteits-, CO2-behoefte en laagwaardig warmtegebruik of -overschot voor deze kas verwacht mag worden.

Deze berekening wordt gemaakt voor de geconditioneerde kas en voor een relevante referentie.

De vergelijking van de berekende CO2-emissie voor het hierbij ingediende geconditioneerde kasconcept met de referentie leidt tot de conclusie dat de verwachte CO2-emissiereductie ........... bedraagt.

Deel 1. Kasklimaatwensen en kasuitrusting

In de tuinbouw staat de klimatiseringsinstallatie ten dienste van het gewas om een zo gunstig mogelijk kasklimaat te realiseren. Er blijft evenwel, zelfs in geconditioneerde kassen, altijd een spanningsveld tussen het klimaat waarbij het gewas het beste zou groeien en de kosten de gepaard gaan met het realiseren van dat klimaat. Zo wordt in de gangbare tuinbouw weliswaar bij hoge instraling een hoge CO2-concentratie gewenst, maar de dosering wordt toch begrensd om de CO2-gift in overeenstemming te houden met de hoeveelheid warmte die bij de productie van rookgassen vrijkomt. Ook wordt geaccepteerd dat, omwille van een gunstig gascontract, op heel koude dagen de gewenste etmaaltemperatuur niet gerealiseerd wordt. Het model houdt met al deze zaken rekening (middels de begrenzingen van het klimatiseringssysteem (zie deel 2).

De kasklimaatinstellingen die in dit deel moeten worden ingevuld moeten dan ook worden opgevat op dezelfde manier als waarop de instellingen van de kasklimaatcomputer worden gebruikt.

Er staan twee kolommen met invoergegevens en indien de geconditioneerde kas niet de gehele unit beslaat maar slechts een fractie dan komt er nog een derde kolom die aangeeft hoe het klimaat in het niet-geconditioneerde deel gewenst wordt.

In de eerste kolom staan de instellingen die voor de geconditioneerde kas gaan gelden.

De tweede kolom wordt gebruikt om de referentiesituatie te beschrijven. Veel getallen zullen gelijk zijn, maar wellicht wordt in de geconditioneerde kas de temperatuur waarboven gekoeld wordt wat hoger gekozen dan u in de referentie zou hebben gedaan. Ook het gebruik van minimumbuis zal in de geconditioneerde kas vaak minder zijn.

De derde kolom verschijnt in afhankelijkheid van de gesloten kasfractie. De teelt-instellingen in de derde kolom zullen veel gelijkenis vertonen met de instellingen van de tweede kolom.

Elk veld heeft een uitleg, die naar voren komt als de muis erop wordt gelegd. Achterin dit document staan alle toelichtingen bij elkaar geplaatst.

1

Gesloten kas fractie

%

50

n.v.t.

50

2

Gewas (kies: groente, potplant of snijbloem)

groente

groente

groente

3

Kasdek (kies: enkelglas, dubbel of triple)

enkelglas

enkelglas

enkelglas

4

Stooktemperatuur dag

°C

18

18

18

5

Stooktemperatuur nacht

°C

17

17

17

6

Koel- of ventilatietemperatuur

°C

27

27

27

7

Pband ventilatie/koeling

°C

2

2

2

8

Maximale ventilatie met buitenlucht

m3/(m2 hr)

0

n.v.t.

n.v.t.

9

Toegestane RV in de kas

%

85

85

85

10

Deksproeiers (kies ja of nee)

nee

nee

nee

11

Minimumbuistemperatuur

°C

40

40

40

12

VO van het minimumbuisnet

m2 buis/m2

0,2

0,2

0,2

13

Streefwaarde CO2

ppm

900

900

900

14

Maximale doseercapaciteit

kg/(ha hr)

120

180

180

15

Stralingscrit. voor schaduwscherm

W/m2

1000

1000

1000

16

Schaduwfactor schaduwscherm

%

30

30

30

17

Buitentemp sluiten energiescherm

°C

12

12

12

18

Besparingspercentage v.h. scherm

%

45

45

45

19

Belichtingsintensiteit

Wel/m2

0

0

0

20

Belichtingsschema (kies schema 1, 2 of 3)

