In het Akkoord Kaiser is vastgesteld dat de CFJ bij de totstandkoming van haar adviezen rekening houdt met:
-
a)
De ontwikkeling van de vraag naar jeugdzorg
De CFJ baseert haar adviezen over het financieel meerjaren budget en het jaarbudget en de ontwikkeling hierin op de behoefteramingen voor de jeugdzorg van het SCP.
Hiertoe ontwikkelt het SCP thans een ramingsmodel voor de vraag en de uitsplitsing daarvan over provincies en grootstedelijke regio’s. Het ramingsmodel wordt gezamenlijk vastgesteld door het Ministerie van J&G en het IPO.
Het SCP draagt zorg voor de jaarlijkse behoefteraming, welke voor 1 februari aan de CFJ beschikbaar wordt gesteld.
-
b)
De ontwikkeling van de prijzen in de jeugdzorg
Provincies bepalen zelf welke prijzen zij afspreken voor welke producten. Het financieringsstelsel voorziet derhalve niet in landelijke uniforme prijzen voor de jeugdzorg. De CFJ baseert haar adviezen echter wel op de door haar te verzamelen eenduidige informatie over de prijzen en de ontwikkeling daarvan. Die prijzen worden beschouwd als rekenprijzen. Deze rekenprijzen zijn een onderdeel voor de vaststelling van de prijzen die de CFJ in haar advies over het budget gebruikt. Daartoe vormt de uitvoeringsinformatie die de bureaus jeugdzorg en de zorgaanbieders leveren aan de provincies de basis. Deze informatie geeft de CFJ zicht op de prijsontwikkeling en verschillen tussen provincies en tussen bureaus jeugdzorg en de zorgaanbieders.
Waar het de prijzen voor het zorgaanbod betreft, wordt de informatie hierover verzameld op basis van de feitelijk gemiddelde prijzen van de verschillende zorgsoorten. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de acht vastgestelde zorgcategorieën waarin de bureaus jeugdzorg indiceren.
Voor wat betreft de prijzen voor de diensten van het bureau jeugdzorg wordt op basis van de vastgestelde dertien producten van het bureau jeugdzorg, de basisdienstverlening die ieder bureau jeugdzorg dient te leveren en de kwaliteitseisen daarvoor in beeld gebracht. Voor deze basisdienstverlening wordt één voor ieder bureau jeugdzorg reële gemiddelde prijs door de CFJ gebruikt per gewogen jeugdige. Deze reële prijs per jongere bepaalt in combinatie met de verwachte behoefte aan diensten van het bureau jeugdzorg, het benodigde budget voor de bureaus jeugdzorg.
-
c)
Beleidsontwikkelingen
De CFJ houdt bij haar adviezen rekening met relevante beleidsontwikkelingen op het terrein van de provinciale jeugdzorg en aanpalende jeugdzorg, zoals de jeugd-GGZ, de jeugd-LVG en het lokaal preventieve jeugdbeleid van gemeenten, die van invloed zijn op de behoefte aan jeugdzorg.
-
d)
Maatschappelijke ontwikkelingen
De CFJ houdt in haar adviezen rekening met maatschappelijke ontwikkelingen in de verschillende provincies die van invloed zijn op de vraag naar jeugdzorg, ook voor zover dit aanpalende vormen van jeugdzorg betreft (zoals de jeugd-GGZ, de jeugd-LVG en het lokaal preventieve jeugdzorg van gemeenten).
-
e)
De kwaliteit van de jeugdzorg
Bij het bepalen van haar advies over het benodigde budget volgt de CFJ ook de kwaliteit van de jeugdzorg. Daarbij gaat het om een goede balans tussen doelmatigheid en doeltreffendheid en het voorkomen dat eventuele neerwaartse druk op de prijzen (op termijn) de kwaliteit van de jeugdzorg aantast. De CFJ volgt de kwaliteit op basis van de bestuurlijk overeengekomen prestatie-indicatoren jeugdzorg. Over deze prestatie-indicatoren rapporteren de bureaus jeugdzorg en de zorgaanbieders (aan de hand van de acht zorgcategorieën) aan de provincies en grootstedelijke regio’s.
-
f)
Verplichtingen van provincies en grootstedelijke regio’s
Hantering van het nog vast te stellen verdeelmodel kan leiden tot herverdeeleffecten voor de afzonderlijke provincies en grootstedelijke regio’s. Bij haar adviezen over de verdeling houdt de CFJ rekening met een overgangsregime waarin afbouw van bestaande verplichtingen ordentelijk kan plaatsvinden.
De adviezen van de CFJ zijn onderbouwd en transparant over uitgangspunten, aannames e.d.
De jaarlijks uit te brengen adviezen worden door de CFJ voor 1 maart van het betreffende jaar aan het Bestuurlijk Overleg uitgebracht.