Besluit van 29 november 2007, houdende regels met betrekking tot de waterschappen (Waterschapsbesluit)

Waterschapsbesluit

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van de Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat van 15 augustus 2007, nr. HDJZ/I&O/2007-904, Hoofddirectie Juridische Zaken;
De Raad van State gehoord (advies van 8 oktober 2007, nr. W09.07.0306/IV);
Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat van 26 november 2007, nr. HDJZ/WAT/2007-1514, Hoofddirectie Juridische Zaken;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Hoofdstuk

1

Algemene bepalingen

Artikel

1.1

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Onze Minister: Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat;

wet: Waterschapswet.

Hoofdstuk

2

De verkiezing van leden van het algemeen bestuur

§

1

Het stembureau

Artikel

2.1

Vervallen

Artikel

2.2

Vervallen

Artikel

2.3

Vervallen

Artikel

2.4

Vervallen

Artikel

2.5

Vervallen

Artikel

2.6

Vervallen

Artikel

2.7

Vervallen

§

2

Het tijdstip van de kandidaatstelling

Artikel

2.8

Vervallen

§

3

De registratie van de aanduiding van een belangengroepering

Artikel

2.9

Vervallen

Artikel

2.10

Vervallen

Artikel

2.11

Vervallen

Artikel

2.12

Vervallen

Artikel

2.13

Vervallen

Artikel

2.14

Vervallen

Artikel

2.15

Vervallen

§

4

De inlevering van de kandidatenlijsten

Artikel

2.16

Vervallen

Artikel

2.17

Vervallen

Artikel

2.18

Vervallen

Artikel

2.19

Vervallen

Artikel

2.20

Vervallen

Artikel

2.21

Vervallen

Artikel

2.22

Vervallen

Artikel

2.23

Vervallen

Artikel

2.24

Vervallen

Artikel

2.25

Vervallen

Artikel

2.26

Vervallen

§

5

Het onderzoek van de kandidatenlijsten

Artikel

2.27

Vervallen

Artikel

2.28

Vervallen

Artikel

2.29

Vervallen

Artikel

2.30

Vervallen

Artikel

2.31

Vervallen

Artikel

2.32

Vervallen

Artikel

2.33

Vervallen

Artikel

2.34

Vervallen

Artikel

2.35

Vervallen

Artikel

2.36

Vervallen

§

6

De verbinding van kandidatenlijsten tot een lijstencombinatie

Artikel

2.37

Vervallen

Artikel

2.38

Vervallen

§

7

De nummering van de kandidatenlijsten

Artikel

2.39

Vervallen

Artikel

2.40

Vervallen

Artikel

2.41

Vervallen

Artikel

2.42

Vervallen

§

8

De openbaarmaking van de kandidatenlijsten

Artikel

2.43

Vervallen

§

9

Algemene bepalingen omtrent de stemming

Artikel

2.44

Vervallen

Artikel

2.45

Vervallen

Artikel

2.45a

Vervallen

Artikel

2.46

Vervallen

Artikel

2.47

Vervallen

Artikel

2.48

Vervallen

§

10

De oproeping voor de stemming

Artikel

2.49

Vervallen

Artikel

2.50

Vervallen

Artikel

2.51

Vervallen

Artikel

2.52

Vervallen

§

11

Stemmen per brief

Artikel

2.53

Vervallen

Artikel

2.54

Vervallen

Artikel

2.54a

Vervallen

Artikel

2.55

Vervallen

Artikel

2.56

Vervallen

§

12

Stemmen per internet

Artikel

2.57

Vervallen

Artikel

2.58

Vervallen

Artikel

2.59

Vervallen

Artikel

2.60

Vervallen

Artikel

2.61

Vervallen

Artikel

2.62

Vervallen

Artikel

2.63

Vervallen

§

13

De stemopneming

Artikel

2.64

Vervallen

Artikel

2.65

Vervallen

Artikel

2.66

Vervallen

Artikel

2.66a

Vervallen

Artikel

2.67

Vervallen

Artikel

2.67a

Vervallen

Artikel

2.68

Vervallen

Artikel

2.69

Vervallen

Artikel

2.70

Vervallen

Artikel

2.71

Vervallen

Artikel

2.72

Vervallen

Artikel

2.73

Vervallen

§

14

De vaststelling van de verkiezingsuitslag

Artikel

2.74

Vervallen

Artikel

2.75

Vervallen

Artikel

