Besluit van 22 november 2007, houdende regels inzake de kwaliteit van de bodem (Besluit bodemkwaliteit)

Besluit bodemkwaliteit

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 2 juli 2007, nr. DJZ2007057947, Directie Juridische Zaken, Afdeling Wetgeving, gedaan mede namens de Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat en de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;
Gelet op richtlijn nr. 89/106/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 21 december 1988 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen der lidstaten inzake de voor de bouw bestemde produkten (PbEG L 40), zoals gewijzigd bij richtlijn nr. 93/68/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 22 juli 1993 (PbEG L 220);
Gelet op richtlijn nr. 06/12/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 5 april 2006 betreffende afvalstoffen (PbEG, L 114), ter vervanging van richtlijn nr. 75/442/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 15 juli 1975 betreffende afvalstoffen (PbEG L 194), zoals deze laatstelijk is gewijzigd bij verordening nr. 1882/2003 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Gemeenschap van 29 september 2003 (PbEU L 284);
De Raad van State gehoord (advies van 10 september 2007, nr. W08.07.0189/IV);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 19 november 2007, nr. DJZ2007113029, Directie Juridische Zaken, Afdeling Wetgeving, uitgebracht mede namens de Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat en de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Hoofdstuk

1

Algemene bepalingen

Artikel

1

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Achtergrondwaarden: bij regeling van Onze Ministers vastgestelde gehalten aan chemische stoffen voor een goede bodemkwaliteit, waarvoor geldt dat er geen sprake is van belasting door lokale verontreinigingsbronnen;

Accreditatie: bewijs waarmee de Raad voor Accreditatie kenbaar maakt dat gedurende een bepaalde periode een gerechtvaardigd vertrouwen bestaat dat de hierin genoemde persoon of instelling competent is voor het uitvoeren van de desbetreffende werkzaamheid;

Baggerspecie: materiaal dat is vrijgekomen uit de bodem via het oppervlaktewater of de voor dat water bestemde ruimte en dat bestaat uit minerale delen met een maximale korrelgrootte van 2 millimeter en organische stof in een verhouding en met een structuur zoals deze in de bodem van nature worden aangetroffen, alsmede van nature in de bodem voorkomende schelpen en grind met een korrelgrootte van 2 tot 63 millimeter;

Bodembeheergebied: aaneengesloten, door het bestuursorgaan, bedoeld in artikel 44, 45 of 46, afgebakend deel van de oppervlakte van een of meer gemeenten of het beheergebied van een of meer waterkwaliteitsbeheerders;

Bodemfuncties: gebruik van de bodem, niet zijnde de bodem onder oppervlaktewater, zoals dat is vastgesteld door de gemeenteraad, overeenkomstig een bij regeling van Onze Ministers vastgestelde indeling;

Bodemfunctieklassen: bij regeling van Onze Ministers vastgestelde indeling van bodemfuncties in de categorieën, bedoeld in artikel 55, eerste lid;

Bouwstof: materiaal waarin de totaalgehalten aan silicium, calcium of aluminium tezamen meer dan 10 gewichtsprocent van dat materiaal bedragen, uitgezonderd vlakglas, metallisch aluminium, grond of baggerspecie, dat is bestemd om te worden toegepast;

Certificaat: verklaring waarmee een door Onze Minister en Onze Minister van Verkeer en Waterstaat erkende certificeringsinstelling kenbaar maakt dat gedurende een bepaalde periode een gerechtvaardigd vertrouwen bestaat dat de hierin genoemde persoon voldoet aan het voor de certificering geldende normdocument;

Erkende kwaliteitsverklaring: schriftelijke verklaring die is afgegeven door een instelling die daartoe beschikt over een erkenning, waarin wordt verklaard dat de bijbehorende partij die afkomstig is van een persoon of instelling die is erkend voor het produceren op basis van een nationale Beoordelingsrichtlijn, voldoet aan de bij of krachtens dit besluit gestelde eisen met betrekking tot de milieuhygiënische kwaliteit, mits toegepast op de in de verklaring aangegeven wijze;

Erkenning: beschikking van Onze Ministers waarbij wordt vastgesteld dat een persoon of een instelling voor een werkzaamheid voldoet aan de bij of krachtens dit besluit geldende voorwaarden;

