Verordening van het Productschap Akkerbouw van 27 maart 2008 houdende regels omtrent de reiniging van verpakkingen van gewasbeschermingsmiddelen (Verordening PA reiniging verpakkingen gewasbeschermingsmiddelen 2008)

Verordening PA reiniging verpakkingen gewasbeschermingsmiddelen 2008

Het bestuur van het Productschap Akkerbouw heeft;

Besluit:

§

1

Begripsbepalingen

Artikel

1

Deze verordening verstaat onder:

a.

productschap

:

Productschap Akkerbouw;

b.

bestuur

:

bestuur van het productschap;

c.

dagelijks bestuur

:

dagelijks bestuur van het productschap;

d.

voorzitter

:

voorzitter van het productschap;

e.

secretaris

:

secretaris van het productschap;

f.

commissie

:

Commissie Teeltaangelegenheden;

g.

ondernemer

:

de natuurlijke of rechtspersoon die een onderneming drijft waarvoor het productschap is ingesteld;

h.

gewasbeschermingsmiddelen

:

Gewasbeschermingsmiddelen, als bedoeld in artikel 1 van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden, op de verpakking waarvan de vermelding voorkomt ‘Deze verpakking is bedrijfsafval, mits deze is schoongespoeld zoals wettelijk is voorgeschreven’.

§

2

Verplichtingen en verbodsbepalingen

Artikel

2

Artikel

3

§

3

Overige bepalingen

Artikel

4

Artikel

5

Het bepaalde bij of krachtens deze verordening, waarbij aan ondernemers verplichtingen worden opgelegd, is mede bindend voor andere natuurlijke en rechtspersonen, voor zover deze handelingen verrichten die bedrijfsmatig in ondernemingen, waarvoor het productschap is ingesteld, plegen te worden verricht.

Artikel

6

Op overtreding van het bepaalde bij of krachtens deze verordening worden tuchtrechtelijke maatregelen gesteld.

§

5

Slotbepalingen

Artikel

7

Dit besluit wordt gepubliceerd in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie en treedt in werking de tweede dag na publicatie in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie.

Artikel

8

Deze verordening wordt aangehaald als Verordening PA reiniging verpakkingen gewasbeschermingsmiddelen 2008.

Den Haag
Th.A.M. Meijer voorzitter
M. Elema secretaris

Bijlage

A

Voorschriften terzake van apparatuur en methode als bedoeld in artikel 2, eerste en tweede lid

1

mobiele apparatuur:

  • a.

    de spuitapparatuur, waarmede de gewasbeschermingsmiddelen worden toegepast, dient te zijn voorzien van een spoeltrechter met spoelkop op of nabij de vloeistoftank, alsmede van een (demontabel) spanframe (openhouder);

  • b.

    De spoeltrechter dient een diameter te hebben van tenminste 400 mm, ingeval deze rond van vorm is, c.q. dient zijden te hebben van tenminste 400 mm, ingeval deze rechthoekig van vorm is.

    De onderuitloop hiervan eindigt in de vloeistoftank of in de aanzuigleiding van de spuitpomp.

    Bij een gecombineerd gebruik van de spoeltrechter als vultrechter moet de doorlaat van de trechteruitloop een opening hebben van tenminste 40 mm, teneinde de afstort van het spuitpoeder probleemloos te kunnen verwerken.

  • c.

    De spoelkop van de spoelinstallatie dient tenminste 35 boringen te bevatten, zodanig verdeeld over de omtrek van de spoelkop, dat een totale spreidingshoek van 240° of meer wordt bereikt.

    Bij een waterdruk op de leiding voor de spoelkop van 5 bar. dient ca. 25 liter water per minuut door de boringen gelijkmatig verdeeld over de omtrek van de spoelkop te kunnen worden verspoten.

    De spoelkop is ongeveer centraal geplaatst in de spoeltrechter.

    De diameter van de spoelkop mag niet groter zijn dan 35 mm. De aanvoerleiding naar de spoelkop mag geen grotere buitendiameter hebben dan 16 mm. De aanvoerleiding naar de spoelkop dient te worden voorzien van een hand- of voetbediende afsluiter. De pompdruk ter plaatse van de spoelkop dient minimaal 3 bar. en maximaal 5 bar. te zijn.

2

centrale vulplaats:

Ingeval voor het vullen van mobiele spuitapparatuur permanent gebruik gemaakt wordt van een centrale vulplaats, behoeft de mobiele spuitapparatuur niet te voldoen aan de in het eerste lid gestelde eisen, mits de centrale vulapparatuur voldoet aan die eisen en mits de mobiele spuitapparatuur uitsluitend met behulp van deze centrale vulapparatuur wordt gevuld.

3

typegoedkeuring:

  • a.

    apparatuur, die afwijkt van de hiervoor in het eerste lid gestelde eisen, dient te voldoen aan de specificaties die tijdens een typegoedkeuring zijn vastgesteld;

  • b.

    de typegoedkeuring zal uitsluitend worden verleend indien is vastgesteld dat de afwijkende apparatuur tenminste dezelfde goede werking heeft als de apparatuur die voldoet aan de hiervoor in het eerste lid gestelde eisen;

  • c.

    typegoedkeuring zal uitsluitend kunnen worden verleend door het IMAG te Wageningen.

4

methode:

  • a.

    verpakkingen, bestaande uit zakken, dienen te worden gespoeld met gebruikmaking van het spanframe dat is geplaatst om de opstekende spoelkop;

  • b.

    andere verpakkingen dienen tijdens het spoelen met de opening naar beneden gericht te worden geplaatst over de opstekende spoelkop;

  • c.

    er dient te worden gespoeld met schoon water, onvermengd met gewasbeschermingsmiddelen.

    Bij een spoeldruk van 3 tot 5 bar. dient tenminste 30 seconden te worden gespoeld.

    Het spoelwater mag uitsluitend in de vloeistoftank terechtkomen.

B

Voorschriften terzake van de methode bedoeld in artikel 2, vierde lid

De verpakking dient enkele malen te worden omgespoeld met schoon leidingwater, waarna het spoelwater in de vloeistoftank van de spuitapparatuur dient te worden gedeponeerd.