Regeling van de Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat, houdende voorschriften inzake de beleidsvoorbereiding en de verantwoording van waterschappen (Regeling beleidsvoorbereiding en verantwoording waterschappen)

Regeling beleidsvoorbereiding en verantwoording waterschappen

De Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat,
Handelende in overeenstemming met de Staatssecretaris van Economische Zaken;

Besluit:

§

1

Algemene bepalingen

Artikel

1

§

2

Kengetallen

Artikel

2

§

3

Bijzondere voorschriften ten aanzien van de kostendragers

Artikel

3

Onder de in artikel 4.11, eerste lid, van het besluit, genoemde kostendragers wordt verstaan:

§

4

Voorschriften ten aanzien van de uitvoeringsinformatie en bedrijfsvergelijking

Artikel

5

Vervallen

Artikel

6

Artikel

7

Vervallen

Artikel

8

Vervallen

Artikel

9

Vervallen

Artikel

10

Vervallen

Artikel

11

Vervallen

§

5

Bijzondere voorschriften ten aanzien van de informatieverstrekking aan derden

Artikel

12

Artikel

13

Artikel

14

§

6

Slotbepalingen

Artikel

15

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel

16

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling beleidsvoorbereiding en verantwoording waterschappen.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat, J.C.Huizinga-Heringa

Bijlage

1

bij artikel 2, eerste lid, van de Regeling beleidsvoorbereiding en verantwoording waterschappen

  • 1.

    Het kengetal nettoschuldquote wordt als volgt berekend:

    A

    Een raming van het totaal van de vaste schulden.

    Het totaal van de vaste schulden, bedoeld in artikel 4.53, van het besluit.

    B

    Een raming van het totaal van de netto vlottende schulden.

    Het totaal van de netto-vlottende schulden, bedoeld in artikel 4.55, van het besluit.

    C

    Een raming van het totaal van de overlopende passiva.

    Het totaal van de overlopende passiva, bedoeld in artikel 4.56, van het besluit.

    D

    Een raming van het totaal van de financiële vaste activa.

    Het totaal van de financiële vaste activa, bedoeld in artikel 4.40 van het besluit.

    E

    Een raming van het totaal van de uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan een jaar.

    Het totaal van de uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan een jaar als bedoeld in artikel 4.43 van het besluit.

    F

    Een raming van het totaal van de kortlopende vorderingen.

    Het totaal van de kortlopende vorderingen als bedoeld in artikel 4.44 van het besluit.

    G

    Een raming van het totaal van de liquide middelen.

    Het totaal van de liquide middelen als bedoeld in artikel 4.45 van het besluit.

    H

    Een raming van het totaal van de overlopende activa.

    Het totaal van de overlopende activa, bedoeld in artikel 4.46, van het besluit.

    I

    Een raming van het totaal van de belastingopbrengsten, bedoeld in artikel 4.6 onderdeel c, en artikel 4.8, tweede lid, onderdeel c, van het besluit voor de meerjarenraming respectievelijk de begroting.

    Het totaal van de gerealiseerde belastingopbrengsten, bedoeld in artikel 4.24, tweede lid, onderdeel b, van het besluit.

  • 2.

    Het kengetal EMU-saldo wordt als volgt berekend:

    OPBOUW EMU-SALDO (bedragen x € 1.000,–)

    1 Exploitatiesaldo voor bestemming van reserves:

    ...............

    2 Invloed investeringen (zie staat van vaste activa):

    -/-

    brutoinvesteringsuitgaven

    -/-...............

    +

    investeringsbijdragen

    +...............

    +

    verkoop van materiële en immateriële vaste activa

    +...............

    +

    afschrijvingen

    +...............

    3 Invloed voorzieningen (zie staat van voorzieningen)

    +

    toevoegingen aan voorzieningen t.l.v. exploitatie

    +...............

    -/-

    onttrekkingen aan voorzieningen t.b.v. exploitatie

    -/-...............

    -/-

    onttrekkingen rechtstreeks uit voorzieningen

    -/-...............

    4 Deelnemingen en aandelen:

    -/-

    boekwinst

    -/-...............

    +

    boekverlies

    +...............

    EMU-SALDO

    ..................

  • 3.

