1
De buitengewoon opsporingsambtenaar genoemd in artikel 1, in de functie van parkeercontroleur is bevoegd tot opsporing van feiten strafbaar gesteld bij of krachtens:
de Wegenverkeerswet 1994; De toepassing van de hiervoor vermelde bevoegdheid dient zich te beperken tot stilstaand verkeer, met uitzondering van de artikelen 5, 6, 10, 60, 62 en 82 RVV 1990;
de artikelen 177, 179, 180, 184, 266, 267, 435, onder ten vierde en 447, lid e, van het Wetboek van Strafrecht;
Verordeningen en/of Keuren voor zover betrokkene daarvoor door het bevoegde bestuursorgaan is aangewezen.
De buitengewoon opsporingsambtenaar is tevens bevoegd tot het opsporen van andere strafbare feiten, indien en voor zover hij daarmee in een concreet opsporingsonderzoek door een officier van justitie is belast voor de duur van dat onderzoek.
2
De buitengewoon opsporingsambtenaar genoemd in artikel 1, in de functie van APV-controleur is bevoegd tot opsporing van feiten strafbaar gesteld bij of krachtens:
Artikel 447, lid e, van het Wetboek van Strafrecht;
Verordeningen en/of Keuren voor zover betrokkene daarvoor door het bevoegde bestuursorgaan is aangewezen op grond van de Gemeentewet.