Regeling militaire steunverlening in het openbaar belang

De Minister van Defensie,
Handelende in overeenstemming met het gevoelen van de Ministerraad;
Gelet op aanwijzing 24 van de Aanwijzingen voor het verrichten van marktactiviteiten door de Rijksoverheid;

Besluit:

Artikel

1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    militaire steunverlening in het openbaar belang:

    Steunverlening door de krijgsmacht aan een bestuursorgaan in het kader van het openbaar belang, niet zijnde militaire bijstand in de zin van artikel 57, 58 of 59 van de Politiewet 2012 of artikel 20 van de Wet Veiligheidsregio’s;

  • b.

    openbaar belang:

    Belang van een bestuursorgaan, dat samenhangt met de wettelijke verantwoordelijkheden en bevoegdheden van dat orgaan;

  • c.

    bestuursorgaan:

    Minister, commissaris van de Koning, burgemeester of dijkgraaf;

  • d.

    operationeel bevel:

    De bevoegdheid om aan militairen die deel uitmaken van de steunverlenende eenheid ter zake opdrachten te geven;

  • e.

    de Minister:

    De Minister van Defensie;

  • f.

    LOCC;

    Landelijk Operationeel Coördinatie Centrum van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;

  • g.

    DOC:

    Defensie Operatie Centrum van het Ministerie van Defensie;

  • h.

    CDS:

    Commandant der Strijdkrachten;

  • i.

    additionele uitgaven:

    Alle noodzakelijke extra uitgaven die een directe relatie hebben met een project of activiteit en derhalve niet zouden zijn gemaakt als de steunverlening niet zou hebben plaatsgevonden.

Artikel

2

Deze regeling is uitsluitend van toepassing op steunverlening in Nederland door onderdelen van Defensie. Deze regeling is derhalve niet van toepassing op steunverlening in Aruba, Curaçao, Sint Maarten, Bonaire, Sint Eustatius en Saba of buiten het Koninkrijk door onderdelen van Defensie.

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

5

Militaire steunverlening door Defensie is naar zijn aard tijdelijk. De duur van de militaire steunverlening hangt mede af van de te verlenen steun.

Artikel

6

Het operationeel bevel over de eenheden belast met de uitvoering van de steunverlening berust bij een door de Minister aan te wijzen commandant. De commandant handelt op aanwijzing van en onder verantwoordelijkheid van of namens het aanvragende bestuursorgaan.

Artikel

7

Indien de door het aanvragende bestuursorgaan verstrekte opdrachten naar het oordeel van de commandant onduidelijk, onvolledig of in strijd met de geldende voorschriften zijn, maakt de commandant zijn bezwaren aan dat bestuursorgaan dan wel de vertegenwoordiger van het bestuursorgaan en zo nodig ook aan zijn directe commandant kenbaar. Indien in het overleg tussen de commandant van de steunverlenende eenheid en het betreffende bestuursorgaan dan wel een vertegenwoordiger van het bestuursorgaan de bezwaren niet kunnen worden weggenomen, legt de commandant van de steunverlenende eenheid zijn bezwaren voor aan de Minister. De Minister neemt ter zake een beslissing. Indien het aanvragende bestuursorgaan een Minister is, neemt de Minister een beslissing na overleg met de aanvragende Minister.

Artikel

8

Met inachtneming van de verstrekte opdrachten bepaalt de commandant de wijze van uitvoering. De commandant voert overleg ter zake met het aanvragende bestuursorgaan dan wel een vertegenwoordiger van het bestuursorgaan.

Artikel

9

Artikel

11

Deze regeling zal in de Staatscourant alsmede in de Ministeriële Publicatieserie 11-10 worden geplaatst en treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel

12

Deze regeling wordt aangehaald als Regeling militaire steunverlening in het openbaar belang.

Den Haag
De Minister van Defensie, E. vanMiddelkoop