Artikel
1
In deze verordening wordt verstaan onder:
-
a.
midden- en kleinbedrijf: ondernemingen met ten hoogste 20 verkoopplaatsen en maximaal 100 werkzame personen;
-
b.
een onderneming: een onderneming waarvoor het hoofdbedrijfschap is ingesteld als bedoeld in artikel 3 van het Instellingsbesluit Hoofdbedrijfschap Detailhandel;
-
c.
de ondernemer: degene die een onderneming drijft dan wel degenen die gezamenlijk een onderneming drijven;
-
d.
werkzame personen: de personen die doorgaans ten minste 15 uur per week in de onderneming werkzaam zijn. Deze personen kunnen zijn:
-
–
al dan niet in dienst van de betrokken onderneming zijnde werknemers;
-
–
meewerkende ondernemer;
-
–
meewerkend gezinslid van de ondernemer;
-
–
-
e.
detailhandel in mode: de detailhandel in herenbovenkleding, damesbovenkleding, dames- en herenbovenkleding (algemeen assortiment), textielgoederen (algemeen assortiment), babykleding, kinderkleding, onderkleding/foundation, nappa en lederen kleding, dameshoeden en herenhoeden. Tot de modedetailhandel worden niet gerekend de detailhandel in bruidsmode en gelegenheidskleding, bont en tweedehandskleding;
-
f.
ambulante handel: markthandel, straathandel en handel te water;
-
g.
bestemmingsheffing: de heffing die is gebaseerd op artikel twaalf, tweede lid, van het Instellingsbesluit Hoofdbedrijfschap Detailhandel;
-
h.
de voorzitter: de voorzitter van het Hoofdbedrijfschap Detailhandel.