Artikel
1
1
Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de Ontgrondingenwet, voor zover die de rijkswateren betreft, en de Waterwet zijn belast de ambtenaren van de Rijkswaterstaat, werkzaam bij:
-
I.
de regionale diensten:
-
a.
de hoofdingenieur-directeur;
-
b.
de hoofdafdelingshoofden (of directeuren);
-
c.
de districtshoofden van de waterdistricten;
-
d.
de plaatsvervangers van de onder a tot en met c genoemde functionarissen;
-
e.
de onder de directeur water en scheepvaart ressorterende functionarissen;
-
f.
de onder de districtshoofden van de waterdistricten ressorterende functionarissen.
-
a.
-
II.
de waterdienst:
-
a.
de laboratoriummedewerkers;
-
b.
het hoofd en de medewerkers van de afdeling emissiebeheer.
-
a.
2
Voorts zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de Waterwet belast de inspecteur-generaal en de inspecteur van het Inspectoraat-Generaal VROM in de betrokken regio en de onder hun gezag werkzame ambtenaren, met uitzondering van hen die meer in het bijzonder administratieve werkzaamheden uitoefenen.
3
Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de Waterwet en de Ontgrondingenwet zijn belast de ambtenaren van de Inspectie Verkeer en Waterstaat, werkzaam bij het Domein Waterbeheer.
4
Voorts zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de hoofdstukken 5 en 6 van de Waterwet of krachtens artikel 10.1 van de Waterwet belast de ambtenaren van de gemeente Amsterdam werkzaam bij de Nautische Sector van Haven Amsterdam en het Havenbedrijf NV, Divisie Havenmeester, te Rotterdam, met uitzondering van hen die meer in het bijzonder administratieve werkzaamheden uitoefenen.