Besluit van de Minister voor Ontwikkelingssamenwerking van 6 augustus 2008, nr. DPV/AM-355/08, tot vaststelling van beleidsregels alsmede een plafond voor subsidiëring op grond van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 (Beleidsregels en subsidieplafond Migratie en Ontwikkelingsprogramma)

Besluit vaststelling beleidsregels en subsidieplafond Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 (Migratie en Ontwikkelingsprogramma)

Artikel

2

Voor de in artikel 1 genoemde periode geldt een subsidieplafond van EUR 2.500.000,-.

Artikel

3

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 januari 2009.

Dit besluit zal met de daarbij behorende bijlage in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister voor Ontwikkelingssamenwerking,
namens deze:
De plv. directeur-generaal Regiobeleid en Consulaire Zaken, J.C.Henneman

Bijlage

subsidiekader 2008

1. Algemeen

In vervolg op de notitie Ontwikkeling en Migratie (2006) is inmiddels een nieuwe notitie uitgebracht inzake het beleid ten behoeve van duurzame terugkeer van migranten en ontwikkeling, de notitie Internationale Migratie en Ontwikkeling (Kamerstuknummer 30573-11 van 4 juli 2008). Voor activiteiten die passen in de prioriteitenstelling van de nieuwe notitie Internationale Migratie en Ontwikkeling (2008) worden ODA-middelen ter beschikking gesteld lastens de begroting van het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Middelen hiervoor zijn ondergebracht in het Migratie en Ontwikkelingsprogramma.

2. Doelstellingen

Het progamma zal worden ingericht conform de beleidsprioriteiten zoals deze zijn gesteld in de notitie, te weten1Volgorde is geen indicatie van prioriteitsstelling.:

  • 1.

    Meer aandacht voor migratie in ontwikkelingsbeleid en voor ontwikkeling in migratiebeleid.

  • 2.

    Institutionele ontwikkeling op het gebied van migratiemanagement.

  • 3.

    Stimuleren van circulaire migratie / brain gain.

  • 4.

    Versterken van de betrokkenheid van migrantenorganisaties.

  • 5.

    Versterken van de relatie tussen geldovermakingen en ontwikkeling.

  • 6.

    Bevorderen van duurzame terugkeer en herintegratie.

3. Middelen

Subsidies lastens het programma bedragen tenminste EUR 100.000,–. In totaal is voor 2008 een bedrag beschikbaar van EUR 2.500.000,–. Voor activiteiten die vallen onder prioriteit zes (bevorderen van duurzame terugkeer en herintegratie) geldt een subsidieplafond van EUR 1.500.000,–; voor activiteiten die vallen onder een van de overige prioriteiten geldt een gezamenlijk plafond van EUR 1.000.000,–.

4. Activiteiten

Voor financiering lastens het Migratie en Ontwikkelingsprogramma komen activiteiten die bijdragen aan tenminste een van de bovengenoemde beleidsprioriteiten in aanmerking.

5. Niet in aanmerking

Documentaires en overige mediaproducties komen niet in aanmerking voor een subsidie in het kader van het Migratie en Ontwikkelingsprogramma. Activiteiten van een structurele aard, zoals exploitatie, komen evenmin in aanmerking voor een subsidie.

6. Beoordeling

De voorstellen worden, binnen het raam van het Subsidiebesluit Ministerie van Buitenlandse Zaken en de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006, getoetst aan de volgende criteria:

  • activiteiten dienen bij te dragen aan de in de notitie neergelegde beleidsprioriteiten;

  • activiteiten dienen te vallen binnen de landenkeuze voor migratie en ontwikkeling.2Afghanistan, Albanië, Angola, Armenië, Bangladesh, Benin, Bolivia, Bosnië-Herzegovina, Burkina Faso, Colombia, Egypte, Eritrea, Ethiopië, Georgië, Ghana, Guatemala, Indonesië, Jemen, Kaapverdië, Kenia, Kosovo, Macedonië, Mali, Marokko, Moldavië, Mongolië, Mozambique, Nicaragua, Pakistan, Palestijnse gebieden, Rwanda, Senegal, Sierra Leone, Sri Lanka, Suriname, Tanzania, Oeganda, Vietnam, Zambia, Zuid-Afrika.

  • activiteiten dienen een duurzaam/beklijvend karakter te hebben;

  • prestaties (track record) van de aanvragende partij worden meegewogen bij de beoordeling van aanvragen;

  • structurele kosten, zoals reguliere exploitatiekosten en lidmaatschapskosten vormen geen subsidiabele kosten.