Artikel
1
Als rijkswateren als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Ontgrondingenwet worden aangewezen:
-
a.
de wateren, genoemd in de bijlage bij de Uitvoeringsregeling waterhuishouding, waarbij tot de Noordzee wordt gerekend de territoriale wateren en de Nederlandse exclusieve economische zone van de Noordzee;
-
b.
de volgende wateren:
-
1°.
gekanaliseerde Dieze
-
2°.
Kanaal Henriëttewaard-Engelen
-
3°.
Kanaal Sluis-Brugge
-
4°.
Kanaal Wessem-Nederweert
-
5°.
Markkanaal
-
6°.
Noordervaart
-
7°.
Oostelijke Rijkswaterleiding
-
8°.
Oude Maasje
-
9°.
Schelde-Rijnkanaal
-
10°.
Veerse Meer
-
11°.
Voedingskanaal (Limburg)
-
12°.
Wantij
-
13°.
Westelijke Rijkswaterleiding
-
14°.
Wilhelminakanaal
-
15°.
Zuiderkanaal
-
16°.
Zuid-Willemsvaart
-
1°.
-
c.
de met de onder a en b genoemde wateren in open verbinding staande havens onder nautisch beheer van het Rijk en zijwateren onder waterstaatkundig beheer van het Rijk.