Besluit van de Minister van Justitie van 23 juni 2008, nr. 5551648/Justis/08, strekkende tot aanwijzing van buitengewoon opsporingsambtenaren bij de Belastingdienst/Holland-Midden
buitengewoon opsporingsambtenaar: de buitengewoon opsporingsambtenaar, bedoeld in artikel 2.
Artikel
2
De personen werkzaam bij de Belastingdienst in de functie van opsporingsambtenaar Belastingdienst Unit/Ordening zijn aangewezen als buitengewoon opsporingsambtenaar.
Artikel
3
Maximaal 40 personen zijn aangewezen als buitengewoon opsporingsambtenaar.
Artikel
4
1
De in artikel 2 bedoelde ambtenaren zijn bevoegd tot het opsporen van de strafbare feiten genoemd in domein V Werk, Inkomen en Zorg, van bijlage A-I van de Circulaire Buitengewoon opsporingsambtenaar, voor zover noodzakelijk voor een goede vervulling van de aan de functie gerelateerde taken.
2
De opsporingsbevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, geldt voor het grondgebied van Nederland, voor zover noodzakelijk voor een goede vervulling van de aan de functie gerelateerde taken.
3
De buitengewoon opsporingsambtenaar vermeldt in zijn processen-verbaal en schriftelijke verslagleggingen het domein waarin hij is aangesteld.
Artikel
5
1
Als toezichthouder van de buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de hoofdofficier van het Functioneel Parket.
2
Als direct toezichthouder van de buitengewoon is aangewezen het bestuur van ’s Rijks belastingen.
De voorzitter van de Belastingdienst/Holland-Midden, brengt jaarlijks, vóór 1 april over het jaar daaraan voorafgaand, aan de Minister van Justitie verslag uit over:
a.
het aantal buitengewoon opsporingsambtenaren dat op 31 december van dat jaar werkzaam was bij de Belastingdienst;
b.
de door die buitengewoon opsporingsambtenaren verrichte opsporingsactiviteiten;
c.
de stand van zaken met betrekking tot de opleiding van die buitengewoon opsporingsambtenaren, waarbij in ieder geval wordt aangegeven hoeveel personen in het verslagjaar zijn aangemeld voor het door de minister van Justitie goedgekeurde examen en hoeveel personen in dat jaar voor dat examen zijn geslaagd.
d.
het aantal klachten dat jegens de buitengewoon opsporingsambtenaren is ingediend.
Artikel
8
De buitengewoon opsporingsambtenaar bij de Belastingdienst draagt bij de uitoefening van zijn taak als buitengewoon opsporingsambtenaar bij zich het legitimatiebewijs zoals vastgesteld in de Kaderregeling legitimatiebewijs Belastingdienst.
Artikel
9
Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en vervalt vijf jaar na inwerkingtreding.
Artikel
10
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Belastingdienst/Holland-Midden 2008.
Dit besluit zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.