Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 28 november 2008, nr. DGASV/2008/34292, houdende toedeling van taken en doorverlening van vertegenwoordigingsbevoegdheden aan onder de directeur-generaal Participatie en Inkomenswaarborg ressorterende functionarissen (Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit directeur-generaal Participatie en Inkomenswaarborg 2009)

Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit directeur-generaal Participatie en Inkomenswaarborg 2009

§

1

Begripsbepaling

Artikel

1

In deze regeling en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • a.

    directeur-generaal: de directeur-generaal Participatie en Inkomenswaarborg;

  • b.

    directie: een van de organisatieonderdelen, genoemd in artikel 2, onderdelen a tot en met d;

  • c.

    directeur: een functionaris die leiding geeft aan een directie;

  • d.

    bureauhoofd: de functionaris die leiding geeft aan het bureau Control en managementondersteuning, genoemd in artikel 2, onderdeel e.

§

2

Organisatie

Artikel

2

Onder de directeur-generaal ressorteren:

  • a.

    de directie Re-integratie en Participatie;

  • b.

    de directie Inkomensverzekeringen en -voorzieningen;

  • c.

    de directie Naleving;

  • d.

    de directie Relatiebeheer, Uitvoeringsontwikkeling en Aansturing;

  • e.

    het bureau DG-Control en managementondersteuning.

§

3

Verantwoordelijkheden

Artikel

3

Artikel

4

De directie Re-integratie en Participatie is verantwoordelijk voor:

  • a.

    het zorgdragen voor een effectief re-integratiebeleid, onder meer door een samenhangend pakket re-integratie-instrumenten en een effectieve en efficiënte inzet daarvan door de uitvoering;

  • b.

    het scheppen van voorwaarden voor het re-integreren van mensen met een sociale zekerheidsuitkering (werkloosheid, arbeidsongeschiktheid en bijstand) in betaalde arbeid, zowel aan de aanbodkant als aan de vraagkant;

  • c.

    het doen inschakelen van mensen met en zonder uitkering in andere vormen van maatschappelijke participatie indien inschakeling in betaalde arbeid nog niet mogelijk blijkt, als stap op weg naar betaald werk.

Artikel

5

De directie Inkomensverzekeringen en -voorzieningen is verantwoordelijk voor:

  • a.

    het formuleren van het beleid ten aanzien van de rechten en plichten van de sociale verzekeringen en voorzieningen, gericht op preventie, werk en bescherming;

  • b.

    het formuleren van het financieringsbeleid van de sociale verzekeringen en voorzieningen gericht op het stimuleren werknemers, werkgevers en de uitvoering.

Artikel

6

De directie Relatiebeheer, Uitvoeringsontwikkeling en Aansturing is verantwoordelijk voor:

  • a.

    het beheren van de relatie tussen het ministerie en de buitenwereld in het domein van werk en inkomen, zoals onder meer de uitvoeringsorganisaties en gemeenten;

  • b.

    het aansturen van de uitvoeringsorganisaties, het maken van prestatieafspraken, het bewaken van de realisatie daarvan en – ndien nodig – optreden;

  • c.

    het aansturen van de samenwerking in de keten van uitvoeringsorganisaties en de gemeenten, gericht op de toeleiding naar werk en het verstrekken van uitkeringen, met inbegrip van de gegevensinfrastructuur en het daartoe ondersteunende gegevensverkeer;

  • d.

    het zorgdragen voor de ontwikkeling en het beheer van het uitvoeringsstelsel, waarbij innovatie centraal staat;

  • e.

    het intra- en interdepartementaal coördineren van de regeldrukprogramma’s voor bedrijven, burgers, professionals en medeoverheden;

  • f.

    het strategisch en eenduidig opereren in de regio door het ministerie en afstemming met andere departementen en de partners in het netwerk van werk en inkomen hierover.

Artikel

7

De directie Naleving is verantwoordelijk voor:

  • a.

    het ontwikkelen van een brede handhavingsstrategie met systematische aandacht voor handhaven in alle onderdelen van de beleidscyclus en de hele keten van werk en inkomen gericht op een verbetering van de naleving en een vergroting van de effectiviteit van de handhaving (Strategisch handhaven);

  • b.

    het bevorderen van vernieuwingen in het handhavingsbeleid van het ministerie en van de uitvoerende instanties en het (doen) aanpakken van lacunes in beleid, wetgeving en uitvoering (Vernieuwend handhaven);

  • c.

    het bevorderen van de samenhang in het handhavings- en opsporingsbeleid van het ministerie en de uitvoerende instanties en met het beleid van externe partijen (Samenhangend handhaven).

Artikel

8

Het bureau DG-Control en Managementondersteuning is verantwoordelijk voor beheersmatig en beleidsinhoudelijk ondersteunen van de directeur-generaal bij de aansturing van de onder hem ressorterende directies.

§

4

Bevoegdheden directeuren

Artikel

9

§

5

Slotbepalingen

Artikel

10

Artikel

11

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
namens deze:
de Directeur-Generaal Participatie en Inkomenswaarborg, J.A.M.Hilgersom