Fabrikant-eigenverklaring: schriftelijke verklaring, afgegeven door de producent van een bouwstof, grond of baggerspecie, waarin deze verklaart dat de bijbehorende partij voldoet aan de bij of krachtens dit besluit gestelde eisen met betrekking tot de milieuhygiënische kwaliteit. Uit de verklaring blijkt op welke wijze is vastgesteld dat de partij voldoet aan de bij of krachtens dit besluit gestelde eisen;

Grond: vast materiaal dat bestaat uit minerale delen met een maximale korrelgrootte van 2 millimeter en organische stof in een verhouding en met een structuur zoals deze in de bodem van nature worden aangetroffen, alsmede van nature in de bodem voorkomende schelpen en grind met een korrelgrootte van 2 tot 63 millimeter, niet zijnde baggerspecie;

IBC-bouwstof: bouwstof die vanwege de mate van emissie alleen met isolatie-, beheers-, en controlemaatregelen mag worden toegepast;

Instelling: certificeringsinstelling, inspectie-instelling, laboratorium of andere instelling met rechtspersoonlijkheid, die beoordeelt of een persoon, een stof, een product, een installatie, een voorziening of een ander object overeenstemt met een normdocument;

Interventiewaarden: bij regeling van Onze Ministers vastgestelde generieke waarden die aangeven dat bij overschrijding sprake is van potentiële ernstige vermindering van de functionele eigenschappen die de bodem voor mens, plant of dier heeft, als bedoeld in artikel 36 van de Wet bodembescherming;

Isolatie, beheers- en controlemaatregelen: maatregelen waardoor bij toepassing van een bouwstof nagenoeg geen contact optreedt van die bouwstof met hemelwater en grondwater;

Kwaliteitsklasse: bij regeling van Onze Ministers vastgestelde indeling in categorieën van de kwaliteit van de bodem, grond of baggerspecie;

Landbouwbedrijf: bedrijf als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel i, van de Meststoffenwet;

Milieuhygiënische verklaring:

  • a.

    voor bouwstoffen, grond of baggerspecie: partijkeuring, fabrikant-eigenverklaring of erkende kwaliteitsverklaring, en

  • b.

    voor grond, baggerspecie of de bodem, waarop of waarin de grond of baggerspecie wordt toegepast: verklaring omtrent de milieuhygiënische kwaliteit van een specifieke partij of de bodem, die is afgegeven op basis van een kaart als bedoeld in artikel 47, onder a, of 57, tweede lid of een bij regeling van Onze Ministers aangewezen normdocument of onderzoeksprotocollen;

Normdocument: een voor een werkzaamheid op grond van artikel 25 aangewezen beoordelingsrichtlijn, protocol of andere richtlijn, code, aanbeveling of norm die of dat eisen bevat ter bevordering van de kwaliteit van werkzaamheden of de uitvoering daarvan;

Onze Minister: Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;

Onze Ministers: Onze Minister, Onze Minister van Verkeer en Waterstaat en Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, met dien verstande dat het bepaalde in artikel 14 van toepassing is;

Parameter: chemische stof of een fysische eigenschap;

Partij: identificeerbare hoeveelheid bouwstof, grond of baggerspecie van vergelijkbare milieuhygiënische kwaliteit, die is bedoeld om als geheel te worden verhandeld of toegepast;

Partijkeuring: schriftelijke verklaring op basis van een eenmalig onderzoek, dat wordt uitgevoerd door een persoon of instelling die daartoe beschikt over een erkenning, en waarin wordt vermeld of een partij onder het regime van het besluit kan worden toegepast en hoe dit is vastgesteld;

Persoon: natuurlijk persoon of rechtspersoon;

Raad voor Accreditatie: de Stichting Raad voor Accreditatie te Utrecht;

Toepassen van bouwstoffen: in een werk aanbrengen of houden van bouwstoffen, alsmede het laten verrichten daarvan. Voor de toepassing van de bij of krachtens dit besluit gestelde regels wordt onder «het toepassen van bouwstoffen in oppervlaktewater» mede verstaan het toepassen van bouwstoffen op of in de bodem onder oppervlaktewater;

Toepassen van grond of baggerspecie: het aanbrengen, verspreiden of tijdelijk opslaan van grond of baggerspecie als bedoeld in artikel 35, het houden van de aangebrachte of tijdelijk opgeslagen grond of baggerspecie in die toepassing, alsmede het laten verrichten daarvan. Voor de toepassing van de bij of krachtens dit besluit gestelde regels wordt onder het toepassen van grond of baggerspecie in oppervlaktewater mede verstaan het toepassen van grond of baggerspecie op of in de bodem onder oppervlaktewater;