2.76

Vervallen

Artikel

2.77

Vervallen

Artikel

2.78

Vervallen

Artikel

2.79

Vervallen

Artikel

2.80

Vervallen

Artikel

2.81

Vervallen

Artikel

2.82

Vervallen

Artikel

2.83

Vervallen

Artikel

2.84

Vervallen

Artikel

2.85

Vervallen

§

15

De toewijzing van de zetels aan de kandidaten

Artikel

2.86

Vervallen

Artikel

2.87

Vervallen

Artikel

2.88

Vervallen

§

16

De bekendmaking van de verkiezingsuitslag

Artikel

2.89

Vervallen

Artikel

2.90

Vervallen

Artikel

2.91

Vervallen

Artikel

2.92

Vervallen

Artikel

2.93

Vervallen

Artikel

2.94

Vervallen

§

17

Het lidmaatschap

Artikel

2.95

Vervallen

Artikel

2.96

Vervallen

Artikel

2.97

Vervallen

Artikel

2.98

Vervallen

Artikel

2.99

Vervallen

Artikel

2.100

Vervallen

Artikel

2.101

Vervallen

Artikel

2.102

Vervallen

Artikel

2.103

Vervallen

Artikel

2.104

Vervallen

Artikel

2.105

Vervallen

Artikel

2.106

Vervallen

Artikel

2.107

Vervallen

§

18

De opvolging

Artikel

2.108

Vervallen

Artikel

2.109

Vervallen

Artikel

2.110

Vervallen

Artikel

2.111

Vervallen

Artikel

2.112

Vervallen

Artikel

2.113

Vervallen

§

19

Einde van het lidmaatschap

Artikel

2.114

Vervallen

Artikel

2.115

Vervallen

Artikel

2.116

Vervallen

Artikel

2.117

Vervallen

§

20

Tijdelijk ontslag en vervanging wegens zwangerschap en bevalling of ziekte

Artikel

2.118

Vervallen

Artikel

2.119

Vervallen

Artikel

2.120

Vervallen

§

21

Overige bepalingen

Artikel

2.121

Vervallen

Artikel

2.122

Vervallen

Artikel

2.123

Vervallen

Artikel

2.124

Vervallen

Hoofdstuk

3

De rechtspositie van de leden van het waterschapsbestuur

§

1

Begripsbepalingen

Artikel

3.1

Vervallen

§

2

Vergoedingen en tegemoetkoming leden algemeen bestuur

Artikel

3.2

Vervallen

Artikel

3.3

Vervallen

Artikel

3.4

Vervallen

Artikel

3.5

Vervallen

Artikel

3.6

Vervallen

Artikel

3.7

Vervallen

Artikel

3.8

Vervallen

Artikel

3.8aa

Vervallen

Artikel

3.8a

Vervallen

Artikel

3.9

Vervallen

Artikel

3.9a

Vervallen

Artikel

3.10

Vervallen

Artikel

3.10a

Vervallen

Artikel

3.10b

Vervallen

Artikel

3.10c

Vervallen

§

3

Bezoldiging en tegemoetkoming in kosten leden dagelijks bestuur waterschap

Artikel

3.11

Vervallen

Artikel

3.11a

Vervallen

Artikel

3.12

Vervallen

Artikel

3.12a

Vervallen

Artikel

3.13

Vervallen

Artikel

3.14

Vervallen

Artikel

3.15

Vervallen

Artikel

3.16

Vervallen

Artikel

3.17

Vervallen

§

4

Rechtspositie voorzitters waterschappen

Artikel

3.18

Vervallen

Artikel

3.19

Vervallen

Artikel

3.20

Vervallen

Artikel

3.21

Vervallen

Artikel

3.22

Vervallen

Artikel

3.23

Vervallen

Artikel

3.24

Vervallen

Artikel

3.25

Vervallen

Artikel

3.26

Vervallen

Artikel

3.26a

Vervallen

Artikel

3.27

Vervallen

Artikel

3.28

Vervallen

Artikel

3.29

Vervallen

Artikel

3.30

Vervallen

Artikel

3.31

Vervallen

Artikel

3.32

Vervallen

Artikel

3.33

Vervallen

Artikel

3.34

Vervallen

Artikel

3.35

Vervallen

Artikel

3.36

Vervallen

Artikel

3.37

Vervallen

Artikel

3.38

Vervallen

Artikel

3.39

Vervallen

Artikel

3.40

Vervallen

Artikel

3.41

Vervallen

Hoofdstuk

4

De beleidsvoorbereiding en de verantwoording

§

1

Algemene bepalingen

Artikel

4.1

In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • begroting na wijziging: begroting zoals deze luidt na verwerking van alle door het algemeen bestuur lopende het begrotingsjaar vastgestelde begrotingswijzigingen;