2

2

2

Belichtingsschema’s

Op deze pagina treft u drie belichtingsschema’s die u kunt gebruiken om de door u gebruikte wijze van belichting vast te leggen. U kunt voor verschillende kasafdelingen verschillende schema’s gebruiken (dus voor de geconditioneerde kasafdeling een ander schema dan voor de referentie of voor de niet-geconditioneerde delen van het nieuw te bouwen of te vernieuwen kascomplex), maar u kunt ook voor alle afdelingen hetzelfde schema gebruiken.

De drie getoonde schema’s zijn voorzien van default instellingen. U kunt ze evenwel naar eigen inzicht aanpassen.

[Schema1] Dit schema wordt gebruikt als u in deel 1 van het formulier belichtingsschema 1 kiest

1

DagnrStartBel

280

(→ dit is 6 oktober)

2

DagnrStopBel

80

(→ dit is 20 maart en betekent 165 dg belichting)

3

IglobBelUit

150

W/m2 globale straling buiten de kas

4

SavondsUit

20

uur

(belichting is 2 uur uit)

5

SavondsAan

22

uur

[Schema2] Dit schema wordt gebruikt als u in deel 1 van het formulier belichtingsschema 2 kiest

1

DagnrStartBel

260

(→ dit is 16 september)

2

DagnrStopBel

91

(→ dit is 31 maart en betekent 196 dg belichting)

3

IglobBelUit

150

W/m2 globale straling buiten de kas

4

SavondsUit

22

uur

(belichting is 4 uur uit)

5

SavondsAan

2

uur

[Schema3] Dit schema wordt gebruikt als u in deel 1 van het formulier belichtingsschema 3 kiest

1

DagnrStartBel

330

(→ dit is 25 november)

2

DagnrStopBel

300

(→ dit is 26 oktober en betekent 335 dg belichting)

3

IglobBelUit

150

W/m2 globale straling buiten de kas

4

SavondsUit

20

uur

(belichting is 4 uur uit)

5

SavondsAan

24

uur

Deel 2. Ketelhuis

Met de installatie van een semi-gesloten kas zal een nieuw ketelhuis worden neergezet of het bestaande ketelhuis worden gerenoveerd. Er zal waarschijnlijk een warmtepomp, een aquifer en een etmaalbuffer voor laagwaardige warmte/kou worden geplaatst en er wordt waarschijnlijk een WK geplaatst. Ook is het denkbaar dat de nieuwe of vernieuwde kas wordt voorzien van additionele CO2-voorziening in de vorm van zuivere- of OCAP-CO2.

In dit deel kunt u de eigenschappen van het nieuwe ketelhuis vastleggen.

Indien het ontwerp om een systeem gaat waarbij de semi-gesloten kas een fractie is van het totale kasoppervlak dat door het nieuw (ingerichte) ketelhuis wordt verwarmd, dan gaat het rekenprogramma er van uit dat de in de zomer verzamelde warmte in de winter zowel op het geconditioneerde deel als op het niet geconditioneerde deel wordt gebruikt (zoals bijvoorbeeld bij Themato).

Als u in het vorige deel hebt aangegeven dat de geconditioneerde kasfractie 100% is, dan betekent dit dat de nieuwe of vernieuwde ketelhuisconfiguratie die hier in deel 2 wordt beschreven uitsluitend wordt ingezet voor (de) geconditioneerde afdeling(en).

Teneinde de gerealiseerde CO2-emissiebeperking te kunnen berekenen dient u ook het referentie-ketelhuis te beschrijven.

Nieuw of vernieuwd ketelhuis

1

Kasoppervlak

1

ha

Geconditioneerd oppervlak

0,5

ha

Niet geconditioneerd opp.