Vestigingsplaats: adres en woonplaats van een persoon of adres en woonplaats waar een instelling zetelt;

Vormgegeven bouwstof: bouwstof met een volume per kleinste eenheid van ten minste 50 cm3, die onder normale omstandigheden een duurzame vormvastheid heeft;

Waterkwaliteitsbeheerder: bestuursorgaan dat bevoegd is tot vergunningverlening ingevolge de Wet verontreiniging oppervlaktewateren;

Werk: bouwwerk, weg- of waterbouwkundig werk of anderszins functionele toepassing van een bouwstof, uitgezonderd het verondiepen of het dempen van oppervlaktewater en het ophogen van de bodem ten behoeve van woonwijken en industrieterreinen.

Werkzaamheid: een bij regeling van Onze Minister en Onze Minister van Verkeer en Waterstaat aangewezen handeling als bedoeld in artikel 11.2, tweede lid, van de Wet milieubeheer, die wordt uitgevoerd met betrekking tot bodem, grond, baggerspecie of bouwstoffen.

Artikel

2

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

6

Het stellen van regels als bedoeld in de artikelen 28, eerste lid, onder b, 30, eerste en tweede lid, en 31, tweede lid, en het toetsen aan de maximale waarden, bedoeld in de artikelen 44, eerste lid, 45, eerste lid, 46, 55, tweede lid, 57, eerste lid, 60, eerste lid en 63, eerste lid, onderdeel a, onder i, geschiedt met inachtneming van de voorwaarde dat toepassingen van bouwstoffen, grond of baggerspecie voldoen aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 4 van de Kaderrichtlijn afvalstoffen.

Artikel

7

Degene die bouwstoffen, grond of baggerspecie toepast en die weet of redelijkerwijs had kunnen weten dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen voor het oppervlaktewater ontstaan of kunnen ontstaan, die niet of onvoldoende worden voorkomen of beperkt door naleving van de bij of krachtens dit besluit gestelde regels, voorkomt die gevolgen of beperkt die zoveel mogelijk voor zover voorkomen niet mogelijk is en voor zover dit redelijkerwijs van hem kan worden gevergd.

Artikel

8

Hoofdstuk

2

Kwaliteit van de uitvoering van een werkzaamheid

Afdeling

1

Erkenning van personen en instellingen

Artikel

9

Artikel

10

Artikel

11

Artikel

12

Artikel

13

Artikel

14

Voor toepassing van de artikelen in Hoofdstuk 2 wordt onder «Onze Ministers» verstaan: Onze Minister en Onze Minister van Verkeer en Waterstaat.

Afdeling

2

Verboden en verplichtingen

Artikel

15

Artikel

16

Het is een persoon of instelling verboden een resultaat van een werkzaamheid te gebruiken of aan een ander ter beschikking te stellen indien hij weet of redelijkerwijs had kunnen vermoeden dat dit resultaat, gelet op het doel waarvoor dit wordt gebruikt, geen betrouwbaar beeld verschaft van de eigenschappen, aard, hoedanigheid of samenstelling van de bodem, grond, baggerspecie of bouwstof.

Artikel

17

Artikel

18

Artikel

19

De houder van een erkenning meldt onverwijld aan een door Onze Ministers aangewezen instantie zijn door de rechtbank uitgesproken faillissement of surseance van betaling. De melding geschiedt door middel van een door Onze Ministers vastgesteld formulier.

Artikel

20

Een certificeringsinstelling of de Raad voor Accreditatie meldt een schorsing of intrekking van een certificaat, onderscheidenlijk een accreditatie, voor een werkzaamheid onverwijld aan een door Onze Ministers aangewezen instantie. De melding geschiedt door middel van een door Onze Ministers vastgesteld formulier.

Artikel

21

Artikel

22

Afdeling

3

Sancties

Artikel

23

Artikel

24

Onze Ministers verwerken de schorsing en intrekking van de erkenning in de lijsten, bedoeld in artikel 9, vierde lid.

Artikel

25

Onze Ministers kunnen normdocumenten aanwijzen voorzover deze:

  • a.

    niet in strijd zijn met een wettelijk voorschrift;

  • b.

    zijn vastgesteld door organen waarin alle betrokken partijen zich konden laten vertegenwoordigen;

  • c.

    zowel qua inhoud als qua strekking voldoende duidelijk zijn, en

  • d.

    voldoende draagvlak hebben bij de betrokken partijen.