  • CBS: Centraal Bureau voor de Statistiek;

  • deelnemingen: participaties in een besloten of naamloze vennootschap, waarin het waterschap aandelen heeft;

  • financiële positie: financiële positie als bedoeld in artikel 4.3, vierde lid;

  • financiële rechtmatigheid: rechtmatige totstandkoming van de baten, lasten en balansmutaties in overeenstemming met de begroting en met relevante wettelijke voorschriften, waaronder mede begrepen de waterschapsverordeningen;

  • EMU-saldo: geraamde onderscheidenlijk gerealiseerde saldo van de ontvangsten en uitgaven van een waterschap, berekend op transactiebasis en overeenkomstig de voorschriften van het Europese systeem van nationale en regionale rekeningen in de Europese Unie;

  • kosten- en opbrengstsoorten: indeling waarmee de lasten en baten naar hun aard worden gerangschikt;

  • kostendragers: indeling waarmee de nettokosten worden gerangschikt naar de taken die in het reglement aan het waterschap worden opgedragen of door het algemeen bestuur worden onderscheiden en waarvoor een aparte belasting wordt geheven;

  • lastendruk: hoogte lastendruk van een meerpersoonshuishouden met een eigen woning in vergelijking met het landelijk gemiddelde;

  • nettokosten: saldo van kosten en opbrengsten niet zijnde dekkingsmiddelen;

  • nettoschuldquote: verhouding tussen de omvang van de nettoschuld en de totale belastingopbrengsten;

  • netto-vlottende schuld: netto-vlottende schuld als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van de Wet financiering decentrale overheden;

  • niet-effectieve positie: situatie waarin de onderliggende waarde en looptijd van een financieel derivaat niet overeenkomt met de financieringsbehoefte waar het derivaat betrekking op heeft;

  • onduidelijkheid: oordeel van het dagelijks bestuur waaruit blijkt dat niet met zekerheid is vast te stellen of een bate, last of balansmutatie rechtmatig tot stand is gekomen;

  • openbare lichamen: openbare lichamen als bedoeld in artikel 1, onderdeel a, van de Wet financiering decentrale overheden;

  • programma: samenhangend geheel van activiteiten;

  • rechtmatigheidsfout: bate, last of balansmutatie die niet rechtmatig tot stand is gekomen. Rechtmatigheidsfouten treden op bij financiële transacties, waarbij voor financiële beheershandelingen relevante wettelijke voorschriften niet juist zijn toegepast;

  • rechtmatigheidsverantwoording: rechtmatigheidsverantwoording als bedoeld in artikel 4.64, tweede lid;

  • rentetypische looptijd: rentetypische looptijd als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Wet financiering decentrale overheden;

  • uitzettingen: tijdelijk aan derden toevertrouwde liquiditeiten tegen vooraf overeengekomen condities en bedingen;

  • vaste schuld: gezamenlijk bedrag als bedoeld in artikel 4.48, onderdeel c;

  • verantwoordingsgrens: verantwoordingsgrens als bedoeld in artikel 4.64, derde lid;

  • verbonden partij: verbonden partij als bedoeld in artikel 4.5, eerste lid;

  • weerstandsvermogen: relatie tussen:

    • 1°.

      de weerstandscapaciteit, zijnde de middelen en mogelijkheden waarover het waterschap beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken,

    • 2°.

      alle risico's waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie;

  • wendbaarheid van de begroting: verhouding tussen de totale kapitaallasten en de totale bruto-exploitatiekosten.