    Het kengetal wendbaarheid van de begroting wordt als volgt berekend:

    A

    Een raming van het totaal van de kostensoortgroep 1, onder 1.1, 1.3 en 1.4, bedoeld in bijlage 2, onderdeel A, bij deze regeling.

    Het totaal van de kostensoortgroep 1, onder 1.1, 1.3 en 1.4, bedoeld in bijlage 2, onderdeel A, bij deze regeling.

    B

    Een raming van het totaal van de kostensoortgroepen 1 tot en met 5, bedoeld in bijlage 2, onderdeel A, bij deze regeling.

    Het totaal van de kostensoortgroepen 1 tot en met 5, bedoeld in bijlage 2, onderdeel A, bij deze regeling.

  • 4.

    Het kengetal lastendruk wordt als volgt berekend:

    Hoogte van de lastendruk voor een meerpersoonshuishouden met eigen woning in het begrotingsjaar in vergelijking met het landelijk gemiddelde voor alle meerpersoonshuishoudens in het vorig begrotingsjaar.

    Hoogte van de lastendruk voor een meerpersoonshuishouden met eigen woning in het begrotingsjaar waarop het jaarverslag betrekking heeft in vergelijking met het landelijk gemiddelde voor alle meerpersoonshuishoudens in het begrotingsjaar waarop het jaarverslag betrekking heeft.

Bijlage

2

bij artikel 4 van de Regeling beleidsvoorbereiding en verantwoording waterschappen

Onderdeel A

Kostensoorten

Wat betreft de kostensoorten luidt de indeling als volgt:

1 Rente en afschrijvingen

1.1

Externe rentelasten

1.2

Interne rentelasten

1.3

Afschrijvingen van activa

1.4

Afschrijvingen van boekverliezen

2 Personeelslasten

2.1

Salarissen huidig personeel en bestuurders

2.2

Sociale premies

2.3

Rechtstreekse uitkeringen huidig personeel en bestuur

2.4

Overige personeelslasten

2.5

Personeel van derden

2.6

Uitkeringen voormalig personeel en bestuurders

3 Goederen en diensten van derden

3.1

Duurzame gebruiksgoederen

3.2

Overige gebruiksgoederen en verbruiksgoederen

3.3

Energie

3.4

Huren en rechten

3.5

Leasebetalingen operational lease

3.6

Pachten en erfpachten

3.7

Verzekeringen

3.8

Belastingen

3.9

Onderhoud door derden

3.10

Overige diensten door derden

4 Bijdragen aan derden

4.1

Bijdragen aan bedrijven

4.2

Bijdragen aan het Rijk

4.3

Bijdragen aan openbare lichamen

4.4

Bijdragen aan overigen

5 Toevoegingen voorzieningen/

onvoorzien

5.1

Toevoegingen aan voorzieningen

5.2

Onvoorzien

Onderdeel B

Opbrengstsoorten

Wat betreft de opbrengstsoorten luidt de indeling als volgt:

1 Financiële baten

1.1

Externe rentebaten

1.2

Interne rentebaten

1.3

Dividenden en bonusuitkeringen

2 Personeelsbaten

2.1

Baten in verband met salarissen en sociale lasten

2.2

Uitlening van personeel

3 Goederen en diensten aan derden

3.1

Verkoop van grond

3.2

Verkoop van duurzame goederen

3.3

Verkoop van overige goederen

3.4

Opbrengst uit grond en water

3.5

Huuropbrengst uit overige eigendommen

3.6

Diensten voor derden

4 Bijdragen van derden

4.1

Bijdragen van de Europese Unie

4.2

Bijdragen van het Rijk

4.3

Bijdragen van provincies

4.4

Bijdragen van overige openbare lichamen

4.5

Bijdragen van overigen

5 Waterschapsbelastingen

5.1

Opbrengst watersysteem- en wegenheffing gebouwd

5.2

Opbrengst watersysteem- en wegenheffing ingezetenen

5.3

Opbrengst watersysteem- en wegenheffing ongebouwd

5.4

Opbrengst watersysteem- en wegenheffing natuur

5.5

Opbrengst verontreinigingsheffing

5.6

Opbrengst zuiveringsheffing bedrijven

5.7

Opbrengst zuiveringsheffing huishoudens

6 Interne verrekeningen

6.1

Onttrekkingen aan voorzieningen

6.2

Geactiveerde lasten