Hoofdstuk

3

Bouwstoffen

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Hoofdstuk

4

Grond en baggerspecie

Afdeling

1

Algemene bepalingen

Paragraaf

1

Algemeen

Artikel

34

Artikel

35

Dit hoofdstuk is van toepassing op de volgende handelingen:

  • a.

    toepassing van grond of baggerspecie in bouw- en weg constructies, waaronder mede worden begrepen wegen, spoorwegen en geluidswallen;

  • b.

    toepassing van grond of baggerspecie op of in de bodem, met uitzondering van de bodem onder oppervlaktewater, in ophogingen van industrieterreinen, woningbouwlocaties en landbouw- en natuurgronden, met het oog op het verbeteren van de bodemgesteldheid;

  • c.

    toepassing van grond of baggerspecie voor het afdekken van een locatie die wordt gesaneerd als bedoeld in hoofdstuk IV, paragraaf 3 van de Wet bodembescherming, als afdeklaag voor een stortplaats als bedoeld in artikel 8.47, eerste lid respectievelijk derde lid, van de Wet milieubeheer, of als afdeklaag voor een voormalige stortplaats met het oog op het voorkomen van nadelige gevolgen voor de functionele eigenschappen die de bodem voor mens, plant of dier heeft als gevolg van contact met het onderliggende materiaal;

  • d.

    toepassing van grond of baggerspecie in ophogingen in waterbouwkundige constructies en voor het verondiepen en dempen van oppervlaktewater met het oog op de hoogwaterbescherming, de doelstellingen van artikel 4 van de Kaderrichtlijn water, de bevordering van de natuurwaarden en de vlotte en veilige afwikkeling van de scheepvaart;

  • e.

    toepassing van grond of baggerspecie in aanvullingen, waaronder mede wordt verstaan de herinrichting en stabilisering van voormalige winplaatsen voor delfstoffen, of met het oog op onderhoud en herstel van de toepassingen, bedoeld in onderdeel a tot en met d;

  • f.

    verspreiding van baggerspecie uit een watergang over de aan de watergang grenzende percelen, met het oog op het herstellen of verbeteren van de aan de watergang grenzende percelen;

  • g.

    verspreiding van baggerspecie in oppervlaktewater, met het oog op de duurzame vervulling van de ecologische en morfologische functies van het sediment, behoudens op of in uiterwaarden, gorzen, slikken, stranden en platen, met uitzondering van de daarbinnen gelegen aangrenzende percelen van watergangen met het oog op het herstellen of verbeteren van die percelen;

  • h.

    tijdelijke opslag van grond of baggerspecie, bestemd voor de toepassingen, bedoeld in onderdeel a tot en met e gedurende maximaal drie jaar op of in de bodem, met uitzondering van de bodem onder oppervlaktewater, of gedurende maximaal tien jaar in oppervlaktewater;

  • i.

    tijdelijke opslag van baggerspecie, bestemd voor één van de toepassingen, bedoeld in onderdeel a tot en met f, gedurende maximaal drie jaar op percelen gelegen naast de watergang waaruit de baggerspecie afkomstig is.

Artikel

36

Artikel

37

Paragraaf

2

Algemene voorschriften voor degene die grond of baggerspecie toepast

Artikel

38

Artikel

39

Op het toepassen van grond of baggerspecie waarvan de kwaliteit de bij regeling van Onze Ministers vastgestelde achtergrondwaarden niet overschrijdt, zijn artikel 40 en afdeling 2 van dit hoofdstuk niet van toepassing.

Artikel

40

Artikel

41

Bij regeling van Onze Ministers wordt bepaald welke van de in bijlage 1 van dit besluit genoemde parameters voor de toepassing van dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen worden gemeten ten behoeve van:

  • a.

    de vaststelling van de kwaliteit van grond of baggerspecie, met inbegrip van de emissiewaarden voor toepassingen voor zover vereist op grond van artikel 63, en

  • b.

    de vaststelling van de kwaliteit van de bodem, waarop of waarin grond of baggerspecie wordt toegepast.