Artikel

4.2

Artikel

4.3

Artikel

4.4

Artikel

4.5

§

2

De meerjarenraming en de toelichting

Artikel

4.6

De meerjarenraming bevat voor het komende begrotingsjaar, alsmede voor tenminste de vier jaren volgend op het komende begrotingsjaar:

  • a.

    de uiteenzetting van externe en interne ontwikkelingen, en uitgangspunten en normen, waarbij ten minste wordt ingegaan op:

    • 1°.

      de externe en interne ontwikkelingen die relevant zijn voor het beleid van het waterschap,

    • 2°.

      gehanteerde kwantitatieve uitgangspunten en normen voor lastenstijgingen, batenstijgingen dan wel lastendalingen of batendalingen die aan de geraamde bedragen ten grondslag liggen;

  • b.

    het naar programma’s onderscheiden beleid dat door het waterschap zal worden gevoerd en de financiële gevolgen daarvan, waarbij per programma wordt ingegaan op de:

    • 1°.

      doelstelling van het beleid, in het bijzonder de beoogde maatschappelijke effecten,

    • 2°.

      wijze waarop ernaar gestreefd zal worden die effecten te bereiken en de betrokkenheid hierbij van verbonden partijen,

    • 3°.

      geraamde baten en lasten van het bestaande en het nieuwe beleid;

  • c.

    de raming van de belastingenopbrengsten;

  • d.

    de uiteenzetting van de financiële positie;

  • e.

    de lopende en voorgenomen investeringen.

Artikel

4.7

§

3

De begroting en de toelichting

§

3.1

Algemeen

Artikel

4.8

§

3.2

Beleidsbegroting

Artikel

4.9

De uiteenzetting van de externe en interne ontwikkelingen, bedoeld in artikel 4.8, tweede lid, onderdeel a, bevat een beschrijving van de ontwikkelingen sinds het vorig begrotingsjaar, waarbij ten minste wordt ingegaan op:

  • a.

    externe en interne ontwikkelingen die zich sinds het vaststellen van de vorige begroting en de behandeling van de meerjarenraming hebben voorgedaan;

  • b.

    de belangrijkste afwijkingen ten opzichte van de meerjarenraming;

  • c.

    de belangrijkste uitgangspunten en normen die aan de ramingen ten grondslag liggen;

  • d.

    afwijkingen van de uitgangspunten en normen zoals deze voor de vorige begroting en de meerjarenraming zijn gehanteerd.

Artikel

4.10

Artikel

4.11

Artikel

4.12

In de toelichting op de raming van belastingopbrengsten, bedoeld in artikel 4.8, tweede lid, onderdeel c, wordt ten minste ingegaan op:

  • a.

    de objectieve, bedrijfseconomische criteria die zijn gehanteerd bij de toerekening van kosten aan de kostendragers;

  • b.

    de kwantitatieve grondslagen die als onderdeel van de kostentoerekening zijn gehanteerd;

  • c.

    een beschrijving van het kwijtscheldingsbeleid;

  • d.

    de oorzaken indien bij de kostendragers een aanmerkelijk verschil is tussen de raming van het begrotingsjaar en die van het vorig begrotingsjaar na wijziging;

  • e.

    de mate van kostendekkendheid van de diverse belastingen, waarbij wordt ingegaan op de stand aan het begin, de mutaties en de stand aan het eind van het begrotingsjaar van de bestemmingsreserves voor tariefsegalisatie, bedoeld in artikel 4.50, eerste lid, onderdeel b;

  • f.

    de geraamde belastingopbrengsten;

  • g.

    de ontwikkeling van de tarieven;

  • h.

    een aanduiding van de lastendruk die het gevolg is van de waterschapsbelastingen.

Artikel

4.13

Artikel

4.14

Artikel

4.15

Artikel

4.16

De paragraaf betreffende de bedrijfsvoering, bedoeld in artikel 4.13, tweede lid, onderdeel c, bevat ten minste:

  • a.

    de stand van zaken van de bedrijfsvoering;

  • b.

    de beleidsvoornemens ten aanzien van de bedrijfsvoering;

  • c.

    informatie over de financiële rechtmatigheid;

  • d.

    de maatregelen die worden ondernomen om rechtmatigheidsfouten en onduidelijkheden met betrekking tot de financiële rechtmatigheid te voorkomen.

