Artikel
1.1
Begripsbepalingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
-
a.
de Minister:
de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
-
b.
de belanghebbende:
de ambtenaar die door of vanwege de Minister voor de duur van langer dan een jaar is geplaatst in een gebied buiten Nederland voor het vervullen van een functie in dat betreffende land.
-
c.
de echtgenoot:
de echtgenoot volgens burgerlijk recht of de levenspartner met wie de niet gehuwde belanghebbende samenwoont en – met het oogmerk duurzaam samen te leven – een gemeenschappelijke huishouding voert op basis van een notarieel verleden samenlevingscontract, bevattende de wederzijdse rechten en verplichtingen ter zake van die samenwoning en gemeenschappelijke huishouding, alsmede de geregistreerde partner;
-
d.
het gezin:
belanghebbende en de niet duurzaam gescheiden levende echtgenoot van de belanghebbende en de kinderen waarvoor aanspraak bestaat op kinderbijslag ingevolge de Algemene Kinderbijslagwet of op een tegemoetkoming in de studiekosten op grond van de Wet tegemoetkoming studiekosten door één der ouders of, voor wat betreft de tegemoetkoming in de studiekosten, door het desbetreffende kind zelf; met gezin wordt gelijkgesteld de alleenstaande ouder die samenwoont met één of meer eigen kinderen;
-
e.
gehuwde belanghebbende
de belanghebbende die met één of meer van zijn gezinsleden samenwoont en een eigen huishouding voert in een woning, of een gedeelte daarvan, waarover de gezinsleden de vrije en zelfstandige beschikking hebben;
-
f.
ongehuwde belanghebbende
iedere niet onder e bedoelde belanghebbende
-
g.
kind
kind dat de leeftijd van 21 jaar nog niet heeft bereikt en ten aanzien van wie voor de ouders volgens Nederlandse wetgeving de onderhoudsplicht geldt.
-
h.
metterwoon gevestigd
het daadwerkelijk wonen, zodanig dat de gezinsleden er het merendeel van de tijd de nacht doorbrengen, de maaltijden gebruiken en over het algemeen aldaar het leefpatroon hebben dat de gezinsleden volgens algemeen aanvaarde normen gewoonlijk op het huisadres plegen te hebben.
-
i.
plaatsing van de belanghebbende:
De belanghebbende is geplaatst in een gebied buiten Nederland, indien hij voor een tijdvak van langere duur dan één jaar in dat gebied is gevestigd.
-
j.
verblijf van het gezin in het gebied van plaatsing:
Het verblijf van de gezinsleden van de belanghebbende in een gebied buiten Nederland wordt uitsluitend in aanmerking genomen, indien de gezinsleden aldaar metterwoon zijn gevestigd en ter zake van dat verblijf is voldaan aan door de Minister bepaalde regels.
-
k.
aanvang, einde en duur van de plaatsing:
-
1°.
de plaatsing van de belanghebbende en het verblijf van een of meer gezinsleden in een gebied buiten Nederland vangen aan op de ingangsdatum genoemd in de plaatsingsbeschikking of indien dit later is dag van aankomst bij een grensovergang, in de eerste haven of op het eerste vliegveld aldaar;
-
2°.
onverminderd het derde tot en met het vierde lid eindigen de plaatsing van de belanghebbende en het verblijf van een of meer gezinsleden in een gebied buiten Nederland op de datum einde plaatsing of indien dat eerder is op de dag van vertrek van een grensstation of -overgang, uit de laatste haven of van het laatste vliegveld aldaar;
-
3°.
de plaatsing van de belanghebbende in een gebied buiten Nederland eindigt, indien hij het gebied van plaatsing voor een tijdvak van langere duur dan zestig achtereenvolgende dagen onderbreekt;
-
4°.
indien de gehuwde belanghebbende bij eindiging van zijn plaatsing in een gebied buiten Nederland zijn gezinsleden daar moet achterlaten, om reden van medische noodzaak of het afleggen van een afsluitend eindexamen van het middelbare schooljaar van het kind van de belanghebbende, kan hij niettemin in het genot van de buitenlandtoelage, de verhoging daarvan en de overige voorzieningen ter zake van die plaatsing in dat gebied blijven.