Artikel

42

Artikel

43

Afdeling

2

Toetsingskaders voor het toepassen van grond en baggerspecie

Paragraaf

1

Gebiedsspecifiek toetsingskader voor de algemene toepassing

Artikel

44

Artikel

45

Artikel

46

Artikel

47

Een besluit op grond van de artikelen 44, eerste lid en 45, eerste lid, bevat:

  • a.

    een of meer kaarten, opgesteld overeenkomstig de bij regeling van Onze Ministers gestelde protocollen, waarop zijn aangegeven de begrenzing van het bodembeheergebied, de kwaliteit van de bodem en, bij toepassingen op of in de bodem, uitgezonderd de bodem onder oppervlaktewater, de bodemfuncties;

  • b.

    de lokale maximale waarden, bedoeld in de artikelen 44, eerste lid, en 45, eerste lid;

  • c.

    voor zover van toepassing, het gewichtspercentage bodemvreemd materiaal, bedoeld in artikel 34, derde en vierde lid;

  • d.

    een motivering van het besluit aan de hand van de lokale maximale waarden en, voor zover van toepassing, het gewichtspercentage bodemvreemd materiaal in relatie tot de kwaliteit van de bodem, de maatschappelijke noodzaak van die waarden en het gewichtspercentage bodemvreemd materiaal en een beschrijving van de overeenkomstig de bij regeling van Onze Ministers gestelde methoden bepaalde gevolgen van de uitvoering van het besluit voor de kwaliteit van de bodem in het bodembeheergebied.

Artikel

48

Een besluit op grond van artikel 46, eerste lid, bevat:

  • a.

    een of meerdere kaarten waarop de begrenzing van dat bodembeheergebied is aangegeven;

  • b.

    de maximale waarden en het percentage bodemvreemd materiaal, bedoeld in artikel 46, eerste lid;

  • c.

    een motivering van het besluit aan de hand van de maximale waarden en het percentage bodemvreemd materiaal in relatie tot de gevolgen voor de kwaliteit van het oppervlaktewater en de maatschappelijke noodzaak van die waarden.

Artikel

50

Tegen een besluit als bedoeld in de artikelen 44, 45 en 46 kan beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Artikel

52

Artikel

53

Het bestuursorgaan, bedoeld in de artikelen 44 tot en met 46, overweegt ten minste eenmaal in de tien jaar in hoeverre een aldaar bedoeld besluit herziening behoeft.

Paragraaf

2

Generiek toetsingskader voor de algemene toepassing

Artikel

54

Deze paragraaf is uitsluitend van toepassing, indien geen besluit als bedoeld in de artikelen 44, 45 of 46 is genomen.

Artikel

55

Artikel

56

Artikel

57

Artikel

58

Artikel

59

Artikel

60

Artikel

61

Onze Ministers overwegen ten minste eenmaal in de tien jaar in hoeverre de waarden, bedoeld in de artikelen 55, eerste lid, en 57, derde lid, herziening behoeven en stellen de Staten-Generaal in kennis van hun bevindingen daaromtrent.

Paragraaf

3

Toetsingskader voor grootschalige toepassingen

Artikel

62

Deze paragraaf is niet van toepassing op het toepassen van grond of baggerspecie in de Nederlandse territoriale zee.

Artikel

63

Artikel

64

Hoofdstuk

5

Slot- en overgangsbepalingen

Artikel

65

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Artikel

66

Artikel

67

Wijzigt het Besluit indieningsvereisten aanvraag bouwvergunning.

Artikel

68

Wijzigt het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer.

Artikel

69

Wijzigt het Besluit vrijstellingen stortverbod buiten inrichtingen.

Artikel

70

Wijzigt het Besluit stortplaatsen en stortverboden afvalstoffen.

Artikel

71

Wijzigt het Besluit financiële bepalingen bodemsanering.

Artikel

72

Wijzigt het Uitvoeringsbesluit belastingen op milieugrondslag.

Artikel

73

Wijzigt het Besluit overige niet-meldingsplichtige gevallen bodemsanering.

Artikel

74

Wijzigt het Besluit milieu-effectrapportage 1994.

Artikel

75

Het recht zoals dat gold voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 65 blijft van toepassing op het houden van bouwstoffen, waaronder grond en baggerspecie, in een werk, indien de bouwstoffen voor dat tijdstip in het betreffende werk waren toegepast.

Artikel

76

De Vrijstellingsregeling grondverzet blijft van toepassing indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit voor het gebied waarop of waarin de grond wordt gebruikt een bodemkwaliteitskaart is vastgesteld krachtens die regeling, voor de duur waarvoor de bodemkwaliteitskaart geldt met een maximum van vijf jaar na het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit.