Artikel

4.17

§

3.3

Financiële begroting

Artikel

4.18

De uiteenzetting van de gehanteerde uitgangspunten en normen, bedoeld in artikel 4.8, derde lid, onderdeel a, bevat ten minste de:

  • a.

    autonome salarisontwikkeling die is verdisconteerd;

  • b.

    overige autonome loonkosten waarmee rekening is gehouden;

  • c.

    overige uitgangspunten en de normen die voor lastenstijgingen en lastendalingen dan wel batenstijgingen en batendalingen zijn gehanteerd en die deels aan de geraamde bedragen ten grondslag liggen.

Artikel

4.19

Het overzicht van baten en lasten, bedoeld in artikel 4.8, derde lid, onderdeel b, bevat:

  • a.

    per programma of per programmaonderdeel de raming van de baten en lasten en het saldo daarvan;

  • b.

    het overzicht van de geraamde dekkingsmiddelen, het geraamde bedrag van de heffing voor de vennootschapsbelasting en het geraamde bedrag voor onvoorzien;

  • c.

    het geraamde totaal saldo van baten en lasten, volgend uit de onderdelen a en b;

  • d.

    de beoogde toevoegingen en onttrekkingen aan reserves per programma;

  • e.

    het geraamde resultaat, volgend uit de onderdelen c en d.

Artikel

4.20

In de besluiten tot wijziging van de begroting worden per programma en, indien aanwezig, per programmaonderdeel, de mutatie en het nieuwe geraamde bedrag vastgesteld.

Artikel

4.21

De toelichting op het overzicht van baten en lasten, bedoeld in artikel 4.8, derde lid, onderdeel b, bevat ten minste:

  • a.

    het geraamde bedrag van het begrotingsjaar, het geraamde bedrag van het vorig begrotingsjaar na wijziging, en het gerealiseerde bedrag van het voorvorig begrotingsjaar;

  • b.

    de oorzaken in geval van aanmerkelijk verschil met de raming, respectievelijk de realisatie, van het vorig, respectievelijk voorvorig begrotingsjaar;

  • c.

    een overzicht van de geraamde incidentele baten en lasten per programma, waarbij per programma ten minste de belangrijkste posten afzonderlijk worden gespecificeerd en de overige posten als een totaalbedrag kunnen worden opgenomen;

  • d.

    een overzicht van de beoogde structurele toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves.

Artikel

4.22

§

4

De jaarstukken en de toelichting

§

4.1

Algemeen

Artikel

4.24

§

4.2

Jaarverslag

Artikel

4.25

Artikel

4.26

Artikel

4.28

§

4.3

Jaarrekening

Artikel

4.29

Artikel

4.30

De toelichting op het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening, bedoeld in artikel 4.24, derde lid, onderdeel a, bevat ten minste:

  • a.

    voor alle onderdelen als bedoeld in artikel 4.29, eerste lid, een analyse van de afwijkingen tussen de begroting na wijziging en de jaarstukken;

  • b.

    een overzicht van de aanwending van het bedrag voor onvoorzien;

  • c.

    een overzicht van de incidentele baten en lasten per programma, waarbij per programma ten minste de belangrijkste posten afzonderlijk worden gespecificeerd en de overige posten als een totaalbedrag kunnen worden opgenomen;

  • d.

    een overzicht van de structurele toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves;

  • e.

    de informatie, bedoeld in de artikelen 4.1, eerste en tweede lid, en 4.2, eerste tot en met derde lid, van de Wet normering topinkomens.

Artikel

4.31

Artikel

4.32

De jaarstukken worden vastgesteld met inachtneming van hetgeen omtrent de financiële positie op de balansdatum is gebleken tussen het moment van opmaken van de verslaggeving en het tijdstip van vaststelling daarvan, voor zover deze aanvullende informatie onontbeerlijk is voor het in artikel 4.3 bedoelde inzicht.

Artikel

4.33

Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ten aanzien van de inrichting van de jaarrekening en de toelichting.

§

4.4

Balans

Artikel

4.34

Artikel

4.35

Op de balans worden de activa onderscheiden in vaste en vlottende activa, al naar gelang zij zijn bestemd om de uitoefening van de werkzaamheid van het waterschap al dan niet duurzaam te dienen.

Artikel

4.36

Op de balans worden de passiva onderscheiden in vaste en vlottende passiva.

§

4.4.1

Activa

Artikel

4.37

Onder de vaste activa worden afzonderlijk opgenomen de immateriële, de materiële en de financiële vaste activa.

