Verordening op de ledenvergadering 2008

De ledenvergadering van het Nederlands Instituut van Registeraccountants,
stelt de volgende verordening vast:

1

Bijeenroepen van de vergadering en agenda

Artikel

1

Artikel

2

Artikel

3

In het geval benoemingen, in ieder geval die als bedoeld in artikel 1, eerste lid, door de ledenvergadering moeten geschieden, meldt het bestuur dit ten minste negen weken voor de datum van de betreffende bijeenkomst van de ledenvergadering aan de leden.

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

6

Artikel

7

Artikel

8

2

Vergaderorde

Artikel

9

In een bijeenkomst van de ledenvergadering kunnen geen besluiten worden genomen over onderwerpen die niet op de agenda zijn vermeld.

Artikel

10

Artikel

11

Artikel

12

De voorzitter van de vergadering is verantwoordelijk voor de gang van zaken binnen de vergadering. Hij is bevoegd de orde van de vergadering te bepalen en kan maatregelen nemen die noodzakelijk zijn om te komen tot een ordentelijk verloop van de vergadering.

Artikel

13

Artikel

14

Artikel

15

De voorzitter van de vergadering kan interrupties toelaten. Deze dienen te bestaan uit korte opmerkingen of vragen zonder inleiding.

Artikel

16

Indien een spreker van het onderwerp in beraadslaging afwijkt, kan de voorzitter van de vergadering hem tot de behandeling van het onderwerp terugroepen.

Artikel

17

Een lid voert over hetzelfde onderwerp niet meer dan twee maal, of als de behandeling in termijnen geschiedt in elke termijn niet meer dan twee maal, het woord, tenzij de voorzitter van de vergadering hem hiertoe verlof geeft.

Artikel

18

3

Stemmingen over zaken en personen

Artikel

19

Indien een schriftelijke stemming plaatsvindt, wordt door het bestuur uit de vergadering een stembureau aangewezen, dat op het verloop van de stemming toezicht houdt.

Artikel

20

Het vaststellen van de uitslag van een stemming geschiedt door de voorzitter van de vergadering.

Artikel

21

Nadat de beraadslaging over een onderwerp door de voorzitter is gesloten, gaat de ledenvergadering zo nodig over tot het nemen van een besluit. Wanneer geen van de leden om stemming verzoekt, stelt de voorzitter van de vergadering vast dat het besluit zonder stemming is aangenomen.

Artikel

22

Artikel

23

Indien tijdens de beraadslaging over een ontwerpverordening moties zijn ingediend wordt hierover gestemd na stemming over de ontwerpverordening, tenzij de voorzitter van de vergadering anders besluit.

Artikel

24

Artikel

25

4

Slotbepalingen en citeerwijze

Artikel

26

Artikel

28