-
1°.
-
l.
de bezoldiging:
het bruto salaris behorende bij de schaal van de desbetreffende bezoldigingsregeling waarin de belanghebbende bij zijn Nederlandse werkgever laatstelijk is ingedeeld, inclusief de eventuele jaarlijkse periodieke verhogingen, vermeerderd met de in de pensioengrondslag opgenomen toelagen of vergoedingen met uitzondering van de in het land van plaatsing genoten ADV-compensatietoeslag.
-
m.
Standaard Netto Nederland (SNN):
de bezoldiging, verminderd met:
-
–
het werknemersdeel van de premie voor het ouderdoms- en nabestaandenpensioen;
-
–
het werknemersdeel van de premie voor het bovenwettelijk arbeidsongeschiktheidspensioen, zonder rekening te houden met een eventueel door de ambtenaar gekozen verlaging van die premie;
-
–
het werknemersdeel van de premie flexibel pensioen en uittreden;
-
–
het werknemersdeel van de inhouding inzake werkloosheid;
-
–
de loonheffing en
-
–
de inkomensafhankelijke bijdrage als bedoeld in artikel 41 van de Zorgverzekeringswet;
vermeerderd met:
-
–
voor de gehuwde belanghebbende, de algemene heffingskorting;
-
–
de werknemersvergoeding van de inkomensafhankelijke bijdrage als bedoeld in artikel 46 van de Zorgverzekeringswet;
vermenigvuldigd met:
de factor 1,1
Bij de vaststelling van het Standaard Netto Nederland wordt geen rekening gehouden met een individuele afwijking als gevolg van:
een in te houden spaarbedrag als bedoeld in de Spaarloonregeling dan wel de Levensloopregeling;
een in te houden premie voor een Invaliditeitspensioen Aanvullingsplan
een in te houden premie voor aanvullend nabestaanden pensioen.
-
–
-
n.
de koopkrachtcomponent
het door de Minister vastgestelde percentage van het Standaard Netto Nederland dat beoogt de koopkracht te behouden van een voor Nederland representatief geacht pakket van goederen en diensten van betrokkene en in voorkomend geval van zijn gezin.
-
o.
de verplaatsingscomponent
een door de Minister vastgesteld (nominaal) bedrag als tegemoetkoming in de kosten die het gevolg zijn van een plaatsing in het buitenland. Het betreft een tegemoetkoming voor kosten als gevolg van:
-
1°.
het verlies van schooljaren van de kinderen, zowel bij plaatsing in het buitenland als bij terugkeer, waardoor zij langer ten laste van de ouders blijven;
-
2°.
het niet mogen of kunnen werken van de echtgeno(o)t(e) en de kinderen van de belanghebbende, al dan niet op grond van wettelijke verplichtingen, en de daaruit voortvloeiende derving van inkomsten en de kleinere kans op werk voor de echtgeno(o)t(e) bij terugkeer in Nederland;
-
3°.
het worden geconfronteerd met een taal die men niet beheerst wat in de beginperiode van de plaatsing buiten Nederland leidt tot meerkosten, door het meer betalen dan nodig is voor goederen en diensten (economisch handelen);
-
4°.
het bezit van een woning, met de daaraan verbonden kosten bij verkoop of verhuur (makelaarskosten bij verkoop of verhuur, verlies bij verkoop);
-
5°.
de confrontatie met een hogere huur bij terugkeer uit het buitenland;
-
6°.
de kosten die het gevolg zijn van de afstand tussen het land van plaatsing en het thuisland waar de achtergebleven familieleden verblijven (extra reis- en verblijfkosten bij bezoeken van en bij de familie);
-
7°.
kosten als gevolg van de extra sociale verplichtingen in het land van plaatsing;
-
1°.
-
p.
de verblijfscomponent
-
q.
berekeningsbasis: het twaalfvoud van de bezoldiging in de zin van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 , die betrokkene geniet op het berekeningstijdstip, vermeerderd met de aanspraak op de vakantie-uitkering en in voorkomende gevallen verhoogd met de toelage wegens verblijf in het buitenland.