Artikel

4.38

In de toelichting op de balans worden de immateriële vaste activa gespecificeerd in:

  • a.

    kosten verbonden aan het sluiten van geldleningen en het saldo van agio en disagio; b. kosten van onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief;

  • c.

    bijdragen aan activa in eigendom van derden.

Artikel

4.39

Artikel

4.40

In de toelichting op de balans worden de financiële vaste activa gespecificeerd in:

  • a.

    kapitaalverstrekkingen aan:

    • 1°.

      deelnemingen,

    • 2°.

      gemeenschappelijke regelingen,

    • 3°.

      overige verbonden partijen;

  • b.

    langlopende leningen aan:

    • 1°.

      openbare lichamen,

    • 2°.

      deelnemingen,

    • 3°.

      overige verbonden partijen;

  • c.

    overige langlopende leningen;

  • d.

    uitzettingen:

    • 1°.

      in ’s Rijks schatkist met een rentetypische looptijd van één jaar of langer,

    • 2°.

      in de vorm van Nederlands schuldpapier met een rentetypische looptijd van één jaar of langer,

    • 3°.

      overige uitzettingen met een rentetypische looptijd van één jaar of langer.

Artikel

4.41

Onder de vlottende activa worden afzonderlijk opgenomen de voorraden, de uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar, de kortlopende vorderingen, de liquide middelen en de overlopende activa.

Artikel

4.42

In de toelichting op de balans worden de voorraden afzonderlijk gespecificeerd in:

  • a.

    grond- en hulpstoffen;

  • b.

    onderhanden werken voor derden;

  • c.

    gereed product en handelsgoederen;

  • d.

    vooruitbetalingen op voorraden.

Artikel

4.43

In de toelichting op de balans worden de uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan een jaar gespecificeerd in:

  • a.

    verstrekte kasgeldleningen aan openbare lichamen;

  • b.

    overige verstrekte kasgeldleningen;

  • c.

    uitzettingen in ’s Rijks schatkist;

  • d.

    uitzettingen in de vorm van Nederlands schuldpapier;

  • e.

    overige uitzettingen;

  • f.

    de rekening-courantverhouding met het Rijk;

  • g.

    rekening-courantverhoudingen met niet-financiële instellingen.

Artikel

4.44

In de toelichting op de balans worden de kortlopende vorderingen gespecificeerd in:

  • a.

    vorderingen op belastingdebiteuren;

  • b.

    vorderingen als gevolg van subsidies en bijdragen;

  • c.

    vorderingen op openbare lichamen;

  • d.

    overige vorderingen.

Artikel

4.45

In de toelichting op de balans worden onder de liquide middelen de kas- en banksaldi opgenomen.

Artikel

4.46

Artikel

4.47

Aan de actiefzijde van de balans wordt buiten de balanstelling het bedrag opgenomen waarvan het recht bestaat op verliescompensatie krachtens de Wet op de vennootschapsbelasting 1969.

§

4.4.2

Passiva

Artikel

4.48

Onder de vaste passiva worden afzonderlijk opgenomen:

  • a.

    het eigen vermogen;

  • b.

    de voorzieningen;

  • c.

    het gezamenlijke bedrag van de:

    • 1°.

      schuld uit hoofde van geldleningen met een oorspronkelijke rentetypische looptijd van één jaar of langer, en

    • 2°.

      voor een termijn van één jaar of langer ontvangen waarborgsommen.

Artikel

4.49

Artikel

4.50

Artikel

4.51

Voorzieningen worden gevormd wegens:

  • a.

    verplichtingen en verliezen waarvan de omvang op de balansdatum onzeker is, doch redelijkerwijs te schatten;

  • b.

    op de balansdatum bestaande risico's ter zake van bepaalde te verwachten verplichtingen of verliezen waarvan de omvang redelijkerwijs is te schatten;

  • c.

    kosten die in een volgend begrotingsjaar zullen worden gemaakt, mits het maken van die kosten zijn oorsprong mede vindt in het begrotingsjaar of in een voorafgaand begrotingsjaar en de voorziening strekt tot gelijkmatige verdeling van lasten over een aantal begrotingsjaren.

Artikel

4.52

Rentetoevoegingen aan voorzieningen zijn niet toegestaan.

Artikel

4.53

Artikel

4.54

Onder de vlottende passiva worden afzonderlijk opgenomen de netto-vlottende schulden en de overlopende passiva.

