-
1.
Het project draagt bij aan de verwezenlijking van bovengenoemde doelstelling;
-
2.
Het project heeft een toegevoegde waarde ten opzichte van reeds bestaande voorlichting en meningsvorming over de EU in Nederland. Deze toegevoegde waarde kan onder meer betrekking hebben op de keuze van de communicatiemiddelen, de beoogde doelgroep en/of de gekozen thematiek;
-
3.
Het project richt zich primair op de Nederlandse bevolking;
-
4.
Het project voorziet in een actieve benadering van de media teneinde de zichtbaarheid van het project voor een breed publiek te garanderen en het bereik te maximaliseren;
-
5.
Prioritaire onderwerpen zijn:
-
–
De toekomst van Europa en de rol van Nederland daarin;
-
–
De (concrete) gevolgen van EU-beleid voor de Nederlandse burger;
-
–
Europees burgerschap;
-
–
De rol van de EU t.a.v. veiligheid, klimaatbeleid, energiebeleid of economisch beleid;
-
–
de EU en sport;
-
–
Verkiezingen Europees Parlement in 2009;
-
–
De interculturele dialoog.
Dit laat onverlet dat ook nog andere onderwerpen voor subsidie in aanmerking kunnen komen.
NB: Uitgesloten van subsidiëring zijn omroepproducties (op grond van het Ministerraadbesluit d.d. 27 juni 2008).
Bij de beoordeling van subsidieaanvragen wordt mede in aanmerking genomen:
-
6.
De mogelijkheden van de aanvrager om zijn doelstellingen te realiseren zonder subsidie van het Europafonds;
-
7.
De deskundigheid en capaciteit van de uitvoerder(s) van de activiteit; onder meer of de reputatie van de aanvrager en van eventuele samenwerkingspartners van potentiële kwaliteit en professionaliteit getuigt;
-
8.
De mate waarin de subsidie in evenredige verhouding staat tot de aard, de omvang en de beoogde resultaten van de activiteiten en tot de omvang van de doelgroep;
-
9.
De mate waarin de activiteiten een meer dan incidentele uitwerking hebben;
-
10.
Het bestaan van draagvlak voor de activiteiten, bijvoorbeeld blijkend uit een bijdrage in de kosten door betrokkenen en/of samenwerking met derde partijen.