0,5ha

2

Buffercapaciteit

200

m3

200

m3/ha

3

Thermisch warmtepompvermogen

700

kW th

700

kW/ha

4

Efficientie v.d. warmtepomp

45

%

5

Capaciteit aquifer

200

m3/uur

400

m3/ha gecond. kas per uur

6

Temp verlies scheidingswisselaar

1

°C

7

Bufferinhoud koudebuffer

1500

m3

3000

m3/ha gecond. kas

8

Koude bron laden op

8

°C

9

WK-vermogen

60

kW el.

60

kW/ha

10

elektrisch WK-rendement

42

%

11

thermisch WK-rendement

55

%

12

WK inzetten tijdens piek-uren (ja/nee)

ja

13

Zomerse WK-warmte oversch. in aquif.

nee

Referentie ketelhuis

14

Kasoppervlak

1

ha

15

Buffercapaciteit

100

m3

100

m3/ha

16

WK-vermogen

0

kW el.

0

kW/ha

17

elektrisch WK-rendement

42

%

18

thermisch WK-rendement

55

%

19

WK inzetten tijdens piek-uren (ja/nee)

nee

Deel 3. Koel- en verwarmkarakteristieken

In de geconditioneerde kasafdeling zijn luchtbehandelingunits geplaatst. Tijdens gebruik van deze units leveren ze een bepaalde koelcapaciteit. Deze is vooral afhankelijk van het temperatuurverschil tussen ingaand water en ingaande lucht en van de hoeveelheid lucht die er doorheen wordt geblazen.

Daarnaast speelt ook de luchtvochtigheid een rol. (Deze kan worden verhoogd door gebruik te maken van een fogging installatie (afhankelijk van de instelling in deel 1)).

Bij het gebruik van de installatie koelsysteem wordt er elektriciteit gebruikt. Vooral voor het circuleren van de lucht, maar ook voor het verpompen van water.

Het elektriciteitsverbruik per eenheid koelvermogen, maar ook het waterdebiet en de opwarming van het water is door dit alles sterk afhankelijk van de gekozen luchtbehandelingunits, het aantal dat daarvan gebruikt wordt en de kasklimaatcondities waaronder gekoeld wordt.

Het is niet waarschijnlijk dat de luchtbehandelingskast-leverancier de prestatie van de koelunit onder al die variabele omstandigheden voorhanden heeft. Laat staan dat die dan ook nog gedocumenteerd zouden zijn.

Omdat de kwaliteit van de koelunits echter een duidelijke invloed heeft op het energiebesparingresultaat van semi-gesloten kassen is het noodzakelijk om toch over zo'n prestatie karakterisering te beschikken.

In dit deel wordt vanuit een bench-mark punt (dat bij voorkeur zo dicht mogelijk ligt bij de werkingscondities die representatief zijn voor het gebruik in uw situatie) een karakterisering van het koelsysteem gemaakt die toegesneden is op uw kasklimaatwensen en die het deellastgedrag in beeld brengt. Er worden grafieken gemaakt van het elektriciteitsverbruik als functie van het koelvermogen, het waterdebiet door de koelers en de temperatuur waarmee het water uit de koelers zal komen. Tevens wordt op grond van de koeleigenschappen een karakterisering gemaakt voor het gedrag van deze units bij gebruik voor verwarming.

Koelen

Lege Velden

Hiernaast ziet u een invulveld waarin u specificaties van de gebruikte koelunits kunt aangeven. Vanuit deze specificaties maakt het programma relaties voor het elektriciteitsverbruik tijdens het koelen. Hierbij zijn vanuit de benchmark gegevens, rekening houdend met de achterliggende fysische processen (convectie en condensatie), extrapolaties gemaakt.

Benchmark punten v.d. Koelunit

0

1

Koelvermogen[kW]

20

kW

0

2

Watertemp in [°C]

12

°C

17

0

3

Watertemp uit [°C]

22

°C

0

0

4

Luchttemperatuur in [°C]

26

°C

21

0

5

Luchttemperatuur uit [°C]

16

°C

0

0

6

Koelvermogen geldt bij een RV van

85

%

0

7

Maximaal luchtdebiet [m3/uur]

2000

m3/uur

0

8

Electr.gebr.vent bij max luchtdeb.