Artikel

77

Het recht zoals dat gold voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 65 blijft voor partijkeuringen, erkende kwaliteitsverklaringen en andere bewijsmiddelen, die krachtens het Bouwstoffenbesluit bodem- en oppervlaktewaterenbescherming, zoals dat gold op het tijdstip van inwerkingtreding, zijn afgegeven, van toepassing voor de duur van de desbetreffende verklaring, maar ten hoogste voor drie jaar na de inwerkingtreding van dit besluit.

Artikel

79

Artikel

81

Indien het bij koninklijke boodschap van 21 mei 2007 ingediende voorstel van wet tot wijziging van de Wet verontreiniging zeewater en enige andere wetten, kamerstukken II, 2006/07, 31 049, nr. 1 nadat het tot wet is verheven, in werking treedt, treedt dit besluit voor het toepassen van grond en baggerspecie in de Nederlandse territoriale zee, op hetzelfde tijdstip in werking.

Artikel

82

Onze Minister zendt in overeenstemming met de Ministers van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en van Verkeer en Waterstaat binnen drie jaar na inwerkingtreding van dit besluit aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van dit besluit in de praktijk.

Artikel

83

Artikel

84

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit bodemkwaliteit.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

's-Gravenhage
Beatrix
De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, J. M. Cramer
De Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat, J. C. Huizinga-Heringa
De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, G. Verburg
De Minister van Justitie, E. M. H. Hirsch Ballin

Bijlage

1

behorende bij artikel 28, eerste en tweede lid en 41

1. Metalen

CAS-nummers

Antimoon (Sb)

7440-36-0

Arseen (As)

7440-38-2

Barium (Ba)

7440-39-3

Beryllium (Be)

7440-41-7

Cadmium (Cd)

7440-43-9

Chroom (Cr)

7440-47-3

Kobalt (Co)

7440-48-2

Koper (Cu)

7440-50-8

Kwik (Hg)

7439-97-6

Lood (Pb)

7439-92-1

Molybdeen (Mo)

7439-98-7

Nikkel (Ni)

7440-02-0

Seleen (Se)

7782-49-2

Tellurium (Te)

13494-80-9

Thallium (Tl)

7440-28-0

Tin (Sn)

7440-31-5

Vanadium (V)

7440-62-2

Zilver (Ag)

7440-22-4

Zink (Zn)

7440-66-5

2. Overige anorganische stoffen

Bromide

n.v.t

Chloride

n.v.t

Cyanide (vrij)

n.v.t

Cyanide-complex (ph < 5)

n.v.t

Cyanide-complex (ph ≥ 5)

n.v.t

Fluoride

n.v.t

Thiocyanaten (som)

