Besluit van 20 december 2007, houdende bepalingen in verband met de invoering van markttoezicht op het aanbod van dienstverlening door registerloodsen en een herziening van de loodsgeldtariefstructuur (Besluit markttoezicht registerloodsen)

Besluit markttoezicht registerloodsen

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van 1 oktober 2007, nr. HDJZ/SCH/2007 - 1217, Hoofddirectie Juridische Zaken;
De Raad van State gehoord (advies van 25 oktober 2007, nr. W09.07.0356/IV);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van 19 december 2007, nr. HDJZ/SCH/2007-1654, Hoofddirectie Juridische Zaken;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Hoofdstuk

1

Begripsbepalingen

Artikel

1.1

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • A-tarief: tarief voor de aanvullende diensten, bedoeld in artikel 4.5;

  • bevoegde autoriteit: de bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 1 van het Loodsplichtbesluit 2021;

  • bijzonder transport: hetgeen op grond van artikel 1, vijfde lid, van de Scheepvaartverkeerswet mede wordt verstaan onder schip of zeeschip en hetgeen bij of krachtens artikel 4 van die wet wordt verstaan onder een bijzonder transport;

  • call: combinatie van een inkomende en uitgaande reis in hetzelfde zeehavengebied;

  • cluster van zusterschepen: twee of meer zusterschepen die door dezelfde natuurlijke persoon of rechtspersoon worden geëxploiteerd;

  • consortium: twee of meer zusterschepen die onderdeel vormen van een samenwerkingsverband tussen meerdere natuurlijke personen of rechtspersonen waarin schepen regelmatig volgens een vast lijndienstschema, dat op een voor de sector gebruikelijke wijze bekend is gemaakt, eenzelfde vooraf bepaald zeehavengebied aanlopen;

  • diepgang: grootste diepgang van een schip of een bijzonder transport gedurende de loodsdienst, bepaald in decimeters, waarbij meer dan een halve decimeter naar boven wordt afgerond en waarbij geen rekening wordt gehouden met een toename van de diepgang als gevolg van onvoorziene schade of een ongeval danwel met een tijdelijke toename van de diepgang:

    • a.

      ten behoeve van het systeem van het aan boord nemen van lading;

    • b.

      door het gebruik van een systeem voor aan- of afmeren; of

    • c.

      direct voorvloeiende uit het doel waarvoor het bijzonder transport wordt uitgevoerd;

  • frequentiekorting: korting op de loodsgeldtarieven als bedoeld in artikel 4.9;

  • inkomende reis: reis met een schip of een bijzonder transport ten behoeve waarvan loodsdiensten worden verricht:

    • a.

      vanaf zee tot de ligplaats op zee in een ankergebied of andere locatie; of

    • b.

      vanaf zee of vanaf de ligplaats op zee in een ankergebied of andere locatie tot de ligplaats in een zeehavengebied;

  • loodsdienst: dienst van een registerloods, bedoeld in artikel 2, eerste tot en met vijfde lid, van de Loodsenwet;

  • loodsvergoedingen: vergoedingen ter dekking van de kosten verbonden aan de situaties genoemd in artikel 4.6, eerste lid;

  • organisatie: krachtens artikel 15a, tweede lid, van de Scheepvaartverkeerswet aangewezen organisatie;

  • rendez-vousreis: inkomende of uitgaande reis ten behoeve waarvan de loodsdienst begint of eindigt op een daarvoor door de bevoegde autoriteit op zee aanwezen locatie in of nabij de vaargeul die de aanloop vormt tot het betreffende zeehavengebied;

  • S-tarief: starttarief als bedoeld in artikel 4.3, derde lid;

  • schip: schip als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel b, van de Scheepvaartverkeerswet of een zeeschip als bedoeld in artikel 1, tweede lid, onderdeel c, van die wet dan wel hetgeen daarmee is gelijkgesteld of uitgezonderd op grond van artikel 1, derde lid, van die wet;

  • T-speciaaltarief: T-tarief ten behoeve van de situaties, bedoeld in artikel 4.4;

  • T-tarief: trajecttarief, bedoeld in artikel 4.3, vierde lid;

  • uitgaande reis: reis met een schip of een bijzonder transport ten behoeve waarvan loodsdiensten worden verricht:

    • a.

      vanaf de ligplaats op zee in een ankergebied of andere locatie, naar zee toe;

    • b.

      vanaf de ligplaats in een zeehavengebied naar zee toe of naar een ligplaats op zee in een ankerplaats of andere locatie;

  • verhaalreis: reis met een schip of een bijzonder transport ten behoeve waarvan loodsdiensten worden verricht anders dan een inkomende of uitgaande reis;

  • wet: Loodsenwet;

  • zee: Noordzee, de Waddenzee, inclusief de monding van de Eems, het Ranzelgat en het Dukegat en de monding van de Westerschelde inclusief de rede van Vlissingen;

  • zeehavengebied: havengebied van Delfzijl-Eemshaven, Harlingen-Terschelling, Den Helder-Den Oever-Oudeschild, Amsterdam-IJmuiden, Rotterdam-Rijnmond inclusief Dordrecht, Moerdijk en Scheveningen of Scheldemonden;

  • zusterschepen: schepen die ten opzichte van elkaar voldoen aan de volgende eisen:

    • 1°.

      gelijkheid van type, volgens Lloyd’s Register of Ships; en

    • 2°.

      een verschil in de lengte over alles, de maximale diepgang op de zomerlastlijn, alsmede de maximale breedte van, respectievelijk, niet meer dan 10%, 15% en 20%.

Hoofdstuk

2

Kostentoerekeningssysteem

§

1

Inrichting kostentoerekeningssysteem

Artikel

2.1

Het kostentoerekeningssysteem, bedoeld in artikel 27b van de wet, wordt ingericht overeenkomstig deze paragraaf.

Artikel

2.2

Kosten die geheel aan een afzonderlijke dienst of taak, bedoeld in artikel 27a van de wet, kunnen worden toegerekend, worden slechts aan de desbetreffende dienst of taak toegerekend.

Artikel

2.3

Kosten die gedeeltelijk aan een dienst of taak, bedoeld in artikel 27a van de wet, en gedeeltelijk aan een of meer andere diensten of taken kunnen worden toegerekend, worden slechts in overeenstemming met het daadwerkelijk gebruik of verbruik toegerekend aan de desbetreffende dienst of taak, bedoeld in artikel 27a van de wet.

Artikel

2.4

Kosten die niet kunnen worden toegerekend aan een dienst of taak, bedoeld in artikel 27a van de wet, worden niet in het kostentoerekeningssysteem opgenomen.

Artikel

2.5

Indien de inkomsten uit andere diensten of taken dan die, bedoeld in artikel 27a van de wet, minder bedragen dan 1% van de totale inkomsten uit alle tarieven vastgesteld krachtens artikel 27f, eerste en tweede lid, van de wet, en de kosten van die andere diensten of taken de inkomsten niet overtreffen, kunnen, in afwijking van de artikelen 2.3 en 2.4, de kosten gemoeid met deze diensten of taken worden toegerekend aan diensten of taken, bedoeld in artikel 27a van de wet. In dat geval worden de opbrengsten van die andere diensten of taken ook aan de desbetreffende diensten of taken, bedoeld in artikel 27a van de wet toegerekend.

Artikel

2.7

De volgende kosten worden niet toegerekend:

  • a.

    de kosten van goodwill;

  • b.

    verbeurde boetes en dwangsommen.

Artikel

2.8

Het kostentoerekeningssysteem bevat:

  • a.

    een beschrijving van de gebruikte methoden van berekening en toerekening van de kosten;

  • b.

    een vermelding van de rechtspersoon, het samenwerkingsverband of het organisatieonderdeel waaraan de desbetreffende kostenpost toevalt;

  • c.

    zowel een gelijktijdige als een volgtijdelijke toerekening van opbrengsten en kosten.

Artikel

2.9

Artikel

2.10

De toerekening van de kosten, bedoeld in artikel 2.9, gemoeid met het loodsen van zeeschepen kan plaatsvinden aan elk van de krachtens artikel 27d, eerste lid, van de wet aangewezen zeehavengebieden naar rato van:

  • a.

    de door registerloodsen te besteden uren, al dan niet naar rato van bij ministeriële regeling vast te stellen scheepsklassen;

  • b.

    de mate van inzet van bepaalde beloodsingsmiddelen;

  • c.

    het aantal te loodsen scheepsreizen, al dan niet naar rato van bij ministeriële regeling vast te stellen scheepsklassen; of

  • d.

    een andere maatstaf, die voldoet aan algemeen aanvaarde bedrijfseconomische principes.