0,3

kW

0

9

Waterzijdige drukval

1,2

bar

0

Vanuit de benchmark punten kan worden berekend dat de ontvochtigingscapaciteit 19,6 liter/uur is.

Dit betekent een latente warmteafvoer van 13,3 kW. De voelbare warmteoverdracht is dus 6,67 kW.

Er worden (vraag 10) 60 van deze units op de gekoelde afdeling van 0,5 ha geplaatst ( 83 m2 per unit).

De voelbare warmteoverdrachtscoëfficiënt blijkt 1,67 kW per °C verschil tussen gemiddelde water- en luchttemperatuur.

Verwarmen

Het programma gaat ervan uit dat de luchtbehandelingkasten ook voor verwarmen worden gebruikt.

Op grond van de warmte-overdrachtgegevens in de koelmodus wordt voor de verwarming verondersteld dat de units 0,045 W ventilatorenergie gebruiken per overgedragen W verwarmingsvermogen.

Dit komt neer op een COP-verwarming van 22,2 (dit is exclusief het verbruik van de warmtepomp).

De combinatie van benchmark-punten en kasklimaat in de geconditioneerde afdeling levert de volgende karakteristieken van de koeler:

Hieruit worden de onderstaande tabellen afgeleid waarmee het simulatiemodel zal rekenen.

–1,00

0,00

0,00

0,20

0,10

1,36

32,57

2,42

0,15

1,67

48,86

3,06

0,20

1,92

65,14

3,52

0,25

2,15

81,43

3,87

0,30

2,36

97,71

4,14

0,35

2,55

114,00

4,36

0,40

2,72

130,29

4,53

0,45

2,89

146,57

4,67

0,50

3,04

162,86

4,77

0,55

3,19

179,14

4,85

0,60

3,33

195,43

4,91

0,65

3,47

211,71

4,95

0,70

3,60

228,00

4,97

0,75

3,60

244,29

4,98

0,80

3,60

260,57

4,98

0,85

3,60

276,86

4,96

0,90

3,60

293,14

4,93

0,95

3,60

309,43

4,90

1,00

3,60

325,71

4,85

100,00

3,60

800,00

19,90

Gemiddeld is het uittredend 4,46 °C lager dan de intredende lucht. Voor de pompen wordt met een drukval van 0,69667 bar/(m3/uur) gewerkt.

Deel 4. Overzicht van de resultaten

Hier ziet u de resultaten m.b.t. de teelt en de resultaten qua energieverbruik en CO2-emissie.

Resultaten teelt

Gem. teelttemperatuur winterperiode

°C

17,9

17,8

Gem. teelttemperatuur zomerperiode

°C

0,0

0,0

Gem. CO2 concentratie zomerperiode

ppm

677

405

Jaarlijkse CO2-gift

kg/m2

25

37

Jaarlijks aantal energieschermuren

uur

2291

2291

Jaarlijks aantal schaduwschermuren

uur

0

0

Jaarlijks aantal belichtingsuren

uur

0

0

Resultaten warmte, koude en elektra

Jaarlijkse warmtevraag

MJ/m2

1486

1542

Jaarlijkse laagwaardige warmte naar Aquifer

MJ/m2

372

n.v.t.

Gemiddelde temperatuur naar warme bron

°C

22,3

Jaarlijkse laagwaardige warmte uit Aquifer

MJ/m2

361

n.v.t.

Hoogwaardig warmte-overschot

MJ/m2

0

0

Elektriciteit voor belichting

kWh/m2

0

0

Electriciteit voor koeling en verwarming

kWh/m2

12

n.v.t.

Elektriciteitsgebruik Warmtepomp

kWh/m2

45

n.v.t.

Effectieve COP Warmtepomp

2,9

n.v.t.