n.v.t

Sulfaat

n.v.t

3. Aromatische stoffen

Benzeen

71-43-2

Ethylbenzeen

100-41-4

Tolueen

108-88-3

Ortho-xyleen

95-47-6

Meta-xyleen

108-38-3

Para-xyleen

106-42-3

Styreen

100-42-5

Fenol

108-95-2

Catechol

120-80-9

Resorcinol

108-46-3

Hydrochinon

123-31-9

Ortho-Cresol

95-48-7

Meta-cresol

108-39-4

Para-Cresol

106-44-5

Dodecylbenzeen

123-01-3

1,2,3-trimethylbenzeen

526-73-8

1,2,4-trimethylbenzeen

95-63-6

1,3,5-trimethylbenzeen

108-67-8

2-ethyltolueen

611-14-3

3-ethyltolueen

620-14-4

4-ethyltolueen

622-96-8

Isopropylbenzeen

98-82-8

Propylbenzeen

103-65-1

4. Polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK's)

Naftaleen

91-20-3

Fenantreen

85-01-8

Antraceen

120-12-7

Fluorantheen

206-44-0

Chryseen

218-01-9

Benzo(a)antraceen

56-55-3

Benzo(a)pyreen

50-32-8

Benzo(k)fluorantheen

207-08-9

Indeno(1,2,3cd)pyreen

193-39-5

Benzo(ghi)peryleen

191-24-2

Pyrene

129-00-0

Acenaphthene

83-32-9

Benzo(b)fluoranthene

205-99-2

Benzo(j)fluoranthene

205-82-3

Dibenz(a,h)anthracene

53-70-3

9H-Fluorene

86-73-7

Acenaphthylene

208-96-8

5. Gechloreerde koolwaterstoffen

A. (vluchtige) chloorkoolwaterstoffen

Monochlooretheen

75-01-4

Dichloormethaan

75-09-2

1,1-dichloorethaan

75-34-3

1,2-dichloorethaan

107-06-2

1,1-dichlooretheen

75-35-4

Cis-1,2-dichlooretheen

156-59-2

Trans-1,2-dichlooretheen

156-60-5

1,1-dichloorpropaan

78-99-9

1,2-dichloorpropaan

78-87-5

1,3-dichloorpropaan

142-28-9

Trichloormethaan

67-66-3

1,1,1-trichloorethaan

71-55-6

1,1,2-trichloorethaan

79-00-5

Trichlooretheen

79-01-6

Tetrachloormethaan

56-23-5

Tetrachlooretheen

127-18-4

B. Chloorbenzenen

Monochloorbenzeen

108-90-7

1,2-dichloorbenzeen

95-50-1

1,3-dichloorbenzeen

541-73-1

1,4-dichloorbenzeen

106-46-7

1,2,3-trichloorbenzeen

87-61-6

1,2,4-trichloorbenzeen

120-82-1

1,3,5-trichloorbenzeen

108-70-3

1,2,3,4-tetrachloorbenzeen

634-66-2

1,2,3,5-tetrachloorbenzeen

634-90-2

1,2,4,5-tetrachloorbenzeen

95-94-3

Pentachloorbenzeen

608-93-5

Hexachloorbenzeen

118-74-1

C. Chloorfenolen

2-chloorfenol

95-57-8

3-chloorfenol

108-43-0

4-chloorfenol

106-48-9

2,3-dichloorfenol

576-24-9

2,4-dichloorfenol

120-83-2

2,5-dichloorfenol

583-78-8

2,6-dichloorfenol

87-65-0

3,4-dichloorfenol

95-77-2

3,5-dichloorfenol

591-35-5

2,3,4-trichloorfenol

15950-66-0

2,3,5-trichloorfenol

933-78-8

2,3,6-trichloorfenol

933-75-5

2,4,5-trichloorfenol

95-95-4

2,4,6-trichloorfenol

88-06-2

3,4,5-trichloorfenol

609-19-8

2,3,4,5-tetrachloorfenol

4901-51-3

2,3,4,6-tetrachloorfenol

58-90-2

2,3,5,6-tetrachloorfenol

935-95-5

Pentachloorfenol

87-86-5

D. Polychloorbifenylen (PCB's)

PCB 28

7012-37-5

PCB 52

35693-99-3

PCB 101

37680-73-2

PCB 118

31508-00-6

PCB 138

35065-28-2

PCB 153

35065-27-1

PCB 180

35065-29-3

E. Overige gechloreerde koolwaterstoffen

2-chlooraniline

95-51-2

3-chlooraniline

108-42-9

4-chlooraniline

106-47-8

2,3-dichlooraniline

608-27-5

2,4-dichlooraniline

554-00-7

2,5-dichlooraniline

95-82-9

2,6-dichlooraniline

608-31-1

3,4-dichlooraniline

95-76-1

3,5-dichlooraniline

626-43-7

2,3,4-trichlooraniline

634-67-3

2,3,5-trichlooraniline

18487-39-3

2,4,5-trichlooraniline

636-30-6

2,4,6-trichlooraniline

634-93-5

3,4,5-trichlooraniline

634-91-3

2,3,4,5-tetrachlooraniline

634-83-3

2,3,5,6-tetrachlooraniline

3481-20-7

Pentachlooraniline

527-20-8

EOX

n.v.t.

