Regeling van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 18 december 2007, nr. DGR2007118082, houdende regels met betrekking tot subsidie aan Nederlandse overheidsinstellingen, samenwerkingsverbanden van publieke lichamen en rechtspersonen zonder winstoogmerk om hen financieel te ondersteunen bij de uitvoering van activiteiten die vallen onder het INTERREG IVB of IVC programma en het vigerend Nationaal Ruimtelijk Beleid zoals verwoord in de Nota Ruimte (RijksCofinancieringsregeling INTERREG IV)

RijksCofinancieringsregeling INTERREG IV

De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

Besluit:

Artikel

1

Begripsbepalingen

Artikel

2

Algemeen

Artikel

3

Doelgroep

Artikel

4

Voorwaarden

De aanvrager komt in aanmerking voor subsidie als:

  • a.

    de aanvraag voor deze subsidie vóór indiening van het projectvoorstel bij het Internationale Secretariaat van het INTERREG IVB of IVC programma ingediend wordt;

  • b.

    de activiteiten voldoen aan de toelatingscriteria en doelstellingen die worden gesteld in het Operational Programme van het INTERREG IVB of IVC programma;

  • c.

    voor de activiteiten nog niet eerder subsidie op grond van deze regeling is verleend; en

  • d.

    de activiteiten niet-economische activiteiten zijn.

Artikel

5

Beoordelingscriteria

De activiteiten in de aanvraag worden beoordeeld op de bijdrage aan de aspecten van het vigerend Nationaal Ruimtelijk Beleid zoals verwoord in de Nota Ruimte volgens de opgave in de bijlage bij deze regeling.

Artikel

6

Afwijzingsgronden

De aanvraag wordt afgewezen als:

  • a.

    niet wordt voldaan aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 4;

  • b.

    op grond van de aspecten, bedoeld in artikel 5, wordt vastgesteld dat de activiteiten een te geringe bijdrage leveren aan de doelstellingen van de Nota Ruimte;

  • c.

    de activiteiten strijdig zijn met het rijksbeleid;

  • d.

    de activiteiten minder dan € 200.000,– aan kosten omvatten;

  • e.

    aannemelijk is dat de activiteiten niet overeenkomstig de door de aanvrager verstrekte gegevens kan worden voltooid;

  • f.

    gegronde vrees bestaat dat de betrokkenen de activiteiten niet kunnen financieren;

  • g.

    onvoldoende vertrouwen bestaat dat het projectvoorstel wordt goedgekeurd door het daartoe gerechtigde besluitorgaan van het INTERREG IVB of IVC programma;

  • h.

    het projectvoorstel ingediend wordt bij een INTERREG IVB of IVC programma onder een prioriteit waarvan het budget is uitgeput; of

  • i.

    het projectvoorstel na een eerste indiening bij het Internationale Secretariaat van het INTERREG IVB of IVC programma, binnen een jaar na subsidieverlening, niet is goedgekeurd door het daartoe gerechtigde besluitorgaan van het INTERREG IVB of IVC programma.

Artikel

7

Subsidiabele kosten

Artikel

8

Hoogte subsidie

De subsidie bedraagt maximaal 50 procent van de kosten voor de activiteiten die bijdragen aan de doelstellingen van de Nota Ruimte die niet worden vergoed uit het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling met een maximum van € 500.000,– per project.

Artikel

9

Verplichtingen van de subsidieontvanger

Artikel

10

Subsidieplafond

Het subsidieplafond voor 2010 bedraagt met ingang van 15 februari 2010 € 1.000.000,–.

Artikel

11

Aanvraag tot subsidieverlening

Artikel

12

Voorschot

Artikel

13

Subsidievaststelling

Artikel

14

Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel

15

Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: RijksCofinancieringsregeling INTERREG IV.

Deze regeling zal met de bijlage en de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, J.M.Cramer

Bijlage

behorend bij artikel 5

De activiteiten voldoen aan één of meer van de nota ruimte doelen zoals verwoord in de zogenaamde doelenboom van de Nota Ruimte:

Stedelijke Netwerken

  • 1.