Resultaten gas en Elektra

Gasinkoop

m3/m2

35

49

Elektra inkoop

kWh/m2

27

1

Elektra verkoop

kWh/m2

12

0

Netto elektra inkoop

kWh/m2

15

1

Resultaten CO2 emissie

CO2-emissie Ketel

kg/m2

42

87

CO2-emissie WKK voor eigen gebruik

kg/m2

14

0

CO2-emissie WKK voor netlevering

kg/m2

6

0

kg/m2

62

87

Conclusie CO2 emissiebeperking

29%

Bijlage

3

Gebied als bedoeld in artikel 51, eerste lid, waarvan de kritische depositiewaarde kleiner is dan 2.400 mol N per hectare per jaar.

NL2003001

Aamsveen

1071

NL2003002

Abdij Lilbosch en voormalig Klooster Mariahoop

n.v.t

NL2003003

Achter de Voort, Agelerbroek en Voltherbroek

779

NL3000044

Alde Feanen

1293

NL2003004

Amerongse Bovenpolder

1693

NL9801004

Bakkeveense Duinen

1071

NL2000002

Bargerveen

1071

NL2003005

Bekendelle

1336

NL9801076

Bemelerberg en Schiepersberg

829

NL2003006

Bennekomse Meent

729

NL2003007

Bergvennen en Brecklenkampse Veld

1071

NL3000040

Biesbosch

1300

NL2003008

Boddenbroek

729

NL2003009

Boetelerveld

736

NL3004001

Boezem van Brakel

1300

NL9801016

Borkeld

1071

NL2003010

Boschhuizerbergen

1071

NL9801044

Botshol

514

NL1000029

Brunssumerheide

1071

NL2003011

Bruuk

736

NL2003012

Bunder- en Elsloerbos

1557

NL9801019

Buurserzand en Haaksbergerveen

1071

NL2003013

Canisvlietse Kreek

n.v.t

NL1000030

Coepelduynen

1193

NL9801021

Dinkelland

1071

NL9801009

Drentsche Aa

1071

NL9803011

Drents-Friese Wold en Leggelerveld

1071

NL2003014

Drouwenerzand

743

NL2003057

Duinen Ameland

771

NL1000009

Duinen Den Helder – Callantsoog

771

NL9801079

Duinen Goeree

771

NL2003058

Duinen Schiermonnikoog

771

NL1000010

Duinen Schoorl

779

NL2003059

Duinen Terschelling

771

NL2003060

Duinen Texel, Waal en Burg, Dijkmanshuizen en de Bol

771

NL2003061

Duinen Vlieland

771

NL3000016

Duinen Zwanenwater en Pettemerduinen

771

NL3000070

Dwingelderveld

1071

NL3004002

Eilandspolder-oost

514

NL2003015

Elperstroom

729

NL1000004

Engbertsdijksvenen

1071

NL9801007

Fochteloërveen en Esmeer

1071

NL1000002

Friese IJsselmeerkust

1129

NL9801024

Gelderse Poort

1300

NL2003016

Geleenbeekdal

1621

NL9801041

Geuldal

829

NL2003017

Gouwzee en kustzone Muiden

n.v.t

NL9801075

Grensmaas

1786

NL4000021

Grevelingen

779

NL2003018

Groot Zandbrink

736

NL2003019

Groote Gat

1557

NL9801036

Groote Heide – De Plateaux

1071

NL1000025

Groote Peel

1071

NL2003020

Groote Wielen

736

NL1000015

Haringvliet

1807

NL9801071

Havelte-oost

1071

NL2003021

Hollands Diep (oeverlanden)