Artikel

4.55

In de toelichting op de balans worden de netto-vlottende schulden afzonderlijk gespecificeerd in:

  • a.

    kasgeldleningen aangegaan bij openbare lichamen;

  • b.

    overige kasgeldleningen;

  • c.

    banksaldi;

  • d.

    overige schulden.

Artikel

4.56

Artikel

4.57

§

4.4.3

Toelichting op de balans

Artikel

4.58

Artikel

4.59

De aard en omvang van de aangebrachte dan wel geraamde waardeverminderingen van de leningen en vorderingen, bedoeld in artikel 4.69, zevende lid, van de vaste activa, bedoeld in artikel 4.71, eerste lid, en van de voorraden en deelnemingen, bedoeld in artikel 4.71, tweede lid, worden in de toelichting op de balans opgenomen.

Artikel

4.60

In de toelichting op de balans wordt vermeld:

  • a.

    het drempelbedrag voor het begrotingsjaar, zoals opgenomen bij de in artikel 2, vierde lid, van de Wet financiering decentrale overheden bedoelde regeling, waarover verantwoording wordt afgelegd, en

  • b.

    voor ieder kwartaal van dat jaar, het bedrag aan middelen, dat in het kader van het drempelbedrag door het waterschap buiten ’s Rijks schatkist is aangehouden.

Artikel

4.61

In de toelichting op de balans wordt vermeld:

  • a.

    de niet in de balans opgenomen belangrijke financiële verplichtingen waaraan het waterschap voor toekomstige jaren is verbonden,

  • b.

    indien een waterschap financiële derivaten hanteert anders dan beschreven in artikel 4.53, eerste lid, onderdeel d, per derivaat:

    • 1°.

      de naam en rating van de financiële onderneming waarbij het derivaat is afgesloten, 2°. het type en de belangrijkste kenmerken van het derivaat en de hoogte en de looptijd van de financieringsbehoefte waaraan het derivaat kan worden toegerekend,

    • 3°.

      in het geval van een niet-effectieve positie: in welk mate sprake is van een niet-effectieve positie, de maatregelen die zijn genomen om de niet-effectieve positie ongedaan te maken en de termijn die naar verwachting nodig is om de niet-effectieve positie ongedaan te maken.

Artikel

4.62

Artikel

4.63

§

4.4.4

Rechtmatigheidsverantwoording

Artikel

4.64

§

5

Waardering, activeren en afschrijven

Artikel

4.65

Artikel

4.66

Kosten voor onderzoek en ontwikkeling van een bepaald actief kunnen worden geactiveerd indien:

  • a.

    het voornemen bestaat het actief te gebruiken of te verkopen;

  • b.

    de technische uitvoerbaarheid om het actief te voltooien vaststaat;

  • c.

    het actief in de toekomst economisch of maatschappelijk nut zal genereren; en

  • d.

    de uitgaven die aan het actief zijn toe te rekenen betrouwbaar kunnen worden vastgesteld.

Artikel

4.67

Bijdragen aan activa in eigendom van derden kunnen worden geactiveerd indien:

  • a.

    er sprake is van een investering door een derde;

  • b.

    de investering bijdraagt aan de publieke taak;

  • c.

    de derde zich heeft verplicht tot het daadwerkelijk investeren op een wijze zoals is overeengekomen met het waterschap, en

  • d.

    de bijdrage kan worden teruggevorderd, indien de derde in gebreke blijft of het waterschap anders recht kan doen gelden op de activa die samenhangen met de investering.

Artikel

4.68

Artikel

4.69

Artikel

4.70

Artikel

4.71

§

6

Uitvoeringsinformatie

Artikel

4.72

Artikel

4.73

In de uitvoeringsinformatie met betrekking tot de meerjarenraming wordt opgenomen voor het begrotingsjaar en ten minste de vier daarop volgende jaren het overzicht van investeringsuitgaven per beleidsveld. Dit overzicht wordt ingedeeld naar de:

  • a.

    bruto-investeringen;

  • b.

    bijdragen van derden aan de investeringen;

  • c.

    netto-investeringen.

