Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 5 december 2008, nr. BSG/2008/34087, houdende toedeling van taken en doorverlening van vertegenwoordigingsbevoegdheden aan onder de plaatsvervangend Secretaris-Generaal ressorterende functionarissen (Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit plaatsvervangend Secretaris-Generaal SZW 2009)

Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit plaatsvervangend secretaris-generaal SZW 2009

§

1

Begripsbepaling

Artikel

1

In deze regeling en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • a.

    directie: een van de organisatieonderdelen, genoemd in artikel 2;

  • b.

    directeur: een functionaris die leiding geeft aan een directie;

  • c.

    ICT: informatie- en communicatietechnologie.

§

2

Organisatie

Artikel

2

Onder de plaatsvervangend secretaris-generaal ressorteren:

  • a.

    de directie Facilitaire Zaken;

  • b.

    de directie Gemeenschappelijke Organisatie Bedrijfsvoering;

  • c.

    de directie ICT-diensten;

  • d.

    de directie Personeel, Organisatie en Informatie.

§

3

Verantwoordelijkheden directeuren

Artikel

3

Artikel

4

De directie Facilitaire Zaken is verantwoordelijk voor:

  • a.

    het beheren en exploiteren van de Haagse vestigingen van het ministerie voor zover daarin niet uitsluitend organisatieonderdelen die ressorteren onder de inspecteur-generaal of het Agentschap SZW gehuisvest zijn en het beheren en exploiteren van de vestigingen van organisatieonderdelen die ressorteren onder de inspecteur-generaal of het Agentschap SZW voor zover zij gebruik maken van de departementale infrastructuur dan wel gehuisvest zijn in een vestiging waar ook andere onderdelen van het ministerie gehuisvest zijn, dan wel indien dit met het Agentschap SZW respectievelijk de inspecteur-generaal is overeengekomen;

  • b.

    het vervaardigen en beschikbaar stellen van hoogwaardige postale-, grafische- en multimedia-producten en diensten;

  • c.

    het adviseren over en het ontwikkelen van strategisch beleid op het gebied van documentaire informatievoorziening;

  • d.

    de advisering en begeleiding op het gebied van inkoop, (Europese) aanbestedingen, huisvesting, milieumanagement en materieel beheer;

  • e.

    het verrichten van procedurele handelingen in het kader van (Europese) aanbestedingsprocedures;

  • f.

    de beveiliging van het ministerie in het algemeen, uitgezonderd de persoonlijke beveiliging van de bewindspersonen en hun huisgenoten;

  • g.

    het technisch faciliteren van de crisisbeheersingsorganisatie en bedrijfshulpverlening.

Artikel

5

Artikel

6

De directie ICT-diensten is verantwoordelijk voor:

  • a.

    het ontwikkelen van technologiebeleid, inclusief standaarden op het gebied van de ICT-infrastructuur, webtechnologie en kantoorautomatisering van het ministerie;

  • b.

    de ontwikkeling en implementatie van de ICT-infrastructuur en websystemen van het ministerie, waaronder netwerken binnen en tussen de verschillende vestigingen van het ministerie, centrale computerapparatuur en data-basesystemen, directiespecifieke en departementale informatiesystemen en werkplekapparatuur, inclusief apparatuur voor telewerkplekken;

  • c.

    het functioneel beheer van de kantoorautomatiseringstoepassingen en, op verzoek van de eigenaar daarvan, van ICT-systemen;

  • d.

    het uitvoeren van het technisch beheer en de exploitatie en beveiliging van de ICT-infrastructuur van het ministerie, voor zover dit geen betrekking heeft op digitaal bewijsmateriaal dat door de Sociale Inlichtingen- en Opsporingsdienst is opgeslagen en zich bevindt op door de directie ICT-diensten specifiek daartoe aangewezen computerapparatuur binnen het netwerkdomein van het ministerie;

  • e.

    het onderhouden van door de directie ICT-diensten ontwikkelde websystemen;

  • f.

    het controleren van en toezicht houden op extern beheer en exploitatie van informatiesystemen;

  • g.

    het beheer van de automatiseringsmiddelen van het ministerie.

Artikel

7

De directie Personeel, Organisatie en Informatie is verantwoordelijk voor:

  • a.

    het adviseren van de secretaris-generaal, de plaatsvervangend secretaris-generaal, de inspecteur-generaal en de directeuren-generaal over het personeels-, organisatie-, informatie- en informatiseringsbeleid;

  • b.

    het beleid op het gebied van primaire en secundaire arbeidsvoorwaarden, rechtspositionele aangelegenheden van (ex-)medewerkers van het ministerie, arbeidsomstandigheden, bedrijfsvoering, planning en control op de personele, informatieve en organisatorische processen, administratieve organisatie en medezeggenschap;

  • c.

    het adviseren van organisatieonderdelen bij de implementatie van departementaal beleid op bovengenoemde terreinen, alsmede het adviseren over en het leveren van projectleiding ten behoeve van directiespecifieke veranderingstrajecten;

  • d.

    het adviseren en ondersteunen van medewerkers over loopbaanontwikkeling en op het terrein van bedrijfsmaatschappelijk werk;

  • e.

    het behandelen van bezwaarschriften, beroepschriften en zaken van de Nationale ombudsman van (ex-)medewerkers van het ministerie inzake aangelegenheden verband houdend met de dienstbetrekking, met uitzondering van het nemen van beslissingen in bezwaar- en beroepsprocedures;

  • f.

    het ontwikkelen van beleid op het gebied van personele informatievoorzieningen en gegevensbescherming;

  • g.

    het ontwikkelen en uitvoeren van ministeriebrede opleidings- en leerprojecten, waaraan naast de medewerkers van het ministerie ook andere belanghebbenden kunnen deelnemen;

  • h.

    de advisering van de plaatsvervangend secretaris-generaal over de verdeling van de middelen uit de begroting voor ICT.

§

4

Bevoegdheden directeuren

Artikel

8

Artikel

9

§

5

Slotbepalingen

Artikel

10

Artikel

12

Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
namens deze:
de plv. Secretaris-Generaal, P.Hennephof