2564

NL2003022

Ijsseluiterwaarden

1300

NL2003023

Ilperveld/Oostzanerveld/Varkensland

514

NL3000401

Kampina en Oisterwijkse Bossen en Vennen

1071

NL1000022

Kempenland

1071

NL1000012

Kennemerland-zuid

771

NL2003024

Kolland en Overlangbroek

1336

NL1000017

Kop van Schouwen

771

NL9801072

Korenburgerveen

779

NL1000021

Krammer-Volkerak

1486

NL2003025

Kunderberg

829

NL3004003

Landgoederen Oldenzaal

1336

NL2003026

Langstraat bij Sprang-Capelle

1129

NL2003027

Lemselermaten

736

NL9803039

Leudal

2400

NL3004005

Leusveld, Voorstonden en Empensche/Tondensche heide

714

NL2003028

Lieftinghsbroek

2164

NL2003029

Lonnekermeer

1071

NL9803030

Loonse en Drunense Duinen, De Brand en de Leemkuilen

1071

NL2003030

Luistenbuul en Koekoeksche Waard

1300

NL1000028

Maasduinen

1071

NL1000020

Manteling van Walcheren

779

NL2003031

Mantingerbos

2007

NL2003032

Mantingerzand

1071

NL1000027

Mariapeel en Deurnese Peel

400

NL1000013

Meijendel en Berkheide

800

NL2000008

Meinweg

1071

NL3000061

Naardermeer

514

NL3000036

Nieuwkoopse Plassen en de Haeck

514

NL2003033

Noorbeemden

1621

NL9801080

Noordhollands Duinreservaat

771

NL2003062

Noordzeekustzone

n.v.t

NL2003034

Norgerholt

2043

NL2003035

Oeffeltermeent

1300

NL2003063

Olde Maten en Veerslootslanden

514

NL2003036

Oostelijke Vechtplassen

514

NL1000018

Oosterschelde

1486

NL2003038

Oudegaasterbrekken, Gouden Bodem en Fluessen

1550

NL2003037

Oude Maas

1557

NL9801055

Ossendrecht

1071

NL2003039

Polder Stein

1536

NL2003040

Polder Westzaan

514

NL9803073

Regte Heide en Riels Laag

1071

NL2003041

Rijswaard en Kil van Hurwenen

1300

NL2003065

Ringselven en Kruispeel

1193

NL2003042

Roerdal

1300

NL9803006

Rottige Meenthe en Brandemeer

514

NL9803015

Sallandse Heuvelrug

1071

NL2003043

Sarsven en de Banen

1193

NL9801040

Savelsbos

1471

NL1000016

Solleveld

800

NL9801064

Springendal en Dal van de Mosbeek

1071

NL2003044

Stelkampsveld (Beekvliet)

1071

NL3004004

St. Jansberg

1786

NL9801025

St. Pietersberg en Jekerdal

1436

NL1000024

Strabrechtse heide en Beuven

1071

NL2003045

Swalmdal

1300

NL2003046

Teeselinkven

1071

NL2003047

Ulvenhoutse Bos

921

NL9801017

Vecht- en Beneden-Regge

1071

NL9801023

Veluwe: NW (incl. enclave)

1071

NL9801023

Veluwe: NO

1071

NL9801023

Veluwe: midden

1071

NL9801023

Veluwe: ZO

1071

NL9801023

Veluwe: zoom

1071

NL9801023

Veluwe: omg Ede

1071

NL2003048

Veluwemeer-Wolderwijd

n.v.t

NL9801049

Vlijmens Ven, Moerputten en Bossche Broek

729

NL2003049

Vogelkreek

n.v.t

NL4000017

Voordelta

1486

NL9803077

Voornes Duin

771

NL1000001

Waddenzee

771

NL9801013

Weerribben

514

NL9801035

Weerterbos

1964

NL1000014

Westduinpark en Wapendal

800

NL9803061

Westerschelde

1271

NL2003064

Wieden

514

NL9801018

Wierdense veld

1071

NL2003050

Wijnjeterper Schar en Terwispeler Grootschar

729

NL2003051

Willinks Weust

729

NL2003052

Witte Veen

1071

NL1000003

Witterveld

1071

NL2003053

Wooldse Veen

1071

NL2003054

Wormer- en Jisperveld en Kalverpolder

514

NL2003055

Zeldersche Driessen

1300

NL3004006

Zouweboezem

n.v.t

NL3004007

Zuider Lingedijk – Diefdijk Zuid

1557

NL2003056

Zwarte Meer

1536

NL1000005

Zwarte Water

1071

NL3000027

Zwin

1007

Bijlage

4

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit te Den Haag.

Bijlage

5

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit te Den Haag.