2,3,7,8-TCDD

1746-01-6

1,2,3,7,8-PeCDD

40321-76-4

1,2,3,6,7,8-HxCDD

57653-85-7

1,2,3,7,8,9-HxCDD

19408-74-3

1,2,3,4,7,8-HxCDD

39227-28-6

1,2,3,4,6,7,8-HpCDD

35822-46-9

1,2,3,4,6,7,8,9-OCDD

3268-87-9

2,3,7,8-TCDF

51207-31-9

1,2,3,7,8-PeCDF

57117-41-6

2,3,4,7,8-PeCDF

57117-31-4

1,2,3,6,7,8-HxCDF

57117-44-9

1,2,3,7,8,9-HxCDF

72918-21-9

1,2,3,4,7,8-HxCDF

70648-26-9

2,3,4,6,7,8-HxCDF

60851-34-5

1,2,3,4,6,7,8-HpCDF

67562-39-4

1,2,3,4,7,8,9-HpCDF

55673-89-7

1,2,3,4,6,7,8,9-OCDF

39001-02-0

α-Chloornaftaleen

90-13-1

β-Chloornaftaleen

91-58-7

C10-13-chlooralkanen

85535-84-8

6. Bestrijdingsmiddelen

A. Organochloorbestrijdingsmiddelen

Aldrin

390-00-2

Dieldrin

60-57-1

Endrin

72-20-8

Isodrin

465-73-6

Telodrin

297-78-9

Cis-chloordaan

5103-71-9

Trans-chloordaan

5103-74-2

2,4-DDT

789-02-6

4,4-DDT

50-29-3

2,4-DDE

3424-82-6

4,4-DDE

72-55-9

2,4-DDD

53-19-0

4,4-DDD

72-54-8

α-Endosulfan

959-98-8

Endosulfansulfaat

1031-07-8

Endosulfan

115-29-7

α-HCH

319-84-6

β-HCH

319-85-7

γ-HCH

58-89-9

δ-HCH

319-86-8

ε-HCH

6108-10-7

Heptachloor

76-44-8

Cis-Heptachloorepoxide

280044-83-9

Trans-Heptachloorepoxide

1024-5703

Hexachloorbutadieen

87-68-3

B. Organofosforpesticiden

Azinfos-methyl

86-50-0

C. Organotin bestrijdingsmiddelen

Tributyltin

688-73-3

Trifenyltin

892-20-6

Tributyltin-kation

36643-28-4

D. Chloorfenoxy-azijnzuur herbiciden

MCPA

94-74-6

E. Overige bestrijdingsmiddelen

Atrazine

1912-24-9

Carbaryl

63-25-2

Carbofuran

1563-66-2

Maneb

1247-38-2

4-chloor-3-methylfenol

59-50-7

4-chloor-2-methylfenol

1570-64-5

Propazine

139-40-2

Simazine

122-34-9

Terbutryn

886-50-0

Bromofos-ethyl

4824-78-6

Bromofos-methyl

2104-96-3

Chloorpyrifos-ethyl

2921-88-2

Dichloorvos

62-73-7

Disulfoton

298-04-4

Fenthion

55-38-9

Malathion

121-75-5

Parathion-ethyl

56-38-2

Parathion-methyl

298-00-0

Alachloor

15972-60-8

Chloorfenvinfos

470-90-6

Diuron

330-54-1

Isoproturon

34123-59-6

Trifluraline

1582-09-8

7. Overige parameters

Acrylonitril

107-13-1

Asbest

n.v.t.

Butanol

71-36-3

Butylacetaat

123-86-4

Cyclohexanon

108-94-1

Diethyleenglycol

111-46-6

Ethylacetaat

141-78-6

Ethyleenglycol

107-21-1

Formaldehyde

50-00-0

Dimethylftalaat

131-11-3

Diethylftalaat

84-66-2

Di-isobutylftalaat

84-69-5

Dibutylftalaat

84-74-2

Butylbenzylftalaat

85-68-7

Dihexylftalaat

84-75-3

Di(2-ethylhexyl)ftalaat

117-81-7

Di-n-octylftalaat

117-84-0

Isopropanol

67-63-0

Methanol

67-56-1

Methylethylketon

78-93-3

MTBE

1634-04-4

Minerale olie

n.v.t.

Vertakte en onvertakte alkanen bestaande uit minimaal 5 en maximaal 40 koolstofatomen(1)

n.v.t.

Nutriënten

n.v.t.

pH

n.v.t.

Pyridine

110-86-1

Reducerend vermogen

n.v.t.

Tetrahydrofuran

109-99-9

Tetrahydrothiofeen

110-01-0

Tribroommethaan

75-25-2

Zwevende stof

n.v.t.

Nonylfenolen

25154-52-3

4-para-nonylfenol

104-40-5

Octylfenolen

1806-26-4

Para-tert-octylfenol

140-66-9

(1) De vertakte en onvertakte alkanen kunnen zowel als individuele stof als in verschillende deelverzamelingen in somparameters worden genormeerd.