Artikel

4.74

Artikel

4.75

§

7

Informatie voor derden

Artikel

4.76

§

8

Commissie Besluit begroting verantwoording provincies en gemeenten

Hoofdstuk

5

De accountantscontrole

Artikel

5.1

Vervallen

Artikel

5.2

Vervallen

Artikel

5.3

Vervallen

Artikel

5.4

Vervallen

Artikel

5.5

Vervallen

Hoofdstuk

6

De waterschapsbelastingen

§

1

Kostendelen

Artikel

6.1

Vervallen

Artikel

6.2

Vervallen

Artikel

6.3

Vervallen

Artikel

6.4

Vervallen

Artikel

6.5

Vervallen

Artikel

6.6

Vervallen

Artikel

6.7

Vervallen

Artikel

6.8

Vervallen

Artikel

6.9

Vervallen

Artikel

6.10

Vervallen

Artikel

6.11

Vervallen

§

2

Meting, bemonstering en analyse zuiveringsheffing

Artikel

6.12

Vervallen

§

3

Administratieve verplichtingen waterschapsbelastingen

Artikel

6.13

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

inspecteur: de in artikel 123, derde lid, onderdeel b, van de wet, bedoelde ambtenaar van het waterschap.

administratieplichtig: gehouden om op zodanige wijze een administratie te voeren en de daartoe behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers op zodanige wijze te bewaren, dat de gegevens die van belang zijn voor de heffing van de waterschapsbelastingen ten aanzien van de belastingplichtige, hieruit duidelijk blijken;

informatieplichtig: gehouden om de gegevens en inlichtingen aan de inspecteur te verstrekken welke voor de heffing van waterschapsbelastingen ten aanzien van derden van belang kunnen zijn en gehouden de boeken, bescheiden en andere gegevensdragers of de inhoud daarvan - zulks ter keuze van de inspecteur -– die van belang kunnen zijn voor de heffing van waterschapsbelastingen ten aanzien van derden, voor dit doel beschikbaar te stellen.

Artikel

6.14

Artikel

6.15

De in artikel 6.14, eerste lid, bedoelde administratieplichtige die niet of niet volledig voldoet aan de vordering van de inspecteur om de in artikel 6.14 bedoelde gegevensdragers of de inhoud daarvan voor raadpleging beschikbaar te stellen, wordt voor de toepassing van artikel 25, zesde lid, en artikel 27e, eerste lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen geacht niet volledig te hebben voldaan aan de verplichting ingevolge artikel 52 van die wet, tenzij aannemelijk is dat het niet, dan wel niet volledig voldoen aan de vordering van de inspecteur het gevolg is van overmacht.

Artikel

6.16

Artikel

6.17

Hoofdstuk

7

Overgangsbepalingen en slotbepalingen

§

1

Intrekking van andere regelingen

Artikel

7.1

De Comptabiliteitsvoorschriften waterschappen worden ingetrokken met dien verstande dat zij op grond van artikel 98a van de wet, van toepassing blijven op de inrichting van de meerjarenraming, de begroting, de jaarverslaggeving, de uitvoeringsinformatie en de informatieverstrekking aan derden alsmede de daarbij behorende toelichtingen voor het begrotingsjaar 2008.

§

2

Overgangsbepalingen

Artikel

7.6

Artikel

7.6a

Artikel

7.6b

Artikel

7.6c

De bepalingen zoals die luidden voor inwerkingtreding van het besluit van 8 november 2023, houdende wijziging van het Waterschapsbesluit in verband met het actualiseren van de regels over beleidsvoorbereiding en verantwoording en de verdere uitwerking van de rechtmatigheidsverantwoording voor waterschappen (Stb. 2023, 424), blijven van toepassing op de meerjarenraming, begroting, de jaarstukken, de uitvoeringsinformatie en de informatie voor derden en de daarbij behorende toelichtingen voor het begrotingsjaar 2024.

§

3

Slotbepalingen

Artikel

7.7

Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Artikel

7.8

Dit besluit wordt aangehaald als: Waterschapsbesluit.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

's-Gravenhage
Beatrix
De Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat, J. C. Huizinga-Heringa
De Minister van Justitie, E. M. H. Hirsch Ballin

Bijlage

I

model goedkeurende accountantsverklaring, bedoeld in artikel 5.4, eerste lid, van het Waterschapsbesluit

Vervallen

Bijlage

II

goedkeuringstoleranties en strekking accountantsverklaringen, bedoeld in artikel 5.4, tweede lid, van het Waterschapsbesluit

Vervallen