§

2

Procedurele bepalingen

Artikel

2.11

Hoofdstuk

3

Index uurtarief arbeidsvergoeding

Artikel

3.1

De indexering, bedoeld in artikel 27d, tweede lid, van de wet is het door het Centraal Bureau voor de Statistiek vastgestelde indexcijfer CAO-lonen per maand inclusief bijzondere beloningen, telkens toe te passen over de periode van 12 maanden, eindigend op de laatste dag van de maand februari van het kalenderjaar voorafgaande aan het kalenderjaar waarvoor een tariefvoorstel als bedoeld in artikel 27c van de wet wordt gedaan.

Hoofdstuk

4

Loodsgeldtarief

§

1

Algemene bepalingen

Artikel

4.1

Een kostengeoriënteerd tarief en een kostengeoriënteerde vergoeding voldoen aan de eis dat de geraamde opbrengst uit het betrokken tarief, onderscheidenlijk de betrokken vergoeding, in een kalenderjaar niet meer bedraagt dan de som van:

Artikel

4.2

Een tarief of vergoeding is redelijk in verhouding tot de geleverde dienst.

§

2

Loodsgeldtariefstructuur

Artikel

4.3

Artikel

4.4

Voor de volgende situaties wordt een T-speciaaltarief vastgesteld:

  • a.

    indien een schip of bijzonder transport bij een geplande inkomende reis of inkomende rendez-vousreis uiteindelijk op zee blijft, zonder dat personen of goederen van of aan boord werden genomen;

  • b.

    indien een schip of een bijzonder transport een inkomende-, uitgaande- of rendez-vousreis maakt, tussen zee en een ligplaats op zee in een ankergebied of andere locatie;

  • c.

    indien loodsdienst ten behoeve van een verhaalreis wordt verricht; en

  • d.

    indien loodsdienst ten behoeve van een proefvaart van een schip wordt verricht.

Artikel

4.5

Voor de volgende aanvullende diensten wordt een A-tarief vastgesteld:

  • a.

    indien loodsdienst verricht wordt ten behoeve van een naar het oordeel van de bevoegde autoriteit niet behoorlijk bestuurbaar schip;

  • b.

    indien loodsdienst verricht wordt ten behoeve van een bijzonder transport;

  • c.

    indien de loodsdienst naar het oordeel van de bevoegde autoriteit ernstig bemoeilijkt wordt als gevolg van ijsgang;

  • d.

    indien tijdens de loodsdienst een kompas wordt gesteld;

  • e.

    indien de loods aan boord blijft om ankerwacht te houden of om de wacht te houden in het geval dat stil wordt gelegen, zonder dat het anker is geworpen;

  • f.

    indien door omstandigheden bij een inkomende, uitgaande, of rendez-vousreis een langere dan de kortst mogelijke route wordt gevaren; en

  • g.

    indien door omstandigheden bij een verhaalreis een langere dan de kortst mogelijke route wordt gevaren.

Artikel

4.6

Artikel

4.7

§

3

In rekening brengen van loodsgeldtarieven en frequentiekorting

Artikel

4.8

Artikel

4.9

§

4

Procedurele bepalingen

Artikel

4.10

Artikel

4.11

Artikel

4.12

Hoofdstuk

4a

Vaststelling bijstelling en alternatieve berekening loodsgeldtarieven

Artikel

4.13

Artikel

4.14

Hoofdstuk

5

Verantwoording

Artikel

5.1

Hoofdstuk

6

Overgangsrecht

Artikel

6.1

Vervallen

Hoofdstuk

7

Slotbepalingen

Artikel

7.1

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2008.

Artikel

7.2

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit markttoezicht registerloodsen.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

's-Gravenhage
Beatrix
De Minister van Verkeer en Waterstaat, C. M. P. S. Eurlings
De Minister van Justitie, E. M. H. Hirsch Ballin

Bijlage

als bedoeld in de artikelen 1.1, 4.5 en 4.6 van het Besluit markttoezicht registerloodsen

Vervallen