    Ontwikkeling van nationale stedelijke netwerken en stedelijke centra (par. 2.1.1)

  • 2.

    Versterking van de kracht en diversiteit van de belangrijkste economische kerngebieden (par. 2.1.2)

  • 3.

    Verbetering van de bereikbaarheid (par. 2.1.3)

  • 4.

    Verbetering van de leefbaarheid en van de sociaal-economische positie van de steden (par. 2.1.4) Bereikbare en toegankelijke recreatievoorzieningen in en rond de steden (par. 2.1.5)

  • 5.

    Behoud en versterking van de variatie tussen stad en land (par. 2.1.6)

  • 6.

    Afstemmen verstedelijking en economische activiteiten met de waterhuishouding (par. 2.1.7.)

  • 7.

    Vergroting van milieukwaliteit en veiligheid (par. 2.1.8)

  • 8.

    Bieden van ruimte voor groen, ontspanning en dagrecreatie in en om de stad met name in Rijksbufferzones en het vrijwaren van die gebieden van verdere verstedelijking (par 2.2.3.5)

  • 9.

    Bundeling van verstedelijking en economische activiteiten (par. 2.3.2) met name duurzaam en efficiënt ruimtegebruik zoals toepassing SER-ladder en herstructurering bedrijventerreinen

Water en Groene Ruimte

  • 1.

    Klimaatadaptatie waaronder borging van de veiligheid tegen overstromingen (par.3.1.1)

  • 2.

    Voorkoming van wateroverlast en watertekorten (par. 3.1.2)

  • 3.

    Verbetering van water- en bodemkwaliteit (par. 3.1.3)

  • 4.

    Borging en ontwikkeling van natuurwaarden (par. 3.1.4)

  • 5.

    Bescherming en ontwikkeling van landschappelijke kwaliteit (par. 3.1.5)

  • 6.

    Borging en ontwikkeling van bijzondere landschappelijke en cultuurhistorische waarden (par. 3.1.6) in het bijzonder in Nationale Landschappen

  • 7.

    Ruimte voor hergebruik en sanering van bebouwing in het buitengebied (par. 3.1.7)

  • 8.

    Vergroting en aanpassing van de toeristisch-recreatieve mogelijkheden (par. 3.1.8)

  • 9.

    Duurzame en vitale landbouw (par. 3.1.9)

Gebieden en Thema’s

  • 1.

    Vergroten van de internationale concurrentiepositie van de Randstad als geheel (par. 4.2.2)

  • 2.

    Borging van de veiligheid van de kust met behoud van (inter)nationale ruimtelijke waarden (par. 3.1.1, 4.3.4)

  • 3.

    Duurzame bescherming en ontwikkeling van de Waddenzee als natuurgebied en behoud van het unieke open landschap (par. 4.4.5)

  • 4.

    Versterking van de veiligheid tegen overstromen, de toegankelijkheid voor de scheepvaart en natuurlijke kwaliteit in de Zuidwestelijke Delta (par. 4.5.2)

  • 5.

    Borging van de veiligheid van de kust met behoud van (inter)nationale ruimtelijke waarden (par. 3.1.1, 4.3.4)

  • 6.

    Versterking van de economische betekenis met behoud en ontwikkeling van internationale waarden van natuur en landschap Noordzee (par. 4.7.2)

  • 7.

    Winning bouwgrondstoffen op maatschappelijk aanvaardbare wijze (par. 4.8.1.1)

  • 8.

    Ruimte voor militaire terreinen (par. 4.8.2.1)

  • 9.

    Ruimte voor de opwekking en distributie van elektriciteit en stimulering van opwekking van windenergie (par. 4.8.3.1)

  • 10.

    Voorkoming knelpunten bij de ondergrondse ordening (par. 4.8.4.2)

  • 11.

    Ruimte voor drink- en industriewatervoorziening (par. 4.8.5.1)